Lage rentestand zit pensioenfondsen hoog
Gepubliceerd op: 01 Juni 2005
(Zomer 2005)
Momenteel ligt de nominale marktrente lager dan de traditionele vaste rekenrente van vier procent, aldus Watson Wyatt Nederland. Tot nog toe gebruikten pensioenfondsen deze vaste rekenrente om hun verplichtingen te berekenen, maar als het nieuwe Financiële Toetsingskader (FTK) van kracht wordt zal men zijn berekeningen op de nominale marktrente moeten gaan baseren. Gezien de lage rentestand ziet het ernaar uit dat de verplichtingen daardoor een stuk hoger uitvallen.
“De dalende nominale rekenrente heeft serieuze gevolgen voor pensioenfondsen. Als de nominale marktrente met één procent daalt stijgen de verplichtingen van een gemiddeld pensioenfonds met 15 a 20 procent,” vertelt Roland van Gaalen, partner bij Watson Wyatt in Nederland.
“In de huidige situatie kunnen pensioenfondsen hun verplichtingen met de vaste vier procent berekenen. Deze situatie is niet langer prudent. Wanneer de rentestand in het nieuwe regime onder de vier procent valt, moeten pensioenfondsen met deze lagere marktwaarde-rentestand rekenen,” aldus van Gaalen.
Voor het ABP, dat dit jaar al de overstap naar nominale marktrente als berekeningsbasis heeft gemaakt, heeft de verandering al gevolgen gehad. In het eerste kwartaal van dit jaar bleek dat de verplichtingen (3.4 miljard euro) van het ABP meer waren gestegen dan het vermogen (2.7 miljard euro).
Terwijl bijna alle pensioenfondsen op een rentestijging hopen, zeggen sommige experts eerder een verdere daling te verwachten.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft de Europese Centrale Bank (ECB) in mei aangeraden om de kortetermijnrentestand verder te verlagen met 50 basispunten – een veeg teken, aldus sommigen.
“De OESO is zich terdege bewust van de gevolgen van een lagere langetermijnrentestand op de verplichtingen,” vertelt Juan Yermo, coördinator bij de private pension unit van de OESO.
Maar volgens Yermo bestaat er geen direct onderliggend verband tussen de kortetermijnrentestand en de langetermijnrentestand. Van Gaalen is het hiermee eens, al stelt hij wel dat een verandering in de kortetermijnrentestand een minimaal effect heeft op de nominale rente.
BvdO
Printbare versie
Related articles:
|