|
|
Illustration by Richard Allen
|
Maak pensioen makkelijker
Gepubliceerd op: 09 November 2009
Om te bestaan als bedrijf, merk of pensioenfonds heb je klanten nodig die je zien staan en zitten. Het vertrouwen in pensioenfondsen heeft een deuk opgelopen en dat moeten we terugverdienen. Alle reden om, zoals Peter Borgdorff in de vorige column stelde, de hand in eigen boezem te steken.
Daarbij moeten we ook kijken naar de pensioen communicatie. Dat is een speerpunt sinds ruwweg het jaar 2000. De aandacht voor communicatie in de Pensioenwet van 2007 was een logisch gevolg van de maatschappelijke behoefte aan meer inzicht in de op één na belangrijkste arbeidsvoorwaarde.
We hebben er bijna tien jaar hard werken op zitten om pensioen dichter bij de belanghebbenden te brengen. Om te zorgen dat onze doelgroepen ons en ons product inderdaad zien staan en, liever nog, zitten. Dit is maar zeer ten dele gelukt. Een recent onderzoek van Centiq en Pensioenkijker onder 1000 werkende Nederlanders resulteert in magere uitkomsten op de kennisvraag wat partnerpensioen is. 60% kan deze vraag niet beantwoorden. Ook is gevraagd wie weet bij welk pensioenfonds of welke verzekeraar zijn pensioen is ondergebracht. Maar liefst 44% kan deze vraag niet beantwoorden.
In communicatievakkringen wordt niet getwijfeld aan de kracht van communicatie. Alles is uit te leggen. In theorie ben ik het daarmee eens, maar in de praktijk vergt dit bij pensioen enorme inspanningen en dus ook geld. We moeten ons afvragen of dit gerechtvaardigd is. De allerbeste bestemming voor pensioengeld is immers de pensioenuitkering voor de deelnemer.
Pensioen is onnodig ingewikkeld. Een doorsnee deelnemer heeft een cursus nodig om de basis van zijn eigen regeling te begrijpen. Zelfs al doen we ons uiterste best om moment, middel, taalgebruik en vormgeving zo klantgericht mogelijk te maken.
Vraag is dus: gaan we door met het onmogelijke? Als dit stelsel overeind moet blijven, en ik vind dat, moet het voor Jan Publiek op hoofdlijnen te begrijpen zijn. Dat vraagt om een andere opstelling. Sociale partners moeten zich bezinnen op de complexiteit van de regelingen. Het tij daarvoor is gunstig. Veel pensioenfondsen zoeken partners om tot meer schaalgrootte te komen. Een prima moment om de inhoud van de regelingen onder de loep te nemen. Bovendien komt het Pensioenregister eraan. De optelbaarheid van de bedragen wordt nu nog bemoeilijkt doordat pensioenregelingen op veel punten niet vergelijkbaar zijn.
Dus laten we het moment pakken en echt vanuit de deelnemer denken. We zouden kunnen beginnen aan de hand van een set uniforme kenmerken van pensioen:
- Elke pensioenregeling kent OP (ouderenpensioen), NP (nabestaandenpensioen) en AOP (arbeidsongeschiktheidspensioen);
- NP is kapitaalgedekt; NP op risicobasis wordt uitgefaseerd;
- Alle pensioenregelingen zijn zuivere regelingen: middelloon danwel geheel kapitaal- of premieregeling;
- De franchise is uniform;
- Maatstaf voor de pensioenopbouw is het bruto loon.
Ten slotte: we hebben baat bij een versimpelingsslag, want het vergroot het begrip bij de deelnemer en vergemakkelijkt de uitvoerbaarheid. Het UPO (Uniform Pensioenoverzicht), dat aanvankelijk een brug te ver leek, is er uiteindelijk ook gekomen. We hoeven alleen maar door te pakken.
 Roos Kuip Manager pensioencommunicatie, Syntrus Achmea
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|