Illustratie door Phil Wrigglesworth
Puzzelen aan het pensioencontract

Gepubliceerd op:  26 April 2010

De toekomstbestendigheid van de aanvullende pensioenen staat onder druk. Anke Claassen onderzoekt welke partijen verantwoordelijk zijn voor welke puzzelstukjes in het nieuwe pensioencontract

De Nederlandse pensioenwereld is verdeeld over de vraag of de sector aan de vooravond staat van misschien wel de meest ingrijpende veranderingen die hij sinds zijn geschiedenis voor de kiezen krijgt. De dotcomcrisis dwong de sociale partners aan het begin van dit decennium al om de pensioenambities naar beneden bij te stellen. Eindloonregelingen werden middelloonregelingen en de pensioenen worden sindsdien niet meer automatisch aan de welvaart aangepast.

De kredietcrisis leidde tot twee rapporten die aantonen dat deze ingrijpende maatregelen niet afdoende zijn geweest. Het Nederlandse stelsel verdient volgens de commissies Frijns en Goudswaard weliswaar zijn wereldwijd uitstekende reputatie, zonder maatregelen komt het in een kritische gevarenzone waar niet meer uit te komen is. De kredietcrisis en daarmee het besef dat de toekomst onzeker is en blijft, de aanhoudende lage lange rente, de vergrijzing die het draagvlak uitholt en de veel sneller dan voorzien stijgende leeftijdsverwachting zijn maar een greep uit het scala aan oorzaken die het stelsel volgens de deskundigen onder grote druk zetten.

Op de vraag hoe het pensioenfonds ABP de huidige problematiek denkt aan te passen, reageert directeur van het bestuursbureau Nicole Beuken eerst met een correctie van die gestelde vraag. “Door de veronderstelling dat wij met oplossingen moeten komen, zeg je eigenlijk dat wij geconfronteerd worden met grote problemen. Dat bestrijd ik. Het Nederlandse stelsel heeft twee zware crises overleefd en heeft dus bewezen bestand te zijn tegen hevige schokken in de financiële wereld.” Volgens Beuken trekken beide commissies diezelfde conclusie. “Vanuit die optiek gaat het niet zozeer over de oplossingen van problemen, maar gaat het erom dat je met zijn allen vaststelt waar misschien nog wat zwakkere punten in het stelsel zitten en hoe je die kunt verbeteren.”

Volgens demissionair minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zijn het helemaal geen kleine puntjes die voor verbetering vatbaar zijn. Hij stelt in zijn brief over de toekomst van het aanvullend pensioenstelsel van 7 april jongstleden weliswaar dat de fundamenten sterk zijn en behouden moeten blijven, maar dat er dringend stevige aanpassingen nodig zijn om de tweede pijler van een gewisse dood te redden. En het is urgent, stelt de minister. Als er nu geen actie wordt ondernomen, is dat volgens hem een vrijbrief voor het ontstaan van beschikbarepremieregelingen. Dit zijn twee uiteenlopende meningen die hun gelijk in de rapporten weerspiegeld zien, maar die geen antwoord geven op de vraag wat er nu in de nabije toekomst moet gebeuren.

Sociale partners

Maar dát er wat moet gebeuren, daarover lijkt nu iedereen het eens te zijn. Wat dan precies en hoeveel en hoe ingrijpend, is volgens de Hollandse traditie aan de sociale partners. Zij moeten de handschoen oppakken en zich gezamenlijk buigen over de vraag wat nu de beste oplossingen voor het toekomstige pensioencontract zijn. Niet gemakkelijk, gezien het feit dat juist een handdoek nog niet zo lang geleden door werkgeversvoorzitter Wientjes in de ring werd gegooid. Hij zegt in deze npn (p. 14) te kiezen voor het ‘laten meeademen’ van de levensverwachting met de pensioenregeling. Daarnaast wil hij dat een deel van het rente- en beleggingsrisico naar de deelnemer wordt geschoven, iets waar sociale partners vooralsnog niets van willen weten.

Het puzzelen kan dus beginnen. Spelen pensioenfondsen daarin dan geen enkele rol? Zeker wel, vindt risicomanagementspecialist en directeur van Cardano Theo Kocken. Er ligt hier volgens hem wel degelijk een taak voor fondsen. Zij moeten de sociale partners gaan adviseren over wat de meest haalbare aanpak is uit de waaier aan oplossingen die de commissies Frijns en Goudswaard voorstellen. “Sociale partners weten niet genoeg van de pensioenwereld om aan de hand van de aangereikte adviezen met een geheel nieuw ontwerp te komen. Hierin hebben pensioenfondsen een ondersteunende taak. Bovendien kan de professionaliseringsslag die in de besturen moet worden gemaakt en daarmee de aanpak van het strategische risico- en beleggingsbeleid van pensioenfondsen niet los worden gezien van een herziening van het pensioencontract. Het één heeft invloed op het ander. Dat moet dus gezamenlijk worden bekeken.”

