Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Pensioenfondsen: Uitbesteed of uitgekleed?

Gepubliceerd op:  22 Juni 2006 (Juni/Juli 2006)
— Peter Borgdorff, Vereniging voor Bedrijfstakpensioenfondsen

De overheid speelt al enige tijd met de gedachte om uitbesteding voor pensioenfondsen verplicht te stellen. Experts menen dat het ministerie van Financiën met een radikaal plan komt dat de sociale partners buiten spel zet en de pensioenfondsen zonder pardon inlijft bij het verzekeringswezen. Bram van den Oever ging poolshoogte nemen.

Het is alweer bijna anderhalf jaar geleden dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het eerst vraagtekens zette bij het zelf-administrerende fondsmodel (ZAF). Mede ingegeven door ontwikkelingen op Europees vlak stelde de overheid de vraag of pensioenfondsen nog wel zelf verantwoordelijk moesten blijven voor administratie en vermogensbeheer.

Toen de discussie vrij kort daarna uit de actualiteit verdween, haalden tegenstanders van verplichte uitbesteding opgelucht adem.

Maar de Europese integratie die destijds aanleiding vormde om zelf-administratie ter discussie te stellen is ondertussen niet minder actueel geworden. En hoewel de publieke discussie verstomde bleef het onderwerp achter de schermen knagen. Eén en ander resulteerde zo’n zes weken geleden in een nieuw model voor pensioenfondsbeheer, ditmaal ontwikkeld door het ministerie van Financiën.

Het model van Financiën voorziet volgens sommigen in een nog drastischer herziening van de status quo dan het voorstel dat indertijd door het ministerie van Sociale Zaken werd geopperd. Het pensioenwezen is dan ook niet unaniem blij met de nieuwe plannen.

Koepelorganisaties zoals de Vereniging voor Bedrijfstakpensioenfondsen en de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen struikelen met name over de verplichtstelling van uitbesteding. Zo zou het model van Sociale Zaken pensioenfondsen dwingen tot uitbesteding van administratie en vermogensbeheer. Het model van Financiën zou zelfs nog ingrijpender zijn – een bewering die door het ministerie van Financiën overigens betwist wordt.

Pensioenfondsen hebben niet zozeer moeite met het uitbesteden van pensioenadministratie of vermogensbeheer. Er zijn ettelijke pensioenfondsen die uitvoering en beleid al van elkaar scheiden door uitbesteding aan externe uitvoerders zoals Mn Services, de Blue Sky Group en Cordares.

“We hebben in Nederland zo’n 900 pensioenfondsen. Het zou van den dolle zijn als al die pensioenfondsen hun eigen uitvoering zouden doen. En dat willen ze natuurlijk ook niet,” aldus Toine van der Stee, algemeen directeur bij de Blue Sky Group.

Uitbesteden is de tendens: dit wordt door fondsen algemeen onderkend en aanvaard. Het is de verplichtstelling die in het verkeerde keelgat schiet.

“Het is buitengewoon aardig als een pensioenfonds de mogelijkheid heeft om de zaak uit te besteden, zowel het vermogensbeheer als de administratie en de communicatie,” zegt Peter Borgdorff, directeur van de Vereniging voor Bedrijfstakpensioenfondsen. “Maar als pensioensector vinden we het wel raar dat dit verplicht zou worden gesteld. Wij hechten aan ‘vrijheid blijheid’, aan een situatie waar de keuze bij het fonds zelf ligt.”

Toch heeft men wel begrip voor de gedachtengang die de overheidsvoorstellen inspireert.

Van der Stee: “Ik denk wel dat pensioenfondsen ook internationaal door regelgevers en toezichthouders meer en meer als financiële instellingen gezien worden, en steeds minder als vehikel van de sociale partners. Dit is een gevolg van het feit dat pensioen voor de meeste mensen de grootste spaarpot is die ze hebben, waardoor steeds meer wordt aangedrongen op het transparant maken van de branche.”

Het ZAF-model

Het zelf-administrerende fondsmodel is vooral gebruikelijk bij de grootste pensioenfondsen, waar het bestuur verantwoordelijk is voor de gehele organisatie.

