Pensioenfonds BAT kiest ervoor om anders te zijn
Gepubliceerd op: 01 Juni 2005
(Zomer 2005)
Het Nederlandse pensioenfonds van British American Tobacco, met een beheerd vermogen van 336 miljoen euro, ziet zichzelf graag als een fonds dat anders is dan de andere omdat het eigen interne beleggingsdeskundigheid ontwikkeld heeft. Bram van den Oever maakt kennis met een bedrijf dat gebruik maakt van de diensten van een professionele beleggingscommissie en een beleggingsstrateeg in vaste dienst heeft.
Het pensioenfonds van British American Tobacco (BAT) in Nederland is anders dan andere fondsen in de categorie waartoe het behoort, in die zin dat het zich meer laat leiden door interne beleggingsdeskundigheid dan andere pensioenfondsen.
Met een totaal beheerd vermogen van 336 miljoen euro per 31 december 2004 is het Nederlandse pensioenfonds van BAT een middelgroot fonds naar Nederlandse maatstaven. Toch ziet dit pensioenfonds zichzelf als uitzonderlijk in de categorie waartoe het behoort omdat het gebruik maakt van de diensten van een eigen professionele beleggingscommissie en een professionele beleggingsstrateeg in vaste dienst heeft en daarmee een unieke positie inneemt.
“Wij maken gebruik van de diensten van een externe beleggingsadviescommissie die de raad van bestuur van het pensioenfonds adviseert. De beleggingsadviescommissie heeft drie onafhankelijke leden die allemaal werkzaam zijn in de beleggingswereld,” zegt Clemens Heijne, manager van het pensioenfonds van BAT. Deze situatie verschilt van die van andere pensioenfondsen, omdat daar in veel gevallen een lid van het management zitting heeft in de beleggingscommissie.
“Hoewel wij een middelgroot pensioenfonds zijn, hebben we toch een interne medewerker die strategische beleggingsvraagstukken beoordeelt. Deze medewerker hebben we een aantal jaren geleden in dienst genomen.”
“Dit houdt in dat wij ons beleggingsbeleid intern evalueren, wat ik als een heel belangrijk pluspunt beschouw en ik denk dat we daarmee in het voordeel zijn ten opzichte van andere pensioenfondsen van onze grootte, waar deze functie vaak vervuld wordt door directeuren van de organisatie, naast hun normale werkzaamheden. Naar onze mening is dit een functie waar speciale deskundigheid voor nodig is en dient deze derhalve aan een specialist toevertrouwd te worden,” lichtte Heijne toe.
De mensen van BAT zijn van mening dat deze uitzonderlijke positie tot uiting komt in de rendementen die het fonds behaalt. In 2004 bijvoorbeeld werd een rendement van 10,1 procent behaald, wat een relatief goede performance is voor een pensioenfonds in deze groottecategorie. Het in 2003 behaalde rendement (10,3 procent) was van hetzelfde niveau, maar 2002 (8,0 procent in het rood) was een rampjaar voor het pensioenfonds van BAT, met een rendement van –31,0 procent op de beleggingen in aandelen.
“Ik vind dat je ervan uit moet gaan dat je met belegging in aandelen te maken krijgt met goede en met slechte jaren. Dat is simpelweg een kenmerk van de aandelenmarkten en we weten allemaal dat je daar te maken hebt met een bepaalde mate van volatiliteit. Maar we hebben gelukkig nooit een probleem met onze dekkingsgraad gehad en we hebben dus nooit een herstelplan hoeven op te stellen” zegt Heijne.
De dekkingsgraad schijnt geen probleem te zijn voor het pensioenfonds van BAT. We kregen te horen dat het vermogen van het fonds ten minste overeenkomt met 130 procent van de verplichtingen. Desalniettemin is het management in hoge mate bezorgd over wat er komen gaat op het vlak van regelgeving met het nieuwe Financiële Toetsings Kader (FTK).
Volgens Heijne heeft het fonds te maken gekregen met tal van factoren die voortvloeien uit de regelgeving voor pensioenfondsen. Hij zou liever hebben dat de algemene pensioenregels dit jaar van kracht zouden worden en het FTK volgend jaar. Het fonds zou dan uit kunnen gaan van de algemene pensioenregelgeving zoals die voortvloeit uit een ALM-analyse. De toevoeging van vele variabelen brengt een behoorlijke belasting met zich mee voor het pensioenfonds.
Hoewel de dekkingsgraad nauwelijks een probleem is voor het pensioenfonds van BAT, ziet het bestuur het FTK toch als een factor die vanuit elke invalshoek zorgvuldig bekeken dient te worden.
“Voorzover het nieuwe toetsingskader betrekking heeft op het herstelplan, hoeven we ons geen zorgen te maken. Maar hoe dan ook, het FTK zal consequenties met zich meebrengen en we zullen er heel goed over moeten nadenken hoe we ons daarbij dienen op te stellen,” zegt Heijne in dit verband.
Maar het management van het fonds schijnt er toch niet zeker van te zijn of er nu al actie ondernomen moet worden of niet. Het probleem heeft te maken met het feit dat er in het kader van het FTK een bepaalde mate van duration matching vereist is. Bij lage rentestanden leidt duration matching tot lagere rendementen, maar wordt wel een deel van het risico geëlimineerd. Aan de andere kant wordt er meer risico gelopen als men af zou zien van duration matching, maar dan zijn ook de potentiële rendementen hoger.