Gerard Riemen, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, roept zijn achterban dan ook op om de sociale partners op bepaalde risico’s te wijzen. “Pensioenfondsen hebben de taak om aan te geven wat er wel en niet kan. Neem bijvoorbeeld de nieuwe sterftetrend die de dekkingsgraad onlangs bij veel fondsen weer naar beneden trok. Zij moeten duidelijk tegen CAO-partijen zeggen: realiseer je dat dit niet volgehouden kan worden. Dit is ons nu overkomen maar dat gebeurt over twee jaar weer, dus jullie moeten wat.”

Ook directeur van Pensioenfonds ING Daan Heijting leest in de rapporten een duidelijke oproep aan pensioenfondsen om de ontwikkelingen op de CAO-tafels goed in de gaten te houden. “In aanbeveling 1 van het rapport Frijns staat heel duidelijk: pensioenfondsen, accepteer geen regelingen waarin geen expliciete risiconorm is afgesproken.” Voor het fonds kwam het rapport Frijns op het juiste moment. Het had de strategische risiconorm al bepaald en heeft het beleggingsbeleid al helemaal op de nieuwe norm ingericht. “Het bestuur maakte in het verleden ook voor de beleidsvoorbereiding gebruik van de vermogensbeheerder. Het wilde die taken naar zich toe trekken en meer afstand nemen van de uitvoering.” Het bestuur zag de oplossing hiervoor in de oprichting van een professioneel bestuursbureau. “De risiconorm wordt nu continu gemonitord en het bestuur zit zelf aan de knoppen als risicoposities bijgestuurd moeten worden. Door het bestuursbureau komt het bestuur zelf weer toe aan waar het voor bestaat: het verantwoording afleggen aan de deelnemers over de gemaakte keuzes.”

Deskundigheid en communicatie

En het is die deelnemer die zich in veel gevallen niet van de risico’s bewust is. En dat – daar zijn zowel beide commissies als de politiek het over eens – is uiterst schadelijk en kan pensioenfondsen wel degelijk worden verweten. Zij hebben nooit goed gecommuniceerd dat pensioen een allesbehalve risicoloos product is. Dat is, stelt pensioendeskundige Jean Frijns, een gevaarlijke misvatting geweest. Hij trekt uit zijn onderzoek naar de deskundigheid van pensioenfondsbesturen een aantal stevige conclusies en verwoordde dat eind maart tijdens een hoorzitting over pensioenen in de Tweede Kamer als volgt: “Het pensioen is een riskant financieel product. Je zou dus verwachten dat pensioenfondsen bij uitstek goed zouden zijn in risicomanagement, te beginnen bij een strategisch risicokader, en daarnaast heel duidelijk zijn over de manier waarop ze de solidariteit vormgeven. Dat is niet het geval. Ze zijn niet goed in strategisch risicodenken en in het vooraf toedelen van risico’s. Daarnaast is het beleid eenzijdig en rendementsgedreven.”

Volgens Riemen is het besef dat er wat moet gebeuren dan ook wel doorgedrongen. “Als ik met een groot filosoof mag spreken: elk nadeel heb zijn voordeel. Dat is de verdienste van zowel de kredietcrisis als van Frijns en Goudswaard. Pensioenfondsen weten dat ze aan de bak moeten.”

“Nog een paar financiële klapjes en pensioenfondsen komen er niet meer bovenop. Dat besef heeft een groot deel van de sector nog helemaal niet,” spreekt Kocken tegen. Volgens hem is het wat betreft de deskundigheid echt vijf voor twaalf. De koppen moeten uit het zand, de bestuurskwaliteit moet omhoog en er moet helder worden gecommuniceerd over de werkelijke pensioentoezegging. “Men kan niet blijven roepen dat pensioen een sociaal contract is en dat het allemaal wel goed komt. Het zijn geen harde toezeggingen en dat moeten mensen weten. Het zijn ambities en zachte toezeggingen. Op dit moment is de ondergrens helemaal niet goed gedefinieerd en zeker niet goed gecommuniceerd. Men moet accepteren dat de werkgever in de toekomst geen rol meer gaat spelen. Dat hebben ze nu per saldo al niet meer; 80% van de sponsoren kan geen hogere premies ophoesten.”

Daarnaast hebben te veel pensioenfondsbesturen volgens Kocken nog niet op het netvlies wat er allemaal bij een professioneel bestuur komt kijken. “Dat bedoel ik niet als een makkelijk verwijt. Een bestuurder moet van alles op de hoogte zijn; dat valt niet mee zonder professionals. Bijvoorbeeld over wat de implicaties van de vergrijzing over tien jaar zijn en wat dat precies betekent als er opnieuw grote klappen vallen.”

