Pensioen Top
door Esther Gotink
Gepubliceerd op: 28 December 2009
|
|
Dagvoorzitter Arnold Heertje
|
‘Crunch Time – Bouwstenen voor een Robuuster Fonds’. Onder die titel organiseerde npn de 4e Nederlandse Pensioen Top, met het streven de kredietcrisis achter ons te laten en te werken met de lessen uit dat recente maar nog zeer voelbare verleden.
Volgens het eerste paneldebat hebben openbare boetedoening en paniek geen plaats in de naweeën van de crisis, maar moet in het vervolg wel meer worden gekeken naar de statistische staartrisico’s. De focus op risico wordt intenser. Elly Kwakkelstein (BPL) vindt dat pensioenfondsen teveel in ingewikkelde financiële producten hebben gezeten. Samen met Leo Dooper van de PensioenCoöperatie en Jeroen Steenvoorden (PMS) onderstreepte ze de noodzaak voor een meer persoonlijke en interactieve communicatie met de deelnemers.
Het panel stond niet wars tegenover een professionele directielaag in pensioenfondsen, wel tegenover de aanhoudende politieke bemoeienis. Van de andere kant riep het de pensioenbestuurders op om zich te emanciperen en minder snel vanuit een verdedigende houding te reageren; het wordt tijd dat ze zich tonen als deskundige sociale partners.
Gerald Santing (Boardroom Consultants) stelde in een debat over de eerste generatie fiduciair management de cruciale vraag: Wie is nou eigenlijk dé pensioendeskundige? Dick Kamp (Laurus) reageerde dat fondsen in toenemende mate te maken hebben met externe managers die hen steeds beter begrijpen, en daarmee hun wensen beter bespiegelen, maar dat de beleggingscommissie de ware pensioendeskundige is. Zijn antwoord vond unanieme weerklank in de zaal.
 Alfred Slager |
|
 Casper van Ewijk |
De meest veelbewogen discussie – afgezien van het politieke debat over de pensioenleeftijdverhoging – ging over het Financieel Toetsingskader (FTK). Gerard Riemen (VB) onderkende dat de focus op de korte termijn moet veranderen, maar vindt het FTK desondanks een stap voorwaarts: “We zaten met verouderde actuariële principes en moeten niet terug willen naar die situatie.” Dirk Broeders (DNB) meent dat er een gezonde spanning tussen het nominale en reële denken bestaat; volgens hem moet gekeken worden naar de toereikendheid van de buffers. Schuijt (Ahold): “Dat betekent meer risico’s nemen om tot dat niveau te komen.” Schuijt noemde de 4% vaste rekenrente ‘zo slecht nog niet’.
Martijn Vos, hoofd pensioenadvies van Ortec, concludeerde dat we niet op alle ruis moeten reageren. Waarmee hij een visie deelde die gedurende de dag herhaaldelijk naar voren kwam: crises en onvoorziene risico’s nopen tot een verbetering van het pensioenstelsel, maar dienen geen doel als enkel paniekmaatregelen volgen. Nederland is en blijft het meest geavanceerde pensioenland ter wereld; dankzij de gezamenlijke zoektocht naar de juiste bouwstenen voor de toekomst. Met de 4e Pensioen Top kreeg dat opnieuw een duwtje in de rug.
In vogelvlucht
- Casper van Ewijk, onderdirecteur bij het Centraal Planbureau, gaf een keynote speech over de demografische ontwikkeling van Nederland, en de ernst van het langlevenrisico. Hij adviseerde de pensioenleeftijd te koppelen aan levensverwachting, zodat de politiek zich er niet keer op keer over hoeft te buigen. De levensverwachting stijgt tot 2050 met drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen (omgerekend 2% hogere premie, die met een verwacht 1% lager rendement dan 1980-2000 oploopt tot 3%).
- Alfred Slager vindt dat de risicomanager zich meer de rol van crisismanager moet aanmeten, en nam Rudy Giuliani (ex-burgemeester New York), die boven zichzelf uitsteeg als crisismanager na de aanslagen op de Twin Towers, tot voorbeeld. Hij stelde voor in de pensioensector meer naar een simulatiemodel toe te gaan, zodat onwaarschijnlijkheden eerder kunnen worden geïdentificeerd: “In rustiger tijden, nú, moet je bij uitstek trainen, trainen, trainen.”
- Op de dag dat de Tweede Kamer het officiële wetsvoorstel voor de AOW-leeftijdsverhoging ontving, vond tijdens de 4e Pensioen Top een levendig debat plaats tussen kamerleden Stef Blok (VVD), Pieter Omtzigt (CDA), Paul Tang (PvdA), en vakbondsman Peter Gortzak (FNV). Gortzak benadrukte dat minister van sociale zaken Donner de crisis heeft gebruikt als alibi om de verhoogde AOW-leeftijd door te drukken. Hij toonde zich voorstander van het langer doorwerken van mensen die later toetreden tot de arbeidsmarkt. Volgens Tang heeft het kabinet ‘alles volgens het boekje van de economen’ gedaan. Omtzigt denkt dat de arbeidsparticipatie, ook al is die lager in de oudere generatie, effectief met twee jaar gemiddeld omhoog zal gaan dankzij de wetswijziging. Gortzak was zichtbaar teleurgesteld: “Blijkbaar kunnen we banken goed redden maar pakken we onze burgers terug met een latere AOW. Dat is treurig.”
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|