Pensioenwereld in rep en roer
Gepubliceerd op: 01 Maart 2005
(Lente 2005)
Wat verandert er eigenlijk niet in de wereld van pensioenen? Het nieuwe FTK en de IAS 19 veranderen de manier van denken. Daarbij is de fiscale regelgeving en zelfs de pensioenleeftijd onderwerp van discussie. Kortom, er is veel onzekerheid. Bram van den Oever schrijft in dit artikel over de huidige stand van zaken.
Hoewel de ingeslagen richting duidelijk is, is niet zeker dat alle voorgenomen maatregelen voortgang zullen vinden. De invoerdatum van de levensloopregeling staat nog niet vast en de manier waarop IAS 19 daadwerkelijk gebruikt gaat worden is onduidelijk, evenals de wijze waarop het pensioenfondsbestuur zal worden gereguleerd. Ook voor het nieuwe financiële toetsingskader (FTK) is nog niet alles definitief vastgesteld.
Het financiële toetsingskader verandert
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft nieuwe spelregels opgesteld voor het toezicht op pensioenfondsen. De naam van deze nieuwe regelgeving is het FTK. Het FTK zal per1 januari 2006 in werking treden.
Het FTK is voor de meeste pensioenfondsen de grootste verandering waar zij sinds tijden mee te maken krijgen. De actuele waarden, de continuïteitsanalyse, maar voornamelijk de solvabiliteitstoets zullen van grote invloed zijn voor pensioenfondsen. Naast de pensioenfondsen zullen ook asset managers te maken krijgen met de gevolgen van het FTK.
Volgens Robert Rijlaarsdam, general manager bij de WM Company, ziet men nu al dat asset managers de producten die ze aanbieden aanpassen. Ook npn heeft deze ontwikkeling waarin het matchen van de verplichtingen en assets een grote rol speelt, opgemerkt. Volgens een anonieme bron hebben over het algemeen asset managers en consultants baat bij de invoering van het FTK, omdat het hen meer werk oplevert.
Niettemin vertelde Freek Vergunst, adjunct directeur bij SFB vermogensbeheer, npn dat hij niet wil matchen omdat de lage rente dit momenteel zo duur maakt.
Een van de meest omstreden concepten in het FTK is de verplichte hersteltermijn van 12 maanden, bij het bereiken van een dekkingsgraad onder de 105 procent. Deze eis zou nog kunnen worden aangepast vanwege de stevige kritiek vanuit de pensioenwereld.
Tot nu toe is alleen het consultatiedocument financieel toetsingskader verschenen. De uiteindelijke wetgeving moet nog volgen.
IAS 19: de gevolgen voor bedrijven
Enron en soortgelijke schandalen zijn een grote schok voor accountants geweest. Niet alleen het bedrijf ging ten onder, maar ook de pensioengelden verdwenen. Er lijkt een standaard nodig te zijn om dit te voorkomen; IAS 19 en in een groter kader IFRS.
In eerste instantie lijkt deze standaard weinig te veranderen in de pensioenwereld. Niettemin zal een beursgenoteerd bedrijf, kunnen zien dat de eisen van IAS 19 betrekking hebben op, bijvoorbeeld, “best estimate” van toekomstige uitkeringen.
Over het algemeen zullen ondernemingen vanaf 2006 zowel de premies die ze betalen, als de pensioenverplichtingen op hun balans moeten weergeven. Schommelingen worden direct zichtbaar op de balans van de onderneming. “Dus bedrijven moeten eigenlijk pensioenfonds gaan spelen,” aldus Bram van Els, manager communicatie bij Metalektro.
“In de Nederlandse situatie is IAS 19 onzin, omdat in de Nederlandse situatie de wet voorschrijft dat het pensioenvermogen buiten de onderneming is geplaatst en ondernemingen dus geen risico lopen of voordelen hebben,” volgens Van Els.
