Tegen de regeldrift: op zoek naar een duurzaam pensioenstelsel
Gepubliceerd op: 03 April 2006
(April/Mei 2006)
Na meer dan 50 jaar krijgt Nederland een nieuwe pensioenwet om de regelgeving aan te passen aan een sterk veranderde samenleving. De wet is broodnodig, maar de regering moet niet te veel willen regelen, zo waarschuwen de Stichting voor de Arbeid en pensioenfondsen in de consultatieronde. Door Maaike Veen.
“Het is belangrijk dat er nu een nieuwe pensioenwet komt, want de huidige Pensioen en Spaarfondsenwet (PSW) is door alle wijzigingen rommelig geworden,” zegt Gerard Verheij, secretaris van werkgeversorganisatie VNO-NCW en voorzitter van de Commissie Pensioenen van de Stichting van de Arbeid (STAR). Belangrijke veranderingen gedurende de laatste jaren, zoals de introductie van het Financieel Toetsingskader en thema’s als pension fund governance en de zorgplicht van pensioenfondsen, krijgen nu een wettelijke verankering.
Partij van de Arbeid-Kamerlid Staf Depla vraagt zich echter af of de wet wel voldoende is toegerust op de toekomst. “De wet regelt wat voor 2005 is veranderd, maar gaat te weinig in op nieuwe ontwikkelingen, zoals de introductie van collectieve defined contribution-regelingen of het in de toekomst deels uitbetalen van het pensioen in de vorm van diensten. Ook is er geen goede regeling voor zelfstandigen, terwijl juist dat aantal steeds verder toeneemt.”
De Pensioenwet beoogt een modernisering te zijn van de PSW en daarom wordt expliciet rekening gehouden met Collectief DC-regelingen, die steeds vaker worden overeengekomen, vindt ook de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) in een ‘position paper’ over het wetsvoorstel. Deze regelingen worden nu niet in de wet behandeld.
Modernisering van de wet is noodzakelijk, maar de regering is in het wetsvoorstel volgens veel betrokkenen doorgeschoten in het vastleggen van regels. “De wet zou een raamwerk moeten zijn die de algemene principes en eisen vastlegt, terwijl de partijen zelf kunnen bepalen hoe ze daar invulling aangeven. Nu betuttelt de regering te veel,” vindt Verheij. Of het nu gaat om communicatie met deelnemers, de zorgplicht of waardeoverdracht van pensioenen. De Pensioenwet schrijft tot in detail heel veel voor, terwijl de toezichthouder ook allerlei eisen stelt, bijvoorbeeld in de nieuwe Algemene Bedrijfstechnische Nota (ABTN) zegt Verheij. “Door stapeling van al die eisen en voorschriften wordt ons pensioenstelsel bijna onbetaalbaar en bijna onuitvoerbaar en daarmee onhoudbaar,” waarschuwt de pensioendeskundige. “Pensioenfondsen hebben de laatste jaren al heel veel wijzigingen voor hun kiezen gekregen en zo worden ze door de regelgeving steeds duurder en ingewikkelder.”
Een balans tussen zekerheid en regelgeving
De cijfers spreken voor zich. De huidige Pensioen- en Spaarfondsenwet bestaat uit nog geen 40 artikelen en kent verder weinig lagere regelgeving, terwijl de nieuwe wet 207 artikelen telt, schrijft Rob ten Wolde, stafdirecteur bestuursadvisering bij pensioenbeheerder AZL op persoonlijke titel op de website van de Stichting voor Ondernemingspensioenfonden.
“Ik tel 55 maal een verwijzing naar nadere regels, waarvan er alleen al 25 betrekking hebben op de informatieverplichtingen van de pensioenuitvoerders, waardeoverdracht en het financieel toetsingskader. Er komen dus nog lijvige uitvoeringsmaatregelen achter de nieuwe wet aan.
'De rol van de overheid bij de pensioenen ligt in het waarborgen van de afspraken die sociale partners maken', leert ons de memorie van toelichting bij de Pensioenwet. Zijn die sociale partners nog niet volwassen genoeg om ze los te laten?,” vraagt Ten Wolde zich af.
CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt: “Er zitten 56 algemene maatregelen in de wet. Zoveel ben ik er nog nooit tegengekomen. Het Kamerlid maakt zich zorgen over de administratieve lasten die uit de wet voortvloeien. “Daar zal ik de regering op aanspreken. Er moet een goede balans zijn tussen zekerheid en regelgeving, maar we moeten oppassen dat we niet teveel administratie creëren,” zegt Omtzigt.
