— Illustratie door Phil Wrigglesworth
Lang zullen we leven

Gepubliceerd op:  25 Februari 2010

Het langlevenrisico kan pensioenfondsen honderden miljoenen kosten. Wat zijn de oplossingen als er bijna geen rek meer zit in de premies, vraagt Maaike Veen zich af

Meer dan de helft van het aantal baby’s dat nu in welvarende landen geboren wordt, zal de honderd jaar halen. In die extra jaren zullen mensen minder gezondheidsklachten en beperkingen hebben dan in het verleden het geval was. Deze voorspellingen van een Deense wetenschapper in het toonaangevende Britse medische tijdschrift The Lancet haalde vorig jaar oktober het wereldnieuws. Niet voor niets. Dat mensen steeds ouder worden is geen nieuws, maar dat de levensverwachting zo snel stijgt wél. 
Lang zullen we leven; een triomf voor het anti-rookbeleid en de introductie van betere medicijnen. Maar het is een overwinning met een duur prijskaartje voor de gezondheids- en ouderenzorg, de AOW en de pensioenfondsen.
De langleventrend werd voor Nederland onlangs bevestigd in nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ondanks de vergrijzing is het aantal sterfgevallen in de periode 2002-2007 ieder jaar gedaald. Bovendien is de daling sterker dan eerder in de overlevingstafels van het Actuarieel Genootschap (AG) werd aangenomen. Drie jaar na dato zijn de prognoses van het AG, waarop de meeste pensioenfondsen hun premiebeleid stoelen, alweer achterhaald. En alsof pensioenfondsen nog niet genoeg risico’s hadden om zich zorgen over te maken, het langlevenrisico moet aan de lange lijst met uitdagingen worden toegevoegd.
De sneller dan verwachte stijging van de levensverwachting kan pensioenfondsen volgens consultant Towers Watson op lange termijn honderden miljoenen euro’s per jaar kosten. Consultant Hewitt berekende dat als de toegenomen levensverwachting wordt verdisconteerd in de berekening van de pensioenverplichting van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds, de dekkingsgraad met zo’n vier procentenpunten zou dalen. “De vraag is niet óf de verplichtingen aangepast moeten worden, maar wanneer”, zegt Hewitt. De adviseur raadde eind vorig jaar pensioenfondsen aan om direct rekening te houden met de impact van de nieuwe CBS-cijfers en niet te wachten op de nieuwe overlevingstafels van het AG. Deze worden vlak voor het einde van het tweede kwartaal van dit jaar verwacht.
Een aantal fondsen wacht niet op de nieuwe overlevingstafel van het AG en heeft direct actie ondernomen. Pensioenfonds Zorg en Welzijn besloot, met het oog op de oplopende levensverwachting, de pensioenen per 2010 slechts met 0,72% te indexeren en de premie te verhogen met 0,6%. Stichting Pensioenfonds Hoogovens koos voor een reservering van 150 miljoen euro om een stijging in de levensverwachting met 18 maanden op te vangen. Het fonds sluit meer reserveringen niet uit als de levensverwachting verder blijft stijgen. Als gevolg van deze reservering en door het zwakke herstel van het fonds, wordt er ook niet geïndexeerd. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) koos ook voor het aanvullen van de verplichtingen voor de komende drie jaar wegens de ‘fors’ opgelopen levensverwachting. De extra 11 miljard euro kostte het fonds vijf basispunten in de dekkingsgraad, die daarmee op 104% uitkwam. 
Moeten andere pensioenfondsen hun voorbeeld volgen? Het is lastig om in het algemeen iets over het langlevenrisico te zeggen omdat het afhangt van de samenstelling van de deelnemers van het fonds: de beroepsgroepen, de leeftijdsopbouw, de verhouding man/vrouw en structuur van de pensioenregeling. “Het risico is materieel”, zegt Richard Meijer, consultant bij Towers Watson, die veel vragen krijgt van pensioenfondsen over wat ze nu het beste kunnen doen. “Je weet niet hoever de prognoses er in de toekomst naast zullen zitten, maar op basis van de afgelopen drie jaar zie je dat de impact gemiddeld 4% op de dekkingsgraad is geweest.”

