Ongeveer hetzelfde pensioen voor ongeveer dezelfde premie
Gepubliceerd op: 03 April 2006
(April/Mei 2006)
Pensioenfonds Metalektro (PME) heeft met zijn nieuwe pensioenregeling kans gezien op veelal dezelfde voet door te gaan en toch te voldoen aan de nieuwe Pensioenwet. Bram van den Oever sprak met Bram van Els, manager communicatie bij PME.
Met de komst van een nieuwe pensioenregeling die voldoet aan de eisen van de wet kan Pensioenfonds Metalektro (PME) ongeveer hetzelfde pensioen voor ongeveer dezelfde premie aan hun deelnemers aanbieden.
Deelnemers van PME hoeven zelfs niet langer te werken, in weerwil van de kabinetsmaatregelen, om hetzelfde pensioenniveau te bereiken.
1 januari 2003 introduceerde PME een nieuwe pensioenregeling in de bedrijftak. In die tijd kwamen de eerste berichten vanuit de overheid dat de VUT nogal duur was, omdat het immers om een omslagregeling ging. De overheid wilde dat pensioenfondsen overgingen naar kapitaalgedekt vroegpensioen.
Overgangsregeling
Bram van Els zegt: “Onze bedrijfstak was al veel langer voorstander van het kapitaalgedekt vroegpensioen. Wij zijn per 1 januari 1998 al begonnen zijn met kapitaalgedekt vroegpensioen vanaf 62 jaar. Er was ook een overgangsregeling voor mensen die de tijd niet hadden om zelf te sparen en die werd via een omslagregeling gefinancierd. En dan gold voor de ouderen nog een soort VUT-regeling.”
Per 1 januari 2003 heeft PME de regeling helemaal vernieuwd. Om de kosten beheersbaar te houden is toen een middenloonregeling geïntroduceerd.
In de nieuwe regeling werd een flexibele uittredingsleeftijd van tussen de 55 en de 70 jaar vastgelegd. Verdere flexibiliseringsmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de keuze voor wel of geen nabestaandenpensioen en een toenemende pensioenuitkering, hoorden daarbij.
“Dat was een heel moderne regeling die voldeed aan de toenmalige wensen van de overheid en de bedrijfstak. Bovendien achtte de bedrijftak de regeling betaalbaar. Belangrijk, want de Metalektro is een bedrijfstak die sterk conjunctuurgevoelig is en last heeft van concurrentie van lage-lonenlanden,” vertelt Van Els.
Afschaffing prepensioen en VUT
Negen maanden nadat PME de nieuwe regeling had geïntroduceerd kwam het kabinet Balkenende met het idee om zowel het prepensioen als de VUT af te schaffen.
Van Els legt uit: “Toen we dat hoorden brak onze klomp. We hadden net die nieuwe regeling in lijn met de wensen van de overheid in elkaar gedraaid en dat was een van de modernste regelingen van het land. En negen maanden na die invoering —die ons vijf miljoen heeft gekost— kondigt de overheid aan dat ze gaan doen wat ze nu op 1 januari 2006 gedaan hebben.”
Ook al was de uiteindelijke vorm van de overheidseisen nog niet duidelijk, in 2005 gingen de sociale partners in de Metalektro rond de tafel zitten om de hoofdlijnen voor weer een nieuwe pensioenregeling in elkaar te draaien.
In april 2005 sloten de sociale partners een nieuwe CAO. “Onderdeel daarvan was een hoofdlijnenakkoord over een nieuwe pensioenregeling,” vertelt Van Els. “De sociale partners hebben met het afsluiten van dat akkoord de bestaande pensioenregeling goeddeels in stand weten te houden.”
De PME-truc
De sociale partners namen het standpunt in dat ze hun betaalbare, flexibele en kapitaaldekkende pensioenregeling in stand wilden houden. Om dat gedaan te krijgen, moesten tegen dezelfde kosten ongeveer dezelfde pensioenuitkomsten voor de deelnemers gerealiseerd worden.
Van Els: “We hebben dat uiteindelijk gerealiseerd door het volgende. Er zijn fiscale grenzen aan wat je aan pensioen mag sparen, dus de overheid zegt via de belastingdienst: je hebt zoveel ruimte in je inkomen om pensioen te sparen, en als je boven die grens komt dat is de premie niet meer aftrekbaar.
Die ruimte werd bij Metalektro in de oude regeling bij lange na niet benut. Je mag bijvoorbeeld 2,25% per jaar aan pensioen opbouwen in de middelloonregeling, waar wij met onze 2,2% al bijna aan zaten. Maar er is ook een wettelijke minimumfranchise die vrij laag is, om en nabij de 11.500 euro. En het is juist deze ruimte die wij gebruikt hebben. We hebben de franchise met bijna 4000 euro omlaag gehaald, al zitten we nog niet aan het minimum. Daardoor bouwen mensen veel meer pensioen op” (zie figuur 1).
Om aan de eisen van de overheid te voldoen heeft PME vervolgens de standaard pensioenleeftijd op 65 jaar gezet. De constructie zit nu zo in elkaar dat, omdat de franchise een stuk lager is, de PME-deelnemers over een groter deel van hun salaris pensioen opbouwen en de uiteindelijke totale pensioenspaarpot even groot is als voorheen.