Dick de Beus, Stichting Pensioenfonds SNS REAAL Groep

“Het is natuurlijk wel zo dat het bestuur van een dergelijk pensioenfonds een pittige agenda heeft. Er moet niet alleen gezorgd worden voor de balans van het pensioenfonds maar ook voor het reilen en zeilen van de hele organisatie,” zegt Dick de Beus, oud-directievoorzitter van PGGM en voorzitter van het bestuur van de Stichting Pensioenfonds SNS REAAL Groep. “Uit het oogpunt van functiescheiding is er een stroming die zich afvraagt of dat niet teveel van het goede is. Aan de andere kant, als men naar de grotere pensioenfondsen kijkt leert de ervaring dat er ook voordelen zijn verbonden aan deze aanpak.”

Zo biedt het ZAF-model het voordeel dat de afstand tussen besluitvorming en uitvoering beperkt is.

“Bij een ZAF loopt de agenda van het bestuur volstrekt gelijk met die van de directie en van het uitvoeringsorgaan. Het uitvoeringsorgaan werkt exclusief voor dat fonds, en heeft dus dezelfde agenda - er komen geen andere belangen bij kijken,” aldus de Beus.

De directie vertegenwoordigt alleen het eigen pensioenfonds en er zijn zodoende intern geen tegenstrijdige belangen voor de bestuurders. Bovendien kunnen op die manier veranderingen gemakkelijker worden afgestemd. Experts zijn het er dan ook over eens dat met het ZAF-model een bepaalde mate van interne efficiëntie wordt bereikt.

Maar dit model is niet voor alle pensioenfondsen weggelegd.

“Een ZAF-model kan eigenlijk alleen slagen als men een bepaalde schaalgrootte heeft. Bovendien nemen de schaalvoordelen in een aantal opzichten sterk toe naarmate men groter is. Dit doet zich met name voor op het gebied van vermogensbeheer. Daarom ziet men dat vooral grote fondsen zoals ABP en PGGM dit model met succes toepassen,” legt De Beus uit.

Ondanks de voordelen van het ZAF-model zijn er ook grote fondsen die menen dat uitbesteding goede mogelijkheden te bieden heeft.

“Wij besteden de administratie en het vermogensbeheer al volledig uit. En wij zouden het goede ontwikkeling vinden als andere pensioenfondsen, en dan met name de ‘grote jongens’, dat ook deden,” zegt Bram van Els, directeur communicatie bij pensioenfonds Metalektro.

Metalektro is een fonds dat zonder meer de schaalgrootte heeft om het één en ander zelf te doen, maar er bewust voor kiest om de meeste taken buiten de deur te regelen. En zij zijn niet de enige ‘grote jongen’ die er zo over denkt.

Zo zegt Van der Stee: “Ik denk dat het merendeel van de pensioenfondsen nu al het meeste uitbesteedt. In die gevallen bestuurt het bestuur, maar de feitelijke uitwerking ligt bij derden. Wat dat betreft zou het verplichtstellen van uitbesteding dan ook niet echt een revolutie teweegbrengen.”

Bij de ondernemingspensioenfondsen, die over het algemeen wat kleiner zijn, is uitbesteding al helemaal schering en inslag. Zelfs de bedrijfstakpensioenfondsen regelen hun zaken nog maar zelden intern.

“Van onze leden zijn er acht zelf-administrerend,” vertelt Peter Borgdorff. “Van deze acht zijn ABP en PGGM de meest prominente fondsen. Naast deze twee giganten zijn er nog zes fondsen die het zelf willen doen en de rest heeft veelal voor uitbesteding gekozen.”

SZW-model: verplichte uitbesteding

Het idee om uitbesteding verplicht te stellen werd geboren op het ministerie van Sociale Zaken.

“De discussie werd ingegeven door de ontwikkelingen op het gebied van de Europese integratie,” vertelt Frans Prins, directeur bij de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen. “In Europese context is Nederland met zijn verplichte deelname aan tweedepijlerpensioenregelingen een vreemde eend in de bijt. Er is de overheid veel aan gelegen om het typisch Nederlandse pensioenstelsel ook in Europees verband veilig te stellen, en men meende een betere kans te hebben als er stappen werden ondernomen om beleid en uitvoering te scheiden.”

