De groeiende rol van de uitbesteding in de Nederlandse pensioensector
Gepubliceerd op: 22 Juni 2006
(Juni/Juli 2006)
|
|
Rod Ringrow, senior vice president
Investor Services en managing
director State Street, Amsterdam
|
Een van de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse pensioenfondssector in 2005 was ongetwijfeld de overdracht van de vermogens- en pensioenbeheeractiviteiten van Philips Pensioenfonds aan respectievelijk Merrill Lynch en Hewitt Associates. De transactie illustreert de druk die op pensioenfondsen ligt om activiteiten die niet tot de kerntaken behoren uit te besteden. Omdat met deze transactie één van Nederlands grootste ondernemingspensioenfondsen was gemoeid, rijst nu de vraag of andere Nederlandse bedrijven de uitbestedingstrend zullen volgen. Na het uiteenspatten van de internet-bubble is het rendement op pensioenfondsen veranderlijk geweest. Het WM Universum van Nederlandse pensioenfondsen gaf aan dat het gemiddelde fonds, exclusief de resultaten van ABP en PGGM, een rendement had van 14,8% in 2005, vergeleken met 2,8% in 2001. Tegelijkertijd heeft, met het ouder worden van de beroepsbevolking, een groter aantal mensen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en aanspraak gemaakt op uitkeringen op basis van vaste toezeggingen (DB-regelingen), waardoor de pensioenfondsverplichtingen zijn toegenomen. Hierdoor zijn de solvabiliteitsverhoudingen sinds 2000 aanzienlijk gedaald en is het surplus van een groot aantal pensioenfondsen omgeslagen in een groot tekort.
Als reactie op het toenemend aantal pensioenregelingen met onvoldoende kapitaaldekking zijn de rapportageverplichtingen verscherpt. Zo moeten bedrijven met een pensioenregeling sinds begin 2005 de solvabiliteit van hun pensioenfonds volgens IFRS-normen op de balans plaatsen.
De pensioenfondssector ziet zich voor meer uitdagingen geplaatst. Deelnemers hebben nu meer vrijheid in de keuze van hun pensioenleeftijd, hetgeen een hogere mate van administratieve flexibiliteit vereist. Het levensloopconcept, dat werknemers in staat stelt geld te reserveren voor hun eigen toekomstplannen, is een ander initiatief dat de deelnemers meer keuzemogelijkheden biedt, maar de pensioenfondsen die de administratieve, boekhoudkundige en bewaarnemende ondersteuning voor deze activa moeten bieden, meer kopzorgen oplevert.
Teneinde rendementen te verhogen en kosten te verlagen, wordt steeds vaker het poolen van de pensioenactiva ingezet. Grote schaalvoordelen op het gebied van beheer, bewaargeving en administratie zijn het gevolg. De Europese koepel van pensioenfondsen (EFRP) schat dat het medebeheer van gepoolde activa de gemiddelde Europese multinational ongeveer 1,2 miljoen euro per jaar kan opleveren.
De meest recente poolingmethoden zijn ontworpen om belastingtransparantie te realiseren, waarbij elke investeerder in een pool zijn eigen belastingidentiteit en inkomsten behoudt zonder dat dit bronbelasting teweegbrengt. De Nederlandse versie van een belastingtransparante poolingstructuur is het Fonds voor Gemene Rekening (FGR) en biedt Nederlandse bedrijven een nationale oplossing voor hun poolingbehoeften, naast de Ierse of Luxemburgse variant.
Pensioenfondsen die besluiten hun assets te gaan poolen moeten zich ervan vergewissen dat hun provider over het mondiale bereik beschikt om in deze strategie te voorzien. Een andere strategie voor het herstel van een gunstigere activa- en passivabalans is liability-driven investing (LDI). Nederlandse pensioenfondsen zijn leidend op dit gebied. In plaats van het risico van een beleggingsportefeuille op een absolute basis (versus cash) te benchmarken, wordt met LDI het risico ten opzichte van de verplichtingen van een pensioenregeling gemeten. Het resultaat is doorgaans een hogere toerekening aan vastrentende beleggingen met een langere looptijd, plus een afdekking met aandelenderivaten en andere technieken om de opbrengsten te verhogen.
State Street biedt innovatieve oplossingen om een intelligente samenstelling van het vastrentende deel van een LDI-portefeuille te vergemakkelijken. In een van de alternatieve LDI’s wordt bijvoorbeeld een hybride instrument ingezet om de risicokenmerken van een portefeuille op een eenvoudige en flexibele manier af te stemmen op de pensioenverplichtingen, namelijk door gebruik te maken van een reeks van swaps met een looptijd van vijf jaar verspreid over 40 jaar. De hybride structuur neemt pensioenfondsen de noodzaak uit handen om zelf zakelijke en counterparty-risico’s te beheren en stelt ze daarnaast in staat de grootte van het verplichtingenrisico te bepalen door dit toe te rekenen aan verschillende vervaldagen.
Strengere rapportageverplichtingen, flexibelere regels ten aanzien van pensioenopnamen en het gebruik van geavanceerde beleggingsstrategieën (zoals pooling en LDI) zullen de in-house capaciteiten van een groot aantal pensioenfondsen op de proef stellen. Uitbesteding zal dus zowel in Nederland als in andere landen een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Een dienstverlener met ervaring op bovenstaande gebieden, kennis van de Nederlandse pensioenfondsomgeving en de technologische platforms is onontbeerlijk om in deze strategieën te voorzien.
Printbare versie
Related articles:
|