Koppel regeling aan levensverwachting
Pensioenfondsen lijken meer en meer bewust van het ‘sluipende gevaar’ waarvan de werkelijke omvang pas over tientallen jaren duidelijk wordt. Toch moet er over mogelijke oplossingen nog druk worden nagedacht. De eerste reactie van veel pensioenfondsen is het verhogen van de premie. Maar die oplossing verwijst de commissie Goudswaard – die onlangs zijn bevindingen presenteerde over de toekomstbestendigheid van de tweede pijler – resoluut af.
Volgens de commissie is de rek eruit: het nog verder verhogen van de premies heeft directe consequenties voor de economie tot gevolg. Want de premies zijn met bijna 13% van de loonsom al ‘historisch’ hoog en zouden volgens de commissie nog verder moeten stijgen naar meer dan 17% in 2025. “Maar dat heeft te grote gevolgen voor de arbeidsmarkt en de concurrentiepositie van Nederland”, schrijft de commissie. “Als je de ontwikkeling van de levensverwachting verkeerd inschat, kom je daar pas vele jaren later achter. Dan is het te laat om nog iets te kunnen doen”, zegt ook Meijer.
Als mogelijke oplossing ziet de commissie Goudswaard veel in het automatisch koppelen van de pensioenregeling aan de levensverwachting. Volgens een standaardformule staat een stijging van de levensverwachting met een jaar gelijk aan een half jaar langer werken. Een onverwachte groei in de levensverwachting, waarvan ook de actieven profiteren, wordt dan bekostigd door de huidige actieven en worden de inactieven ontzien. In bijna de helft van de OECD-landen is inmiddels een dergelijk systeem ingevoerd, aldus het rapport van de commissie.
“Als mensen langer leven en gezonder zijn, dan is het redelijk dat ze ook later met pensioen gaan”, zegt de Tilburgse hoogleraar Theo Nijman die lid van de commissie-Goudswaard was. “Gepensioneerden kunnen niets meer doen om de langere levensverwachting op te vangen. Als een fonds niets doet gaat het ten koste van hun indexatie. Wat je wilt is dat het risico daar wordt neergelegd, waar het het beste kan worden gedragen – de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.” Dat doe je volgens de hoogleraar door een 25-jarige niet meer te beloven dat hij op een vaste ingangsdatum 80% van zijn middelloon ontvangt. Zo komt het risico voor de langere levensverwachting dus bij de deelnemer te liggen en niet meer bij het pensioenfonds? Nijman: “Het pensioenfonds, dat zijn uiteindelijk de deelnemers zelf. Als een fonds niets doet dan gaat het ten kosteff van de indexatie.”
Langlevenswap
Een andere oplossing is om buiten het fonds op zoek te gaan naar partijen die juist profiteren van een langere levensverwachting en die bereid zijn dat risico over te nemen. Levensverzekeraars hebben juist baat bij mensen die langer leven; deze hebben dus een tegenovergesteld risico ten opzichte van pensioenfondsen.
Die tegengestelde belangen kunnen aan elkaar worden gekoppeld in een langlevenswap waarin een verzekeraar en een pensioenfonds hun langlevenrisico ruilen. “Wij hebben een duidelijke filosofie en dat is dat een pensioenfonds alleen die risico’s moet lopen waarvoor het wordt betaald”, zegt Towers Watson consultant Gijsbert de Lange.  “Rente en inflatie zijn risico’s die zich niet uitbetalen, het langlevenrisico valt ook in die categorie. De grote vraag waar iedereen voor staat is: hoeveel kost het om dit risico af te dekken? Zijn de kosten niet hoog, dek dan af”, aldus de consultant.
Met een derivatentransactie lopen pensioenfondsen geen tegenpartijrisico. Het verhandelen van het langlevenrisico, zegt professor Nijman, is ‘in potentie een geweldig idee’ en ‘een ontwikkeling die de door de commissie bepleite mogelijkheden om risico’s explicieter toe te delen stimuleert’. “Maar de markt is nu nog heel beperkt”, zegt de hoogleraar.
Pensioenfondsen kozen er voorheen voor om dan maar hun regeling uit te besteden aan een verzekeraar, die dan het langlevenrisico op zich neemt”, zegt zakenbankier Coughlan van JP Morgan Global Pension Advisory. “Maar voor de overdracht moet het pensioenfonds eerst zorgen dat het volledig gefinancieerd is en moet het tekort worden aangevuld. Door deze overdracht houdt het pensioenfonds feitelijk op te bestaan. Met een langlevenswap dek je alleen of gedeeltelijk het langlevenrisico af zonder dat je vooraf cash geld moet bijstorten.”
Coughlan verwacht dat de markt voor langlevenswaps dit jaar zal aantrekken. Hij heeft in de afgelopen drie jaar ook gesprekken gevoerd met een aantal Nederlandse pensioenfondsen. “De prijsstelling is op dit moment gunstig, omdat zakenbanken erop gebrand zijn om hun eerste transacties te doen en om als aanbieder geloofwaardigheid op te bouwen. Van alle kanten kijken partijen (pensioenfondsen, verzekeraars en andere beleggers in financiële markten zoals hedgefondsen) serieus naar deze markt als potentieel aantrekkelijk.” De kosten voor het pensioenfonds hangen af van factoren als de demografie van de deelnemers, zoals de  man/vrouw-verhouding, de beroepsgroep, de pensioenregeling en of het fonds het hele langlevenrisiso of slechts een gedeelte daarvan wil afdekken.
In het Verenigd Koninkrijk zijn er al pensioenfondsen die met de tussenkomst van zakenbanken een dergelijke derivatentransactie hebben afgesloten. Door nieuwe accountingregels hebben bedrijven de risico’s van hun pensioenfondsen veel scherper op het netvlies. Ze zoeken al langer naar oplossingen om dreigende tekorten en dus bijstortingen te voorkomen.Tot op heden heeft er een handvol transacties plaatsgevonden, waarvan de meeste door verzekeraars die het langlevenrisico op de door hen uitgevoerde pensioenregelingen wilden afdekken. Vorig jaar sloot het pensioenfonds van de Britse scheepbouwer Babcock als eerste pensioenfonds een 50-jarige langlevenswap af ter waarde van £500-£750 miljoen. Towers Watson was als adviseur bij alle Britse transacties betrokken.
“Het langlevenrisico speelt in markten met volledig vooruitgespaarde pensioenaanspraken. Dan gaat het om het Verenigd Koninkrijk, Nederland, sommige regelingen in Duitsland en Scandinavië, maar er zijn ook verzekeraars uit Frankrijk en Italië die geïnteresseerd zijn om met Nederlandse pensioenfondsen tot een transactie te komen”, zegt De Lange. “Als straks de nieuwe sterftetafels van het AG zijn gepubliceerd, kunnen pensioenfondsen precies uitrekenen waar ze staan, hoe groot het risico is en wat voor deuk dat kan slaan in de dekkingsgraad. Ik denk dat we in de tweede helft van het jaar in Nederland de eerste transacties zullen zien.”


