Verbeter de wereld, begin bij PME
Gepubliceerd op: 08 Maart 2006
(Februari/Maart 2006)
Maatschappelijk verantwoord beleggen staat volop in de belangstelling. Gaat het hier om een modegril, of is er meer aan de hand? Bram van den Oever vroeg Roland van den Brink, Directeur Beleggingen bij bedrijfstakpensioenfonds Metalektro, om uitleg.
De toenemende publieke belangstelling voor de rol van het bedrijfsleven ten aanzien van sociale misstanden en het milieu lijkt een niet te keren tij. Een beetje onderneming moet tegenwoordig een geweten hebben. Nu begint de roep om sociaal en milieubewust handelen ook bij beleggers door te klinken, en wordt links en rechts aangedrongen op het beleggen in groene en goede doelen. Ook PME heeft zich inmiddels op het pad van SRI – socially responsible investing – begeven. Een knieval voor de mode, of is er meer aan de hand?
De impuls tot maatschappelijk verantwoord beleggen is in eerste instantie vanuit de werknemersorganisaties gekomen, vertelt Roland van den Brink, Directeur Beleggingen bij PME. Het waren met name de vakbondsleden in het bestuur die in 1999 de discussie rond SRI aanzwengelden. Maar dat wil niet zeggen dat PME eenvoudig door de knieën ging voor de stijgende populariteit van maatschappelijk verantwoorde investeringen. “PME doet niet aan liefdadigheid,” zo stelt van den Brink. “Wij stellen rendement voorop – een maatschappelijk verantwoorde aanpak is dan ook een middel, en geen doel.”
Geen geitenwollen sokken dus voor PME. “We laten ons er niet op voorstaan dat we beleggingen doen die door het grote publiek worden beschouwd als ‘maatschappelijk verantwoord’,” aldus van den Brink. “Daarmee is overigens niet gezegd dat alternatieve sociale beleggingen, zoals micro-credits, voor ons per definitie onaantrekkelijk zijn. Maar rendement is en blijft de kern van onze taak.”
Verantwoord winstbejag
Met een belegd vermogen van rond de 19 miljard euro behoort het bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro (PME) tot de grootste vijf pensioenfondsen van Nederland. In het 14-koppig bestuur zijn werkgevers en werknemers in gelijke mate vertegenwoordigd. Met name van werknemerszijde werd in 1999 de gedachte geopperd dat verantwoord beleggen op den duur ook een beter rendement oplevert. Men baseerde zich hierbij vooral op de CNV-beleggingscode en de brochure ‘Goed Belegd’ van het FNV. Onverantwoord omgaan met mensen en milieu, zo meende men, zal op den duur juist geld kosten.
Winstbejag is voor PME nooit het enige oogmerk geweest. Andersom geldt dat maatschappelijk verantwoord beleggen niet ten koste mag gaan van het rendement. Met deze parameters in gedachten besloot PME in december 2002 om 1% van het vermogen maatschappelijk verantwoord te beleggen in bedrijven die - naast een goed rendement – ook een positieve score laten zien op basis van duurzaamheidscriteria.
In deze beslissing heeft PME een aantal factoren meegewogen, vertelt van den Brink: “Zo is het duidelijk dat niet-materiële aspecten in steeds hogere mate de marktwaarde van een bedrijf gaan bepalen. De waarde van bijvoorbeeld een bedrijf als Google wordt grotendeels bepaald door intangible assets. Het verband tussen de materiële activa en marktwaarde raakt steeds verder zoek.... kijk maar naar China: daar is de laatste twintig jaar sprake van een groei van meer dan 9% terwijl de aandelenbeurs acht jaar lang daalde! Als belegger dien je dus steeds meer rekening te houden met de rol van immateriële activa, inclusief de manier waarop bedrijven omgaan met maatschappij en milieu.” (Figuur 1)
Daarbij komt nog dat het zwaartepunt van de verantwoordelijkheid van PME ligt in de periode 2018 – 2038, wanneer de pensioenuitkeringen hun hoogtepunt bereiken (Figuur 2). “Wij zijn in feite nu verantwoordelijk voor de kasstromen over 20 – 40 jaar. Op die termijn kun je je als belegger niet veroorloven alleen traditionele factoren in overweging te nemen. Aspecten van duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld hoe bedrijven omgaan met ‘global warming’, kunnen op termijn immers grote gevolgen hebben,” legt van den Brink uit.
