Pensioenfonds De Eendragt gaat met pensioen
Gepubliceerd op: 03 April 2006
(April/Mei 2006)
|
|
Menco (l.) en Nieuwenhuizen: “Elk pensioenfonds is uniek”
|
Pensioenfonds De Eendracht, in verschillende gedaanten actief sinds 1941, heeft een slimme manier bedacht om de voordelen voor de deelnemers te behouden na de invoering van de Pensioenwet. Het pensioenfonds is opgehouden met pensioenfonds te zijn en zal voortbestaan als verzekeraar. Bram van denOever sprak met Philip Menco, CEO en Tom Nieuwenhuizen, directeur.
npn: Hoe is het allemaal begonnen?
PM: Pensioenfonds De Eendragt is 1 januari 1982 opgericht als vervolg op Pensioenfonds Van Gelder Papier. Dat bestond sinds 1 januari 1941, dus dat is een behoorlijke tijd terug. We hebben al gezegd: we gaan met pensioen met onze 65 jaar. Van Gelder ging failliet in 1981; het was een heel groot papier- en verpakkingsmaterialenconcern. Uit Van Gelder kwamen een stuk of 12 ondernemingen die zelfstandig zijn voortgegaan, of werden gekocht door buitenlandse bedrijven. De gepensioneerden, WAO’ers en zogenaamde slapers (mensen die niet meer werkzaam zijn maar nog wel in het pensioenfonds zitten) moesten ook ergens onderdak vinden. Ten behoeve van al die mensen plus die 12 ondernemingen is toen De Eendragt opgericht. Met de bedoeling om voor al die mensen het pensioen veilig te stellen.
De Eendragt is in de loop van de jaren gegroeid: er is een aantal ondernemingen bijgekomen. En uiteindelijk hadden we, begin 2005, 16 ondernemingen die hun pensioenregeling bij De Eendragt hadden ondergebracht. Die ondernemingen hadden alle hun eigen “compartiment”: eigenlijk hadden ze hun eigen pensioenfonds binnen De Eendragt. De Eendragt rapporteerde naar DNB als één pensioenfonds, met één dekkingsgraad en één jaarverslag en noem maar op. Maar onderliggend hadden al die ondernemingen hun eigen pensioenregeling die onderling afwijken, maar ook hun eigen dekkingsgraad, hun eigen financiële situatie. Zo was het ingericht.
Die financiële opzet mag niet meer onder de Pensioenwet. Ondernemingen moeten hetzij een financiële hetzij een fiscale eenheid vormen om in één pensioenfonds te participeren.
De aangesloten ondernemingen wilden allemaal graag doorgaan met De Eendragt. Men was zeer tevreden over de service, financieel is het een zeer solide pensioenfonds en er zijn ook niet zo veel alternatieven die deze kwaliteit bieden.
Vervolgens hebben we een extern consultant gevraagd onderzoek te doen naar alternatieven. Daar zijn er zes uit naar voren gekomen, variërend van een bedrijfstakpensioenfonds, volledig opgaan in een andere onderneming, herverzekeren, tot het hele idee van compartimentering laten vallen. Eigenlijk had elk alternatief voor- en nadelen, maar vooral nadelen. Het beste alternatief dat eruit kwam was het opzetten van een levensverzekeringsmaatschappij.
Een verzekeringsmaatschappij heeft klanten die binnen die verzekeringsmaatschappij hun eigen pensioenregeling hebben. De werkgever verzekert de pensioenregeling en besteedt het helemaal uit aan zo’n verzekeraar.
Voor een verzekeringsmaatschappij bestaan twee mogelijkheden: een NV of een onderlinge waarborgmaatschappij. We hebben heel lang gedacht aan een OWM, maar daar zat een aantal grote problemen aan vast, voornamelijk dat de leden, de aangesloten ondernemingen, het feitelijk voor het zeggen hebben. En dat wilden onze deelnemers niet. Die vonden een paritair samengesteld bestuur essentieel. Uiteindelijk is gekozen voor een naamloze vennootschap.
