Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
IAS 19: Staart kwispelt hond?

Gepubliceerd op:  03 April 2006 (April/Mei 2006)

Er zijn nogal wat problemen die de internationale normen voor financiële verslaglegging (IFRS) met zich meebrengen voor Nederlandse pensioenfondsen en hun sponsors. Stephen Bouvier gaat hier dieper op in.

‘Je moet normen voor de financiële verslaglegging van pensioenfondsen niet laten opstellen door accountants,’ zo luidt één van de bezwaren die worden ingebracht tegen de internationale accountingstandaard. “IAS 19 heeft echter niet direct betrekking op de boekhouding van pensioenfondsen, maar eerder op de accounting van bedrijven ten aanzien van de secundaire arbeidsvoorwaarden,” zegt Roland van Gaalen, partner bij Watson Wyatt, in reactie op deze bewering.

“Ik begrijp dit soort bezwaren niet helemaal, aangezien de International Accounting Standard (IAS) 19 is overeengekomen op het hoogste niveau binnen de EU, na overleg en met inachtneming van de vereiste procedures,” zegt Van Gaalen. Hij geeft echter toe dat het soms lijkt alsof de IAS 19 een veel grotere en bredere impact heeft dan gerechtvaardigd is – voor de vele critici is de richtlijn dan ook een typisch geval van ‘staart kwispelt hond’.

In plaats van nog maar eens een opsomming te geven van de bekende bezwaren tegen de IAS 19 is het interessanter te kijken naar de oplossingen die van Gaalen aandraagt voor de problemen die pensioenfondsen hebben met deze richtlijn:

• aanscherpen van het beleggingsbeleid om de rendementen te verbeteren;

• de indexatie nog eens tegen het licht houden; of

• overstappen op een hybride Defined Benefit (DB) en Defined Contribution (DC)-regeling, beter bekend als ‘collectief DC’, om zo de risico’s van de werkgever te beperken.

De eerste optie komt waarschijnlijk neer op meer van hetzelfde; de tweede optie wil de IAS 19 beter laten aansluiten op de realiteit van indexatie in Nederland; de derde optie wordt soms gezien als een Defined Contribution-wolf in Defined Benefit-schaapskleren.

Om te beginnen met de laatste optie: bij een collectief Defined Contribution-regeling dragen werknemers bij aan een collectief pensioenfonds dat los staat van de werkgever, en dat de pensioenuitkering berekent volgens een Defined Benefit-formule – bijvoorbeeld een middelloonregeling – met het voorbehoud dat de uitkeringen verlaagd kunnen worden mochten de rendementen niet hoog genoeg zijn. Het belangrijkste element van dit nieuwe model is de risico-overdracht, waarbij de regeling de werkgever ontslaat van elke verplichting om bij te storten in geval van een dekkingstekort, terwijl werknemers tenminste sommige van de voordelen van het DB-systeem kunnen behouden – zij het in ruil voor een zeker risico.

Hoe biedt dit risico-overdrachtcompromis een antwoord op de IAS 19-problematiek? Heel kort samengevat: door de pensioenverplichtingen boekhoudkundig te behandelen als een Defined Contribution-regeling. “De achterliggende gedachte is dat een hybride regeling in aanmerking kan komen voor behandeling als een DC-regeling in het kader van de IAS 19,” zegt Van Gaalen. De overstap naar een DC-boekhouding zou volgens hem een geweldige vereenvoudiging van de boekhoudkundige procedures betekenen.


