Levensloop: aanbieders in de startblokken
Gepubliceerd op: 01 September 2005
(Herfst 2005)
Minister van Sociale Zaken Aart Jan De Geus heeft hoge verwachtingen van de levensloopregeling. Wat vinden verzekeraars en pensioenfondsen? En met wat voor producten komen ze op de markt? Door Maaike Veen.
Minister De Geus verwacht een bescheiden start als de nieuwe levensloopregeling op 1 januari 2006 ingaat. “Maar er is geen twijfel mogelijk dat over tien jaar de levensloopregeling een stevig onderdeel van ons sociale zekerheidsstelsel zal zijn,” aldus de bewindsman. De levensloopregeling om te sparen voor verlof of een vervroegd pensioen zal volgens de minister het spaarloon – waarmee werknemers belastingvrij geld opzij kunnen zetten - verdringen. Alle reden dus voor pensioenfondsen en verzekeraars om met een serieus product op de markt te komen.
Er zijn volgens een onderzoek van Nationale-Nederlanden ongeveer acht miljoen werknemers die potentieel in aanmerking komen voor de levensloopregeling. Daarvan zullen er naar verwachting twee miljoen meedoen aan het verlofsparen. “Wij schatten dat de gemiddelde werknemer ongeveer duizend euro per jaar spaart, dus dan praat je over een totale marktgrootte van twee miljard euro,” rekent Joost Heideman voor. Hij is directeur marktmanagement van Nationale-Nederlanden, één van de belangrijkste aanbieders in Nederland van pensioenen en verzekeringen.
“De eerste geluiden vanuit de markt zijn heel positief,” zegt Raymond van Es, marketingdirecteur van Aegon Nederland. “De interesse van werkgevers wordt zeker ook ingegeven door het feit dat de premies voor het prepensioen per 1 januari niet meer fiscaal aftrekbaar zijn.Zij kijken of de levensloopregeling een goed alternatief kan bieden.”
Werknemers boven de 45 zien levensloop als aanvulling op het prepensioen, terwijl jongere werknemers de regeling ook zien als een mogelijkheid voor tussentijds verlof, zegt Simon van Driel, directievoorzitter van Loyalis, dochteronderneming van ABP die de verlofregeling gaat aanbieden.
De Geus verwacht dat het aantal mensen dat de levensloopregeling zal gebruiken om voor hun 65e te stoppen met werken, geleidelijk zal afnemen. Hij denkt dat mensen vaker tijdens hun loopbaan een pauze zullen nemen, om bijvoorbeeld te studeren of een lange reis te maken. “Daarmee wordt de levensloopregeling een noodzakelijk instrument om mensen zo lang mogelijk aan het werk te houden,” aldus de minister, omdat door verlof bijvoorbeeld een burn-out voorkomen kan worden. Een 25-jarige werknemer die per maand 2000 euro bruto verdient kan na vijf jaar sparen van maandelijks 100 euro ruim drie maanden met verlof met behoud van salaris.
“Levensloop biedt een mooie kans om te sparen voor verlof naast de bestaande pensioenregeling,” vindt ook Cor Brockhoven van pensioenfonds PGGM. Naar zijn mening past de regeling in de flexibilisering van pensioenen, zoals PGGM die ook al nastreeft door meer keuzes in de pensioenregeling te introduceren. Uit marktonderzoek dat Aegon heeft laten doen, blijkt dat 20 procent tot 30 procent van de werknemers zullen meedoen aan de nieuwe regeling. Op termijn denkt het ABP dat 40 procent van de werknemers meedoet.
De levensloopregeling wordt dan ook gezien als een goede aanvulling op het arbeidsvoorwaardenpakket. Veel grote bedrijven denken na over hun arbeidsvoorwaarden en zijn daarom enthousiast over de nieuwe mogelijkheden voor verlofsparen, zegt Van Es. Werkgevers kunnen ook meebetalen aan de levensloopregeling. Het kan voor hen een goed instrument zijn om invulling te geven aan een modern personeelsbeleid waarin ernaar gestreefd wordt om mensen langer aan het werk te houden.
Per sector kunnen werkgevers en werknemers hierover in de CAO-onderhandelingen concrete afspraken maken. Zo bereikten sociale partners binnen overheid en onderwijs onlangs een akkoord op hoofdlijnen waarin de pensioendatum wordt verhoogd en individuele keuzemogelijkheden worden vergroot om de pensioenen betaalbaar te houden. In dit akkoord werd ook afgespoken dat werkgevers 0.8 procent van het brutojaarsalaris kunnen bijdragen aan levensloopsparen. In 20 van de 64 recent afgesloten CAO’s hebben onderhandelaars een akkoord over levensloop bereikt. Bij negentien andere studeren de bonden en de werkgevers nog op de regeling, aldus minister De Geus.