Ook moest een manier gevonden worden om de verplichtingen en de bezittingen geruisloos over te brengen van het pensioenfonds naar de verzekeringsmaatschappij. Daar is toen door onze adviseur, PricewaterhouseCoopers, iets op bedacht: de verzekeringsmaatschappij afsplitsen van Pensioenfonds De Eendragt. Feitelijk is De Eendragt opgesplitst in de oude stichting en een nieuwe NV. Vervolgens zijn alle rechten en plichten overgegaan naar de afgesplitste NV. De stichting veranderde haar doelstelling van pensioenfonds in holdingmaatschappij en werd de enige aandeelhouder van de vennootschap. Het bestuur van de Stichting De Eendragt Pensioen vormt nu het bestuur van de aandeelhouder.
Een van de bijkomende voordelen van een NV is dat ook in het buitenland een NV een heel normale rechtsvorm is, terwijl een OWM toch een wat moeilijk begrip vormt.
npn: De constructie die jullie bedacht hebben, is dus voor een heleboel diverse ondernemingen mogelijk?
TN: Ja, maar in eerste instantie is het bedoeld als een continuering van wat er al was. We hebben het volgende gedaan. Er komt nieuwe wetgeving, en we hoorden van onze klanten dat ze de zaak graag overeind houden. We hebben geprobeerd met een nieuwe juridische structuur zoveel mogelijk van het oude te handhaven. Dat was voor Philip en mij ook de opdracht: zet iets in elkaar, maar hou het zoveel mogelijk herkenbaar, want wat er nu is, daar zijn werkgevers, werknemers, vakverenigingen, ondernemingsraden, het hele stelsel, tevreden mee. En daar is dit uitgerold.
npn: De ondernemingen zijn erg gediversifieerd: de een heeft prepensioen, de ander eindloonregeling… Hou je die verschillen tussen de berekening door de accountant of actuaris dan toch niet?
PM: Er is één jaarverslag: dat van De Eendragt. Kijk, wij moeten intern de zaak natuurlijk heel goed administreren. Maar daar zijn we ook helemaal op ingericht. We hebben een fantastische pensioenadministratie, die vanaf de basis rekening houdt met de diversiteit in regelingen. En daarom kunnen we ook vrij makkelijk die overstap maken naar een verzekeraar: we hadden al allemaal individuele klanten.
npn: Er zijn heel wat bedrijven aangesloten. Bestaat de mogelijkheid om uit te breiden?
PM: Ja, en wij zijn voor veel pensioenfondsen ook heel aantrekkelijk. Een groot verschil met de vroegere situatie: het is nu mogelijk om ondernemingen uit een totaal andere bedrijfstakken te verzekeren. Dat biedt tevens de mogelijkheid van een bredere risicospreiding. We zijn natuurlijk kwetsbaar voor wat er in de papierindustrie gebeurt. Als het daar slecht gaat (en momenteel heeft de papierindustrie het niet makkelijk) gaan er mensen uit. En dat betekent dat je nog veel meer niet-actieven krijgt. Wij streven naar een verhouding van 50% nog bij de aangesloten ondernemingen werkzame personen en 50% gepensioneerden, slapers en WAO-ers, de niet-actieven. Momenteel ligt die verhouding nog op 70/30. Dat geeft meer basis aan de continuïteit van het fonds, en dat is natuurlijk ook belangrijk voor alle betrokkenen.
Wij zijn duidelijk anders dan de andere verzekeraar. We komen uit een pensioenfondscultuur. Dat merk je in alles: in de service, de kosten, in het feit dat we geen winstoogmerk hebben, in het feit dat wij het hele nettorendement van de beleggingen ten goede laten komen aan de compartimenten. Service en opbrengsten zijn bij ons aantrekkelijker dan bij de gemiddelde verzekeraar.
TN: Wij hebben daarbij een afwijkend product. Ons product is geïndexeerd pensioen en alle andere verzekeraars hebben een nominaal pensioen. En daar zit een wezenlijk verschil.
npn: Hoe kun je een geïndexeerd pensioen garanderen?
PM: Die indexatie is uiteraard voorwaardelijk. Wij hebben echter geprobeerd om, ondanks het feit dat het een voorwaardelijke indexatie is, ervoor te zorgen dat de zekerheid dat je volledige indexatie krijgt zo hoog mogelijk is.
De jaarcijfers zijn nog niet officieel bekend, maar we hebben op dit moment een dekkingsgraad voor de niet-actieven van zo’n 116% op 3% rekenrente. Dus we zitten ver boven de minimumgrens van 105%. Dat betekent dat we in ieder geval gedurende een behoorlijke tijd die indexatie gewoon kunnen betalen.
