Beste lezer,
Gepubliceerd op: 02 Oktober 2006
Bijna twee jaar lang heb ik als journalist voor npn met u het Nederlandse pensioenwezen op de voet gevolgd, en samen hebben we toch al heel wat meegemaakt.
Waar pensioenfondsen eind 2004 veelal in de problemen zaten door de crisis in 2001- 2002 ziet de pensioenwereld er nu heel anders uit. De dekkingsgraden zijn weer op weg naar de welvaart die we van het Nederlandse pensioenstelsel gewend zijn, al speelt de marktwerking van de rente hier natuurlijk een grote rol.
De verbetering in dekkingsgraden betekent dat de aandacht van pensioenfondsen zoetjesaan gaat verschuiven. Men krijgt weer belangstelling voor zogenaamde “luxe” producten: zo zijn inflation-linked bonds weer erg in trek. Nu het nominale water de pensioenfondsen niet meer aan de lippen staat neemt de druk om te ‘matchen’ wat af en richt men zich meer op de reële dekkingsgraad.
Maar ook de befaamde Liability Driven Investment (LDI)-producten worden even op een laag pitje gezet. Verschillende vermogensbeheerders geven aan dat hun klanten op het moment wat minder haast hebben met de implementatie van LDI-oplossingen voor het nieuwe Financiële Toetsingskader. De druk is van de ketel, waarbij de oorzaak niet alleen moet worden gezocht bij de verbeterde dekkingsgraden - ook rentevisies worden hierin meegenomen.
Ondanks de meer comfortabele dekkingsgraden zijn er natuurlijk nog ettelijke dossiers te noemen die de pensioengemoederen blijven bezighouden en voor de nodige druk blijven zorgen. Zo zullen zaken als IFRS, goed pensioenfondsbestuur en natuurlijk de nieuwe pensioenwet het komende jaar nog wel wat voeten in aarde hebben.
Daarnaast zijn pensioenfondsen ook in de ‘nieuwe pensioenwereld’ naarstig op zoek naar nieuwe vormen van alfa. Het blijkt dat traditionele categorieën zoals aandelen en vastrentende waarden gewoon niet genoeg zijn. De aandacht lijkt daarom wat te verschuiven naar de alternatieve categorieën. Ondanks de aantrekkelijkheid van deze beleggingen is behoedzaamheid wel een vereiste. Zo waarschuwt menig vermogensbeheerder dat private equity momenteel relatief te hoge kosten met zich meebrengt. Natuurlijk behoren ook hedge funds tot de categorieën waarmee men voorzichtig moet zijn.
Ook al lijkt diversificatie een aantrekkelijk mechanisme om risico’s te spreiden en rendementen te behalen, pensioenfondsen kunnen hierin gemakkelijk te ver gaan. Dat de grote en vooraanstaande pensioenfondsen in Nederland de portefeuilles enorm spreiden over een toenemend aantal beleggingscategorieën wil niet zeggen dat dit voor alle pensioenfondsen is weggelegd. Door de jaren heen is naar voren gekomen dat ieder individueel pensioenfonds anders is, wat betekent dat ieder pensioenfonds binnen individuele grenzen moet werken. In dit kader is het niet altijd de beste keuze om te doen wat de anderen doen. Pensioenfondsen blijven beleggers en het zijn de uitzonderingen in de beleggingswereld - diegenen die het anders doen dan anderen - die vaak de extreme rendementen behalen.
Het is interessant om te zien dat sommige pensioenfondsen, zoals het spoorwegpensioenfonds, tegen de stroom in zwemmen door zich opnieuw op de lange termijn te concentreren. Des te interessanter, omdat het nFTK de fondsen toch vooral kortetermijnvereisten oplegt.
Misschien zijn het juist de comfortabele dekkingsgraden die toelaten dat pensioenfondsen zich weer gedragen als èchte pensioenfondsen, namelijk als langetermijnbeleggers. Dat neemt niet weg dat pensioenfondsen zich wel moeten indekken voor tijden waarin het weer wat minder goed gaat, want dan dringt het kortetermijndenken van het nFTK zich onvermijdelijk weer op.
Met mijn vertrek naar De Nederlandsche Bank zal ik ook in de toekomst dicht bij de pensioenfondsen blijven staan, zij het vanuit een ander perspectief.
Bij deze wil ik u, trouwe lezers, bedanken voor de vele interessante bijdragen en uw ondersteuning voor npn door de jaren heen. Ik wens u allen veel succes in de nieuwe pensioenwereld.
Bram van den Oever
Printbare versie
Related articles:
|