Een GAAPende kloof tussen de regelingen

Van oudsher verplichtte de Nederlandse GAAP bedrijven tot beperkte openbaarmaking, waaronder een verklaring in de toelichting op de rekeningen waaruit bleek dat de onderneming een – natuurlijk volledig kapitaalgedekte - DB-regeling uitvoerde. De pensioenverplichtingen kwamen alleen om de hoek kijken als er sprake was van een tekort, en tekorten waren er normaliter niet. Doch sinds april 2005 zijn bedrijven krachtens de IAS 19 verplicht om hun pensioenvoorzieningen zichtbaar te maken op de balans - bijvoorbeeld in de vorm van een opgebouwde pensioenverplichting of vooruitbetaalde pensioenlasten – terwijl bovendien een uitvoerige openbaarmaking wordt verlangd die door veel bedrijven als buitensporig en lastig wordt ervaren. “We zien hier een groot verschil,” merkt Van Gaalen op. “Onder het oude stelsel kreeg de deelnemer heel weinig informatie, terwijl de nieuwe regels dwingen tot veel transparantie.” Defined Contribution-boekhouding is vergelijkenderwijs veel eenvoudiger. “Meestal hoef je helemaal niets te doen, tenzij er sprake is van een verplichting of een incidenteel tekort. Het enige wat je te doen hebt is het boeken van de premies van het lopende jaar. Je moet dan bijvoorbeeld uitrekenen op wat voor bedrag 15 % van de jaarlijkse loonsom neerkomt en dat bedrag als uitgavenpost boeken. Het is een mooi systeem van boekhouden omdat er zo weinig inspanning bij komt kijken,” licht hij toe.

Toch blijven er met een collectieve DC-regeling valkuilen bestaan. Op de eerste plaats schiet deze benadering zijn doel voorbij als de constructie ruimte laat voor bijkomende verplichtingen, waardoor de regeling ongeschikt is als ‘list’ om aan het keurslijf van Defined Benefit-boekhouding te ontkomen. “Er moet daadwerkelijk sprake zijn van risico-overdracht, waarbij werknemers de last van toekomstige tekorten op zich nemen,” zegt Van Gaalen. Verder dient het collectieve DC-model te passen in het kader van de Nederlandse pensioenwetgeving. In dit opzicht komt het goed uit dat de nieuwe pensioenwet – welke volgens de planning in 2007 ingevoerd zal worden – het concept zo te zien alle ruimte zal geven.

De voorgestelde wetgeving zoals deze nu op tafel ligt erkent zowel Defined Benefit- als Defined Contribution-modellen, ook al zijn deze specifieke termen niet in de wetteksten terug te vinden. “Als je een collectieve DC-regeling hebt,” zegt Van Gaalen, “zal de toezichthoudende instantie – DNB – deze behandelen als een traditionele pensioenregeling voor wat betreft de minimale dekkingsvereisten.” De toezichthouder heeft tevens bepaald dat bedrijven een toekomstige bijstortingsverplichting kunnen afkopen door een afzonderlijke jaarlijkse bijdrage te betalen, gebaseerd op de volledige actuariële kosten van nieuwe opbouw van pensioenrechten en met inbegrip van een afdoend bedrag om te voorzien in een solvabiliteitsbuffer. In feite wordt in de voorgestelde wetgeving de keuze van het pensioenmodel overgelaten aan de sociale partners en de keuze van het boekhoudkundige systeem aan de IASB. Dat is allemaal goed en wel zolang je accountant maar bereid is om de hybride regeling boekhoudkundig te behandelen als een DC-regeling.

De ontsnappingsmogelijkheid van een hybride systeem heeft nog een andere valkuil, namelijk dat men gevaar loopt dat het systeem helemaal niet werkt, meent Jan Snippe, hoofd van de afdeling bedrijfspensioenen van Philips: “Voor ons is een hybride regeling geen optie omdat we er niets mee kunnen in het kader van de Amerikaanse GAAP, waarin geen ruimte geboden wordt voor een collectieve DC-regeling. Het heeft weinig zin om de verschillen tussen onze IFRS-verslaglegging en Amerikaanse GAAP-rapportage te vergroten, en dat is ook een reden waarom we een hybride regeling in dit stadium niet als een optie zien. Ik kan me trouwens heel goed voorstellen dat men vraagtekens gaat zetten bij deze optie als middel om te ontsnappen aan de IFRS-verplichting om pensioenen te verantwoorden. Naar mijn idee is dit alternatief niet zo solide als men beweert.” Snippe voegt hier nog aan toe dat het aanstaande reguleringskader mogelijk niet is toegerust om adequaat om te gaan met collectieve DC-regelingen. Een oplossing moet volgens hem mogelijk worden gezocht in duidelijke richtlijnen van de kant van de IASB, waarin aangegeven wordt wat wel en wat niet aanvaardbaar is.