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vreesde dat het traditionele ZAF-model binnen Europa op weerstand zou stuiten. “Een bedrijfstakpensioenfonds waaraan werknemers en werkgevers verplicht moeten deelnemen, en waarbij beleid en uitvoering niet gescheiden zijn en het bestuur alle touwtjes in één hand houdt, dat is internationaal volgens Sociale Zaken moeilijk te verkopen,” legt De Beus uit. Aangezien men op het gebied van de verplichte deelname geen concessies wilde doen, moest er op het gebied van de bestuursorganisatie water bij de wijn.

Het ministerie van Sociale Zaken kwam daarom met een bestuursmodel dat pensioenfondsen verplichtte zowel het vermogensbeheer als de administratie geheel uit te besteden.

Om aan dit model te voldoen zouden pensioenfondsen die tot dusver de eigen administratie doen verschillende wegen kunnen bewandelen. “Men kan de administratie en het vermogensbeheer bijvoorbeeld uitbesteden aan een verzekeraar. In dat geval houdt men wel controle over de balans. Een tweede mogelijkheid is dat men een gespecialiseerd administratiekantoor als AZL of de Blue Sky Group inschakelt. En ten derde kan een pensioenfonds een eigen, min of meer onafhankelijk uitvoerend orgaan oprichten,” aldus De Beus. “Voor welke optie men ook zou kiezen, van zelf-administratie is in elk geval geen sprake meer.”

De pensioensector wil het Nederlands stelsel vanzelfsprekend koste wat kost behouden. Het is echter nog maar de vraag of de Europese druk op het Nederlands stelsel werkelijk wel zo groot is als de overheid veronderstelt (zie onder “Europa" verder in dit artikel).

Bovendien is het niet duidelijk hoe – en zelfs of - het voorstel van Sociale Zaken het huidig stelsel verbetert. Zo is volgens Borgdorff het grootste probleem voor de Vereniging voor Bedrijfstakpensioenfondsen dat verplichte uitbesteding vooralsnog geen duidelijke meerwaarde biedt.

“Sommige besturen hebben toch echt het gevoel dat ze controle verliezen als ze iets uitbesteden, waardoor ze hun deelnemers niet meer optimaal van dienst kunnen zijn,” legt Borgdorff uit. “Als het bestuur van een pensioenfonds door de zaken in eigen hand te houden een product beter kan toesnijden op de sector waarvoor zij werken, dan moeten zij dat kunnen doen.”

Het minfin-model

Het ministerie van Financiën heeft formeel nog geen alternatief bestuursmodel gepresenteerd maar gaf wel al een voorproefje van een dergelijk alternatief in het Financieele Dagblad. Hoewel een officieel standpunt nog ontbreekt is het duidelijk welke ideeën er bij dit ministerie leven (zie box op pagina 28).

Die ideeën zijn niet bijzonder goed gevallen.

Waar het bestuursmodel van Sociale Zaken de pensioenfondsen nog enige zeggenschap liet, lijkt het dat Financiën de pensioenfondsbesturen – en daarmee de sociale partners – volledig buiten spel wil zetten.

“Het minfin-model is nog niet bijzonder uitgewerkt. Het gaat meer om een verzameling ideeën, een denkrichting die erop gericht is het verschil tussen pensioenfondsen en verzekeraars kleiner te maken,” meent De Beus. “Maar als zodanig zijn deze ideeën een stuk ingrijpender dan eerdere voorstellen, omdat men in feite de verantwoordelijkheid en keuzes over de balans bij het bestuur weghaalt. Daarmee zou dit model enorme gevolgen hebben voor de sociale partners, die ineens nog maar weinig te vertellen hebben.”

De sociale partners hebben uiteraard problemen met deze strategie, en hetzelfde geldt voor de pensioenkoepels.

“Wat wij begrijpen van het model van Financiën is dat het pensioenfonds geen sturingsinstrumenten meer overhoudt,” zegt Prins. “De sociale partners mogen uitsluitend nog de inhoud van de regeling bepalen, en moeten vervolgens het gehele beleggingsbeleid, het indexatiebeleid en de balansverantwoordelijkheid uit handen geven aan een uitvoeringsorganisatie. Dit betekent dat er in feite geen ondernemingspensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen meer zijn. Dan heeft men uitsluitend nog een herverzekerde regeling bij een verzekeraar.”

