‘Flexibiliteit Tweede Pijler niet onder druk’
Gepubliceerd op: 28 December 2009
|
|
Patricia Linhard
|
De kersverse woordvoerder Pensioenen van de PvdA Patricia Linhard heeft zich de afgelopen maanden in haar nieuwe dossier vastgebeten. Volgens Linhard heeft de verhoging van de AOW-leeftijd nauwelijks invloed op de tweede pijler, vertelt zij aan Anke Claassen
Begin december stuurden minister Donner en staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) het advies van de Raad van State op het kabinetsplan over de verhoging van de AOW-leeftijd naar de Kamer. De kritiek op de plannen is niet mals. Van het adviesorgaan moet de regering haar plannen beter motiveren. De Raad mist een degelijke financiële onderbouwing van de voorstellen en vindt ook dat de leeftijdsverhoging gezien de vergrijzing sneller in moet gaan. Daarnaast hekelt men het feit dat de oudere generatie de dans ontspringt. Vooral jongeren draaien op voor het in toom houden van de overheidsfinanciën. Bovendien is er weinig vertrouwen over hoe het kabinet denkt de zware beroepen te ontzien. Maar de Raad vindt bij de bewindspersonen geen luisterend oor; de plannen zullen, als het aan het kabinet ligt, nauwelijks worden gewijzigd.
Patricia Linhard verdedigt de bewindslieden. “Een heftige maatregel als deze voer je niet van de ene op de andere dag in. Mensen moeten zich kunnen voorbereiden op verandering.” Ook de kritiek op de babyboomgeneratie nuanceert ze. “Deze groep heeft veelal vanaf hun vijftiende gewerkt. Jongere generaties vaak pas vanaf hun twintigste.”
Met dit laatste zijn veel jongerenorganisaties het niet eens. De meeste zijn voor een leeftijdsverhoging, maar vinden net als de Raad dat de babyboomers vaker dan hun ouders konden studeren en als eerste van de AOW profiteerden. Ook collega-kamerlid Mei Li Vos stelde in de mei/juni uitgave van npn dat de groep geboren tot 1955 ‘mazzel heeft gehad’. “Dat geldt lang niet voor iedereen, argumenteert Linhard. “Bovendien heeft deze groep de meeste jaren AOW bijgedragen en zullen jongeren langer van de AOW kunnen genieten.”
Over de definiëring van zware beroepen wordt nog een tweede wetsvoorstel ingediend. Hierin wordt eveneens besloten hoe werkgevers fiscaal kunnen worden geprikkeld om mensen met een zwaar beroep na verloop van tijd te voorzien van ander werk. Linhard denkt dat de regering hier wel uit komt. Voor mensen die echt niet meer kunnen werken, zal goed worden gezorgd. “Zware beroepen kunnen we niet afschaffen. Werkgevers worden gemotiveerd om ander en passend werk te zoeken. Bovendien krijgen mensen die niet meer aan werk kunnen komen, vervroegde AOW-uitkering. Dit biedt perspectief voor werknemers die lang en zwaar gewerkt hebben.” Linhard noemt het ‘pure winst’ dat dit onderwerp fel wordt bediscussieerd. “Het is goed dat er nu arbeidstechnisch over zware beroepen wordt gesproken.”
Zij denkt niet dat veel werkgevers hun oudere personeel na 29 jaar gaan ontslaan. “De veronderstelling dat je na een lang gezamenlijk arbeidsverleden je personeel zomaar aan de kant zet, klopt niet. Ik ben zelf ondernemer geweest. Van mensen die je al zo lang in dienst hebt, kom en wil je niet zomaar af. Daar verandert de wet niets aan. Als een werkgever iemand wil ontslaan, doet hij dat wellicht veel eerder.”
Gevolgen voor tweedepijler
Ook over de tweedepijler doet het kabinet voorstellen. Voor deze pensioenen geldt dat de fiscale pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd en het opbouwpercentage in één klap wordt verlaagd. Het geld dat hierdoor vrij komt moeten de sociale partners gaan gebruiken voor het herstel van de dekkingsgraden en om de mogelijkheid tot indexering te vergroten. Linhard denkt niet dat de bonden het ontstane AOW-gat zullen dichten met de tweedepijler. Dat wordt vanwege de verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd ook niet makkelijk gemaakt. “Het probleem met de tweede pijler is dat veel mensen zich hier tot voor kort niet in verdiepten. De huidige onzekere situatie heeft dat veranderd. De tweedepijler bood en biedt nog steeds een grote flexibiliteit. In principe blijft dat bij het oude; mensen kunnen nog steeds op hun 61ste, 63ste of op hun 68ste stoppen.”
