Zijn we op weg naar 10 tot 15 bedrijfstakpensioenfondsen in 2015?
Gepubliceerd op: 22 Juni 2006
(Juni/Juli 2006)
|
|
Nijssen: “Consolidatie is onontkoombaar”
|
Nederland telt ongeveer 100 bedrijfstakpensioenfondsen en 600 ondernemingspensioenfondsen. Vooral die laatste categorie is de laatste jaren sterk in aantal afgenomen. Jan Nijssen bespreekt de sterke consolidatietendens in de pensioensector.
Onlangs legde ik tijdens een congres voor professionals in de pensioensector de vraag voor of het denkbaar zou zijn dat er rond 2015 nog maar 10 tot 15 bedrijfstakpensioenfondsen over zijn. De overgrote meerderheid van de aanwezigen achtte dat niet realistisch. Toch zou het best eens die kant op kunnen gaan.
Als belangrijkste redenen voor die trend zie ik de voortschrijdende internationalisering die tot consolidatie dwingt, de steeds uitgebreidere regels en eisen van het toezicht, maar ook de rol van de Levensloop als bindmiddel tussen de tweede en de derde pensioenpijler en de steeds grotere individuele keuzemogelijkheden binnen pensioenregelingen. Grote pensioenfondsen zullen al hun handen vol hebben met deze ontwikkelingen om te gaan. Voor kleinere bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen wordt het steeds moeilijker en kostbaarder hier adequaat op in te spelen.
Samen werken aan pensioenexport
Nederland heeft een uniek pensioenstelsel met een goede balans tussen de drie pijlers: staatspensioen, werkgevers/werknemersregelingen en individuele voorzieningen. Nederland heeft de grootste pensioenreserve per hoofd van de bevolking in de wereld. Dat komt vooral door de sterke tweede pijler, die de ruggengraat vormt van ons stelsel. De inwoners van veel andere landen zijn vooral aangewezen op hun staatspensioen en dat staat nu door de toenemende vergrijzing juist het meest onder druk. Het buitenland kijkt dan ook jaloers naar ons Nederlandse model en de hier aanwezige kennis en ervaring. Maar tot op heden hebben Nederlandse pensioenuitvoerders daar nog niet veel voordeel uit kunnen halen op de internationale markten. Welke pensioenfondsen en verzekeraars slaan de handen ineen om samen werknemers van buitenlandse ondernemingen een aantrekkelijke en heldere aanbieding te doen voor een goede oudedagsvoorziening?
Internationaal volop consolidatie in pensioensector
De versnippering van de Nederlandse pensioensector werkt niet in ons voordeel. Vanuit het internationale perspectief zal consolidatie nodig zijn om sterk te staan. Toen in opkomende markten als Chili, Mexico, Polen en Hongarije de pensioenmarkt werd geprivatiseerd, meldden zich vele aanbieders. Inmiddels is dat aantal sterk teruggelopen en zijn alleen de sterke partijen overgebleven die voldoende schaalgrootte hebben om efficiënt te kunnen werken en hun risico’s goed te kunnen spreiden. Daardoor kunnen zij hun deelnemers een aantrekkelijk rendement bieden. In een land als Polen is de pensioenmarkt bijzonder competitief. Geregeld worden overzichten gepubliceerd van de rendementen van de verschillende pensioenfondsen en klanten kunnen gemakkelijk overstappen en hun opbouwde spaartegoed meenemen. De strijd om de gunst van de klant is fel en fondsen die over een lange termijn niet naar behoren presteren, zullen uiteindelijk hun klanten verliezen aan concurrenten die het beter doen.
Kansen door krachtenbundeling
Als Nederland zich als pensioenexportland wil manifesteren zullen de verschillende aanbieders de krachten moeten bundelen. Er liggen kansen, maar die kunnen we alleen benutten door samen te werken en daardoor een goed en helder aanbod te kunnen doen aan de consument. Overigens geldt dat niet uitsluitend voor de export. Want net zoals Nederlandse pensioenaanbieders kijken naar kansen in het buitenland, zullen internationale concurrenten zich ook manifesteren op onze markt.
Strenge eisen
Niet alleen de toenemende internationalisering zal leiden tot consolidatie in de Nederlandse pensioensector. Ook de veranderingen in de regelgeving zijn een belangrijke factor. Het Financiële Toetsingskader stelt strenge eisen aan pensioenuitvoerders. Zo wil het FTK bijvoorbeeld dat pensioenfondsen hun beleggingsbeleid actiever afstemmen op hun verplichtingen. Omdat pensioenfondsen hun beleggingen op marktwaarde moeten waarderen kunnen er aanzienlijke fluctuaties optreden in de dekkingsgraad. Dit komt doordat de waarde van de beleggingen fluctueert met schommelingen op de kapitaalmarkten en in de rentestand.
Nu hebben veel pensioenfondsen er al voor gekozen om hun beleggingen uit te besteden aan professionele vermogensbeheerders. Maar niettemin zullen bestuursleden van pensioenfondsen een actieve beleggingsstrategie dienen te volgen en dus ook over voldoende kennis moeten beschikken om voor hun deelnemers het juiste beleid te kunnen voeren. Uitbesteding van vermogensbeheer is geen uitbesteding van verantwoordelijkheid.