Hij krijgt bijval van zijn PvdA-collega Depla: “De regering wil graag de administratieve lasten verminderen, maar deze wet is het tegendeel. Die is helemaal dichtgeregeld.”
Een duidelijk voorbeeld: de wet schrijft pensioenfondsen en verzekeraars voor beter met hun deelnemers te communiceren. Iedereen is het daarover eens, maar de wet schrijft voor dat deelnemers ‘schriftelijk’ en ‘op papier’ diverse berichten moeten ontvangen. “Zo dreigt er een verbod op emailcommunicatie, maar dat moet je als wetgever helemaal niet willen regelen,” zegt Verheij van de STAR. “Wij willen kaderwetgeving. In dat model geeft de wet globaal aan hoe je moet communiceren en vervolgens moet de wet een pensioenbestuur verplichten een goed communicatieplan op te stellen. Dan kan het bestuur via maatwerk daar zelf handen en voeten aan geven. En de DNB houdt daar toezicht op. Dat is een veel beter en werkbaarder model van wetgeving.”
Als het gaat om Pension Fund Governance dan geeft de wet wel een raamwerk aan waarin de uitgangspunten worden afgesproken, namelijk dat pensioenfondsen verplicht zijn de uitgangspunten van de STAR voor goed pensioenfondsbestuur moeten hanteren en nakomen.
“Op dit moment wordt door een aantal pensioenfondsen al gewerkt met informatieverstrekking via e-mail en internet, of worden voorbereidingen daartoe getroffen. De Pensioenwet zou deze ontwikkelingen niet in de weg moeten staan,” schijft Peter Borgdorff, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, in een schriftelijke reactie tijdens de consultatieronde voor de wet.
Depla vraagt zich af of deelnemers straks niet teveel informatie krijgen. Om de duidelijkheid voor deelnemers te vergoten bij waardeoverdracht van het ene naar het andere pensioenfonds pleit hij voor een labelsysteem voor pensioenfondsen vergelijkbaar met dat voor de energiezuinigheid van ijskasten. “Wel of geen waardeoverdracht moet je snel en eenvoudig kunnen beslissen. Met zo’n labelsysteem kun je direct zien of een pensioenfonds goed is of een tekort heeft. Mensen weten alles van hun leaseauto, maar niets over hun pensioenregeling, terwijl dat een van de belangrijkste arbeidsvoorwaarde is. Mensen moeten daar een goed inzicht in krijgen.”
Extra financiële buffers
Ook bij het Financieel Toetsingskader (FTK) stapelt de overheid teveel zekerheden op elkaar, zo luidt de kritiek. “De laatste jaren waren er zorgen over de beurs en over indexering, maar in Nederland is dat allemaal goed afgelopen. Maar er is nog steeds wantrouwen en de politiek wil zekerheid bieden. Het slaat alleen een beetje door. Elke garantie kost geld,” zegt Verheij. Hij vreest dat de toezichthouder daar nog extra zekerheden bovenop stapelt, wat de kostprijs van pensioen nog verder opdrijft.
Zo introduceert de wet extra financiële buffers, zodat in geval van tegenslag deelnemers de zekerheid hebben dat altijd de kostendekkende premie wordt betaald. Een andere waarborg gaat over de hersteltermijnen. Pensioenfondsen willen een langere hersteltermijn als een fonds tijdelijk onder het vereiste minimumvermogen van 105% uitkomt. Het FTK regelt dan een hersteltermijn van 1 jaar. De pensioenfondsen willen minimaal 3 jaar. Een te korte hersteltermijn beperkt hen te veel in hun beleggingsvrijdheid en dat kost rendement, zo vrezen zij.
Depla is niet overtuigd als het gaat om het Financieel Toetsingskader. “Het is goed dat de verplichtingen geregeld zijn, maar pensioenfondsen moeten nu een langetermijnplan en een herstelplan maken. Zo stapel je zekerheid op zekerheid. Straks heb je grote buffers die straks niet uitbetaald kunnen worden, maar het is wel ons eigen pensioengeld.” Hij vraagt zich of het niet allemaal een beetje te overdreven geregeld is en of het niet beter is om het over te laten aan de sociale partners.
CDA’er Omtzigt heeft ook vragen over de hersteltermijn voor pensioenfondsen. Die is nu op een jaar gesteld, maar volgens pensioenfondsen is dat te kort.
