Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Vragenuurtje Sociale Zaken

Gepubliceerd op:  01 December 2005 (Winter 2005)

npn vroeg haar lezers vragen samen te stellen voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Nederlandsche Bank (DNB). De vragen en antwoorden presenteren wij hieronder.

npn: Hoe kijken SZW aan tegen het feit dat er niet 1 gedragslijn PFG komt voor: beroepspensioenfondsen, OPF’en/Bpf’en en verzekerde regelingen. Is hiermee de deelnemer gebaat en vormt het drieluik PFG een voldoende antwoord op de vragen uit de maatschappij over de pensioensector?

SZW: Dit is een voorbarige conclusie. Alle betrokken partijen zijn zich nog over beraden over de conceptcode die aan de achterbannen is voorgelegd. Na dat achterbanberaad zijn de nodige aanpassingen op de concepttekst gepleegd en wordt nogmaals met de achterbannen gesproken. Partijen zijn zich bewust van de wenselijkheid van een pfg-code die op een breed maatschappelijk draagvlak kan rekenen. Indien onverhoopt mocht blijken dat dit niet haalbaar is, is het aan de minister van SZW om zijn standpunt te bepalen en een koers uit te zetten.

npn: Hoeveel belang hecht u aan solidariteit tussen jongeren en ouderen binnen pensioenfondsen? En waarom?

SZW: Collectieve pensioenregelingen dragen door hun aard en functie zorg voor solidariteit, niet alleen tussen jong en oud, maar ook tussen gezond en ziek, man en vrouw, slaper of actieven. Studies hebben uitgewezen dat het juist het karakter van pensioenfondsen, met hun lange beleggingshorizon is, dat bijdraagt aan voordelen. Het leidt zowel voor de samenleving als totaal als voor de verschillende individuen tot betere rendementen. Deze resultaten zijn met individuele regelingen niet te bereiken. Deze collectiviteiten hebben er voor gezorgd dat Nederland, met het opgebouwde pensioenkapitaal, beter is opgewassen tegen de gevolgen van de vergrijzing dan het merendeel van de andere landen. Ook voor de toekomst is het in ieders belang dat dergelijke collectieven, inclusief de daarin opgenomen solidariteitselementen, blijven bestaan.

npn: Draagt de levensloopregeling nu echt bij aan sociale stabiliteit in Nederland of hebben we hiermee een monstrum geschapen.

SZW: De levensloopregeling geeft de werknemer de gelegenheid om fiscaal gefacilieerd te sparen voor verlof. Dit kan zijn voor ouderschapsverlof, voor studieverlof, voor een sabbatical of om uiteindelijk toch eerder te stoppen met werken. De mogelijkheid om er tussentijds een tijdje uit te kunnen zal er naar verwachting aan bijdragen dat mensen in staat zijn langer door te werken.

Heeft men gespaard, maar heeft men bij nader inzien geen behoefte gehad aan tussentijds verlof, of heeft een werknemer van meet af aan de gedachte gehad te sparen om eerder te kunnen stoppen met werken, dan is het voordeel van de levensloopregeling dat de kosten van een dergelijke keuze niet op anderen kunnen worden afgewenteld. Dit alles zal bijdragen aan de sociale stabiliteit.

npn: Is een gecombineerd toezicht, met een aanspreekpunt, niet beter dan het nu over de DNB, SZW en de AFM verdeelde en gespreide toezicht op pensioenfondsen en pensioenregelingen?

SZW: Er is op dit moment geen sprake van toezicht dat gespreid zou zijn over DNB, SZW en AFM. DNB is de enige toezichthouder die toezicht houdt op de uitvoering van pensioenregelingen. SZW kijkt vervolgens naar het functioneren van het pensioentoezicht.

In de Pensioenwet wordt voorgesteld om het toezicht op informatieverstrekking te gaan beleggen bij de AFM, vanwege de specifieke deskundigheid van de AFM op dit terrein. Achterliggende gedachte is daarbij is dat daardoor dit specifieke toezicht beter uit de verf zou komen. Dat is in het belang van pensioendeelnemers. De parlementaire discussie zal hierover echter nog moeten worden gevoerd.

npn: Waarom is de hersteltermijn van pensioenfondsen gesteld wordt op 1 jaar, terwijl de volatiliteit van de dekkingsgraad sterk toeneemt door de waardering van de VPV op marktwaarde? Veel beter zou een hersteltermijn van 3 tot 5 jaar zijn. Herstel uit premie kan maar beperkt plaatsvinden, dus zullen sponsoren gaan nadenken over meer DC-achtige systemen waarbij het risico bij de individuele deelnemer komt te liggen.