Met het oog op de verplichtingen is aandacht voor maatschappelijk verantwoord investeren een logische stap: zaken als ‘corporate governance’, milieubewuste bedrijfsvoering en sociaal beleid kunnen per slot van rekening van grote invloed zijn op de waardeontwikkeling van de pensioengelden. “De verplichtingen, ook op langere termijn, vormen voor ons het uitgangspunt. Rendement en risico zijn dus onze belangrijkste overwegingen, ook voor wat betreft onze inspanningen op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen,” zegt van den Brink. “Voor de toekomst gaan we uit van een rendement van 6%, gezien onze huidige portefeuillesamenstelling van 53% vastrentende waarden, 32% aandelen, 7% vastgoed, en 8% alternatieve beleggingen.”
Informatie van belang
“Om tot een goede beoordeling te komen van het winstpotentieel en de toekomstige risico’s van een onderneming is het als belegger van groot belang te beschikken over informatie aangaande het maatschappelijk ondernemingsgedrag,” stelt van den Brink in een recente case study. Bovendien snijdt het mes aan twee kanten: door als belegger uitdrukkelijk interesse te tonen in informatie omtrent het maatschappelijk doen en laten van ondernemingen wordt verantwoord ondernemen verder gestimuleerd. PME prefereert daarom een aanpak die gericht is op het bevorderen van research en informatievergaring.
“Momenteel is de informatievoorziening niet overal van even hoog niveau. Daarom kiest PME in eerste instantie voor maatschappelijk verantwoorde beleggingen in Europa, waar de informatie van betere kwaliteit is,” aldus van den Brink.
PME heeft bij de selectie van de duurzame beheerder de voorkeur gegeven aan ervaren managers die gebruik maken van research van meerdere externe partijen en van een kwantitatieve – en dus goed te analyseren – beleggingsprocedure. Bij de beoordeling van duurzame beleggingsobjecten wegen maatschappelijke criteria voor 70% mee, terwijl financiële criteria een gewicht krijgen van 30%. Er worden zes maatschappelijke criteria aangelegd (Figuur 3).
Kritische vragen
Als PME 1% van de pensioengelden investeert in ‘verantwoordelijke’ beleggingen wil dat niet zeggen dat de overige 99% onverantwoord wordt belegd. Zo oefent het pensioenfonds bijvoorbeeld invloed uit op de maatschappelijke koers die ondernemingen varen door gebruik te maken van zijn stemrecht als aandeelhouder.
“Voor de bepaling van ons stembeleid tijdens aandeelhoudersvergaderingen hebben we de expertise ingehuurd van F&C, voorheen ISIS,” aldus van den Brink. “Maar naast het stemmen als aandeelhouder hecht PME vooral veel belang aan het zogenaamde ‘engagement’.”
Met de term ‘engagement’ wordt in dit verband verwezen naar de mogelijkheid om als belangrijk aandeelhouder directieleden van een bedrijf direct en persoonlijk aan te spreken op lastige kwesties aangaande (maatschappelijk) beleid en bedrijfsvoering. Een geducht wapen in handen van grote institutionele beleggers, en PME maakt er dankbaar gebruik van: “Door kritische vragen te stellen verander je vaak al de helft in de goede richting,” zegt van den Brink. “Bovendien richten we ons wat betreft engagement op de hele wereld, en niet alleen op Nederland of Europa, waar de situatie vaak al goed geregeld is en onze belangen relatief niet het grootst zijn.”
Printbare versie
Related articles:
|