Net niet een Collectief DC
Gepubliceerd op: 03 April 2006
(April/Mei 2006)
Daar de internationale accountancystandaarden (IFRS) verlangen dat ondernemingen hun pensioenfonds in de balans opnemen, overwegen er veel over te gaan op het Collectief Defined Contribution (CDC). DSM sloeg hier een iets andere weg in. Bram van den Oever sprak met Wil Beckers, directeur van DSM Pension Services.
Vorig jaar stond overal in de kranten dat het pensioenfonds DSM naar een Collectief Defined Contribution (CDC) was overgestapt. Toen bekend werd dat volgens de internationale accountingstandaarden (IFRS) de pensioengelden begin 2006 tóch op balans van de onderneming terecht zouden komen, ontstonden er hier en daar wat onduidelijkheden. Wat blijkt is dat wanneer een bepaalde dekkingsgraad is bereikt, de onderneming premiekorting krijgt of een terugstorting kan verwachten. Hierdoor ziet IFRS de DSM-regeling niet als officieel DC.
DSM Pension Services, de uitvoerder van de DSM pensioenfondsen, verzorgt het pensioen- en vermogensbeheer voor drie pensioenfondsen. De twee grootste, Pensioenfonds DSM Chemie en Pensioenfonds Gist-Brocades, hebben samen een totaal belegd vermogen van meer dan vijf miljard euro (eind 2005) en behaalden een rendement van respectievelijk 15,5% en 16,0%.
Collectief DC en toch IFRS
Veel ondernemingen in Nederland zijn op het moment aan het overwegen om naar een CDC te gaan, omdat IFRS van de onderneming eist om het pensioenfonds in de balans op te nemen. Ook voor DSM was IFRS een belangrijke reden om te kijken naar de mogelijkheden van het CDC. Niettemin zou de onderneming al langere tijd bezig zijn met de mogelijkheid om de risico’s te herverdelen.
Zo vertelt Wil Beckers, directeur van DSM Pension Services: “Wij zijn al jaren bezig met een oplossing om de risico’s te herverdelen. IFRS is een van de argumenten geweest van de onderneming om naar het collectief DC over te gaan, maar het belangrijkste was echt de herverdeling van de risico’s.”

Grafiek 1: Rendementen Pensioenfonds DSM Chemie en Pensioenfonds Gist-Brocades
Beckers ziet echter in dat volgens IFRS de DSM-pensioenregeling niet wordt gezien als CDC. In zijn ogen heeft DSM een unieke pensioenregeling waarbij de onderneming een CDC-regeling heeft maar de werknemer bij het traditionele Defined Benefit (DB) blijft.
“Als je kijkt naar DSM, dan is de verplichting van de werkgever niets anders dan het betalen van een vaste premie. En als je kijkt naar de opbouw van het pensioenreglement, dan is het een DB-regeling. Dus we hebben een regeling die voor de werkgever als DC beschouwd kan worden en voor de deelnemer als DB.”
Bijzonder in deze situatie is dat de werknemer van DSM wel een eindloonregeling krijgt. Er zitten echter wel haken en ogen aan, gezien het feit dat, zoals met iedere CDC-regeling, de risico’s bij de werknemer liggen.
“Vanuit de optiek van de werknemer is het wel een DB-regeling, maar weliswaar een conditionele DB-regeling,” legt hij uit. “Dus zij is voorwaardelijk, ook op het gebied van het eindloon, gezien de aanpassing van de opgebouwde rechten. Het is dus alleen een eindloon als de positie van het fonds het toelaat. Het is niet alleen een voorwaardelijkheid ten opzichte van de ingegane pensioenen, maar ook ten aanzien van de aanpassing van de opgebouwde rechten van de actieven aan de algemene loonontwikkeling, de zogenaamde back service.”
Tot dusver lijkt het dat de DSM-pensioenfondsen bijna een CDC-regeling hebben, zoals vereist door IFRS. Maar er is een afspraak met de sociale partners die hier een obstakel voor blijft.
“IFRS zijn gewoon accountancyregels, en DSM heeft met de sociale partners afgesproken dat de onderneming recht heeft op een korting als de dekkingsgraad heel erg ruim is. Deze claim leidt ertoe dat het volgens IFRS geen echt DC-systeem is.”
Als gevolg van deze beschouwing moeten de pensioengelden toch op de balans van de onderneming. Gezien de gezonde positie van de fondsen en de goede rendementen over het afgelopen jaar heeft het vermogen van de pensioenfondsen een positief effect gehad op de balans van de onderneming. Niettemin geeft Beckers toe dat effecten op de balans inderdaad ook negatief kunnen zijn.
Qua constructie van de pensioenregeling zijn er nog wel wat bijzonderheden ten aanzien van de grens waarboven de onderneming premiekorting krijgt.
“De onderneming krijg korting op de premiebijdrage (of het pensioenfonds moet geld terugstorten) als de dekkingsgraad 10% boven het vereiste eigen vermogen ligt,” vertelt Beckers.