Linhard vindt niet dat het verlagen van het opbouwpercentage dit tegenspreekt. “Het verschuift hoogstens twee jaar.” Haar partijgenoten, senatoren Frans Leijnse en Han Noten, zien die verlaging wel als een struikelblok. In De Volkskrant van 7 december uitten zij kritiek op deze redenering. Zij willen de mogelijkheid invoeren om het AOW gat via de pensioenen te gaan vullen. Volgens hen moet dat vooral voor de lage inkomens mogelijk worden, zodat mensen alsnog met 65 te kunnen stoppen.
Om dit mogelijk te maken, moet er volgens hen niet aan de fiscale ruimte van pensioenopbouw worden getornd. Zij rekenen in het artikel voor dat mensen met vijftien euro netto minder loon per maand genoeg sparen om eerder te kunnen stoppen met werken. Mensen die wél langer doorwerken, kunnen dit extraatje meenemen in een hoger pensioen op hun 67ste. Volgens het Actuarieel Genootschap klopt deze redenering niet. Deze organisatie voorziet een stijging van de pensioenkosten van 5 tot 50% als het AOW-gat op deze manier zou worden gedicht.
Het kabinet is bang dat hierdoor de prikkel om langer door te werken vervalt. Linhard: “In de huidige situatie is er nog steeds keuzemogelijkheid genoeg om het moment van pensioenopname naar alle vrijheid in te vullen. Mensen moeten zich daar alleen bewuster van worden. Die mogelijkheden zijn er al lang, maar die worden nauwelijks gebruikt.”
Hetzelfde geldt volgens haar voor het deeltijdpensioen. “Deze optie wordt al door veel pensioenfondsen geboden. Mensen moeten zelf bepalen of ze dat willen. Momenteel is daar nog weinig animo voor. Dan is het niet aan de politiek om dat op te dringen.” Linhard denkt wel dat er in de toekomst meer interesse voor deze maatregel komt. “De communicatie wordt steeds beter. Hierdoor weten steeds meer mensen dat dit tot de mogelijkheden behoort.”
Het kamerlid vindt dat pensioenfondsen communicatie tot één van hun speerpunten voor de komende tijd moeten maken. De komst van het door de sector opgezette pensioenregister dat volgend jaar in werking treedt, is volgens haar een prachtig communicatiemiddel en mooie eerste stap. “Hierdoor kunnen mensen gemakkelijk te weten komen hoeveel ze hebben gespaard en waar ze dus op kunnen rekenen. Dit is tot nog toe veel te weinig gecommuniceerd. Hier valt nog een wereld te winnen.”
Goede governance
Een ander initiatief van de sector dat Linhard toejuicht, is het voorstel tot een verlichting van de governance door het bij wet mogelijk maken van de multi-opf. Hierdoor kunnen pensioenfondsen fuseren zonder één van de fondsen op te heffen. Bovendien blijven de verschillende regelingen naast elkaar bestaan. Binnen de multi-opf is verplicht sprake van ringfencing. Daardoor hebben besluiten met betrekking tot de ene regeling geen consequenties voor de financiële posities van andere regelingen binnen de multi-opf. Daarover wordt wellicht nog voor het einde van het jaar een besluit genomen, vertelt Linhard. “De kamer heeft een brief ontvangen waarin precies uiteengezet is wat het voorstel beoogt. Hierop is kamerbreed enthousiast gereageerd. Het wordt waarschijnlijk met weinig wijzigingen aanvaard.”
Ook het opf-voorstel om professionele managers in te zetten bij het dagelijkse bestuur van pensioenfondsen vindt Linhard een stap in de goede richting voor het verbeteren van de governance. “Hierover wordt momenteel hard nagedacht. Over een paar maanden moet hiervoor een goed kader zijn ontwikkeld.” Of er een landelijke objectieve maatstaf moet komen om de deskundigheid van pensioenfondsbesturen te toetsen noemt ze ‘lastig’. “Het is goed dat een deelnemersraad – waarin alle deelbelangen goed vertegenwoordigd zijn – het bestuur controleert. Wil men nog meer? Dan wil ik eerst voorstellen zien. Het is belangrijk dat we allemaal dezelfde doelstellingen hebben, want het gaat over het geld van heel veel mensen. Daar voelt ook Den Haag zich verantwoordelijk voor.”
CV
Patricia Linhard zit sinds mei 2009 voor de PvdA in de Tweede Kamer als opvolger van Jaques Tichelaar. In 2005 werd zij lid van de PvdA en zat ze in het politieke forum van die partij. Naast haar werk als politica was Linhard eigenaar van een damesmodezaak. Ook maakte zij zich hard voor meer invloed voor kleine ondernemers binnen de organisaties VNO-NCW en MKB. Zij studeerde economie aan de UvA maar voltooide deze studie niet.
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|