Levensloop: de strijd gaat door
Gepubliceerd op: 01 Maart 2005
(Lente 2005)
|
|
Staf Depla, Tweede-Kamerlid van de PvdA
|
Dinsdag 22 februari 2005 zal de historie ingaan als de dag waarop de eerste kamer het Nederlandse pensioenstelsel totaal veranderde, of liever gezegd de verandering accepteerde. Niet alleen werd de levensloopregeling ingevoerd maar ook werden de fiscale regels vanprépensioen en VUT veranderd.
Als de levensloopregeling wordt ingevoerd, zoals minister de Geus het wil, zal per 1 januari 2006 de regeling werkelijkheid worden. Na het goedkeuren in de eerste kamer is het enige wat nog in de weg staat het tussenstadium in September. Dan zal worden geëvalueerd of de voorbereidingen voor de levensloopregeling voldoende zijn gevorderd om de implementatie per 1 januari 2006 te kunnen voltooien.
Zo blijkt dat zelfs in de tweede kamer al een voorstel was ingediend door PvdA Tweede-Kamerlid, Staf Depla. “Ik heb in november een amendement ingediend om de invoeringdatum te verschuiven van1 januari 2006 naar 1 januari 2008 vanwege de problemen bij de uitvoering”, aldus Depla.
De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) vroeg om een verlenging van de implementatiedatum tot 1 januari 2007 in een open brief aan de eerste kamer waarin werd gezegd dat deze verlenging een noodzaak is en geen luxe. De eerste kamer heeft echter alleen een goedkeuring gegeven voor de invoering op 1 januari 2006. Peter Borgdorff van de VB vertelde dat ze niet zo enthousiast waren over die datum.
“Ons grootste bezwaar is de implementatiedatum. Deze is veel te vroeg” volgens Jeroen Steenvoorden, directeur van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen. “Ook al heeft minister de Geus [sociale zaken en werkgelegenheid] bepaalde beloftes gedaan, er bestaat nog steeds het risico dat de implementatiedatum te vroeg is en natuurlijk zijn we hier niet blij mee.”
“De vroege implementatiedatum brengt allerlei risico’s met zich mee. Er is nu een enorme druk op de sociale partners om op kortetermijn resultaten te boeken,” aldus Steenvoorden.
Depla vertelde verder dat sommige pensioenfondsen niet zo’n comfortabele vermogenspositie hebben. Volgens hem zou deze vermogenspositie in de praktijk problemen opleveren in de overeenkomst die de sociale partners bereiken vanwege de overgangkosten naar de levensloopregeling. In deze context van de overgangskosten maakt Depla duidelijk dat deze theoretisch weinig of niets voorstellen, maar in de praktijk blijkt de overgang toch duur te zijn.
Als de sociale partners eenmaal overeenstemming hebben bereikt, moeten er nog puntjes op de i gezet worden. Na de overeenstemming moet de levensloopregeling nog in de praktijk worden gebracht. Borgdorff is zeker niet overtuigd dat de sociale partners voor de zomer, zoals minister de Geus hoopt, overeenstemming hebben bereikt.
“Tegen de tijd dat de sociale partners overeenstemming hebben bereikt moeten wij nog de IT systemen en pensioenregelingen gaan veranderen, goedkeuring van DNB hebben, maar ook van de belastingautoriteiten. Bedrijfstakpensioenfondsen willen gewoon niet het risico nemen dat we pas nŕ implementatie een afkeuring krijgen van deze instanties”, aldus Borgdorff.
Borgdorff gaf verder aan dat er problemen waren met de informatieverstrekking aan de deelnemers. Stel dat de goedkeuring van DNB en de belastingsautoriteiten, de overeenkomst met de sociale partners en de implementatie van IT systemen en pensioenregelingen allemaal voor het eind van het jaar in orde zijn, dan weet de deelnemer nog niets van de ontwikkelingen af of van wat er daadwerkelijk op hen afkomt voor wat betreft de levensloopregeling.
“Dit laat zien dat de politiek de technische problemen van de implementatie niet begrijpt” zei Steenvoorden als reactie op de goedkeuring in de eerste kamer.
“Het probleem is niet zozeer het implementeren van de levensloopregeling maar het afschaffen en omvormen van de VUT- en prepensioenregeling. Daar zit het probleem. Ik denk dat het spaak loopt en het 1 januari 2007 wordt. Nationale Nederlanden heeft nog steeds zijn administratie niet op orde van de vorige belastingwijziging. Toen heeft de overheid de verzekeraars en pensioenfondsen vijf jaar extra tijd gegeven. Nu is dat slechts een jaar en de regering heeft haar eigen regels ook nog niet voltooid,” volgens Depla. BvdO
Printbare versie
Related articles:
|