Het kleine pensioenfonds: een uitstervend fenomeen?
Gepubliceerd op: 02 September 2004
|
|
Flip Klopper, PVK-bestuurslid en DNB-directeur
|
De toegenomen druk in het kader van het FTK, IAS 19 en de discussie over pension fund governance maakt het steeds moeilijker voor kleine fondsen met een lage overhead om het hoofd boven water te houden. Dit is de mening van PVK-bestuurslid en DNB-directeur Flip Klopper.
Klopper ziet in de toekomst een neerwaartse trend in het aantal Nederlandse pensioenfondsen, dat nu tussen de 850 en 900 zweeft. “De toenemende eisen door de maatschappij zullen een aantal kleinere fondsen doen verdwijnen.” Ook Bart Heenk, de SEI-managing director voor de Benelux en Scandinavië die hier recentelijk onderzoek naar heeft gedaan, ziet kleine fondsen op de tocht staan. “Het blijft koffiedikkijken, maar mijn inschatting is dat deze fondsen het moeilijk krijgen. Vooral ondernemingspensioenfondsen hebben onder de nieuwe eisen te lijden, bedrijfstakpensioenfondsen hoeven niet aan de nieuwe accountancy regels te voldoen omdat zij niet door beursgenoteerde bedrijven betaald worden.”
Heenk ziet drie mogelijkheden voor bedreigde fondsen: overstappen op een rechtstreeks verzekerde regeling, opgaan in een groter fonds of, voor multinationals, grensoverschrijdende activa poolen. “Aan alle drie kleven nadelen: als je eenmaal in een bpf opgaat is er geen weg meer terug en zit je er aan vast. Rechtstreeks verzekerde regelingen zijn flexibeler, maar een stuk duurder. En Europese regelgeving is nog een obstakel voor pooling.”
Klopper ziet wellicht hoop in een tussenvorm waarin kleinere opf’en kunnen samengaan zonder direct een bpf te hoeven worden. “Voor zo’n oplossing is dan wel een wetswijziging nodig.” Volgens Heenk is de toegenomen druk een ongelukkige samenloop van omstandigheden. “Noch de PVK, noch IAS-19, noch de pension fund governance discussie hadden ten doel kleine fondsen de nek om te draaien. Bij elkaar opgeteld kunnen ze wel negatieve effecten hebben.”
Printbare versie
Related articles:
|