Voor ondernemingspensioenfondsen is de situatie gedeeltelijk anders dan voor bedrijfstakpensioenfondsen. Ondernemingspensioenfondsen hebben de mogelijkheid dat de onderneming bijstort in het pensioenfonds, als zich een tekort voordoet. Bedrijfstakpensioenfondsen zoals Metalektro zitten in een ander schuitje.
“Bij een bedrijfstakpensioenfonds zoals het onze, waar zo’n 1400 ondernemingen bij aangesloten zijn, zal het nooit gebeuren dat in geval van een tekort, de ondernemingen moeten bijstorten. Het zal ook niet gebeuren dat wij bij torenhoge reserves, geld terugbetalen. Het enige risico dat een onderneming die is aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds loopt, is het betalen van de premie. Thats it, dat is echt alles.” zegt Van Els.
Vooral de ‘slapers’ vormen een probleem, omdat van deze groep niet precies kan worden getraceerd waar en hoelang ze hebben gewerkt. Metalektro heeft alleen de beschikking over gegevens van de laatste werkgever. “Het is onmogelijk om ons vermogen op te splitsen naar al die ondernemingen. Daar zijn we gewoon niet op ingericht,” aldus Van Els. Hij gaf toe dat ze waarschijnlijk wel een keer overstag moeten, maar dat de kosten hiervoor enorm zullen zijn.
Men moet zich niettemin realiseren dat nog niet alles vast staat wat betreft de accounting standaards. De pensioensector liet npn weten dat er nog wel wat veranderingen aan zitten te komen, zodra er voor de IFRS duidelijke afspraken zijn gemaakt.
Pension Fund Governance:
Er zullen binnen de pensioenwereld ook veranderingen plaatsvinden op het hoogste niveau. De nieuwe wet zal namelijk ook eisen stellen aan het pensioenfondsbestuur of pension fund governance (PFG).
De Nederlandsche Bank (DNB) neemt een voorzichtig standpunt in met betrekking tot de toekomst van het externe toezicht op pensioenfondsbesturen. Volgens een woordvoerder wil DNB wachten op de inbreng van de relevante pensioenkoepels. Voor die tijd wil ze geen concrete maatstaven geven voor het externe toezichtbeleid.
Peter Borgdorff, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB), zei dat met betrekking tot het intern toezicht, volgens het tweede ontwerp van de code pension fund governance van de VB, het College van Belanghebbenden niet langer de partij hoeft te zijn die het bestuur ontslaat wanneer het niet naar wens functioneert.
De VB kan zich voorstellen dat het College van Belanghebbenden aan de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam kan vragen om een enquête, zodat op die manier het functioneren van het bestuur wordt geëvalueerd, aldus Borgdorff. Volgens hem is dit één van de twee belangrijkste veranderingen ten opzichte van de eerste code.
De tweede verandering, volgens Borgdorff, is dat wanneer een fonds het intern toezicht anders wil handhaven dan in de definitieve code wordt voorgeschreven, zij maar één keer hoeft op te schrijven waarom ze dit anders organiseert.
Momenteel vinden er onderhandelingen met de Stichting van de Arbeid (STAR) plaats. Het grootste struikelblok is het feit dat de STAR vindt dat de VB een structuuroplossing heeft aangereikt. Volgens de STAR zou de VB alleen principes moeten aanreiken, aldus Borgdorff.
Hoe dan ook, het feit dat zowel interne als externe regels voor PFG nieuw zijn, zal leiden tot een hogere complexiteit van pensioenfondsbestuur. “Op dit moment kennen we geen code voor PFG dus alles wat we doen voegt iets toe” zei Borgdorff.
Maar ook voor de hogere complexiteit heeft de markt een oplossing gevonden, namelijk externe pensioenfondsbestuurders. “De discussie rond pensioenfondsbestuur zal het besturen van het pensioenfonds complexer maken en wij denken dat externe bestuurders aan de kwaliteit van hetpensioenfondsbestuur kunnen bijdragen,” aldus Olva Loeber, partner bij Compass & Hedmark.
