Keuzevrijheid
Gepubliceerd op: 05 Juli 2010
Stelling: Pensioenfondsdeelnemers moeten de vrijheid krijgen om hun eigen uitvoeringsorganisatie te kiezen
Yvonne van Dam
VOOR
PGGM besloot twee jaar geleden tot een investering van meer dan 200 miljoen euro om te kunnen concurreren. Intussen doet het echter alles om concurrentie tegen te gaan. Het bedrijf werd gesplitst in Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en ‘uitvoeringsorganisatie’ PGGM. Beide hebben een directie en Raad van Commissarissen, en PGGM valt daarnaast nog onder een coöperatiebestuur en ledenraad.
Voorlopig heeft deze operatie zorgwerknemers veel geld gekost en weinig opgeleverd. Hun pensioen wordt nog steeds verplicht bij PGGM gestort. Dit wordt niet meer afgedwongen door de wet maar door goed betaalde vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers in het coöperatiebestuur.
Door deze bestuurders is de organisatie complexer en duurder geworden. De financiële risico’s zijn fors toegenomen. De 55(!) vakbondsleden en andere PGGM-bestuurders en PFZW-vertegenwoordigers hebben een directiesalaris van 397.000 euro exclusief bonus goedgekeurd. Dit vaste salaris is al twintig keer zo hoog als het salaris van een verpleegster.
Dit alles blijkt uit de jaarverslagen van PGGM en PFZW. Directeur Peter Borgdorff van PFZW kwam zelf bij ons thuis om uitleg te geven toen onze vragen na een half jaar nog steeds onvoldoende beantwoord bleven.
Vakbondsleden in het coöperatiebestuur krijgen 1.250 euro per bijgewoonde vergadering per dagdeel, exclusief reiskosten en de vaste vergoeding van 10.000 euro per jaar. Commissarissen krijgen tot wel 31.000 euro per jaar voor zeker zes vergaderingen. Net als de bij het ABP opgestapte Ed Nijpels, is ook bij PGGM-commissarissen niet duidelijk waarop deze beloning is gebaseerd.
Volgens Borgdorff omdat ‘we moeten concurreren met de salarissen in de Londense City’. Maar zouden Londense bankiers meer dan 4 ton (ex bonus) betalen om de voormalige ambtenaren van PGGM in dienst te nemen?
Intussen is van concurrentie geen sprake. Borgdorff zegt dat het over vijf of zes jaar ‘best mogelijk is’ dat een deel van het vermogensbeheer bij PGGM wordt weggehaald. Maar hij weet ook dat dit een enorme impact zal hebben op de waarde van het kapitaal van bijna 200 miljoen euro dat PFZW heeft geïnvesteerd in PGGM. En dat zou ten koste gaan van het pensioen van de werknemers.
Ik vraag Frank de Grave, de nieuwe voorzitter van het coöperatiebestuur: ‘Stop deze peperdure en bureaucratische operatie.’ Zo niet, geef me dan op z’n minst de keuze mijn geld weg te halen bij PGGM. Zet dan mijn pensioengeld op een geblokkeerde bankrekening met lage kosten waarbij ik zelf kan kiezen hoe mijn geld wordt belegd.
Yvonne van Dam is deelnemer van Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Peter Borgdorff
TEGEN
Mevrouw Van Dam mag niet weg. En daarmee is zij beter af. Want wie de zaken samen regelt, staat sterker dan alleen. Dat geldt zeker voor je pensioen. Mevrouw Van Dam regelt het toch liever zelf. Dan is ze verlost van verplichte winkelnering, van uitvoerder PGGM en van het door haar verfoeide collectieve bestuur bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn. ‘Geef mij m’n centen, dan zet ik ze op de bank en neem voortaan zelf mijn beleggingsbeslissingen,’ zo stelt ze.
Het is goed dat de Nederlandse wet mevrouw Van Dam en anderen daarvoor behoedt. Niet omdat individuele keuzevrijheid geen groot goed is. Wel omdat binnen het Nederlandse collectieve pensioenstelsel uiteindelijk de deelnemers het beste af zijn. En om het systeem van collectieve regelingen in stand te houden, is een verplichte aansluiting bij het pensioenfonds van je bedrijfstak nodig. Net zoals een verplichting nodig is om andere collectieve systemen goed te laten functioneren. Zonder belastingheffing geen dijken, scholen en wegen. Zonder een verplichte zorgverzekering geen zorgstelsel. Toch zijn de voordelen van collectiviteit in een sterk geïndividualiseerde samenleving steeds lastiger uit te leggen. Dat trekken we vooral ook ons zelf aan. Wij en de rest van de pensioensector hebben de afgelopen decennia het draagvlak voor de regelingen als te vanzelfsprekend ervaren. Daardoor is te weinig energie gestoken in het onderhoud van vertrouwen en steun. Dat moet beter.
Bedrijfstakpensioenfondsen hebben maar één belang: dat van de aangesloten werknemers, gepensioneerden en werkgevers waarvoor ze aan het werk zijn. Pensioenfondsen laten het individu profiteren van de kracht en bescherming van het collectief. Dat doen ze op drie manieren. Ten eerste delen we samen de kosten. Een collectief geregeld pensioen is zo’n zeven keer goedkoper dan een individueel verzekerd pensioen, blijkt uit DNB-onderzoek. Dat scheelt op een mensenleven al snel tienduizenden euro’s: veel meer pensioen voor dezelfde euro. Ten tweede delen we de risico’s met elkaar. Wie individueel voor zijn pensioen spaart en overlijdt, laat zijn nabestaanden berooid achter. Tenzij een peperdure verzekering is afgesloten. Wordt mevrouw Van Dam werkloos of arbeidsongeschikt? Pech gehad. Haar pensioen stopt onmiddellijk met groeien. Een ander belangrijk risico dat we met elkaar delen, is het risico van beleggen. Wie individueel belegt, kan enorme pech hebben: midden in een financiële crisis met pensioen moeten, betekent de rest van het leven op een houtje bijten. Niet bij ons: wij spreiden de beleggingsrisico’s over vele generaties. Ten derde: we delen de verantwoordelijkheid. De collectieve pensioenen worden betaald door werknemers en werkgevers samen. Zij hebben daarom ook alle zeggenschap. Zodat nooit een deelbelang of winstbejag de overhand krijgt.
Peter Borgdorff is directeur van Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|