De zaak betaalbaar houden

Dus wat zijn nu eigenlijk precies de problemen die de IAS 19 voor Nederlandse verslagleggende bedrijven met zich meegebracht heeft? Van Gaalen gaat terug naar de basis, en stelt de vraag of verminderde blootstelling aan vaste pensioentoezeggingen wel een juiste en rationele reactie is op de noodzaak risico te beperken. Over het algemeen, zegt hij, hebben Nederlandse pensioenfondsen een goede dekking; dat geldt misschien niet voor de indexatieverplichtingen, maar wel waar het om de nominale bedragen gaat.

Vervolgens richt hij zijn aandacht op specifiek boekhoudkundige aspecten en zegt: “Toekomstige salarisverhogingen dienen naar mijn mening niet bij de verplichtingen inbegrepen te worden.” Hij vervolgt: “De pensioenverplichting dient berekend te worden op basis van de opgebouwde rechten tegen reële waarde, rekening houdend met toekomstige indexatie.” Opmerkelijk is zijn beklemtoning van berekening op reële waarde. Met zijn kritiek verkeert hij in goed gezelschap, merkt hij op, aangezien vooraanstaande Amerikaanse actuarissen dezelfde bedenkingen naar voren brengen als het gaat om de Amerikaanse norm FAS 87.

Van Gaalen vestigt de aandacht op wat hij ziet als het “inherent zwakke punt” in het zogenaamde “impliciete contract”-model, namelijk de opvatting dat salarisverhogingen deel uitmaken van het impliciete contract tussen een bedrijf en zijn werknemers en als zodanig geboekt dienen te worden als toekomstige verplichtingen. Hij wijst erop dat op toekomstige stijgingen van de loonsom niet dezelfde boekhoudkundige benadering wordt toegepast. Dat is, zo zegt hij, “een duidelijke inconsistentie; het is heel ver gezocht, overschat het risico en zou heel wel kunnen bijdragen aan het verval van het Defined Benefit-stelsel.”

Ralph ter Hoeven, IFRS-partner bij Deloitte, is echter van mening dat het logisch is om rekening te houden met toekomstige salarisverhogingen. “Wat heeft u liever, een eindloonregeling of een middelloonregeling? Een eindloonregeling is nu eenmaal meer waard, en de IAS 19 wil alleen maar afdwingen dat dit erkend wordt.”

Ook de Nederlandse benadering van indexatie – die van oudsher nooit gegarandeerd werd – heeft problemen met zich meegebracht. “Indexatie wordt niet gegarandeerd en dit is duidelijk gemaakt in de nieuwe Nederlandse pensioenwetgeving,” zegt Van Gaalen. “Om aan de minimale dekkingseisen te voldoen hoeft men geen rekening te houden met indexatie – zolang men tenminste geen onvoorwaardelijke indexatie heeft toegezegd. Dat is een bewuste beslissing geweest om de zaak betaalbaar te houden.”

“Wat wij hier in Nederland in het algemeen – dus niet alleen bij Philips – hebben geprobeerd duidelijk te maken is dat ons beleid moet worden begrepen als een beleid van voorwaardelijke indexatie. Met andere woorden, we hebben geprobeerd duidelijk te maken dat ons beleid afhankelijk is van de financiële positie van het pensioenfonds,” stelt Jan Snippe en hij voegt eraan toe: “DNB gaat binnenkort een nieuw toezichtsregime formaliseren dat met het oog op de solvabiliteitseisen specifieke voorwaarden stelt waaraan moet worden voldaan wil het indexatiebeleid van een onderneming als ‘voorwaardelijk’ worden erkend. Accountants zouden er goed aan doen in dit opzicht de richtlijnen van DNB ter harte te nemen.”

Verplichtingen die mede bepaald worden door het loopbaangedrag van de deelnemers brengen specifieke problemen met zich mee bij het opstellen van voorspellingsmodellen,” voegt Ter Hoeven toe. “Ik heb geconstateerd dat dit voor een doorsnee uitkeringsregeling in de praktijk niet erg problematisch is,” zegt hij. “Maar in sommige landen zijn buitenlandse dochterondernemingen gevestigd waarvoor moet worden uitgemaakt of een regeling als ‘DC’ of ‘DB’ moet worden beschouwd. Een ander voorbeeld is de vraag of vervroegde pensioenregelingen onder de ‘Defined Benefit’ of de ‘Defined Contribution’-noemer vallen.”

