Ambtenaren investeren in ezels
Gepubliceerd op: 01 Juni 2005
(Zomer 2005)
Het ABP heeft dit jaar in microkredieten geïnvesteerd – het jaar dat de VN heeft uitgeroepen als het ‘international year of microcredit’. Velen denken dat het een investering in deze beleggingscategorie niet altijd even logisch is. Bram van den Oever bekijkt de voordelen en de risico’s.
Dat het ABP een veelzijdig fonds is qua investeringen dat wist men al, maar nu kan zelfs de allerarmste mens in Afrika genieten van de pensioengelden van Nederlandse ambtenaren. ABP heeft dit mogelijk gemaakt door vijf miljoen euro in microkredieten te investeren. Het ABP ziet microkredieten als een potentiële groeimarkt.
Vijf miljoen euro op een totaalkapitaal van rond de 170 miljard euro lijkt minder dan een muggenscheet. Maar al mag het dan in het Nederlandse pensioenstelsel om een microbedrag gaan, voor degenen voor wie het fonds bedoelt is, is een klein gedeelte van deze vijf miljoen al meer dan genoeg. Voor vijf miljoen euro kunnen in Botswana 125.000 boeren een ezel kopen.
De Verenigde Naties hebben 2005 uitgeroepen tot het jaar van de microkredieten. Microkredieten geven entrepreneurs in ontwikkelingslanden toegang tot reguliere financiële dienstverlening.
Wat zijn Microkredieten
“Microfinanciering verschaft kwalitatief hoogwaardige, duurzame, vraaggedreven financiële en business-ontwikkelingsdiensten aan de armen. Microfinanciering wordt hoe langer hoe meer beschouwd als ‘werken aan een compleet systeem van financiële dienstverlening voor de armen’. Diensten die in dit systeem thuishoren zijn bijvoorbeeld spaarregelingen, leningen, leasing, ondernemingsadvies en open-eind beleggingsfondsen,” vertelde Eric Chinje, specialist in microfinanciering bij de African Development Bank in Tunesië.
Microkredieten vormen een onderdeel van microfinancieringen, en behelzen een verscheidenheid aan leningen. Microkredietinvesteringen zijn investeringen in fondsen van banken die op hun beurt in microfinancieringsinstellingen (MIFI’s) investeren. Deze instellingen zijn vaak in ontwikkelingslanden zelf gevestigd. Voorbeelden zijn de Akida Commercial Bank in Tanzania en de Bhartiya Samruddhi Finance in India, maar ook de KMB Bank in Rusland biedt microkredieten aan.
Omdat mensen in ontwikkelingslanden doorgaans geen onderpand kunnen geven wordt een lening door een MIFI vaak aan een groep verleend (sociaal onderpand). Wanneer een individu uit de groep zijn of haar lening niet terugbetaalt wordt aan de gehele groep geen lening meer verstrekt.
Het ABP schat het minimumbedrag van microkredietleningen op ongeveer 35 euro terwijl de African Development Bank vertelt dat er zelfs leningen van 20 euro bestaan. Volgens het ABP bedraagt een lening aan een groep maximaal ongeveer 700 euro.
“Met een lening van soms maar 50 dollar kan iemand in bijvoorbeeld Afrika of Azië zijn productie en daarmee dus ook zijn inkomen verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Microkrediet is een belangrijk middel om mensen te helpen op hun weg naar economische zelfstandigheid,” aldus Marilou van Golstein-Brouwers, directeur internationale fondsen bij de Triodos Bank.
“Microkrediet wordt gezien als een effectieve manier om armoede te bestrijden. Daarom is 2005 door de VN uitgeroepen tot het jaar van het microkrediet, en wordt dit jaar wereldwijd aandacht gevraagd voor dit type leningen. Daarmee worden dus ook financiële instellingen opgeroepen om een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de Millenniumdoelstellingen, waarin armoedebestrijding centraal staat,” vertelt Thomas Steiner, hoofd communicatie bij de Triodos Bank.
Waarom Microkredieten
Dat microkredieten de armen helpen is ontegenzeggelijk een feit. Maar de vraag is waarom een pensioenfonds zoals het ABP in deze beleggingscategorie zou moeten investeren.
“Ons microkredietfonds maakt in Nederland gebruik van een fiscale vrijstelling voor particuliere beleggers, hetgeen een fiscale stimulans van 2,5 procent oplevert. Dit geldt niet voor institutionele beleggers, wat het dus qua fiscaliteit voor deze beleggers een stuk minder aantrekkelijk maakt,” zegt Steiner.