De vereiste vermogensgrens ligt nog niet echt vast omdat de Nederlandsche Bank (DNB) nog bezig is met het vaststellen van die grens. Daarbij laat de onderneming DSM dus nog eens 10% extra dekkingsgraad toe voordat er premiekortingen komen.
“Het feit dat wij de eersten zijn die met een collectieve DC/DB-structuur komen zal DNB nog wel tot wat nadenken zetten.”
Beckers sluit echter niet uit dat de onderneming alsnog IFRS-compliant CDC wordt. In principe gebeurt dit als DSM de potentiële claim geïncasseerd heeft. Het bedrag van de claim is gemaximaliseerd en eenmaal geïnd bestaan er geen verdere rechten. Als DSM eerder aan de IFRS-voorwaarden zou willen voldoen, dan zou ze bereid moeten zijn om mogelijke premiekortingen of terugstortingen op te geven.
Aan de andere kant is DSM in Nederland zeker niet van plan om naar een individueel DC te gaan: “Ik denk dat het belangrijk is om het behoud van collectieve regelingen te realiseren. Het is dus niet de bedoeling dat we naar een individueel DC gaan.”
Beckers geeft aan dat het zeker vanuit het oogpunt van vermogensbeheer belangrijk is om collectiviteit te behouden. Maar ook de solidariteit wordt door DSM als belangrijk gezien: “Ik denk dat wij in Nederland de eersten zijn die weliswaar gezocht hebben naar een beschikbare premieregeling, maar met behoud van de collectieve elementen. Wij noemen dat solidariteit en de Engelsen noemen dat risk sharing.”
Verhouding werkgever en pensioenfonds
In de herfst van 2005 schreef npn over het Arcadis-pensioenfonds dat ook is overgegaan naar het CDC. De directeur van het fonds gaf toen aan dat het voor de onderneming niet mogelijk is om eventuele grote tekorten aan te vullen, iets dat ook voor de DSM-pensioenfondsen lijkt te gelden.
“Als men naar de DSM-fondsen in Nederland kijkt dan praat men over een salarissom van ongeveer 350 miljoen euro en over een pensioenvermogen van ongeveer vijf miljard euro,” geeft Beckers aan. “En als men naar het verleden kijkt dan kan het gebeuren dat er 20% van het vermogen verdwijnt. Dan moet er een miljard via premie-inkomsten weer terug worden gestort, en het moet voor iedereen duidelijk zijn dat dat niet zo makkelijk gaat.”
De gedachte achter deze redenering is het feit dat pensioenfondsen steeds meer groeien, terwijl de onderneming in proportie tot het pensioenfonds afneemt. Daarbij zullen bedrijven zoals DSM ook steeds meer naar het buitenland kijken om in ieder geval bepaalde activiteiten uit te besteden naar plekken met goedkopere productieprocessen, waardoor het Nederlandse deel van de onderneming ook in werkelijke termen afneemt. Zeker gezien IFRS wordt dan de vraag wie nu wat stuurt.
“Het punt is natuurlijk dat als je een werkgever hebt die bereid is een echt DB-systeem te ondersteunen en daar ook financieel toe in staat is, de werknemer zal zeggen: geef mij maar die DB-constructie,” benadrukt Beckers. “In Nederland zijn er gewoon niet zoveel ondernemingspensioenfondsen die een dergelijke relatie met hun werkgever hebben. Dus dan moet men kijken wat de beste oplossing is.”
Aan de andere kant heeft DSM meer ruimte dan andere bedrijven, gezien de relatief lage loonkosten ten opzichte van de totale kosten. Zo zegt Beckers: “Als ik naar een bedrijf als DSM kijk dan is de loonkostenpost om en nabij de 15%. Dat betekent dat de loonkosten minder zwaar doorwegen in de totale resultatenrekening in vergelijking met bijvoorbeeld Ahold. Dit betekent dat de mogelijkheden om een relatief forse premie van 21% te betalen dan ook groter zijn.”
DSM-beleggingen
Over het algemeen hebben de twee grootste fondsen onder DSM het overgrote gedeelte in aandelen en vastrentende waarden belegd. Een kleiner deel van de portefeuille is belegd in producten met een meer “absolute return”-karakter. Beide fondsen hebben een dekkingsgraad van boven de 140% op marktwaarde. Opvallend is dat DSM Pension Services het overgrote deel van de portefeuille zelf beheert en maar relatief weinig uitbesteedt. Zo wordt er maar 20% van het totale vermogen aan derden uitbesteed.
Ook doet DSM Pension Services zelf zijn eigen ALM-studies. “Deze ALM-studies bepalen mede ons beleggingsbeleid. Ik denk echter wel dat er nu wat verandering komt door het feit dat het nieuwe Financiële Toetsingkader (FTK) er aan zit te komen. Dit heeft ertoe geleid dat er meer aandacht is voor de liability-kant en ook het feit dat er een vaste premieafspraak is met de werkgever, met als gevolg dat het pensioenfonds meer gaat letten op het risico,” aldus Beckers.