Zeker fondsen die in de uitbetalingsfase zitten, komen dan volgens hem in de problemen. “Veel pensioenfondsen zijn zich van al die implicaties echt niet bewust. Vele wisten vaak niet eens wat voor soort producten ze gebruikten.”

Dat is bij het grootste pensioenfonds van Nederland niet het geval, weet Beuken. “Frijns zegt eigenlijk samenvattend dat je als bestuur goed op de hoogte moet zijn waarin je belegt en waarom je dat doet. Daar doen wij al goed ons werk. We zijn ook tijdens de crisis niet voor grote verrassingen komen te staan.”

Daarnaast merkt Beuken op dat het in ieder geval voor het ABP geldt dat de toekomstige pensioentoezeggingen nog redelijk ‘hard’ kunnen zijn, mits ‘de toekomst zich een beetje normaal ontwikkelt’. “De kans dat onze deelnemer wordt geconfronteerd met een lager pensioen, is in het huidige systeem niet heel groot. De prognoses van het ABP laten zien dat we zelfs op de hele lange termijn in staat zijn om gemiddeld 80% van de looninflatie mee te geven. Wellicht iets meer, maar alles hangt af van toekomstige ontwikkelingen.”

Natuurlijk moeten we wel kijken naar of en in welke mate we bereid zijn om bijvoorbeeld het langlevenrisico op te vangen. Dat heeft niks te maken met dat het systeem niet goed zou zijn, maar meer met de vraag: als we met zijn allen ouder worden, zijn we dan bereid om de prijs ervoor te betalen om hetzelfde pensioen te kunnen handhaven? Daarover zal de komende tijd worden gediscussieerd.”

Ook Heijting voorziet voor zijn fonds op de korte termijn geen problemen. Ook al heeft het ING-fonds op de meeste punten het rapport Frijns al in de praktijk gebracht, het wachten is volgens hem nu op de plannen van een nieuw kabinet. “Je kunt pas echt duidelijk je beleid gaan bepalen als je weet of de tweedepijler gaat meebewegen met de AOW. Dus als de spelregels bekend zijn. Hoe een nieuwe regering dat gaat vormgeven, heeft invloed op de uitvoerbaarheid en de communiceerbaarheid van het beleid dat pensioenfondsen moeten uitvoeren.”

Wel denkt hij dat samenwerking tussen pensioenfondsen in de toekomst onvermijdelijk is. “Als hierdoor de deskundigheid naar een hoger plan kan worden getild, zou dat een geweldige prestatie zijn. Pensioenfondsen zijn nog steeds een geweldig mooie oplossing om een pensioenovereenkomst in onder te brengen.”

Kocken hoopt in de toekomst te zien dat zeer ervaren gepensioneerden uit de financiële sector zich voor pensioenfondsen gaan inzetten. “Ik hoor nog te vaak: ‘Laat die risicomanagementoplossing maar zitten, we begrijpen hem niet.’ Dat kan natuurlijk niet. Soms heb je juist iets complexere producten nodig om risico’s goed te kunnen mitigeren. Dat inzien wordt alleen nog maar belangrijker en daarvoor heb je professionals nodig.”

Dat risico het sleutelwoord in het toekomstige pensioencontract is, lijkt een uitgemaakte zaak. Ook de wetgever zal hiermee aan de slag moeten. Frijns: “De meeste aanbevelingen die wij doen zijn gericht om via zelfregulering te worden opgepakt. Op een aantal punten zien wij wel degelijk noodzaak tot wetgeving. Het eerste punt is dat het risicoaspect in de Pensioenwet sterker tot uitdrukking zou moeten komen, met name het risicokader en de toedeling van de risico’s. Het tweede punt is de pension fund governance en de mate waarin expertise in het bestuur kan worden georganiseerd. Het derde punt is de betrokkenheid van de Kamer bij het Ftk. Wij pleiten voor een reëel Ftk, wat inhoudt dat je moet accepteren dat risicoloze posities niet mogelijk zijn.”

Printbare versiePrintbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.Stuur deze artikel naar een vriend.

 




Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Auf der Suche nach Standards
• Linksschiefe im Blick
• Heribert Karch: MetallRente
Nordic Region Pensions & Investments News
• Danish pensions giant to boost alternatives
• Truls Tollefsen, Vital Forsikring
• Responsible investment on the rise
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Mercury rising
• ‘Discount’ costs deferreds dear
• CPI splits industry
Professional Wealth Management
• F&C stepping out into brave new world
• Pictet targets cash conversions for funds
• Time for a change
NIEUWSBRIEF



 ARCHIEF




Contact

Abonnementen

Privacy Policy

Terms and Conditions

Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2010