De verontwaardiging in de pensioenwereld is dan ook groot. “Wij wijzen de ideeën van Financiën volstrekt van de hand,” zegt Borgdorff. “Momenteel hebben de sociale partners zitting in de parlementaire besturen van de fondsen als volwaardige risicohouders. Financiën wil ze die bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor eens en voor al ontnemen. Daar kunnen wij ons niet in vinden.”

Ook pensioenfondsen die geen enkel probleem hebben met uitbesteding voelen niets voor het nieuwe model.

“Zelfs als men bijvoorbeeld het gehele vermogensbeheer uitbesteedt blijft het bestuur verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid, van risicoprofiel tot strategische asset-allocatie,” zegt Van Els. “Natuurlijk huur je professionals in. Maar het geld blijft van het fonds, en het kan niet zo zijn dat je als fonds die eindverantwoordelijkheid uit handen geeft.”

Het schrikbeeld doemt op van een uitgekleed pensioenfonds zonder verantwoordelijkheden.

“Wij denken dat er weinig van het begrip ‘pensioenfonds’ overblijft als deze plannen worden doorgevoerd,” aldus Prins.

In de ‘brave new world’ die Financiën voor ogen staat heeft het pensioenfonds geen zeggenschap meer over balans of beleidsbeslissingen. De enige taak die het pensioenfondsbestuur nog rest is het controleren van de uitvoering van de verzekeraar, zo vreest men.

Niet dat pensioenfondsen iets tegen verzekeraars hebben. Maar een verzekerde regeling is fundamenteel anders van aard en opzet dan een pensioenregeling, en dat verschil moet er wezen.

Het nieuwe Financiële Toetsingskader (nFTK) brengt pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen in belangrijke mate met elkaar op één lijn. Maar dat betekent niet dat de twee onderling inwisselbaar zijn: verzekeraars en pensioenfondsen zijn wezenlijk verschillend en dienen elk een eigen doel. Als pensioenfondsen verplicht worden meer als verzekeraars te opereren is het van belang de nadelen van verzekering nog eens op een rij te zetten.

“Een verzekeraar moet een hogere prijs rekenen vanwege het feit dat hij het risico op zich neemt,” vertelt Borgdorff. “Anderzijds biedt een verzekeraar het voordeel dat elke verplichting ook inderdaad nagekomen moet worden. Bij een pensioenfonds is er op dat vlak een stukje onzekerheid... maar is het eindresultaat meestal beter.”

“In Nederland hebben pensioenfondsen meer vrijstellingen dan verzekeraars. Daardoor kan een pensioenfonds een ander beleggingsbeleid voeren en gemiddeld een hoger rendement halen. Zelfs 1 à 1,5 procentpunt meer rendement heeft op de prijs/prestatieverhouding een enorm effect. Daar hebben pensioenfondsen gewoon een kostprijsvoordeel,” vertelt De Beus verder. “En als men nu van pensioenfondsen verzekeringsmaatschappijen gaat maken dan ben ik bang dat dat voordeel verdwijnt.”

Een pensioenfonds kan, gezien het langetermijnperspectief, een ander beleggingsbeleid met andere risico’s hanteren. Daarnaast kan een pensioenfonds problemen in het verleden opvangen door de toekomstige premie aan te passen, terwijl een verzekeringsmaatschappij die mogelijkheid niet heeft. Bovendien verzekert een verzekeringsmaatschappij alleen nominale rechten en zal hierop het beleggingsbeleid baseren. In combinatie met de solvabiliteitseisen die voor verzekeringsmaatschappijen gelden leidt dit tot een conservatievere beleggingsmix.

Daarbij komt dat een pensioenfonds een geheel andere instelling heeft. “Een pensioenfonds is zo ‘opgevoed’ dat men een nominaal pensioen eigenlijk geen pensioen vindt. Het streven is altijd om de pensioenen te beschermen tegen inflatie. Dit is weliswaar geen harde toezegging maar het wordt wel geprobeerd,” aldus De Beus.

Er zijn verschillende partijen — en dan met name de internationale vermogensbeheerders — die hun voordeel doen met de tendens om steeds meer uit te besteden. Als uitbesteding verplicht wordt gesteld zullen volgens Van der Stee ook de diverse uitvoeringsorganisaties hiervan meegenieten.

Uit nader npn-onderzoek blijkt echter dat er nog een andere winnaar is – en dat is het ministerie van Financiën zelf.