Wel geeft Beckers toe dat de discussie om meer uit te besteden continue speelt, zeker gezien het feit dat steeds meer pensioenfondsen voor de beleggingen naar derden kijken. “Het is natuurlijk wel zo dat als je eenmaal uitbesteed hebt, het moeilijk is om dat weer terug te draaien. En als we uitbesteden willen we toch de regie blijven voeren, zeker met betrekking tot het strategisch asset management.”
Daarbij vertelt Beckers dat het FTK de risico’s die eigelijk altijd al bestonden nu transparant heeft gemaakt. Dit betekent dat pensioenfondsen een beetje af zijn van het asset-only management. Ook ziet men dat het pensioenfonds Gist-Brocades voor het eerst in inflation-linked bonds heeft belegd met 115 miljoen euro of 11,6% van de totale portefeuille.
Aan de andere kant zit het pensioenfonds DSM Chemie al jaren in deze beleggingcategorie, en gezien de instaptermijn en de renteontwikkelingen zijn de rendementen op deze categorie zeker interessant.
De portefeuille is specifiek ontworpen met verschillende “rampscenario’s” in gedachten, vertelt Beckers. “Wij hebben onze portefeuille ingericht met het oog op een aantal mogelijke scenario’s ten opzichte van de verplichtingen. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er als de rente langere tijd op het niveau blijft van pakweg een half jaar geleden?
De toekomst van DSM en het buitenland
Het feit dat DSM een internationaal bedrijf is geeft de mogelijkheid om verschillende pensioenfondsen samen te voegen door middel van bijvoorbeeld UCITS-instrumenten. Bijzonder is echter dat, ook al zit het merendeel van de werknemers in het buitenland, het overgrote deel van de pensioengelden zich in Nederland bevindt.
“Het is zeker niet aan de orde om de verschillende internationale DSM-fondsen op dit moment samen te voegen. Weliswaar zit 70% van het personeelsbestand buiten Nederland, maar de grote pensioenfondsen zitten in Nederland. Buiten Nederland zijn de posities op het gebied van pensioenen ongeveer 20% van het totale pensioenvermogen.”
Het is echter niet zo dat er helemaal geen coördinatie zou zijn. Wat blijkt is dat DSM Pension Services en hun bewezen expertise in pensioen- en vermogensbeheer door de buitenlandse pensioenfondsen gebruikt kan worden.
“Voor alle pensioenfondsen, ook de buitenlandse, heeft de onderneming DSM een set requirements ontwikkeld waar alle werkgevers binnen DSM zich aan moeten houden. Het gaat dan om de inhoud van de pensioenregeling. Daarnaast zijn er best practices ontworpen ten behoeve van het vermogensbeheer,” vertelt Beckers. “DSM Pension Services vult daar internationaal een adviserende rol in. Bijvoorbeeld: voor het pensioenfonds in Zwitserland adviseren wij het pensioenfondsbestuur op het gebied van beleggingsbeleid, valutadekking en selectie van externe asset managers.”
Ondanks het feit dat internationale integratie van de pensioenfondsen niet op de agenda staat, wordt mogelijke verdere integratie binnen DSM Pension Services wel besproken. Beckers legt uit: “We zijn nu bezig met een discussie tussen de besturen van de twee grootste fondsen in Nederland om te kijken of we deze kunnen fuseren.”
“De reden hiervoor is dat DSM in de nieuwe CAO een pensioenregeling heeft afgesproken die voor heel DSM Nederland hetzelfde is. Dit betekent dat je maar één regeling hebt, en dan ligt het dus ook voor de hand om te kijken of de pensioenfondsen samen te voegen zijn.”
Vanuit deze optiek zouden er bepaalde schaalvoordelen te realiseren zijn. En niet alleen in het combineren van het vermogen, omdat dit effectief al gebeurt vanuit DSM Pension Services. “Hierdoor kun je toch een stuk synergie bereiken, ook vanuit een governance-optiek. En ook kun je meer risico’s nemen als een pensioenfonds groter is.”
Ook al beheert DSM Pension Services verschillende pensioenfondsen, het is niet de bedoeling om de commerciële weg in te slaan waar Mn Services en Cordares al kilometers verder zijn. Volgens Beckers zal DSM Pension Services naar verwachting alleen voor de DSM-omgeving (fondsen en onderneming) blijven werken. Wel zal dit thema nog aan de orde komen in een te voeren strategiediscussie.
De uitzondering die de regel bevestigt is het pensioenfonds SABIC. SABIC heeft van DSM de petrochemische activiteiten overgenomen en ten behoeve van haar medewerkers in Nederland een eigen pensioenfonds opgericht. Dit fonds beheert thans circa e400 miljoen aan vermogen.
|