CDA weifelt in discussie over prepensioen
Gepubliceerd op: 02 September 2004
De discussie over prepensioen en levensloop houdt de Tweede Kamer nog immer bezig, en ‘s lands grootste politieke partij lijkt er nog niet uit te zijn. Op 15 september leek er tijdens het Algemeen Overleg parlementaire steun voor een uitvoering van de levensloopregeling door pensioenfondsen te bestaan, hetgeen tegen het kabinetsplan in zou gaan.
CDA-woordvoerder Pieter Omzicht sprak zich uit ten gunste van beheer door pensioenfondsen, maar moest dit later intrekken. Dezelfde dag nog gaf het CDA een persbericht uit waarin dit als een ‘misinterpretatie’ werd afgedaan: Omtzigt had bedoeld dat pensioenfondsen die ook verzekeringsactiviteiten ontplooien de levensloopregeling binnen die afdeling zouden kunnen uitvoeren. Kortom, het CDA schaarde zich weer vierkant achter het kabinet.
Volgens Kamerlid Omtzigt was er een handige draai aan zijn woorden gegeven en dient er geen twijfel te moeten bestaan over wie er volgens het CDA de levensloopregeling moet uitvoeren: banken en verzekeraars. “Pensioenfondsen betalen geen vermogensbelasting en hebben dus een oneerlijk voordeel. Wij willen het speelveld gelijk houden en hechten waarde aan een regeling met keuzevrijheid voor het individu.
Het proefballonnetje van het kabinet met de verhoogde AOW-leeftijd van 67 dat het opliet in de Miljoenennota is onnodig, aldus Omtzigt. “Rekenen mag, maar de AOW-leeftijd van 65 is hard. Punt.” De regeringspartij neemt duidelijk afstand van de verkenningen van haar eigen kabinet.
Een week later, op 21 september, was er enige beweging zichtbaar binnen het CDA toen Maxime Verhagen pleitte voor een iets inschikkelijker overgangsregeling, vanaf 55 in plaats van 57 en met oog voor slijtende beroepen. Er gloort hoop, aldus Tweede-Kamerlid Staf Depla (PvdA). “Het CDA ziet misschien ook in dat het plan van het kabinet niet zo geweldig is.” In de aanloop naar het debat over de VUT, Prepensioen en de Levensloop (VPL) wet op 1 november hoopt Depla het CDA dan ook mee te krijgen. Het onderwerp zal ongetwijfeld ook tijdens de Algemene Beschouwingen een prominente plaats krijgen.
Printbare versie
Related articles:
|