Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Debat: Ratings voor pensioenfondsen

Gepubliceerd op:  01 December 2005 (Winter 2005)

Moeten pensioenfondsen, net als banken en verzekeraars, een rating krijgen voor hun perdormance? Deze discussie rondom pensioenfondsratings speelt in toenemende mate in de Nederlandse pensioenindustrie. Npn sprak met vijf deskundigen over dit onderwerp.

1. In hoeverre zou de invoering van ratings voor pensioenfondsen naar uw mening een positieve ontwikkeling zijn voor deelnemers, ondernemingen, pensioenfondsen en voor de maatschappij in bredere zin?

2. Welke informatie zou men in zo’n rating moeten integreren? In hoeverre kunnen niet-financiële ratio’s/subjectieve informatie inbegrepen worden in een rating?

Henk Breukink
Directeur
F&C Nederland

1. Als er al een rode draad lijkt te lopen door de vele discussies in pensioenland (en overigens ook daarbuiten) dan heeft die te maken met transparantie. Vertaald in termen van goed bestuur betekent dit dat aan betrokkenen duidelijk dient te worden gemaakt hoe een organisatie functioneert. In dit verband zouden ratings er zeker toe kunnen bijdragen dat de deelnemers in een pensioenfonds een helderder beeld te krijgen van de wijze waarop het fonds opereert en de kwaliteit van die werkwijze.

Ook voor de pensioenfondsen zelf – lees: de besturen - zou het van belang kunnen zijn om een objectieve vaststelling te zien van de mate waarin zij erin slagen om twee belangrijke doelstellingen te realiseren. Ten eerste gaat het hierbij om de doelstelling die zij met hun fonds nastreven voor de deelnemers. Ten tweede betreft het de wijze waarop zij dit streven georganiseerd hebben. Immers, allerlei organisaties worden, al dan niet verplicht, onderworpen aan beoordelingen door derden. Waarom zou dit dan niet gelden voor besturen van pensioenfondsen?

2. Dit lijkt me een zaak waaraan nog veel aandacht moet worden besteed. Het lijkt goed mogelijk om een aantal objectieve, meetbare criteria vast te stellen op het gebied van governance, financiële gezondheid, stabiliteit van de organisatie en dergelijke. Echter, hoe om te gaan met de meer subjectieve criteria? Datgene wat een fonds bereikt in kwalitatieve zin dient immers altijd afgezet te worden tegen de doelstellingen die het fonds op die gebieden hanteert. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om voor deze meer kwalitatieve criteria een schaalbeoordeling toe te passen en niet een puntenbeoordeling aangezien deze laatste een mate van exactheid suggereert die niet in overeenstemming is met wat gemeten kan worden. Een verdere suggestie is om niet in de val te lopen van metingen die een korte tijdshorizon hebben. Immers, de gemiddelde duur van de verplichtingen van pensioenfondsen ligt op ongeveer 16 jaar. Laten we dus ook punten toekennen op basis van criteria die de langere termijn in acht nemen.


Dick van den Oever
Senior Consultant
Hewitt Associates

1. In het algemeen gesproken is iedereen gek op lijstjes. Men kan zich dan ook zeker voorstellen dat er belangstelling bestaat voor een ratingsysteem voor pensioenfondsen. Een dergelijk systeem zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn voor een deelnemer die van baan is veranderd en zich afvraagt of waardeoverdracht van pensioenfonds A naar pensioenfonds B het overwegen waard is. Laten we het voorbeeld even doortrekken naar de connotaties zoals ‘rating agencies’ die hanteren: de keuze om waardeoverdracht te overwegen is eerder gemaakt indien pensioenfonds A een ‘single A’ rating heeft, en pensioenfonds B wordt gewaardeerd met een ‘triple A’ (AAA)’ rating. Naast de deelnemers kunnen ook financieel analisten geholpen zijn met een ratingsysteem; denk bijvoorbeeld aan een analist die een waardering ten aanzien van corporates opstelt.

Naast deze praktische voordelen zijn er ook bezwaren. Allereerst moet worden opgemerkt dat de opzet en implementatie van een dergelijk systeem een echte uitdaging is. Om de ratings vast te stellen dienen de nodige analyses te worden uitgevoerd, en één en ander zal ook moeten worden gefinancierd. En uiteindelijk bestaat er natuurlijk al een rating, namelijk de dekkingsgraad. Het zal dus bij een ratingsysteem gaan om een verfijning van deze al aanwezige informatie.