Meer behoefte aan communicatie
En dan is er nog de eis dat fondsen die onder een dekkingsgraad van 105% komen, dat tekort in een jaar moeten aanzuiveren. Nu is er inmiddels zo veel oppositie tegen deze rigide eis, dat die waarschijnlijk versoepeld wordt. Niettemin heeft een dergelijke eis grote gevolgen voor het beleggingsbeleid van een pensioenfonds. De consequenties van zo’n eis gaan nog veel verder: bijvoorbeeld in de communicatie naar de deelnemers toe. Leg maar eens uit dat door de strakke regels de premie met onmiddellijke ingang sterk zal moeten worden verhoogd. Communicatie is in ieder geval steeds belangrijker en intensiever geworden. Fondsen hebben terecht de plicht hun deelnemers helder te informeren over de gang van zaken binnen het fonds en hoe het gesteld is met hun pensioenspaargeld. Grote pensioenfondsen hebben vaak nog wel de menskracht om in die toegenomen behoefte aan communicatie te voorzien, maar voor kleinere fondsen is dat een probleem dat bovendien de kosten verhoogt.
Op zoek naar alternatieve oplossingen
Door de nieuwe International Accounting Standaards komen de pensioenverplichtingen van regelingen met een gegarandeerde uitkering (defined benefit) op de ondernemingsbalans van het sponsorbedrijf. Tevens komen bij deze DB regelingen waardeveranderingen in de beleggingsportefeuille van het pensioenfonds ten laste van de verlies- en winstrekening van de sponsor. Financiële directeuren van die sponsorondernemingen zijn daar niet blij mee. Vandaar dat veel ondernemingen zich bezinnen op alternatieve oplossingen zoals overgaan naar beschikbare premieregelingen (defined contribution), collective defined contribution of hybride regelingen die DB en DC componenten combineren. Voorwaar, al een enorme opgave voor grote pensioenfondsen, laat staan voor kleine fondsen. Vandaar dat steeds meer fondsen er voor kiezen samen te gaan met anderen of het beheer van hun pensioenregeling over te dragen aan verzekeraars of andere gespecialiseerde financiële partijen.
Meer flexibel maatwerk
Een andere ontwikkeling die de complexiteit verhoogt, is dat er binnen pensioenregelingen steeds meer flexibiliteit komt. Wereldwijd is er onmiskenbaar een trend van defined benefit naar defined contribution. Hoewel Nederland een echt DB-land is en terecht de verworven pensioengaranties niet zo maar op wil geven, willen ondernemingen in toenemende mate af van onvoorwaardelijke garanties. Steeds meer pensioenregelingen kennen daarom DC componenten, bijvoorbeeld boven een bepaalde inkomensgrens. In dat DC deel kunnen deelnemers dan meestal meerdere beleggingskeuzes maken met een verschillend risicoprofiel. Dat maakt de administratie er niet eenvoudiger op en dat geldt ook voor het beleggingsbeleid en het asset/liability management.
Levensloop is brug tussen tweede en derde pijler
Bovendien is sinds begin dit jaar de levensloopregeling ingevoerd. Velen doen daar nu nog vrij schamper over, maar ik ben van mening dat de levensloop een belangrijke brug kan gaan vormen tussen de tweede en de derde pensioenpijler. Dat is overigens maar een van de mogelijkheden van de levensloop, want de regeling dient een veel breder doel. De levensloop speelt in op de behoefte van veel Nederlanders aan meer flexibiliteit in het combineren van werk met andere activiteiten zoals zorg, studie en vrije tijd. De overheid ontmoedigt werknemers weliswaar om eerder met pensioen te gaan, maar de levensloop biedt spaarmogelijkheden om eerder te kunnen stoppen met werken of later een hoger pensioen te hebben. Er is dus een duidelijk verband tussen de pensioen- en de levensloopregeling. Daardoor zullen de grenzen vervagen tussen pensioenfondsen en andere financiële dienstverleners die ook levensloopoplossingen kunnen aanbieden. Van oudsher zijn de verschillende soorten aanbieders altijd felle concurrenten van elkaar geweest. Het zou goed zijn om te zien waar pensioenfondsen, verzekeraars, banken en vermogensbeheerders elkaar kunnen versterken en samenwerken om consumenten de grootst mogelijke financiële zekerheid te kunnen bieden.
Consolidatie is onontkoombaar
Voor de komende jaren verwacht ik een toenemende samenwerking tussen pensioenfondsen, verzekeraars en andere financiële dienstverleners. Ook zullen meer kleine pensioenfondsen samengaan met anderen of het beheer van hun pensioenregeling geheel of gedeeltelijk in handen geven van derden. Ook grotere fondsen zullen de krachten bundelen of activiteiten uitbesteden aan gespecialiseerde partijen die dit beter en efficiënter kunnen doen.
Of er uiteindelijk in 2015 maar 10 tot 15 bedrijfstakpensioenfondsen over zullen zijn, staat te bezien. Het is in ieder geval wel duidelijk dat het er veel minder zullen zijn dan de huidige 100. Vooral het aantal ondernemingspensioenfondsen zal aanzienlijk lager zijn dan de ruim 600 die er nu in Nederland actief zijn.
Jan Nijssen is actief binnen verschillende pensioenwerkgroepen. Tevens is hij fellow van Netspar, het kennisinstituut binnen Nederland op het gebied van pensioenen. Tot eind 2005 was hij Global Head Pensions en CEO Insurance Central Europe van ING Groep.
Printbare versie
Related articles:
|