Hoewel de investering voor institutionele beleggers fiscaal minder interessant is, is het anderzijds wel zo dat het rendement van het microkrediet beter is dan dat van commerciële banken in veel ontwikkelingslanden (zie figuur 1). Volgens de Triodos Bank ligt het rendement van hun fonds rond de drie à vier procent.
“De reden dat een pensioenfonds als ABP voor deze belegging kiest heeft een sterk maatschappelijk aspect. Microkredieten helpen mensen in derdewereldlanden om zelf een menswaardig bestaan op te bouwen. Zij krijgen daardoor weer toekomstperspectief. Verstrekking van microkredieten draagt bij aan de stimulering van ondernemerschap, de economie en de welvaart in ontwikkelingslanden,” aldus Huub Hamers, fondsmanager structured finance fund ABP Vermogensbeheer.
“Er wordt tegenwoordig veel gesproken over het Global Reporting Initiative (GRI), waarbij financiële instellingen rapporteren over hun bijdragen aan sociale en milieu doelstellingen. Beleggen in microkredieten kan dan een hele belangrijke bijdrage zijn,” verklaart Steiner.
Hij vertelt npn verder dat microkredieten stabiel zijn over een conjunctuurcyclus wat voor een pensioenfonds zeker aantrekkelijk kan zijn. Een ander aantrekkelijk voordeel van microkredieten is de beleggingscategorie waarin ze kunnen worden geclassificeerd.
“Microkredieten zijn bij ABP gerangschikt in de beleggingscategorie van gestructureerde, illiquide vastrentende beleggingen,” volgens Hamers.
Daarnaast ziet het ABP de markt van microkredieten als een potentiële groeimarkt. Door deze investering hoopt men op dit gebied ervaring op te doen, aldus Hamers.
Het risico van Microkredieten
Vanwege het karakter van microkredieten wordt vaak gevraagd naar de mogelijke risico’s die met dit soort leningen gepaard gaan. Over het algemeen valt het risico van microkredieten mee.
“Het grappige is dat onze staat van dienst na tien jaar investeren in microinstellingen geen hogere uitval laat zien dan traditionele beleggingen hier in het Westen,” aldus Steiner.
Chinje maakte echter duidelijk dat de risico’s per land en MIFI verschillend kunnen zijn. Factoren zoals marktmogelijkheden en legale structuur van het land in kwestie spelen allemaal een rol.
“Het risico van wanbetaling/wanprestatie achten wij gering. Ons vertrouwen is enerzijds gebaseerd op de kwaliteiten, ervaring en het daarop gebaseerde beleid van de manager van het fonds waarin het ABP heeft belegd. Anderzijds blijkt dat wanbetaling zich in het verleden zelden of nooit heeft voorgedaan,” aldus Hamers.
Volgens Hamers biedt het sociale onderpand een uitstekende waarborg tegen wanbetaling. Ook de Nederlandsche Bank ziet geen uitzonderlijke gevaren in microkredieten, hetgeen blijkt uit de classificatie in de bovengenoemde beleggingscategorie.
Niettemin is het ten aanzien van de risico’s niet allemaal rozengeur en maneschijn. Wanneer men overweegt om in microkredieten te investeren is het zaak voorzichtig om te springen met valutarisico’s die in bepaalde fondsen een rol kunnen spelen.
“We maken de kanttekening dat de valutarisico’s in bijvoorbeeld ons fair share fund natuurlijk groot kunnen zijn. Het is heel lastig om zo’n valutarisico af te dekken, dus proberen we de financieringen zo veel mogelijk in dollars te verstrekken. Maar in sommige landen kan dat gewoon niet. In die landen hebben we dus wel degelijk met niet afgedekte risico’s te maken,” aldus Steiner.
DE ACLEDA BANK IN CAMBODJA
Acleda begon als NGO in 1993. Het doel was het ontwikkelen van micro en kleine ondernemingen door hen te helpen op het gebied van kredietverlening en andere ondersteuning.
In 1998 werd Acleda formeel een bank. Het kostte drie jaar om de transformatie te voltooien, omdat de wetgeving in Cambodja een snellere omschakeling niet toeliet. Eind 2000 werd de omschakeling gedeeltelijk voltooid en kreeg Acleda een beperkte banklicentie.
2003 liet een verviervoudiging van het kapitaal zien en de bank heeft in dit jaar een volledige banklicentie gekregen. Eind 2004 had de bank een leningenportefeuille van ruim 58.8 miljoen dollar en bijna 118.000 klanten (waarvan 65 procent vrouwen).
|