En verder voeren we een ander beleggingsbeleid voor de niet-actieven dan voor de actieven. Het beleid bij de niet-actieven is erop gericht de dekkingsgraad zoveel mogelijk in stand te houden om de indexatie zeker te stellen. Voor de actieven richt de beleggingsstrategie zich op een zo laag mogelijke premie, dus een zo hoog mogelijk rendement, bij een aanvaardbaar risico. De actieven zitten dus meer in aandelen, wat meer in koersgevoelige beleggingen zeg maar, dan de niet-actieven.
npn: Dus die beleggingen voor de niet-actieven, zijn dat dan vooral vastrentende waarde?
PM: Voor een groot deel wel natuurlijk, maar daarnaast kun je ook denken aan vastgoed, een klein stukje in aandelen, staatsleningen van opkomende markten (emerging markets debt), high-yielders, dat soort zaken.
Bij de niet-actieven zit je in de orde van grootte van 85% laag risico; bij de actieven ligt dat op 70/30.
npn: Blijven de aangesloten bedrijven wel onafhankelijke ondernemingen?
TN: Elk pensioenfonds is uniek, heeft z’n eigen interne organisatie, z’n eigen regeling, zijn eigen financieringssystematiek, zijn eigen dekkingsgraad. Dat betekent dus ook dat als zo’n pensioenfonds bij ons komt, het maatwerk krijgt. Als je te maken hebt met een redelijk rijk pensioenfonds zullen ze zich vrij makkelijk kunnen inkopen in ons compartiment van de niet-actieven en daarmee hebben ze de indexatie geregeld. Dat kan natuurlijk niet altijd. Als je bijvoorbeeld een pensioenfonds hebt met een dekkingsgraad van 105% op 4% wordt dat natuurlijk even puzzelen. Maar ook daar zijn altijd wel weer oplossingen voor. Daar moet je ook voldoende creatief in zijn.
npn: Maar om al die verschillende pensioenfondsen onder te brengen, hebben jullie daar binnenshuis de instrumenten voor?
TN: Ja, dat is geen enkel probleem. Dat doen we al jaren. De administratie is hier dusdanig ingericht dat bijna elke regeling erin kan en de administratie kan helemaal gesplitst plaatsvinden. Of dat nou DB of DC is of een combinatie, eindloon, middelloon, zeg het maar. Dat past er in principe gewoon in.
TN: En dat is op zich in de verzekeraar niet anders dan in het pensioenfonds; dat is voor ons niet nieuw.
npn: Wat wel nieuw is, is dat er nu anderen bij kunnen komen. Is er al interesse voor?
PM: Het loopt storm. We hebben vorig jaar al twee partijen geacquireerd. We zijn inmiddels in gesprek met andere ondernemingen en ervaren buitengewoon veel interesse vanuit allerlei pensioenfondsen die een oplossing zoeken voor hun hoge kosten en voor allerlei andere problemen. Zij voelen zich meer thuis bij een pensioenfonds in de gedaante van een verzekeraar dan bij een commerciële verzekeraar.
TN: Wat ik heel duidelijk heb geproefd in de gesprekken is dat ze sterk het gevoel hebben dat als ze bij De Eendragt gaan, ze een heel groot stuk van hun identiteit kunnen behouden. Het pensioenfonds is er dan niet meer, het bestuur ook niet, maar men kan veel dingen handhaven: de regeling bijvoorbeeld. Daardoor hebben ze het gevoel dat het nog steeds een beetje van hen is en niet het standaardproduct van een verzekeraar.
npn: Jullie hebben geen winstoogmerk. Hoe ga je dat behouden? Is de verleiding niet te groot?
PM: We hebben geen aandeelhouder die een stuk winstdeling wil hebben, zoals bij een commerciële verzekeraar. Er is statutair vastgelegd dat er geen winstverdeling plaatsvindt anders dan naar de depots van de verzekerde deelnemers. De volledige overwinst komt dus voor 100% ten goede aan de verzekerden. Dat is uniek in verzekeringsland.
Unaniem besluit
npn: Kan bijvoorbeeld Achmea binnenlopen en alle aandelen kopen?
PM: Het kan wel, maar statutair is dat niet makkelijk gemaakt. De Stichting die onze aandeelhouder is, wordt bestuurd door de aangesloten ondernemingen, en niet alleen de werkgevers maar ook de werknemers. En die hebben er een uitzonderlijk groot belang bij om dat zo te houden.