“Het voorstel van Financiën vervaagt de scheidslijn tussen pensioenfonds en verzekeraar. In dat verband is het interessant om te weten dat de verzekeraars direct en indirect onder het ministerie van Financiën vallen,” vertelt Borgdorff.

Hij wijst erop dat het kapitaal in de Nederlandse pensioenpotten meer bedraagt dan het nationaal product, en legt uit dat het daarom bijzonder aantrekkelijk is om te trachten zich dit pensioenkapitaal toe te eigenen.

Het model dat door Financiën wordt gepropageerd gaat veel verder dan het eerdere voorstel van Sociale Zaken. Dat is wellicht geen toeval. “Pensioenfondsen vallen rechtstreeks onder Sociale Zaken,” aldus Borgdorff. “Ik ben ervan overtuigd dat hier een strijd gaande is.”

Het ministerie van Financiën wijst dit resoluut van de hand. “Er is ook geen sprake van een verborgen agenda. Wel is Financiën ervoor verantwoordelijk dat Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats is en blijft voor financiële instellingen. Dat betekent ook dat we ruimte willen scheppen voor de Europees opererende pensioeninstelling die mogelijk is gemaakt door de richtlijn pensioeninstellingen.”

Europa

De druk vanuit de Europese Unie zou doorslaggevend zijn geweest voor beide ministeries om met plannen voor verplichte uitbesteding te komen. Er zijn echter ernstige twijfels of de modellen van de ministeries wel in overeenstemming zijn met Europese regelgeving.

“Het ministerie van Sociale Zaken zegt dat de plannen een reactie zijn op mogelijke druk vanuit Brussel. Ik vind dit een beetje een drogreden. De Finnen hebben ook afgesproken dat ze hun pensioenstelsel mogen behouden dus ik denk dat het met dit vraagstuk de komende jaren niet zo’n vaart zal lopen,” aldus Feike Goudsmit, hoofd distributie bij Threadneedle Asset Management Benelux.

Toine van der Stee, Blue Sky Group

Volgens De Beus is het theoretisch mogelijk dat iemand de Nederlandse situatie aanhangig maakt bij het Europese hof, hetgeen mogelijkerwijs zou kunnen leiden tot eventuele verplichte uitbesteding.

“Het is in principe mogelijk dat Sociale Zaken gelijk krijgt en dat de status quo op een dag spanningen oproept in Europees verband. Mocht dat gebeuren, dan denk ik dat men dit tijdig kan meten en dus ook concreet kan maken. Maar ik vind het lastig om ‘het zou wel eens kunnen in de toekomst’ als basis te nemen,” zegt De Beus.

Borgdorff voegt hier aan toe: “Daarbij is de Nederlandse verplichte deelname aan pensioenfondsen al meerdere malen goedgekeurd door het Europese Hof. Er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat deze hoeksteen van ons stelsel onder druk staat. Dus vanuit Brussel krijg ik niet het geluid dat men moet uitbesteden.”


Wat Financiën ervan zegt: de vragen beantwoord

Kunt u uitleggen waarom Financiën denkt dat verplichte uitbesteding voor pensioenfondsen een goed idee is?

In ons model is geen sprake van een verplichting tot uitbesteding. Ons model beoogt slechts mogelijkheden te creëren voor partijen om zich vanuit Nederland te begeven op de Europese markt voor uitvoering van pensioenregelingen, die naar verwachting in de (nabije) toekomst aanzienlijk van omvang zal zijn. De Europese pensioenfondsenrichtlijn biedt daarvoor ruimte. Het creëren van deze mogelijkheden is goed voor Nederlandse partijen op de pensioenmarkt, die over een uitmuntende kennis en expertise beschikken — zeker in internationale context. Het is bovendien ook goed voor de positie van Nederland als vestigingsplaats voor financiële instellingen in het algemeen. In ons beoogde model kunnen de geboden kansen worden gepakt terwijl we tegelijkertijd de collectiviteit en solidariteit die kenmerkend zijn voor ons pensioenstelsel intact houden.

Kunt u het idee/model dat het ministerie daarvoor in gedachten heeft verder uitleggen?

De grote lijnen van ons voorstel zijn als volgt:

• Er komt een mogelijkheid om in Nederland een pensioeninstelling (een IORP) op te richten. Deze instelling mag Nederlandse pensioenregelingen uitvoeren, en heeft een Europees paspoort voor de uitvoering van pensioenregelingen onder de Europese richtlijn. Een pensioeninstelling kan in beginsel door iedereen worden opgericht.