Aanbieders als Aegon, Nationale-Nederlanden en de pensioenfondsen denken een goede marktpositie te kunnen opbouwen omdat de meeste mensen de levensloopregeling willen inzetten om eerder te stoppen met werken. “Deze mensen zoeken duidelijk een koppeling met hun pensioen en wij kunnen als pensioenaanbieder die koppeling en één loket voor alle regelingen aanbieden. Dat hebben werkgevers en werknemers het liefst.” Aegon kan zowel de pensioensituatie als de levensloopsituatie in één keer voor de werknemer in beeld brengen. “Wij kunnen laten zien wanneer mensen kunnen stoppen met werken,” zegt de marketingdirecteur van Aegon.
“Werknemers hebben heel veel individuele potjes: pensioen via werkgever, vrijwillig pensioen, lijfrente, levensloop. Dat kan bij allemaal verschillende aanbieders, maar wij kunnen een overzicht geven van alle verschillende regelingen,” zegt ook de marktmanager van Nationale-Nederlanden. En de pensioenfondsen zeggen hetzelfde.
Een belangrijk verkoopargument voor Aegon is dat de levensloop heel goed past in de pensioenregeling. De verzekeraar richt zich in eerste instantie ook op de werkgevers met zijn levensloopproducten die in september al werden gelanceerd. Werknemers hebben overigens zelf de keuze bij wie ze een levensloopregeling willen afsluiten, ongeacht welke regeling zij via hun werkgever krijgen aangeboden. Volgens marktonderzoeker Intromart kiest 58 procent van de werknemers ervoor om de levensloop via hun werkgever te regelen.
Nationale-Nederlanden kiest ook voor de werkgever in zijn marktbenadering. “Wij helpen de werkgever om de regeling zo helder mogelijk voor werknemers uit te leggen,” zegt Heideman. “Als de werkgever met een advies komt, dan komt dat betrouwbaar over. Als het gaat om pensioenen dan is het heel natuurlijk voor mensen om dat via de werkgever te regelen.” Dat constateert ook Loyalis-directeur Van Driel. Veel werknemers in het onderwijs en bij de overheid zien het ABP als de ‘natuurlijke aanbieder’ van de levensloopregeling. Nationale-Nederlanden zal via radio commercials wel rechtstreeks zijn levensloopproducten bij de mensen onder de aandacht brengen, maar plant geen nationale campagnes. De overheid organiseert al een grote voorlichtingscampagne. Aegon kiest voor eenzelfde tweetrapsraket. Eerst mikt het bedrijf op de werkgevers en de intermediairs en in een later stadium op de particuliere markt om zijn naam als een ‘sterke speler’ op het terrein van de levensloopregeling kracht bij te zetten.
Voor pensioenfondsen als PGGM en ABP, die beiden via een dochteronderneming de levensloopregeling aanbieden, geldt hetzelfde. Zij richten zich ook primair op de werkgever. “Het is pensioenfondsen wettelijk ook niet toegestaan om rechtstreeks klanten door te verwijzen naar hun dochter,” zegt Cor Brockhoven, stafdirecteur corporate communicatie bij PGGM. Pensioenfondsen moeten scherp letten op de scheidslijn tussen pensioenfonds en hun levensloopdochter omdat verzekeraars bang zijn voor oneerlijke concurrentie.
Roadshows voor intermediairs, voorlichtingsbijeenkomsten voor werknemers in de bedrijfskantine, informatie in bedrijfsbladen, speciale websites zoals de levensloopportal van Nationale-Nederlanden, uitgebreide toolkits op de bedrijvenwebsites, nieuwsbrieven, alle middelen worden ingezet om de werkgevers te informeren. Werknemers kunnen met behulp van rekenmodules op de websites van de aanbieders uitrekenen wat het kost om eerder te stoppen met werken, wat verlof tussendoor zou kosten, of wat een vast spaarbedrag per maand aan verlof oplevert.
Voor werkgevers betekent de nieuwe levensloopregeling ook een enorme extra administratieve last. Zo mag een werknemer niet tegelijkertijd meedoen aan de spaarloon- en de levensloopregeling, maar kan per jaar zijn keuze wijzigen. Niet meer dan 15 procent van het brutojaarsalaris mag gespaard worden en het saldo van de levensloopregeling mag nooit meer dan 210 procent zijn van het jaarsalaris. De werkgever heeft de wettelijke plicht om dit allemaal te controleren. Aanbieders zijn dan ook druk bezig om software te ontwikkelen voor werkgevers om de levensloopregeling eenvoudig te koppelen aan de salarisadministratie. Het eenvoudig toegankelijk maken van de gegevens is één van de taken die verzekeraars en pensioenfondsen zichzelf hebben gesteld.