“De overheid zegt dat de officiële pensioenleeftijd naar 65 jaar moet maar wat men vervolgens met het pensioen doet, dat moeten mensen zelf weten. En dus mogen ze het best eerder laten ingaan”, aldus Van Els
Wat blijkt is dat ook qua kosten en baten het plaatje hetzelfde is gebleven, gezien het totaal gespaarde bedrag (zie figuur 1). Dit laat dus ook de mogelijkheid open om eerder te stoppen met werken. Niettemin is er een bepaalde stimulans gecreëerd voor deelnemers om langer door te werken, gezien de hogere pensioenuitkering als men met 65 jaar stopt.
Van Els verwacht echter dat de gemiddelde uittredingsleeftijd ongeveer rond de 62 jaar blijft, gezien het karakter van de sector.
Weg met het overbruggingspensioen
Gezien de veranderingen in de wet is het overbruggingspensioen, dat bedoeld was om het gebrek aan AOW te compenseren in de pensioenjaren vóór de 65-jarige leeftijd, niet meer toegestaan.
PME heeft dan ook het overbruggingspensioen en de premie die daarbij hoort afgeschaft (zie figuur 1).
“Ook hier geldt: omdat die franchise zoveel naar beneden is gegaan bouwen mensen meer ouderdomspensioen op en dat kunnen ze vervolgens toch weer naar voren halen. Dus het kapitaal dat mensen opbouwen voor het ouderdomspensioen staat gelijk aan het vroegere ouderdomspensioen plus het overbruggingspensioen,” legt Van Els uit.
Aan de andere kant is er geen druk vanuit de overheid geweest om het nabestaandenpensioen anders te regelen. Niettemin heeft PME ook hier een flinke verandering gemaakt van een risicoverzekering naar een kapitaalgedekt systeem.
Het nadeel van de verzekerde oplossing was dat deze verzekering alleen opging zolang men premie betaalde. Met het nieuwe kapitaaldekkingssysteem zal ook hiervoor een aparte spaarpot worden opgebouwd.
Problemen met de wet?
Gezien het feit dat er weinig verandert voor de deelnemers en er in feite alleen een complexe verandering “aan de achterkant” is doorgevoerd, speelt bij sommige mensen de vraag of de wetgever dit wel zal toestaan.
“Werkgevers en werknemers hebben gezegd: we zetten de leeftijd van de nieuwe pensioenregelingen in Nederland op 65 jaar, maar het is wel het eigen geld van die mensen. Als zij kiezen eerder te stoppen voor een lagere uitkering dan kan niemand ze tegenhouden,” legt Van Els uit. “De overheid heeft dit dus moeten toelaten. En onze regeling is ook voorgelegd aan de fiscus en aan De Nederlandsche Bank, en die zijn akkoord.”
Wel vertelt Van Els dat hij niet zeker is wat er in de toekomst nog gaat komen vanuit de wetgever. Maar: “Ik denk niet dat we in de nabije toekomst nog een grote verandering kunnen verwachten, want dan zou men toch echt kunnen spreken over een onbetrouwbare overheid. Pensioenfondsen proberen zich immers toch op een lange termijn te richten, dus als ze nou over twee jaar weer de hele boel overhoop willen halen dan krijg je dat ook aan de mensen in het land niet verkocht.”
Hoe de deelnemer reageerde
PME heeft zo’n 30 bijeenkomsten in het hele land georganiseerd om aan ongeveer werknemers en werkgevers uit te leggen wat er veranderd is. Daar kwamen in totaal meer dan 6000 mensen op af. Door middel van een enquête hebben ze de helft daarvan geraadpleegd. Hieruit bleek dat het overgrote deel van de deelnemers de verandering als gunstig, wenselijk of noodzakelijk ziet.
“Dit betekent dat wij in onze opzet van ‘ongeveer hetzelfde pensioen voor ongeveer hetzelfde geld’ goed geslaagd zijn,” concludeert Van Els. “Bijzonder, want mensen zijn geneigd een verandering al gauw als een verslechtering te zien.”
Figuur 1: Rekenvoorbeeld
Over de extra €4000 van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd door de verlaging van de franchise, wordt de normale pensioenpremie geheven. De pensioengrondslag is dus groter geworden doordat de franchise kleiner is geworden. Over die grondslag betalen de deelnemers samen met hun werkgever 23%. Dit is minder dan voorheen, maar omdat het deel van het salaris waarover premie wordt betaald groter is geworden, komt het in euro’s op hetzelfde neer. De nieuwe regeling is dus kostenneutraal.
Dus alleen de spaarpot op 65 jaar wordt groter dan hij was op 65 jaar. Stel: men had een pensioenspaarpot van €100.000 pensioen op 62-jarige leeftijd. De overheid wil eigelijk dat mensen met 65 jaar met pensioen gaan, en dus een kleinere spaarpot nodig hebben. Wat PME heeft gedaan is zorgen dat mensen met 65 jaar méér dan €100.000 pensioen hebben (want een hogere opbouw en een langere opbouw). Als het pensioen dan vervroegd wordt naar 62 jaar, kom je op vergelijkbare uitkomsten als voorheen.
|