Maar op basis van zijn ervaring met het pensioenfonds van Philips betwijfelt Snippe dat de boekhoudkundige verwerking van toekomstig-salarisberekeningen zo problematisch is als wel wordt aangenomen. “Ik geloof niet dat wij er problemen mee hebben, want we zijn het gewend,” zegt hij. “De enige manier is om het gewoon te doen, op een zorgvuldige en nauwgezette wijze. Voor ons is de IAS 19 een gegeven.”


Vaste toezeggingen

Overkoepelende pensioenregelingen waarbij meerdere werkgevers zijn aangesloten maken op basis van beheerd vermogen 75% uit van de Nederlandse pensioenvoorziening. De norm FAS 87 van de Amerikaanse GAAP behandelt deze fondsen gelukkig als een Defined Contribution-regeling. Maar de IAS 19 beschouwt deze fondsen als Defined Benefit-regeling, en rekent zowel het vermogen als de verplichtingen proportioneel toe aan de afzonderlijke deelnemende bedrijven. De IAS 19-aanpak wordt gerechtvaardigd door te wijzen op de fundamentele aard van de regeling, die in wezen gebaseerd is op vaste toezeggingen, ook al heeft de werkgever veel minder invloed op het pensioenfonds. “Bedrijfstakpensioenfondsen zijn vanwege die toerekening niet erg gelukkig met de IAS 19. Vroeger konden ondernemingen de jaarlijkse premie simpelweg als een uitgavenpost boeken,” legt Ter Hoeven uit.

Het is uiteraard zo dat sponsor-ondernemingen niet alleen de toegerekende verplichting dienen te boeken, maar aan de andere kant ook een toegerekend vermogensbestand in de boeken mogen opvoeren. “Maar daar schieten ondernemingen weinig mee op omdat ze geen mogelijkheid hebben om die post op een zinvolle manier in hun rekeningen te verwerken,” zegt ter Hoeven. Uiteindelijk zal het afhangen van het resultaat van het convergentieproject tussen de IASB en de FASB of de verplichtingen van overkoepelende regelingen boekhoudkundig voor een DC-behandeling in aanmerking komen, volgens ter Hoeven. “Ik weet dat veel Europese ondernemingen die zijn aangesloten bij een pensioenkoepel jaloers zijn op deze optie die de Amerikaanse GAAP biedt.”

Ter Hoeven betwijfelt dat de IAS 19 meer volatiliteit gebracht heeft in de verslaglegging van ondernemingen, met name omdat de zogenaamde ‘corridor approach’ ondernemingen toestaat om de eerste 10% van een eventuele toename of daling van de verplichtingen buiten de boeken te houden. “Je kunt dus kiezen: van deze faciliteit gebruik maken om de volatiliteit vergaand te beperken, of afzien van de ‘corridor’ en alles boeken op de verlies- en winstrekening, of gebruik maken van de mogelijkheid van ‘equity accounting’- vermogensmutatie - die de Britse GAAP biedt,” zegt hij.

Maar voor bedrijven die zoals Philips geregistreerd zijn bij de Securities and Exchange Commission is ‘equity accounting’ geen aantrekkelijke optie, omdat dit afwijking van de Amerikaanse GAAP met zich meebrengt. “Voor ons is het belangrijk om een lijn aan te houden die overeenstemt met onze gedragslijn in het kader van de Amerikaanse GAAP en daarom waren we niet erg geneigd om de FRS 17-lijn te volgen,” zegt Snippe. “Voorzover de IFRS en de Amerikaanse GAAP dezelfde eisen stellen, richten wij ons graag op die punten van overeenstemming. We willen onnodige verwarring uiteraard voorkomen. Ik moet hier overigens wel aan toevoegen dat ‘equity accounting’ mogelijk aan bod komt in een binnenkort uit te brengen, bijgewerkte versie van de Amerikaanse GAAP-regelgeving voor pensioenboekhouding. Hoogst waarschijnlijk zal equity accounting dan niet meer een optie zijn, maar verplicht worden gesteld.”