De levensloopregeling is in wezen een eenvoudig spaarpotje. Deelnemers sparen voor verlof. Verzekeraars en pensioenfondsen bieden veelal een spaar- en een beleggingsproduct. Zo heeft Loyalis twee levensloopproducten. Bij Levensloop Zeker krijgt de klant een minimaal gegarandeerd rendement. Op basis van de huidige marktomstandigheden start Loyalis met een minimaal gegarandeerd rendement van 4,25 procent bruto voor het eerste jaar. Een extra behaald rendement komt daar bovenop. Volgens ABP-directeur vermogensbeheer is deze spaarvorm vooral geschikt als er minder dan acht jaar gespaard wordt voor opname van verlof. Voor langere looptijden is Levensloop Rendement een betere keuze, aldus Loyalis. De deelnemer ontvangt een hoog verwacht rendement. Bij looptijden vanaf acht jaar kan dat variëren van 5,75 tot 7 procent bruto per jaar. De klant krijgt de garantie dat op de einddatum minimaal de ingelegde premies worden terugbetaald. Gedurende de looptijd wordt de beleggingsportefeuille automatisch aangepast en verdeeld over aandelen, obligaties en deposito’s. Naarmate de einddatum dichterbij komt neemt het risico in de portefeuille af en vermindert het belegd vermogen in aandelen.
Careon, de dochteronderneming van PGGM die de levensloopregeling gaat aanbieden, komt ook met een spaar- en beleggingsproduct. René van der Kieft van Careon Levensloop verwacht een inleg van 4-5 procent per jaar van het salaris per deelnemer. Daarmee zou het belegd vermogen oplopen tot 80 miljoen euro in het eerste en tot gemiddeld 1,9 miljard euro na zeven jaar. Careon acht het haalbaar een marktaandeel te halen van 45 procent binnen de sector zorg en welzijn waarin 1,1 miljoen mensen werkzaam zijn. ABP’s Loyalis verwacht eind 2006 naar schatting 75.000 polissen te hebben afgesloten. Op termijn denkt de aanbieder 200.000 polissen te kunnen afsluiten waarmee het een marktaandeel van 50 procent zou behalen. Aegon komt ook met een bancair product, een combinatie van een spaar- en beleggingsrekening. De rente is volgens Van Es vergelijkbaar met die op een internetspaarrekening. Van Es spreekt over ‘lifecycle beleggen’. De deelnemer geeft aan wanneer en hoelang hij verlof wil hebben en de beleggingsstrategie wordt daar op aangepast. De klant kan ook in zijn risicoprofiel aangeven of hij risico-avers dan wel risicobereid is. Gedurende de looptijd neemt het risico af en wordt het aandelenbelang afgebouwd naar nul. “Dat past in een prudente manier van beleggen,” vindt Van Es. Daarnaast geldt een minimuminleggarantie. De deelnemer kan zelf kiezen hoe zijn spaargeld wordt belegd door een keuze te maken uit een verzameling van Aegon-beleggingsfondsen.
Levensloop uitgelegd
- Met de levensloopregeling die 1 januari ingaat kunnen alle werknemers vrijwillig geld sparen voor elke vorm van onbetaald verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, verlof voor stervensbegeleiding, ouderschaps- of studieverlof. Werknemers kunnen de spaarregeling ook inzetten om eerder met pensioen te gaan.
- De werknemer mag jaarlijks maximaal 12 procent van zijn bruto salaris sparen voor verlof. Het totale spaartegoed mag maximaal 210 procent van het bruto jaarsalaris zijn.
- Iedereen heeft het wettelijk recht om deel te nemen aan de levensloopregeling en het staat iedereen vrij zelf een aanbieder te kiezen.
- De werknemer heeft geen wettelijk recht op het opnemen van het verlof. Dat kan alleen met toestemming van de werkgever. Dit geldt niet voorverlofvormen waar werknemers volgens de wet recht op hebben, zoals het ouderschapsverlof.
- Over de inleg die door de werkgever van het bruto loon wordt ingehouden betaalt de werknemer geen belasting en geen vermogensrendementsheffing. Bij opname van het spaartegoed moet wel belasting worden betaald, maar werknemers krijgen per gespaard jaar een belastingkorting van 183 euro.
- De werknemer betaalt over de inleg wel premies voor werknemersverzekeringen. Sparen met de levensloopregeling heeft zo geen gevolgenvoor de hoogte en duur van een eventuele WW- of WAO-uitkering.
- Werknemers kunnen niet tegelijkertijd meedoen aan de spaar- en levensloopregeling. De werknemer moet jaarlijks kiezen voor welke regeling ze sparen.
Printbare versie
Related articles:
|