• Een pensioeninstelling verwerft in vrijheid en concurrentie zijn klanten op de markt. Pensioenfondsen zoals we die nu al kennen blijven gebonden aan de bestaande domeinafbakening.

• De collectiviteit en solidariteit die kenmerkend zijn voor ons pensioenstelsel blijven intact. Deelname aan een bedrijfstakpensioenregeling voor de in die bedrijfstak werkzame personen kan verplicht worden gesteld. Keuze van sociale partners voor de uitvoerder van die regeling is vervolgens vrij.

• Een pensioeninstelling heeft de mogelijkheid om de activa en passiva van een regeling af te scheiden van die van andere regelingen (‘ring fencing’). Zij kunnen daarmee de (financiële) solidariteit handhaven binnen afgebakende, door sociale partners gekozen groepen, en zijn dus niet verplicht om de deelnemers van alle regelingen die ze uitvoeren solidair met elkaar te laten zijn.

Waarom gaat het uitbestedingsmodel van Financiën zoveel verder dan dat van het ministerie van Sociale Zaken?

Het gaat om andere benaderingen die elk op hun eigen merites beoordeeld moeten worden. Kenmerkend voor ons model is dat het extra mogelijkheden biedt. Het schept ruimte voor een nieuw soort Europese pensioeninstelling naast de nationale pensioenfondsen die we kennen. Kenmerk van een pensioeninstelling is dat deze doet aan administratie, vermogensbeheer én pensioenverzekeren.

Er wordt in de pensioenindustrie verwacht dat de sociale partners hun macht zullen verliezen als dit uitbestedingsmodel realiteit wordt. Wat denkt u hiervan?

Sociale partners blijven in ons model verantwoordelijk voor de inhoud van de pensioenregeling. In hoeverre beslissingen ten aanzien van de uitvoering van de regeling buiten hun verantwoordelijkheid gaan vallen, hangt helemaal af van de keuze die ze maken voor de uitvoering, en indien relevant het contract dat wordt gesloten met de uitvoerende pensioeninstelling. Belangrijke beleidsbeslissingen rond de uitvoering van een pensioenregeling kunnen in beginsel in handen van de sociale partners blijven, mits goed vastgelegd.


Wat het voor de grote jongens betekent: ABP en PGGM

Zoals gezegd besteden de meeste pensioenfondsen al veel uit. De grote uitzonderingen zijn natuurlijk PGGM en het ABP die samen meer dan een derde van het Nederlandse pensioenkapitaal bezitten. Deze twee pensioenfondsen zijn schoolvoorbeelden van het zogenaamde ZAF-model. Het ministerie van Financiën heeft aangegeven dat zowel het ABP als PGGM het ZAF-model mogen handhaven.

“ABP en PGGM hebben in feite elk een complete en professionele uitvoeringsorganisatie,” aldus van der Stee.

Dat wil niet zeggen dat het onmogelijk is om de uitvoeringsorganisatie van het beleidsproces los te koppelen.

Zo vertelt Borgdorff: “Bij ABP en PGGM zou men kunnen denken aan een moeder- en dochterorganisatie, waarbij de uitvoeringsorganisatie dan de dochter is. Dit model wordt vaker toegepast. Zo is het spoorwegpensioenfonds eigenaar van SPF Beheer. Zoiets kan bij ABP en PGGM natuurlijk ook. Het is echter de vraag wat hiervan de meerwaarde zou zijn, aangezien er geen sprake zou zijn van een echte marktwerking.”

Dit laatste vormt een probleem dat niet eenvoudig op te lossen is.

“De concurrentie in Nederland erg beperkt. Het aantal uitvoerders in Nederland dat een administratie van onze omvang aankan is beperkt tot misschien drie partijen. Dus op het moment dat ABP en PGGM verplicht worden de administratie uit te besteden komt er ineens een uitvoerder van de omvang van ABP en van PGGM op de markt,” zegt Bram van Els van Metalektro.

