Beste lezer,
Gepubliceerd op: 08 Maart 2006
(Februari/Maart 2006)
Kan het nieuwe Financiële Toetsingskader (FTK), nauwelijks tien maanden voor de implementatie, nog ingrijpend worden veranderd? Of kunnen er toch tenminste voldoende details worden aangepast om de veranderingen door te voeren waar het pensioenfondsen om te doen is?
In een rapport uitgebracht door Con Keating van het Britse adviesbureau ‘Finance Development Centre’ in opdracht van de Amerikaanse multi-manager SEI, wordt gesuggereerd dat het nieuwe stelsel ingrijpende, onbedoelde gevolgen heeft die een ernstige impact op de Nederlandse economie zouden kunnen hebben. SEI hoopt dit rapport te gebruiken om invloed uit te oefenen op het debat over het FTK.
Keating is van mening dat de toenemende voorkeur voor beleggen in vastrentende waarden zou kunnen leiden tot een stijging van de overheidsuitgaven, terwijl deze categorie bovendien minder oplevert. In wezen betekent dit een terugkeer naar de situatie zoals die was voordat het ABP in het midden van de jaren ’90 geprivatiseerd werd, toen het fonds voornamelijk belegde in staatsschuldpapieren.
Cruciaal hierbij is volgens Keating dat het op peil houden van de dekkingsgraad zoveel kost dat er waarschijnlijk minder in de particuliere sector zal worden geïnvesteerd.
Bart Heenks van SEI meent dat het nog niet te laat is om het FTK aan te passen.
Aangezien andere Europese landen zoals Denemarken en Zweden al zijn overgestapt op een marktconform waarderingsstelsel, en er nu internationale boekhoudkundige normen van kracht zijn voor beursgenoteerde ondernemingen in de EU, is het wel onwaarschijnlijk dat er op dit punt aanpassingen komen.
Sommige partijen in de pensioenindustrie denken niettemin dat het nog mogelijk is om bepaalde aanpassingen door het Parlement te krijgen - maar dan voornamelijk op detailpunten, zoals hersteltermijnen ‘op maat’, de assumpties betreffende vermogensgroei gebruikt om een dekkingsgraad van 130% te bereiken, en de termijn waarbinnen nieuwe sterftetafels van toepassing dienen te worden.
Wat het FTK betreft ligt het lot van de Nederlandse pensioenfondsen nu echter in handen van hun volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer. Hoewel de wetgevers wel enig oog hebben voor de potentiële macro-economische gevolgen is echte expertise op dit gebied dun gezaaid.
Daar komt nog bij dat de leden van de twee voornaamste pensioenkoepels - het Opf voor de ondernemingspensioenfondsen en de VB voor de bedrijfstakpensioenfondsen - verschillende prioriteiten hebben, wat het voor de branche moeilijk maakt om met één stem te spreken. Bovendien hebben ABP en PGGM, de twee grootste fondsen, ook al hun eigen lobby gevoerd.
De andere pensioenfondsen kunnen in ieder geval hopen dat hun lobbygroepen zich zullen hebben laten horen vóór de week van 28 maart, wanneer de nieuwe pensioenwetgeving op het programma staat om in de Tweede Kamer besproken te worden.
Printbare versie
Related articles:
|