Gedeeltelijke afschaffing VUT en prepensioen – introductie Levensloopregeling
Gepubliceerd op: 01 Maart 2005
(Lente 2005)
|
|
Ruud Derksen, Advocaat/pensioen jurist, Clifford Chance LLP, Amsterdam
|
Op 22 februari 2005 is het wetsvoorstel “Wet aanpassing fiscale behandeling VUT, prepensioen en introductie levensloopregeling” aangenomen door de Eerste Kamer. Het betreft een wijziging van de Wet op de Loonbelasting 1964 en enige andere (fiscale) wetten. De maatregelen met betrekking tot VUT en prepensioen (evenals overbruggingspensioen) zijn ingegaan op 1 januari 2005. Voor alle op31 december 2004 bestaande VUT en prepensioenregelingen gaan de nieuwe fiscale regels gelden per 1 januari 2006.
De overgangstermijn van een jaar is zeer kort, echter “ambitieus maar haalbaar” aldus minister De Geus. Bij de vorige grondige herziening van de fiscale pensioenwetgeving (“Witteveen”) was een overgangsperiode van vijf jaar van toepassing. Wel heeft de minister de toezegging gedaan dat indien in september blijkt dat de voorbereidingstijd om de wijzigingen door te voeren voor alle betrokken partijen te krap blijkt te zijn de invoerdatum zal worden verschoven.
Overgangsregelingen
Voor werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn zal een overgangsmaatregel gelden. Op grond van de overgangsmaatregel kunnen de op 31 december 2004 voor deze werknemers bestaande regelingen met betrekking tot de opbouw en uitkering van prepensioen en VUT blijven gelden.
Vanaf 1 januari 2006 tot 1 januari 2011 kunnen werknemers de werknemerspremies voor VUT voor de helft in aftrek brengen op hun inkomen. Daarna zijn de premies niet langer aftrekbaar. De VUT-uitkering blijft (ongewijzigd) belast. Ten aanzien van de werkgeversbijdrage voor VUT geldt dat met ingang van 1 januari 2006 belastingheffing tegen een tarief van 26 procent plaatsvindt. Na 1 januari 2011 wordt deze heffing 52 procent.
De opbouw van prepensioen zal vanaf 1 januari 2006 niet langer belastingvrij zijn en de werknemersbijdrage zal niet langer aftrekbaar zijn. De voor 1 januari 2006 opgebouwde prepensioenaanspraken zullen evenwel onbelast blijven en de uitkeringen zullen belast zijn. De op 31 december 2005 bestaande aanspraken op prepensioen kunnen worden omgezet in ouderdomspensioen. Daarnaast kunnen de pensioenaanspraken worden afgekocht en de afkoopwaarde kan worden aangewend voor een storting in de levensloopregeling.
Pensioen
De pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd van 60 jaar naar 65 jaar. Een ouderdompensioen van 70 procent van het laatst genoten loon op een pensioenleeftijd van 63 jaar blijft fiscaal gefaciliteerd door de introductie van een “40-deelnemingsjarenpensioen”. Dit betreft een levenslang pensioen dat tegelijk ingaat met het ouderdomspensioen. De opbouw van dit pensioen vindt plaats vanaf het tijdstip waarop de werknemer 40 deelnemersjaren in pensioenregeling(en) heeft bereikt.
Fiscale facilitering wordt daarnaast geboden voor een ouderdomspensioen van maximaal 100 procent (inclusief AOW) van het laatstgenoten pensioengevend loon op 65-jarige leeftijd. Een pensioen dat ingaat voor 65 jaar is toegestaan, voor zover dit pensioen actuarieel wordt herberekend. De hoogte van de fiscaal toegestane jaarlijkse pensioenopbouw voor ouderdomspensioen wordt niet verlaagd behoudens de introductie van nieuwe mogelijkheden om de franchise te verlagen in combinatie met een verlaging van het opbouwpercentage. Een franchise van 10.400,- euro in combinatie met een opbouwpercentage van 1,9 (eindloon) of 2,15 (middelloon) en bij een franchise van 9.400,- euro zijn de opbouwpercentages respectievelijk 1,8 en 2,05. Aan deze maatregel zal nog nader invulling worden gegeven.
Pensioenbeleid
De gevolgen van de afschaffing van VUT en prepensioen enerzijds en de introductie van de levensloopregeling staat boven aan de agenda voor het huidige CAO-overleg. Werkgevers en pensioenfondsen zullen op korte termijn het pensioenbeleid dienen te heroverwegen en te laten aansluiten bij enerzijds de maatschappelijke ontwikkelingen over pensioen en anderzijds de leeftijdopbouw van het eigen personeelsbestand.
Het wegvallen van VUT en pre-pensioen kan veelal worden gecompenseerd binnen bestaande pensioenregelingen omdat de meeste regelingen in een pensioenopbouw voorzien die lager is dan de fiscaal maximaal toegestane opbouw. Deze pensioenregelingen hebben een zogenaamde “fiscale ruimte”. Door de fiscale ruimte te benutten en vervolgens de pensioendatum te vervroegen zou het wegvallen van VUT en prepensioen (gedeeltelijk) kunnen worden gecompenseerd.
De uitdaging ligt er in om het pensioenbeleid dus danig vorm te geven zodat vervroegde pensionering mogelijk blijft op basis van een kostenneutrale aanpak. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het wegvallen van prepensioen (gedeeltelijk) op te vangen met een aanvullende spaarmodule binnen het pensioenfonds of via een verzekeraar waarmee op individueel niveau een voorziening voor vervroegde uittreding kan worden gecreëerd.
Ook de mogelijkheden die de levensloopregeling biedt kunnen betrokken worden in het pensioenbeleid. De levensloopregeling kan een interessant fiscaalvriendelijk beleggingsproduct zijn. Als werkgevers de middelen, die vrijkomen door afschaffing van prepensioen en VUT, ter beschikking stellen voor de levensloopregeling zal het ook voor lagere inkomens haalbaar moeten zijn om invulling te geven aan een levensloopregeling.
Printbare versie
Related articles:
|