Als de uitvoerende organisaties van dergelijke grote fondsen de markt zouden betreden zouden fondsen zoals Metalektro voor hun uitvoering uit meerdere concurrerende partijen kunnen kiezen, wat in theorie de prijzen zou doen dalen en de efficiëntie doen toenemen, al waarschuwt Van Els wel dat het veranderen van administrateur een stuk minder eenvoudig is dan het switchen van vermogensbeheerder.

Bovendien zou zo’n ontwikkeling aanleiding kunnen geven tot meer transparantie ten aanzien van de daadwerkelijke kosten die ABP en PGGM maken.

Voor het ABP zelf blijft echter het probleem bestaan dat men weinig keuze heeft, omdat alleen de eigen dochterorganisatie de administratie zou aankunnen, zeker omdat systemen en data specifiek zijn voor het ABP.


Pensioenfondsen en de wet van de remmende voorsprong

Van competitie tussen pensioenfondsen onderling is nog nauwelijks sprake, en de markt voor pensioenfondsen is nog volkomen lokaal. Dit gaat echter veranderen. Eventuele verplichte uitbesteding van de uitvoering is niet de enige uitdaging die voor de deur staat. Zo moet bijvoorbeeld de IORP – Institutions for Occupational Retirement – richtlijn binnenkort zijn ingevoerd binnen alle lidstaten van de Europese Unie. Dat betekent dat de grenzen open gaan.

Moeten wij ons hier in Nederland druk over maken? Neen, niet meteen. De Nederlandse pensioenmarkt is een van de meest volwassen markten ter wereld, dus wij hebben een voorsprong. Maar wij missen massa. Nederland is en blijft een klein land. Ondertussen zit de concurrentie niet stil. Niet alleen pensioenfondsen, maar ook de internationale verzekeringsmaatschappijen. Ik bespeur echter weinig enthousiasme bij de pensioenbesturen en -directies om van de nieuwe mogelijkheden gebruik te maken. Integendeel, teveel energie is gaan zitten in pogingen om uitstel van invoering te verkrijgen. In de regel is het echter verstandiger op veranderend tij in te spelen, dan te proberen het tij te keren.

Het lijkt mij raadzaam dat de Nederlandse pensioenfondsen kritisch naar hun positie kijken. Waar liggen de sterke en zwakke punten van het uitvoeringsbedrijf en van het vermogensbeheer? Door splitsing van taken en door vervolgens die taken te fuseren kan in Nederland kritische massa worden geschapen die Europees gaat meetellen. Daarmee wordt het uitbestedingsscenario actueel. Wat kan worden uitbesteed of, misschien beter nog: kan er - zeker in het uitvoeringsbedrijf – werk voor anderen worden gedaan? Vooral de grote en efficiënte fondsen zouden hun diensten in Europa kunnen aanbieden. Dit vraagt visie. Zijn onze grote pensioenfondsen op het gebied van vermogensbeheer niet teveel zelf gaan doen? Fondsen als FRR en Calpers beperken zich tot asset allocatie en voor de rest kopen zij internationaal de beste producten tegen scherpe prijzen in. Dat getuigt van visie en levert goede rendementen voor de deelnemers op.

De beloning van deze marktgerichte aanpak is uiteindelijk een stevige positie en de kans om het roer in eigen hand te houden. Verder wordt er een nieuwe impuls aan Nederland als financieel centrum gegeven, met het daarbij behorende aanbod van hoogwaardige arbeid. Mits de Nederlandse pensioenfondsen zich weten te ontworstelen aan de wet van de remmende voorsprong, zullen ze gedegen concurrenten worden voor pensioenfondsen in geheel Europa. Verplichte outsourcing is daar niet voor nodig.

George Möller
CEO Robeco Groep

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Oranje: Bärenstark in der betrieblichen Vorsorge
• „Der Pensionsfonds wird ein europäischer Player“
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• APG eyes Latin America and southern Europe
• Lehman disaster impacts over-eager European funds
• Portfolio construction key to Gildi’s moderate success
Nordic Region Pensions & Investments News
• Getting your house in order
• Nordic funds welcome the return of the bond
• The Interview: Marinó Örn Tryggvason, Kaupthing Bank
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• National Association of Pension Funds (NAPF) highlights
• SRI climbs back up the agenda
• Global funds get on the SRI bandwagon
Professional Wealth Management
• Adverse conditions force restructuring
• An alternative route to absolute returns
• Gaining global reach without volatility
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008