Jeroen Steenvoorden
Gepubliceerd op: 09 Maart 2006
(Februari/Maart 2006)
npn: Wat is de voornaamste reden dat u de positie als directeur van de Stichting Pensioenfonds Medisch specialisten (SPMS) heeft geaccepteerd?
Jeroen Steenvoorden Enerzijds vind ik het interessant om zelf aan het roer te staan bij een pensioenfonds, en SPMS behoort tot de top-20 pensioenfondsen in Nederland met een belegd vermogen van 4.6 miljard euro. Verder heeft het fonds een aantal aantrekkelijke strategische uitdagingen. Aan de andere kant is het goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling om na vijf jaar bij OPF van baan de verwisselen. Daarmee blijft je leercurve stijgen en voorkom je dat je in routine vervalt.
npn: Waar kijkt u het meest naar uit in uw nieuwe functie?
JS: Op 1 januari is de nieuwe wet op de verplichte beroepspensioenregelingen van kracht geworden. Tot op heden is de pensioenregeling voor medische specialisten een verplicht gestelde regeling. Nu is het zo dat minimaal 60% van de medische specialisten lid moet worden van een pensioenvereniging, anders vervalt hun regeling. Dat is een gigantische uitdaging die veel eist op het gebied van communicatie en marketing. Tevens verandert er meer en meer door de nieuwe wet op de beroepspensioenregeling, dus wat dat betreft staat de agenda vol met uitdagingen. Er wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan een nieuwe pensioenregeling met meer keuze-elementen.
SPMS heeft bijna alles uitbesteed, dus de verdere taak van het bestuursbureau is het verder professionaliseren van het strategisch beleid en het zogenaamde vendor-management. De scheiding tussen bestuur en uitvoering is voor SPMS een nieuw businessmodel waar de structuur voor neergelegd is maar waar we nu in de praktijk invulling aan moeten gaan geven.
npn: Kunt u uw functie bij OPF kort beschrijven?
JS In feite ben je een lobbyist. Je vervult een brugfunctie; je bent de stem van de sector naar buiten toe. Anderzijds vertaal je de ontwikkelingen die zich voordoen in de omgeving terug naar de sector. De uiteindelijke doelstelling is dat je gehoord wordt en dat er met de belangen van je sector rekening wordt gehouden. Daarnaast levert OPF services aan de sector in de vorm van een congres, themadagen, een website en het blad OPFVisie.
npn Wat mist u het meest in uw functie bij OPF, en waarom?
JS: Actuele zaken; het directe contact met de politiek en ook het contact met de media, omdat dat beide zaken zijn waarvan je snel resultaat kan zien. Met andere woorden: de dynamiek van de dagelijkse politiek. Bij OPF sta je vooraan bij de meest actuele ontwikkelingen.
npn: Wat is volgens u de belangrijkste prestatie in uw carričre tot nu toe, en waarom?
JS: Elke baan voegt iets toe en zelf probeer je je sporen na te laten. Bij OPF denk ik dat ik bijzonder heb bijgedragen aan het feit dat er veel meer externe focus in de organisatie is gekomen, en daardoor OPF veel duidelijker op de kaart is verschenen. Wat dat betreft is de lobby geprofessionaliseerd. Toen ik kwam was de personele bezetting even groot als toen ik wegging, maar de productiviteit en diversiteit van het werk zijn sterk toegenomen.
Verder heb ik invloed gehad op een aantal individuele dossiers. Om er één te noemen: het FTK. Als je kijkt naar de eisen die werden gesteld in de brief van de PVK op 22 september 2005 en waar we nu staan, dan denk ik dat we tot een veel werkzamere oplossing zijn gekomen met een stuk lagere eisen dan in die brief stonden. Maar belangrijk waren ook minder zichtbare zaken, zaken die je persoonlijk raken. Bijvoorbeeld: recentelijk dreigden medewerkers die in het tweede ziektejaar 70% van het laatstverdiende loon krijgen ook een fors lager nabestaanden-, arbeidsongeschiktheids- en ouderdomspensioen te krijgen. Wij vonden dat onder andere geen fatsoenlijk vervangingsinkomen meer, dus daar hebben wij een lobby voor ingezet. Nu is er een motie Koomen/Depla aangenomen waardoor deze wetsinterpretatie weer teruggedraaid is.
npn: Hoe bent u in de pensioenwereld beland? Was dat toen al een industrie die u aantrekkelijk vond?
JS: Productontwikkeling, Employee Benefits en pensioenen lopen als een rode draad door mijn carričre. Door mijn eerste baan bij Centraal Beheer ben ik in verschillende managementfuncties terechtgekomen. Als part-time accountmanager concernrelaties ben ik wat intensiever met het pensioenvak in aanraking gekomen. Tevens heb ik voor Achmea en Eureko internationale pensioenactiviteiten verricht. In totaal heb ik tien jaar voor de groep gewerkt. Vervolgens heb ik vijf jaar bij Mercer gewerkt. Naast business development was ik verantwoordelijk voor de marketing. Tevens verzorgde ik een stuk advisering op internationaal pensioenterrein. Het is een boeiend vakgebied volop in beweging; het heeft een maatschappelijke functie en er is veel geld mee gemoeid.
npn: Denkt u dat de pensioenindustrie nu anders is dan toen u er voor het eerst mee in aanraking kwam?
JS: Absoluut! Toen ik ’86 het FD las, stonden er altijd wel een paar artikelen over pensioen per week in. Nu zijn dat een aantal artikelen per dag. De sector leeft veel meer en er is een berg regelgeving bijgekomen. Er zit meer geld in de potten en de invloed op de macro-economie wordt steeds groter.
npn: Als u de pensioenindustrie een goede raad zou kunnen geven voor de toekomst wat zou dit zijn?
JS: We moeten nóg beter uitleggen wat de voordelen van onze geweldige regelingen zijn. Iedere bedreiging is een kans, en grijp die kans! Als een pensioenfonds op lange termijn wil overleven, financier dan conservatief maar vergeet niet dat er zonder risico’s geen opbrengsten zijn.
Printbare versie
Related articles:
|