Nieuw Nederlands beleggingsfondsen-regime aangekondigd
Gepubliceerd op: 08 Maart 2006
(Februari/Maart 2006)
|
|
Dr. Martine Peters,
Belastingkundige
Clifford Chance LLP, Amsterdam
|
Gedurende de afgelopen tien jaar is Nederland haar concurrentiepositie als vestigingslaand voor beleggingsfondsen in belangrijke mate kwijt geraakt aan onder andere Luxemburg en Ierland. Beide landen hebben een fiscaal voordelig regime dat met name ook voordelig is voor beleggingsfondsen met buitenlandse aandeelhouders. Het Nederlandse fiscale beleggingsinstellingen ("FBI") regime, waarbij beleggingsfondsen zijn onderworpen aan een 0% vennootschapsbelasting tarief, is vooral interessant voor zover er binnenlandse particuliere en/of vrijgestelde aandeelhouders zijn betrokken. Voor beleggingsfondsen waarbij binnenlandse belaste vennootschappen of buitenlandse investeerders zijn betrokken heeft Nederland niet veel te bieden.
Om de concurrentie met het buitenland aan te gaan, heeft de Staatssecretaris van Financiën eind 2005 een voorstel ingediend voor de introductie van een nieuw regime voor beleggingsfondsen. In plaats van het bestaande regime aan te passen en te versoepelen, heeft hij gekozen voor een geheel nieuwe formule. Beide regimes zullen derhalve naast elkaar blijven bestaan. De Staatssecretaris heeft het nieuwe regime de naam "luxe-variant" gegeven. Het is de vraag of Nederland gebaat is bij twee verschillende regimes.
Doel van het bestaande FBI-regime is om collectieve beleggingen van particulieren en vrijgestelde pensioenfondsen hetzelfde te behandelen als rechtstreekse beleggingen. Om gelijkenis met rechtstreeks beleggen te waarborgen en om misbruik door vennootschapsbelastingplichtige lichamen te voorkomen werd bij invoering een aantal eisen ingevoerd. In het bestaande regime mag het 0% vennootschapsbelasting tarief worden toegepast indien het fonds, onder andere, 1) elk jaar haar voor uitdeling beschikbare winst binnen acht maanden na het kalender jaar uitkeert, 2) aan bepaalde aandeelhouderseisen voldoet (bijv. minder dan 25% buitenlandse belaste aandeelhouders), en 3) zich houdt aan bepaalde financieringslimieten bij (maximaal 20% bij effecten en 60% bij direct vastgoed). Het fonds dient op haar winstuitkeringen wel dividendbelasting in te houden.
Hoewel de precieze tekst van het voorstel nog niet duidelijk is, heeft de Staatssecretaris wel aangegeven hoe de luxe-variant er in grote lijnen zal uitzien. Ten eerste zal het fonds zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting en hoeft zij niet langer dividendbelasting op haar winstuitkeringen in te houden. Ook zal het fonds niet langer verplicht zijn elk jaar haar winst uit te keren. Tevens zullen geen financieringseisen en aandeelhouderseisen meer gelden.
Het afschaffen van de aandeelhouderseis maakt de FBI aantrekkelijker voor zowel Nederlandse en buitenlandse lichamen/investeerders en maakt de aandelen in een FBI meer liquide. Daarenboven kan door het verdwijnen van de financieringseis een hogere leverage worden behaald. Een ander voordeel hiervan is dat hedgefunds voortaan ook kunnen opteren voor het 0% tarief. Onder het oude regime was onduidelijk of het afdekken van een belegging door het aangaan van een short positie moest worden beschouwd als financieren. Immers word bij het aangaan van de short positie eerst geld ontvangen waartegenover een te leveren verplichting in de toekomst staat. Hedgefunds die op deze wijze hun beleggingen managen, konden hierdoor niet voor het FBI-regime opteren.
Een belangrijk nadeel ten opzichte van de bestaande variant, is dat bij de luxe-variant geen recht bestaat op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting welke is in ingehouden op Nederlandse aandelenbeleggingen van het fonds. Het bestaande fonds kan deze en buitenlandse bronbelasting (gedeeltelijk) aan de fiscus terugvragen. Tevens heeft de Staatssecretaris aangeven dat de luxe-variant geen verdragsbescherming zal genieten. Buitenlandse beleggingen van het fonds kunnen daardoor onderworpen zijn aan een hoger bronbelasting tarief dan het verdragstarief. Deze nadelen spelen niet indien het fonds direct investeert in binnen- of buitenlands vastgoed omdat op inkomsten hieruit geen bronbelasting wordt geheven.
Op grond van het bovenstaande biedt de luxe-variant slechts in een klein aantal geval voordelen boven het huidige regime. Met name voor fondsen die ook buitenlandse investeerders willen aantrekken of die direct willen investeren in vastgoed biedt het nieuwe regime interessante mogelijkheden. Vooralsnog valt er voor Nederlandse pensioenfondsen niet veel voordeel te behalen in vergelijking tot het bestaande regime. In de luxe-variant verliest men immers alle recht op verrekening van Nederlandse dividendbelasting en buitenlandse bronbelasting. Met name dit laatste is voor Nederlandse pensioenfondsen van levensbelang omdat zij zelf geen recht op verrekening van buitenlandse bronbelasting hebben. De verwachting is dan ook dat de luxe-variant onvoldoende mogelijkheden biedt om de concurrentie daadwerkelijk aan te gaan met de ons omringende landen.
Printbare versie
Related articles:
|