SZW: Voorts kan†bij voorwaardelijke toeslagverlening als sprake is van een lage dekkingsgraad, meestal geen toeslagen verleend worden en treden er problemen op bij waardeoverdracht. Ten tweede kan de eis van het maken van een kortetermijnherstelplan met een termijn van één jaar, bezien vanuit een evenwichtssituatie, voor pensioenfondsen werken als een prikkel om weg te blijven van onderdekking. Als sluitstuk kan de toezichthouder in individuele gevallen maatwerk toepassen. Door in een evenwichtssituatie voldoende buffers aan te houden kunnen fondsen premievolatiliteit vermijden, zodat het risico voor de sponsor beperkt is.

npn: In de concept-Pensioenwet wordt de pensioenuitvoerder verplicht om bij beschikbare premieregelingen met beleggingsvrijheid ten minste een keer per jaar te onderzoeken of de beleggingen van iedere deelnemer passen binnen de gestelde grenzen ten aanzien van de spreiding van de beleggingen in relatie tot de duur van de periode tot aan de pensioendatum. Hierbij moet het beleggingsrisico kleiner worden naarmate de pensioendatum nadert. Indien nodig moet de pensioenuitvoerder de beleggingen aanpassen en moet hij de deelnemer hierover informeren. De WFD gaat uit van de situatie waarin een aanbieder van financiële diensten er voor kan kiezen om advies in de zin van de wet te geven of dit niet te doen. Als hij advies geeft, moet hij aan allerlei voorwaarden voldoen, zoals het maken en bijhouden van een klantprofiel. Hoe verhoudt zich nu de verplichting uit de PW tot de keuzemogelijkheid in de WFD?

SZW: Pensioen is achtergesteld loon. Doel van de Pensioenwet is het beschermen van de aanspraak- en pensioengerechtigden en te borgen dat de pensioenen ook daadwerkelijk worden uitbetaald. Met artikel 5:1:12 wordt gerefereerd aan de toetsversie van het conceptwetsvoorstel van de Pensioenwet.

Voor beschikbare premieregelingen met beleggingsvrijheid is in de Pensioenwet een zorgplicht opgenomen voor de pensioenuitvoerder. Deze zorgplicht houdt in dat de pensioenuitvoerder jaarlijks toetst of de beleggingen nog passen binnen de gestelde grenzen ten aanzien van de spreiding van de beleggingen en van de duur van de periode tot de pensioendatum. Het principe hierbij is dat naarmate de duur tot de pensioendatum afneemt, de beleggingen minder risicovol dienen te zijn. Indien de pensioenuitvoerder constateert dat de beleggingen afwijken van deze grenzen treedt hij corrigerend op. Hierover informeert de pensioenuitvoerder de deelnemer.

In de Pensioenwet is niet vereist dat de pensioenuitvoerder een advies moet opstellen voor de aanspraak- of pensioengerechtigden. De Pensioenwet regelt dat de pensioenuitvoerder zelf handelend moet optreden en daarover de aanspraak- en pensioengerechtigden in kennis stelt. Er is dus geen sprake van advisering.

De Wfd is gericht op bescherming van de consument in een financiële markt. De Wfd is gericht op individuele consumenten die een financieel product (willen) kopen of hebben gekocht. In de Wfd is geregeld waaraan het advies moet voldoen. De Wfd bepaalt niet dat de financiële onderneming zelf corrigerend optreedt ten aanzien van een beleggingsportefeuille. De mate van risico in de beleggingen is en blijft een keuze van de consument. En daarin onderscheid zich de Pensioenwet, die zich louter op werknemers richt en de Wfd, die zich op consumenten richt, van elkaar.

Verder wordt opgemerkt: De Wft regelt, voorzover het gaat om onderbrenging door een werkgever bij een verzekeraar, informatieverstrekking tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer. Op grond van het wetsvoorstel voor de Pensioenwet is de werkgever altijd de verzekeringnemer (C-polissen zullen niet meer mogelijk zijn).

De Pensioenwet regelt informatieverstrekking tussen de verzekeraar en de begunstigde van een verzekering, de deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde. Deze informatievoorschriften richting de deelnemer c.s. zijn voor verzekeraars hetzelfde als voor pensioenfondsen.

Ook werd de pensioenindustrie gevraagd of ze vragen aan de Nederlandsche Bank (DNB) hadden. Deze waren er volop. Ze werden vervolgens dan ook naar de DNB gestuurd. De DNB kwam echter terug met het antwoord dat zij de vragen niet konden beantwoorden.

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• AP Pension braves African private equity
• Deficient European DC can learn from Australian success
• ING reaps rewards of Romanian reform
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Fevered fund houses seek Teutonic cure
• Santander am waits for new golden years
• Selecting the right product
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008