Om terug te keren naar de vraag die werd gesteld in de eerste alinea’s van dit artikel: heeft de IAS 19 een veel te grote impact op de pensioenwereld? Kwispelt de staart de hond? Voor Nederlandse pensioenfondsen hangt het er maar net vanaf hoe je de boekhoudkundige vereisten van de IAS 19 met betrekking tot overkoepelende pensioenregelingen, indexatie en berekening van toekomstige salarisverplichtingen bij eindloonregelingen bekijkt: als een reële afspiegeling van de risicoblootstelling van een bedrijf, of als de doodsklok voor het Defined Benefit-stelsel.

“De controverse is een storm in een glas water,” zegt de man van Deloitte en hij voegt eraan toe dat we met de IAS 19-benadering zullen moeten leren leven. “DNB berekent de minimale dekkingsgraad niet langer op kostenbasis maar op basis van marktwaarde, en dat betekent een verschuiving in de richting van de benadering volgens de IAS 19,” zegt hij.

“Daarmee erkent DNB het verschil in waarde tussen een middelloonregeling en een eindloonregeling. Dan is het logisch dat pensioenfondsen met een eindloonregeling aan strengere normen moeten voldoen voor wat betreft de minimale dekkingsgraad.”

Anderzijds zouden pensioenfondsbeheerders ook kunnen proberen hun beleggingsperformance te verbeteren om aan de IAS 19-vereiste te voldoen. En dat is geen gekke gedachte.





Op de drempel van de IFRS
Uit een door accountants van KPMG in december 2005 uitgevoerde analyse van de in 2004 behaalde financiële resultaten van 45 Europese ondernemingen met een blue chip notering, herberekend op basis van de International Financial Reporting Standards (IFRS), bleek dat de nieuwe normen een effect van gemiddeld 43% hadden op de winstcijfers. Op het vlak van pensioenboekhouding kwamen de analisten van KPMG tot de conclusie dat voor 33% van de ondernemingen de nieuwe boekhoudkundige normen met name op het gebied van pensioenen een aanzienlijke impact hebben. Uit een eerder in die maand door KPMG uitgevoerde enquête onder 100 marktanalisten bleek dat meer dan drie vierde van de ondervraagden verwacht dat bedrijfswaarderingen in 2006 een klap zullen oplopen ten gevolge van het IFRS-stelsel.

In ‘On the Threshold of IFRS’ – het verslag van een enquête onder 50 buy-side en 50 sell-side analisten – wordt vermeld dat 77% van de ondervraagde analisten ervan uitgaat dat de IFRS een negatief effect zal hebben op de waardering van aandelen. Ongeveer 30% van de ondervraagden zei de effecten van de IFRS nog niet ingecalculeerd hebben. Het is derhalve niet onredelijk om de vraag te stellen of de IAS 19 een negatief effect zal hebben op het beeld dat analisten hebben van de financiële resultaten van een onderneming, en of analisten in staat zijn om een scheiding te maken tussen enerzijds de verandering in boekhoudkundige methodieken en anderzijds het presteren – of niet presteren – van de onderliggende business. “De eisen die de IAS 19 stelt voor wat betreft openbaarmaking van gegevens gaan heel ver. Een analist kan dus beschikken over alle informatie die hij nodig heeft voor een grondige analyse van de positie van een fonds,” aldus Ter Hoeven.

Van Gaalen: “Meestal hoef je helemaal niets te doen”

Ter Hoeven: “De eisen gaan heel ver”

Printbare versiePrintbare versie

 


Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Oranje: Bärenstark in der betrieblichen Vorsorge
• „Der Pensionsfonds wird ein europäischer Player“
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Norwegian giant hurt by Lehman collapse
• Consensus on Freddie and Fannie not enough to boost confidence
• Equity-heavy Ilmarinen defiant despite losses
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Shop ‘til you drop
• US dubs PA charge ‘impossible dream’
• Saving yourself from poverty
Professional Wealth Management
• Identifying opportunities in dark times
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Wealth gatherers moving Eastwards
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008