De wurggreep van het FTK: zelfs 168% niet genoeg
Gepubliceerd op: 08 Maart 2006
(Februari/Maart 2006)
Voor velen kwam de overstap van het spoorwegpensioenfonds naar een collectief Defined Contribution (DC)-regeling als een verrassing. Maar klaarblijkelijk zijn de eisen van het FTK zelfs één van de rijkste pensioenfondsen in Nederland teveel geworden.
In 2005 haalde het spoorwegpensioenfonds een rendement van 15.2% waardoor het vermogen steeg naar 11,2 miljard euro. De dekkingsgraad tegen de vaste rekenrente is 173% en tegen een marktrente van 3,75% nog altijd een indrukwekkende 168%. Al met al zit het pensioenfonds in een hele comfortabele situatie.
Niettemin bleek uit gesprekken met De Nederlandsche Bank (DNB) dat er niet genoeg vermogen was om het beleid van het pensioenfonds op oude voet voort te zetten.
Als het fonds zijn beleid ten aanzien van indexatie en premies had willen handhaven, zou het onder FTK-regime absurd hoge reserves hebben moeten aanleggen om de toezeggingen te garanderen.
“Op basis van een interpretatie van het FTK was onze conclusie in 2005 dat de FTK-vereisten ten aanzien van het stapelen van reserves en buffers het fonds geen keuze lieten dan zijn beleid bij te stellen. Om ons beleid te handhaven zou een dekkingsgraad van 210% nodig zijn. Dat vonden we niet logisch,” aldus Ernest Nooij, directeur pensioenen bij SPF Beheer. “Na overleg met DNB zijn we uitgekomen op een situatie waarin er minder gestapeld hoefde te worden.”
Als het fonds gevoelig zou zijn gebleven voor de originele stapelingseisen, dan zouden premiekortingen tot een vereiste extra buffer leiden. Daarnaast zou de indexatieambitie hard worden geïnterpreteerd, waardoor ook op dit punt extra eisen aan de reserves zouden worden gesteld. De indexatieambitie is echter steeds voorwaardelijk geweest en als zodanig naar de deelnemers gecommuniceerd. Verder zou ook het eindloonbeleid gevolgen hebben, en tot extra eisen op het gebied van buffers leiden.
Nu het pensioenfonds is overgestapt naar het collectief DC zijn deze buffereisen niet langer van toepassing. Daarnaast is het pensioenfonds naar een middelloonregeling gegaan. Ondanks de overstap naar het collectief DC blijven de risico`s voor de deelnemers en gepensioneerden overigens gezien de dekkingsgraad beperkt.
Volgens Nooij is het FTK geen directe aanleiding geweest voor de keuze om naar een collectief DC te gaan. Er is eerder sprake van een indirect verband.
Zo legt Nooij uit: “Als men het FTK toepast worden de risico’s voor de sponsor in IFRS-verband natuurlijk groter. Dat wil zeggen, als men een DB-regeling heeft zijn de FTK-verplichtingen hoger dan bij collectief DC, en vanuit die optiek is het logischer om met het oog op IFRS voor een DC-regeling te kiezen. De overstap heeft dus niet direct met het FTK te maken gehad, maar er is wel een indirect verband omdat een DB-regeling gezien de eisen van het FTK tot meer fluctuaties leidt dan een DC-regeling met een vaste premie.” BvdO
Printbare versie
|