“Een van de problemen waar je mee te maken krijgt als gevolg van het FTK is dat de rentestanden momenteel laag zijn. Dus als we zouden besluiten om de looptijd van onze obligatieportefeuille op te voeren, waarmee we ons zouden indekken tegen een deel van het risico, houdt dat in dat we een laag rendement op die portefeuille zullen krijgen. Als we kijken naar de effecten van de FTK-regels, kunnen we concluderen dat het met onze bestaande beleggingsportefeuille voor ons goed zou uitpakken als de rentestanden omhoog zouden gaan. En het is natuurlijk altijd mogelijk dat dat ook gebeurt,” verklaarde Heijne.
Een ander gevolg van het FTK is dat veel pensioenfondsen momenteel overgaan tot diversificatie van hun beleggingsportefeuille met het doel om het risico te verlagen. Het management van het pensioenfonds van BAT wil echter eerst de zaken intern op orde hebben alvorens zich bijvoorbeeld in hedgefondsen te begeven.
“We richten onze blik voorlopig nog niet op alternatieve beleggingen, zoals hedgefondsen. In de toekomst zullen we die beleggingen wel in overweging gaan nemen, maar eerst willen we ons pensioenfonds zodanig inrichten dat we duidelijk voldoen aan de regels van het FTK. Als we daarvoor eenmaal de juiste structuur bepaald en gerealiseerd hebben, zullen we gaan bekijken hoe we onze portefeuille verder kunnen optimaliseren,” aldus Heijne. Maar het is ook een mogelijkheid, zo deelde hij ons mede, dat het fonds verlenging van de duration gaat overwegen.
Gezien de beleggingsmix die 45 procent Europese staatsobligaties omvat, 10 procent onroerend goed en 35 procent aandelen, kan gezegd worden dat het fonds het beheerde vermogen verdeeld heeft op een relatief risicomijdende basis. In tegenstelling tot wat men ziet bij sommige pensioenfondsen van de middelgrote categorie, zijn bij het pensioenfonds van BAT de diverse vermogensbestanddelen verdeeld over een aantal verschillende portefeuillebeheerders in plaats van een systeem waarbij er één beheerder is met een uitgebalanceerd pakket van beleggingen.
“Het is onze benadering om zelf beslissingen te nemen over de strategische aspecten met betrekking tot het beleggingsbeleid en zo onze eigen visie te ontwikkelen. Voor de uitvoering selecteren we portefeuillebeheerders en geven hen een mandaat dat op onze visie aansluit,” legt Heijne uit.
Hoewel BAT zichzelf als een multinationale onderneming beschouwt, overweegt het centrale management niet om de diverse Europese pensioenfondsen die er binnen het concern bestaan samen te voegen. Dit sluit echter niet de mogelijkheid uit dat in de toekomst de optie om over te gaan tot poolen van vermogensbestanddelen op de agenda zal komen.
“Het is mogelijk om een overkoepelend Europees pensioenfonds op te zetten, maar dat brengt een heleboel problemen met zich mee. Het belangrijkste probleem heeft te maken met de omstandigheid dat elk land een eigen fiscaal systeem heeft en het niet makkelijk is om pensioengelden over te brengen van het ene land naar het andere. Het zou echter een heel verstandige zet kunnen zijn om de beleggingen voor de diverse beleggingsportefeuilles te poolen, waardoor je niet alleen een hoger rendement zou kunnen behalen, dan wel de kosten zou kunnen verlagen, maar waardoor je tevens op centraal niveau zicht zou kunnen krijgen op de risico’s die met de pensioenfondsen samenhangen. Omdat de verplichtingen van het pensioenfonds als gevolg van de nieuwe boekhoudkundige regels, d.w.z. de IFRS-regels, op de balans van de onderneming opgenomen zullen worden, krijgen de rendementen van de diverse pensioenfondsen een directe impact op de balans,” licht Heijne toe.
De op de Nederlandse pensioenfondsen van toepassing zijnde wet- en regelgeving is uniek. “Binnen het concern hebben we weinig contacten met onze andere Europese pensioenfondsen op het vlak van vermogensbeheer. Van de andere kant hebben we goede contacten met pensioenfondsen in Nederland.” Heijne voegt hieraan toe dat het delen van kennis met vergelijkbare pensioenfondsen in het verleden heel nuttig gebleken is en dat dit in de toekomst voortgezet zal worden.
Voor een reeds lang bestaande onderneming met een tamelijk oud pensioenfonds kan de structuur van het bestand van deelnemers gekwalificeerd worden als ’relatief jong’, met 537 gepensioneerden en in totaal 2.643 deelnemers, d.w.z. een pensioneringsratio van minder dan 20 procent. Dit heeft overigens niets te maken met de rookgewoontes van de werknemers, deelt men ons in dit verband mede.
“Het aantal gepensioneerden is relatief klein. BAT in zijn huidige vorm is ontstaan als gevolg van een aantal fusies in het verleden met Laurens, Turmac en Rothmans. Bij elk van die fusies werden de actieve deelnemers opgenomen in ons pensioenfonds en voor de slapende deelnemers en de gepensioneerden werd voor dekking gezorgd,” legt Heijne uit.
|