TN: Een verkoop kan alleen maar als er een unaniem besluit is. Dus als er één persoon in dat bestuur nee zegt, gaat het niet door. En als er werknemers en gepensioneerden inzitten, loop je aan tegen hun belang: indexatie.
PM: Voor de werknemers is het helemaal niet interessant om die aandelen te verkopen. Stel dat brengt een paar miljard op, waar gaat dat naartoe? Niet in de pensioenregeling. Dat verdwijnt: dan heb je een rijke stichting.
npn: Zijn er geen neigingen bij de ondernemingen die bij jullie zitten om van regeling te switchen?
TN: Jawel, die neiging wordt natuurlijk gevoed door de IFRS-problematiek. Het probleem als je wilt overstappen op een DC-regeling is de uitleg aan de vakbonden. En als werkgever moet je je goed realiseren dat je bij een DC-regeling geen premiekorting kan hebben en de premie vaak op een hoog niveau wordt vastgelegd.
npn: Waren jullie discussies met de vakbeweging problematisch?
TN: We hebben ons altijd opgesteld als verlengstuk van de onderneming, niet alleen voor de werkgevers maar ook voor de werknemers. Ik heb samen met de voorzitter van het bestuur gewoon uitgelegd wat er aan de hand is, waarom in onze visie een NV beter was. Iedereen zei: dit is een goede oplossing, dat gaan we doen. We hebben er vertrouwen in dat het allemaal goed komt.
npn: Hoeven ondernemingen die zich bij jullie aansluiten niet meer in lijn met IFRS het pensioenfonds op de balans te zetten?
TN: Wij zijn daarmee bezig. Wij willen in kaart laten brengen, met specialisten op dit toch heel specifieke en nog jonge terrein, wat de repercussies zijn voor de IFRS-berekeningen du moment dat wij inderdaad verzekeraar zijn. En daar spelen natuurlijk een hoop zaken: indexatieverplichting is er niet meer (althans als het gaat om niet-actieven). Garantiecontracten: hoe werkt dat door?; welke aanpassingen zouden er nog in de pensioenregeling moeten plaatsvinden om de hele zaak IFRS-proof te maken? Voorzover aangesloten ondernemingen dat überhaupt willen. Van een aantal weet ik dat als dat zou lukken, zij dat erg op prijs zouden stellen.
Wat wij eerst doen, is in kaart brengen wat er nodig is om het IFRS-proof te maken. Dat zullen we dan bespreken met de directies van de ondernemingen en die moeten natuurlijk maar zien. Die moeten dat dan weer vertalen naar arbeidsvoorwaardenbeleid. Dat is nog een nieuwe discussie.
Bij één beursgenoteerde onderneming zorgde IFRS voor een grote papieren winst. Dat hield ook weer verband met wijzigingen in de pensioenregeling in verband met vroegpensioen. Het management moest dat allemaal gaan uitleggen: op de beurs, aan de aandeelhouders, aan de vakbond, aan werknemers, want die hebben allemaal een winstdelingsregeling. Daar word je dan als CEO niet vrolijk van.
PM: En het probleem is nog veel groter als je niet een papieren winst maar een papieren verlies hebt. Als je volgend jaar door rentebewegingen of wat dan ook plotseling hetzelfde getal hebt maar dan met een minteken ervoor, en je hebt een onderneming die geen honderden miljoenen maar een paar miljoen winst haalt, dan is zo’n bedrag substantieel. Je hebt het zo over enkele tientallen procenten van de winst die kan variëren per jaar door IFRS. IFRS is wat dat betreft rampzalig: het beoogt een grotere transparantie maar het is de vraag of dat op die manier wel gebeurt. Eerder het omgekeerde: het is, behalve voor de echte deskundige, ondoorzichtig.
npn: Zijn er nog overige aandachtspunten?
PM: Ondanks het feit dat we eigenlijk een beetje hetzelfde blijven doen, betekent het toch dat je een ander soort organisatie wordt. Een heel belangrijk aspect is dat je al die mensen in zo’n organisatie mee moet krijgen. En dat is een slag die we nog aan het maken zijn, en die ook heel veel managementaandacht vergt. Dat is een complexiteit in zo’n veranderingsproces. Je moet je hele organisatie ook qua mentaliteit instellen op een onderneming. Dat is een proces waar we hard aan werken.
Diagram 1: De nieuwe structuur van De Eendragt 
Printbare versie
Related articles:
|