Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Interview

Gepubliceerd op:  01 Maart 2005 (Lente 2005)

Hans Derriks is vanaf 1992 directeur van het pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland, met een onderbreking van 2000 tot en met 2003. In die periode was hij onder meer CFO van Wolters Kluwer Nederland en pensioencoordinator voor de invoering van IFRS 19. Hij sprak er met npn over.

Kunt u onze lezers uitleggen in hoeverre de houding van sponsors van ondernemingspensioenfondsen in de afgelopen jaren is veranderd?

Wolters Kluwer startte in 2002 met een werkgroep, die de consequenties van introductie van IFRS19 (International Financial Reporting Standards) over de wereld onderzocht. Per land (meer dan 20) werden de “post employment” regelingen geïnventariseerd, waarbij werd bekeken wat de aard van de regeling was. Met name het onderscheid tussen DB en DC regelingen was van belang in verband met het risicoverschil en de impact die dat heeft in het kader van IFRS. Dat pensioenen impact hebben op het resultaat van de onderneming hebben is inmiddels wel voor iedereen duidelijk. Ook Wolters Kluwer rapporteerde eind 2002 op concernniveau een aanzienlijk gat van 100 miljoen euro in pensioendekking, vooral in de UK, VS en België. Dat gaf ook tegelijk een indicatie van het risico dat gelopen werd met de DB regelingen, die overigens niet alleen pensioen maar ook ziektekostenregelingen voor gepensioneerden behelsden

Het concern besloot dat het risico moest worden verminderd. Per land werden daartoe regelingen aangepast. In Nederland werd als gevolg daarvan op 1 januari 2005 een voorwaardelijk geïndexeerd middelloonsysteem ingevoerd. De invoering vond plaats na intensief overleg met het bestuur en de deelnemersraad. Het overleg met de raad bood de mogelijkheid om diepgaand op de consequenties van het systeem voor de diverse betrokkenen in te gaan. De raad vroeg om veranderingen en sommige zijn daarvan doorgevoerd.

Een belangrijk aspect in de risicoreductie was de voorwaardelijkheid van de indexatie voor actieve deelnemers. De discussie daarover was lastig omdat -hoewel de financiële situatie ook bij het pensioenfonds na 2000 is verslechterd - er nog altijd voldoende middelen waren om de indexatie volledig toe te kennen.

Teneinde meer - doch geen volledige - zekerheid te bieden verstrekte Wolters Kluwer het pensioenfonds ook een achtergestelde renteloze lening van 25 miljoen euro. Terugbetaling is pas aan de orde wanneer indexaties voor de toekomst veilig zijn gesteld. De indexatie zal overigens voorwaardelijk blijven. Hoewel wij tot op nu toe altijd 100 procent van de indexatie aan gepensioneerden en slapers hebben toegekend was dat altijd wel op voorwaardelijke basis. Bij normale ontwikkelingen tonen onze vooruitberekeningen aan dat we met de achtergestelde lening ook in de toekomst volledig of nagenoeg volledig de indexatie kunnen verlenen, maar iedereen weet inmiddels, dat de economie soms merkwaardige verrassingen in petto kan hebben, waardoor ook dit soort prognoses met het nodige voorbehoud moeten worden gegeven.


Samenvattend heeft Wolters Kluwer veel meer informatie over de kosten van pensioenregelingen in de diverse landen, maar nog belangrijker is dat we ons meer bewust zijn geworden van de risico’s en er in geslaagd zijn de risico’s te verminderen. In het rapportagesysteem wordt aangegeven wat het effect op pensioenlasten is bij een daling of stijging van de rentestand.

Wat waren de uitdagingen van de introductie van IFRS voor Wolters Kluwer als werkgever?

Op een hoog niveau in de organisatie is nu helder wat de effecten van IFRS19 en de risico’s van pensioenregelingen zijn. Dat besef ligt er echter nog niet bij iedere werkmaatschappij. Binnen Nederland proberen we IFRS ook met de werkmaatschappijen te communiceren. Met name door de toegenomen volatiliteit van de pensioenkosten kan dat leiden tot een sterke druk op de begroting. Bovendien is er tussen het opstellen van de begroting en het begin van het jaar nog een periode, waarin de rente kan veranderen, zoals bijvoorbeeld in de laatste maanden van 2004. Het is voor bedrijven wennen dat een rentebeweging tussen oktober en december een groot effect kan hebben op hun resultaat. Je moet je daarbij ook nog realiseren dat de pensioenkosten nog rentegevoeliger zijn dan de pensioenverplichtingen.


Wat zijn de gevolgen geweest voor het pensioenfonds zelf?

Wij hebben de verandering van onze pensioenregeling getest met een ALM studie. Daarbij is naar voren gekomen wat het effect en de risico’s op langere termijn zijn. Bovendien hebben we getest hoe stressbestendig onze pensioenregeling met een indexatiestaffeling is. Nadat de regeling definitief is vastgesteld zijn we met een ALM model gaan bekijken op welke wijze we de asset-mix zodanig kunnen structureren dat de risico’s voor het fonds, de deelnemers en de sponsor zo beperkt mogelijk zijn. We zijn nu in de eindfase van het ALM onderzoek. Een langere looptijd voor vastrentende waarden leidt enerzijds tot vermindering van risico’s maar de kosten voor pensioen en het indexatierisico nemen toe. Een sterke reductie van het risico wordt bereikt door de valuta’s te hedgen. De reductie is zelfs zo sterk, dat we na uitbreiding van de aandelenportefeuille nog altijd een beperkter risico overhouden.

Er wordt binnen de pensioenwereld veel gediscussieerd over de consequenties voor de sponsor en de voordelen, die een verlenging van de duration voor de sponsor zou hebben in de context van IFRS. Mijns inziens is dit echter geen probleem van het pensioenfonds, maar een probleem van de sponsor. Als het in het beleid en het risicoprofiel van het pensioenfonds beter past om de duration korter te hebben, dan zullen we daarvoor kiezen. De markt biedt daarbij aan de sponsor voldoende mogelijkheden om via zijn eigen treasury de duration te verlengen, middels derivaten. Vanzelfsprekend heeft de sponsor dan wel behoefte aan inzicht in de portefeuillesamenstelling. Dat lijkt mij de oplossing voor het probleem van de sponsor. Het lijkt me onjuist, en ook niet conform de PSW, als het bestuur van het pensioenfonds bij het vaststellen van het beleggingsbeleid de kaders laat bepalen door het IFRS probleem van de sponsor. Het pensioenfonds moet een beleid vaststellen dat het gunstigst is voor het pensioenfonds. Dat is ook mijn argument naar de CFO van Wolters Kluwer.

Ons pensioenfonds heeft een solide reputatie binnen de Wolters Kluwer gemeenschap en er is een wederzijds vertrouwen en open mind voor ieders standpunten. Dat is ook in de ontwikkelingen rond de opzet van de nieuwe pensioenregeling een belangrijke element geweest.

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008