2. Een dergelijke rating zou tot stand kunnen komen op basis van enkele parameters die op een vereenvoudigde manier worden gemodelleerd. Hierbij zou men kunnen denken aan parameters zoals de dekkingsgraad, de financiële positie, de kans op het korten van opgebouwde rechten en de kans op indexatie. Om ook niet-financiële ratio’s en subjectieve informatie mee te wegen kan men wellicht bepaalde aspecten van communicatie en transparantie belichten: Heeft het pensioenfonds al dan niet een (informatieve) website, geeft het pensioenfonds een pensioenbrief uit of kan de deelnemer gebruik maken van een pensioenplanner? Naast deze belangrijke communicatieve aspecten zou ook het aspect ‘governance’ bekeken kunnen worden: Is er een geïnstitutionaliseerde deelnemersraad, wat is de frequentie waarmee de deelnemersraad bijeenkomt en wat is het beleid binnen het pensioenfonds als het gaat over de zeggenschap van gepensioneerden?


Jan Lodewijk Roebroek
Chief Executive Officer
Fortis Investments Nederland

1. Indien pensioenfondsen een rating zouden krijgen, heeft dit als voordeel dat er een objectief oordeel gegeven kan worden over de kwaliteit van de pensioenuitvoering. Dergelijke ratings kunnen voor deelnemers en ondernemingen een maatstaf zijn aan de hand waarvan eventuele verbeterpunten kunnen worden vastgesteld. Voor nieuwe deelnemers zou een nieuwe rating een wervend karakter kunnen hebben, indien aan alle gestelde eisen op adequate wijze is voldaan. Hierbij komt eigenlijk ook een belangrijke beperking van ratings naar voren: bij een pensioenfonds is er voor bestaande deelnemers immers geen individuele keuze van uitvoering mogelijk. Er kunnen individueel dan ook geen consequenties aan de waarderingscijfers worden verbonden. Een ander bezwaar is dat in de praktijk op zeer veel verschillende manieren aan de pensioenuitvoering vorm wordt gegeven, en dat veel pensioenfondsen hun taken op verschillende wijze aan derden hebben overgedragen. Dit maakt vergelijking zeer complex. Bovendien kennen sommige aanbieders, zoals bijvoorbeeld asset managers, reeds een eigen (internationale) rating, hetgeen de zaken verder compliceert. Een ander probleem zou zich kunnen voordoen wanneer de kwaliteit van de regeling als zodanig wordt verward met de kwaliteit van de uitvoering. Al met al denk ik dat de nadelen zwaarder wegen dan voordelen.

2. Wanneer een dergelijk ratingsysteem wordt ingevoerd zou je aan zowel kwalitatieve als kwantitatieve maatstaven kunnen denken. De uiteindelijke maatstaf zal in ieder geval gekoppeld moeten zijn aan de vraag in hoeverre het pensioenfonds voldoet aan zijn eigen doelstellingen. Het opnemen van niet-kwantitatieve informatie hoeft als zodanig geen probleem te zijn. Wel is het van belang in dit verband de vraag te stellen hoe consequent je kunt zijn in de vergelijking van verschillende partijen en de afweging van subjectieve informatie.


Freek Vergunst
Adjunct Directeur
Cordaris vermogensbeheer

1. Indien een objectief en eenvoudig ratingsysteem ontwikkeld kan worden, zouden ratings een positieve bijdrage kunnen leveren aan de communicatie tussen de betrokken partijen. Hierbij dient op voorhand te worden aangetekend dat het ontwikkelen van een objectieve maatstaf een complexe zaak is. Eenvoudig beschikbare maatstaven zoals dekkingsgraden, z-scores, premiehoogte en dergelijke hebben veelal een kortetermijnkarakter, terwijl pensioenfondsen bij uitstek een langetermijnbeleid moeten hebben. Voorts moet toch de vraag gesteld worden: “Wat willen we er mee?” Gezien de complexiteit moet men zich afvragen of het de moeite waard is om een dergelijk instrument te ontwikkelen.

Op zich kan een rating interessant zijn voor deelnemers. Ofschoon zij in het algemeen weinig keuzemogelijkheden hebben, kunnen zij bij het pensioenfonds wel druk uitoefenen als hun fonds slecht scoort. Dat geldt zowel voor ondernemingspensioenfondsen als voor bedrijfstakpensioenfondsen. Daarnaast kunnen ratings deelnemers beïnvloeden bij hun beslissing om opgebouwde rechten bij het pensioenfonds van de vorige werkgever of bedrijfstak over te dragen naar het nieuwe pensioenfonds. Daarbij bestaat het risico dat deelnemers op grond van de hoge rating van het fonds waarbij zij slaper zijn juist een verkeerde beslissing nemen: Veilig, maar met een pensioengat.