Innovatie

Zakenbanken willen ook graag andere beleggers dan verzekeraars interesseren om te beleggen in het langlevenrisico. De Lange denkt dat voorlopig verzekeraars de natuurlijke tegenpartij zullen zijn en dat de rol van zakenbanken vooral het inbrengen van hun expertise in het structureren van zulke derivatentransacties is. Coughlan wil zich niet laten vastpinnen op het rendement dat beleggers in het langelevenrisico zouden kunnen behalen. “Sinds 2008 zitten we in een periode waarin de prijs wordt ontdekt. De verwachte rendementen zijn relatief vergelijkbaar met andere instrumenten met een soortgelijk risicoprofiel”. Denk aan de rendementen van verschillende gestructureerde kredietproducten in de loop van 2009. “Een geschat rendement van 12 tot 14% in een beleggingscategorie met een laag risiso, zo verkopen de banken het”, zegt David Rawson-Mackenzie, CEO van Centurion Fund Managers. Centurion kreeg onlangs toestemming van de toezichthouder in Luxemburg om met een fonds te starten dat zich gaat specialiseren in het verhandelen van langlevenswaps.
Om de markt verder te ontwikkelen, hebben acht banken en verzekeraars, waaronder JP Morgan, Deutsche Bank, Axa en Legal & General, in Londen begin dit jaar de Life & Longevity Markets Association opgericht. Het doel van de organisatie is om standaarden te ontwikkelen voor de markt voor langlevenrisico, standaard contracten voor langlevensrisicoproducten, een handelsindex en een standaard waarderingsmodel voor langleven.

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Auf der Suche nach Standards
• Linksschiefe im Blick
• Heribert Karch: MetallRente
Nordic Region Pensions & Investments News
• Erik Valtonen
• Preparing for a bear market
• Learning from the Finnish experience
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Lehman Bros brings litigation case against Pensions Regulator
• Annuity providers nudged into action by Solvency II
• Industry calls for MIR to be exercised realistically
Professional Wealth Management
• Rebalancing for the new world order
• Applying quant methodology to beat the bank
• Global Private Banking Awards 2010
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010