Met het voorgestelde dubbele toezicht op de sector door De Nederlandse Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is ook niemand gelukkig. De AFM zou alleen verantwoordelijk worden voor het gedragstoezicht, maar betrokkenen vrezen dat het in de praktijk toch dreigt uit te draaien op dubbel toezicht. “Waarom kan de DNB het toezicht op de communicatie er niet bij doen,” vraagt Verheij zich af. “Met twee toezichthouders krijg je straks discussies, en moeten pensioenfondsen twee keer hun verhaal vertellen. Het leidt tot extra administratie en uitvoeringskosten.” Kamerleden hebben ook zo hun twijfels. Omtzigt heeft geen principieel bewaar tegen de AFM, maar hij is tegen iedere vorm van dubbel toezicht. Het kan misschien wel dat de AFM het gedragstoezicht voor zijn rekening neemt, maar dan moet de andere toezichthouder zich daar niet in mengen, meent het Kamerlid.
Andere voorbeelden die pensioenfondsen aandragen van de regeldrift in de Pensioenwet zijn de voorstellen voor waardeoverdracht en de zorgplicht. “Er staan in het wetsvoorstel voor de Pensioenwet 20 artikelen tegenover 3 artikelen nu in de PSW,” schrijft OPF. Zo’n uitgebreide paragraaf komen de leesbaarheid en overzichtelijkheid niet ten goede en leidt tot doublures en omissies, waarschuwt de OPF. Het stelt dan ook voor om in de Pensioenwet de artikelen over waardeoverdracht te beperken tot hetgeen nu in de PSW is geregeld, inclusief de bestaande nadere regelgeving aangezien de bestaande praktijk niet tot wezenlijke problemen leidt.
De verantwoordelijkheid ligt bij de wetgever
De zorgplicht bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid gaat volgens pensioenfondsen ook te ver. Partijen staan achter een in de wet omschreven zorgplicht, maar vinden dat de invulling ervan te ver doorschiet. Pensioendeelnemers kunnen steeds vaker door middel van defined-contribution elementen in een pensioenregelingen beleggingsprofielen kiezen. “Wij zijn het eens met een zorgplicht die stelt dat de uitvoerder in de gaten houd dat mensen niet te veel risico nemen, zeker op wat oudere leeftijd. Maar de wet zegt dat als deelnemers toch risico willen nemen de uitvoerder dat moet verbieden. De Pensioenwet verplicht de pensioenuitvoerder dan de beleggingskeuze van de deelnemer tegen zijn eigen wil in te corrigeren. En dat gaat echt te ver,” zegt Verheij. “Dan zouden pensioenfondsen ook elk jaar alle beleggingen moeten controleren. Weer zo'n voorbeeld van overregulering in plaats van deregulering waardoor een efficiënte uitvoering van pensioenregelingen door de wetgever onmogelijk wordt gemaakt,” aldus Verheij.
Een ander fundamenteel bezwaar tegen de wet is dat ze geen verschil maakt tussen pensioenfondsen en verzekeraars die pensioenregelingen uitvoeren. De wet houdt daarmee geen rekening met de afwijkende positie van verzekeraars. In de wet is het zo geregeld dat werkgevers en werknemers een regeling afspreken en dat het pensioenfonds verantwoordelijk is voor het pensioenreglement. Veel bedrijven maken echter voor de uitvoering van de pensioenregeling gebruik van verzekeraars. Alleen heeft de wet verzekeraars gelijkgesteld aan pensioenfondsen waardoor verzekeraars verantwoordelijk worden gesteld voor het pensioenreglement en niet de werkgever. Volgens het Verbond van Verzekeraars is dit volstrekt onjuist. De STAR is het ermee eens dat de juridische verantwoordelijkheid van een rechtstreeks verzekerde regeling primair bij de wetgever ligt en niet bij de uitvoerder. "Want de werkgever doet aan de werknemer de pensioentoezegging binnen het kader van de arbeidsovereenkomst en dus is hij daarvoor verantwoordelijk, ook al heeft hij de uitvoering daarvan uitbesteed aan een verzekeraar," zegt Verheij.
De regering hoopt de nieuwe wet per 1 januari 2007 in te voeren. Om die deadline te halen, moet die voor het zomerreces door de Tweede Kamer, rekent Verheij voor. “Het is haalbaar, maar je kunt je afvragen of het wel verstandig is. Wij streven naar zorgvuldigheid en dat kost wellicht meer tijd.” De regering zou kunnen kiezen voor een geleidelijke invoering. Het FTK functioneert bijvoorbeeld al en kan heel goed per 1 januari worden ingevoerd, maar andere punten zouden fasegewijs kunnen worden doorgevoerd. “Pensioenfondsen hebben de laatste jaren al veel wijzigingen te verwerken gehad zoals het afschaffen van de VUT en prepensioen, omschakelen van eindloon naar middelloon, de levensloopregeling. Je kunt je afvragen of ze op orde zijn om de volgende golf wijzigingen te verwerken.”
Printbare versie
Related articles:
|