Maar de vraag naar externe pensioenfondsbestuurders is nog beperkt, omdat het echte reglement voor pensioenfondsbestuur of PFG nog niet is geïntroduceerd.
Levensloop
The walk through working life wordt in Nederland verlengd, omdat de pensioenleeftijd zeer waarschijnlijk zal worden verhoogd, vanwege redenen die publiekelijk bekend zijn. Er is wel een uitweg gecreëerd, de levensloopregeling.
Volgens Watson Wyatt Nederland staat de levensloopregeling het toe om tot maximaal drie jaar pensioeninkomen te sparen. In sommige bedrijven ziet men de effecten van de verhoogde pensioenleeftijd wegvallen tegen de levensloopregeling. Bijvoorbeeld ING heeft de officiële pensioenleeftijd van 62 naar 65 verhoogd, maar zal de werknemers de mogelijkheid geven om te sparen via de levensloopregeling. Het gevolg hiervan is dat werknemers alsnog met pensioen kunnen als ze 62 jaar oud zijn.
Toch zit er een addertje onder het gras, namelijk dat de beslissing om te sparen voor de levensloopregeling wordt overgelaten aan de individuele werknemer. Daardoor wordt de levensloopregeling een derde pijler pensioenregeling.
Volgens een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in het zicht van de toekomst: Sociaal en Cultureel rapport 2004, blijkt dat de levensloopregeling een element is van decollectivering. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor sociale herverdeling. GroenLinks en de SP hebben vanwege deze sociale afwegingen tegengestemd toen er in de eerste kamer op 22 februari over delevensloopregeling werd gestemd.
Het grootste probleem met de levensloopregeling is de invoeringsdatum van de regeling. Dit kwam gedurende het debat in de Eerste Kamer naar voren. Zo schreef Peter Borgdorff in een open brief aan de Eerste Kamer dat uitstel tot 2007 geen luxe was, maar pure noodzaak. Ook Jeroen Steenvoorden, directeur van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, liet blijken dat hij niet blij is met de invoeringsdatum.
Het leek er even op dat er een motie zou worden ingediend om de voortgang van de levensloopregeling in juli te testen, maar deze motie werd bij het stemmen over de levensloopregeling teruggetrokken. Onder druk van de Eerste Kamer heeft minister de Geus toch moeten toezeggen dat er in september zal worden getoetst of de ontwikkelingen goed genoeg zijn voor een definitieve invoering van de levensloopregeling op 1 januari 2006.
Volgens de pensioenwereld zal deze invoeringsdatum een probleem worden. Toch lijkt de regering de wet door te drukken. Eerst moeten de sociale partners het eens worden. Daarna moeten alle veranderingen nog worden doorgevoerd in de pensioensector. En dit allemaal in 9 maanden tijd.
De beslissing in de Eerste Kamer doet Steenvoorden zich afvragen of de politiek wel heeft begrepen wat de verwachte problemen zijn met betrekking tot de haalbaarheid van de geplande implementatiedatum van de levensloopregeling. Ook de haalbaarheid van de voorgenomen fiscale veranderingen staat ter discussie.
Borgdorff denkt dat begin 2006 de meeste pensioenfondsen gewoonweg niet klaar zijn voor de overgang naar levensloop en ook niet voor de veranderingen in fiscale regelgeving met betrekking tot VUT/prepensioen.
Eisen van IAS 19 in het kort:
- ‘best estimate’ van toekomstige uitkeringen.
- Discontering van toekomstige uitkeringen naar de berekeningsdatum op basis van rendement op langlopende hoogwaardige bedrijfobligaties (AA of beter).
- Toedeling van toekomstige uitkeringen naar rato van feitelijke diensttijd in verhouding tot totale diensttijd bij uittreding.
- Winsten en verliezen (afwijking van de verwachtingen) worden niet ineens genomen maar geamortiseerd.
Printbare versie
Related articles:
|