De wetenschap moet weer gebruik gaan maken van Fat Tony
Gepubliceerd op: 09 November 2009
Volgens Pablo Triana zijn met name kwantitatieve modellen verantwoordelijk voor de huidige financiële crisis. Zijn boek ‘Lecturing Birds on Flying’ legt bloot hoe het zo ver heeft kunnen komen. Hans Rademaker recenseert.
Het boek begint met een uitgebreide uitleg hoe het heeft kunnen gebeuren dat de economie en de financiële markten door de jaren heen op een ongezonde manier zijn ‘verwetenschappelijkt’. Een theorie moet echter altijd zijn gebaseerd op de praktijk terwijl de praktijk zich niet laat sturen door een theorie. Dit belangrijke principe is vaak losgelaten met als gevolg dat de theorie door veel beleidsbepalers en beleggers wordt beschouwd als een absolute waarheid.
In eerste aanleg hielden economen zich bezig met het beschrijven van gedrag en activiteiten van de verschillende agenten in het economisch proces. Sinds de vijftiger jaren is dit pad verlaten en is de wetenschap er stelselmatig vanuit gegaan dat net als in de fysica ook in de economie agenten opereren volgens vaste regels. Het grote verschil met de fysica is echter dat in de economie de regels niet in steen zijn gegoten maar voortdurend op basis van ervaringen en preferenties door de agenten zelf worden gewijzigd.
Dit alles zorgt er wel voor dat modellen een onterecht gevoel van zekerheid geven gedekt door de wetenschap. De economie en beleggingen worden vervolgens in belangrijke mate mathematisch bestuurd waarbij het ‘buikgevoel’ grotendeels wordt uitgeschakeld. Dit levert een bijzonder instabiele situatie op waarbij modellen geen crisis voorkomen maar deze juist veroorzaken.
Hiermee wordt de spijker op de kop geslagen, zeker als je kijkt naar de manier waarop pensioenfondsen bijvoorbeeld Asset Liability Management modellen hebben omarmd. Bestuurders concludeerden dat de wereld maakbaar was geworden tot twee cijfers achter de komma. De praktijk spreekt boekdelen maar toch blijft het geloof in een modelmatige aanpak onverkort groot en hardnekkig.
Ook risicomodellen krijgen terecht een flinke veeg uit de pan. Een concept als Value At Risk wordt beschreven als een soort airbag die bij ongelukken (lees: extreme bewegingen in de markt) als je hem nodig hebt niet functioneert. Verkopers (lees: banken) zijn door de politie (lees: toezichthouders) echter wel onder druk gezet om dit type airbags te verkopen en te laten gebruiken. In de praktijk blijkt dat dergelijke modellen veel te veel gebaseerd zijn op historische data en in rustige periodes aanzetten tot te grote speculatieve posities.
Het beschrijven van een verantwoord gebruik van modellen komt te weinig aan bod in het boek. Een uitgebreide en afgewogen interpretatie van modeluitkomsten door professionals die daar de tijd voor kunnen nemen, kan zeer waardevol zijn. Uit eigen ervaring weet ik dat een dergelijke aanpak belangrijk inzicht oplevert.
De auteur sluit af met een pleidooi voor de rehabilitatie van Fat Tony. Dit is de personificatie van het ‘gezond verstand’ denken. Rekening houden met de inzichten van Fat Tony kan ons in de toekomst veel ellende besparen.
Hans Rademaker is directeur fiduciair management bij Kempen Capital Management.
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|