Verbetering fiscale klimaat Nederlandse beleggings-fondsen in 2006?
Gepubliceerd op: 01 December 2005
(Winter 2005)
|
|
Pascal Borsj;, Advocaat en Belastingadviseur, Clifford Chance LLP, Amsterdam
|
Door te beleggen via beleggingsfondsen profiteert de belegger van risicospreiding en kostenvoordelen. Uitgangspunt bij de fiscale behandeling van beleggingen zou moeten zijn dat beleggers die indirect investeren door te participeren in beleggingsfondsen, fiscaal niet achtergesteld mogen worden bij beleggers die direct investeren in de onderliggende activa.
Nederlandse beleggingsfondsen
In Nederland hebben beleggingsfondsen meestal de vorm van een van de volgende drie varianten:
- Een naamloze of besloten vennootschap die in het kader van de vennootschapsbelasting de status van fiscale beleggingsinstelling (‘fbi’) kan verkrijgen met een 0 procent tarief. Om belastingvrij oppotten binnen de vennootschap te verhinderen heeft de wetgever de eis gesteld dat de jaarlijkse winst in beginsel geheel door moet worden gegeven aan de participanten in de fbi (uitdelingsverplichting) waarbij over deze uitdeling Nederlandse dividendbelasting moet worden ingehouden. De directie van de fbi kan optreden als fondsmanager. De fbi kent als nadeel dat op de inbreng van kapitaal in een Nederlandse nv of bv, en dus ook in een fbi, 0,55 procent kapitaalsbelasting is verschuldigd. In de praktijk blijken veel Nederlandse beleggingsfondsen daarom niet voor een fbi vorm te kiezen. Staatssecretaris Wijn heeft mede ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de fbi in zijn Belastingplan 2006 vastgelegd dat de kapitaalsbelasting per 1 januari 2006 zal worden afgeschaft.
- Een commanditaire vennootschap waarin de participanten deelnemen als commanditaire vennoot terwijl de beherend vennoot als fondsmanager optreedt. De cv zal om fiscale redenen worden vormgegeven als een besloten cv. In de belastingwetgeving is de besloten cv transparant (de fiscus kijkt er doorheen) en daarmee niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Om de besloten status te verkrijgen dient de cv aan het zogeheten toestemmingsvereiste te voldoen: toekenning en overdracht van participaties in de cv is slechts toegestaan met toestemming van alle vennoten in de cv.
- Een fonds voor gemene rekening (‘fgr’), contractueel vormgegeven, waarbij meestal een stichting als bewaarder van het fondsvermogen optreedt voor rekening en risico van de participanten. Een fgr is in beginsel een fiscaalrechtelijk erkende entiteit en als zodanig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In een besloten vorm is een fgr, net als de cv, fiscaal transparant. Het toestemmingsvereiste voor een besloten fgr is beperkter dan bij de cv: er dient slechts toestemming te worden gegeven door de overige participanten bij de overdracht en niet voor het uitreiken van de participaties aan een nieuwe participant.
Voor een beleggingsfonds met een groot aantal investeerders ligt de variant van een besloten cv of besloten fgr minder voor de hand aangezien het toestemmingsvereiste grote beperkingen oplegt aan de verhandelbaarheid van de participaties en dus consequenties heeft voor de liquiditeit van de participanten. Hiermee is de fgr ook internationaal voor de commerciële fondsaanbieder onaantrekkelijk. In voorkomende gevallen kennen vergelijkbare internationale beleggingsvehikels slechts de eis van een maximum aantal participanten.
Een verbetering van de fbi
Beleggers die direct investeren kunnen bronbelasting ingehouden op interest- en dividendinkomsten in beginsel verrekenen met de eigen inkomsten- of vennootschapsbelastingplicht in hun woonland mits een toepasselijk belastingverdrag of nationaalrechtelijke regeling, zoals in Nederland, in verrekening voorziet. De fbi heeft echter onder het 0 procent vennootschapsbelastingtarief geen basis om bronbelasting te verrekenen. Om fiscale neutraliteit te bereiken is er voor de fbi een speciale regeling waarbij de ingehouden bronbelasting aan de fbi wordt teruggegeven. De teruggave van buitenlandse bronbelasting vindt in beginsel alleen plaats voor zover de participaties in de fbi worden gehouden door Nederlandse individuen of door lichamen die in Nederland vennootschapsbelastingplichtig zijn. Een fbi met buitenlandse participanten verkrijgt geen verrekening van buitenlandse bronheffing, maar de dividendinkomsten worden bij dooruitdeling aan de participanten nog een keer getroffen door Nederlandse dividendbelasting. Dit doorbreekt de gewenste neutraliteit voor participanten die bij direct investeren in de onderliggende activa niet met Nederlandse dividendbelasting worden geconfronteerd. De Staatssecretaris overweegt in het kader van de rentefondsen de dividendbelasting achterwege te laten. Op grond van een zelfde overweging zou de wetgever de fbi aan kunnen passen waarbij de heffing van Nederlandse dividendbelasting wordt beperkt tot de dividendbelasting die verschuldigd zou zijn op inkomsten afkomstig uit Nederlandse dividenden, dan wel buitenlandse dividenden waarover verrekening van buitenlandse bronbelasting heeft plaatsgevonden. Als de wetgever daarnaast de vereisten voor de fgr en de cv om de besloten status te verkrijgen versoepeld, zijn de Nederlandse beleggingsfondsen internationaal zeer goed in staat de concurrentie aan te gaan.
Printbare versie
Related articles:
|