2. De kern van de rating moet een indicatie zijn van de mate waarin een pensioenfonds in staat geacht moet worden aan de verplichtingen te voldoen.

Dit eenvoudige antwoord roept onmiddellijk nieuwe vragen op met betrekking tot hoeveelheid (wel of niet geïndexeerd), en tijdsbestek (10, 20 of een 60-jarige horizon), en kosten (hoogte van de premie). Verdient een fonds met een hoge premie en een hoge dekkingsgraad een AAA-rating? Met een lage dekkingsgraad en een hoog ambitieniveau haal je op eigen kracht geen AAA. En hoe zit het met de verschillen tussen ondernemingspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen? Ondernemingspensioenfondsen die steunen op een sponsor lijken afhankelijker dan bedrijfstakpensioenfondsen, die een hele bedrijfstak achter zich hebben staan. Moeten deze aspecten in de rating meegenomen worden? Het lijkt mij niet wenselijk om subjectieve factoren in de rating mee te nemen, maar het lijkt onvermijdelijk dat dergelijke factoren toch in het systeem sluipen.

Samenvattend moet de vraag gesteld worden of het ontwikkelen van ratings voor pensioenfondsen de inspanning waard is, in aanmerking nemend dat de gebruikswaarde beperkt is.


Pim van Vrijaldenhoven
Voorzitter
Stichting Fluke Pensioenfonds

1. Voor ondernemingen, en dit geldt zowel voor de werkgever als de werknemers (OR), zouden ratings een handvat kunnen zijn waarmee men grip krijgt op het bestuur. De deelnemers, waar het natuurlijk allemaal om gaat, zijn verplicht aan een pensioenfonds deel te nemen en kunnen er dus niets mee.

Voor een pensioenfonds is de rating aardig om te weten. Een slechte rating zou een aanzet moeten zijn om te pogen verbeteringen door te voeren, maar hetzelfde signaal zal in dat geval ook al vanuit de onderneming worden gegeven. Daarnaast wordt het pensioenfonds vergeleken met een instituut waar je geld in belegt; een vergelijking die mank loopt: een pensioenfonds is geen fonds waarin externe partijen geld kunnen beleggen. Daarom heeft een dergelijk ratingsysteem eigenlijk weinig waarde.

Ook voor de maatschappij in bredere zin vraag ik me af hoe zinvol de pensioenfondsrating is.

We weten natuurlijk allang wat de dekkingsgraad is. Krachtens het FTK moeten pensioenfondsen jaarlijks een solvabiliteitstoets afleggen, en bijvoorbeeld om de vijf jaar een continuïteitsanalyse uitvoeren. Daar komen al genoeg gegevens uit naar voren om te kunnen beoordelen hoe een fonds presteert, nu en in de toekomst. De nieuwe Pensionfund Governance-richtlijn staat voor de deur en ik denk dat dit een veel beter sturingsinstrument is dan een ratingsysteem.

2. De informatie die in een rating geïntegreerd zou moeten worden is in principe dezelfde informatie die wordt verwerkt in de Pension fund governance-richtlijn. Het gaat hierbij met name om de deskundigheid van het bestuur en hoe het bestuur omgaat met problematiek. Maar ook: hoe ziet de vermogenspositie van het fonds eruit? En hoe zien op grond van de continuïteitsanalyse de verwachtingen voor de langere termijn eruit? Als je aan die punten een weging geeft, dan wordt aan de continuïteit veel gewicht toegekend. Tevens zou moeten worden gekeken hoe adequaat een bestuur kan reageren op veranderingen in de markt. Maar dat is erg subjectief. Daarnaast dient een rating de huidige positie van het fonds te integreren: wat is op dit moment de dekkingsgraad?

Je kunt een rating uitsluitend baseren op financiële informatie, dat is één soort maatstaf, hoewel daar ook haken en ogen aanzitten. Hoe geef je bijvoorbeeld een cijfer aan de uitkomst van de continuïteitsanalyse? Daarnaast moet bovendien een cijfer worden gegeven aan de deskundigheid en slagvaardigheid van het bestuur. Het bestuur zou zichzelf een cijfer kunnen geven. Maar hoe verhoudt zich dat met de cijfers van andere besturen? Eén en ander lijkt mij een hachelijke zaak.

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• PFA enlists new blood to enforce equity changes
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
• Cut from the same cloth
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008