Geen ‘smoesjes’ meer:
Gepubliceerd op: 05 Oktober 2006
‘Smoothing’ wordt door sommigen al enige tijd beschouwd als een ‘smoesje’ om dekkingsgraadtekorten van de balans te weren. Stephen Bouvier zocht uit of er nu definitief een einde gaat komen aan ‘smoothing’.
“Het is een goede zaak dat IASB maatregelen wil nemen om een einde te maken aan het zogenaamde ‘smoothing’. Daarover is men het inmiddels wel eens in de financiële wereld,” zegt Roland van Gaalen, partner bij Watson Wyatt.
Analisten hebben vrijwel alle vertrouwen in ‘smoothing’ verloren. Te oordelen naar de stemming onder de aanwezigen toen de International Accounting Standards Board (IASB) op 18 juli besloot een tweefasenpensioenproject op de agenda te zetten, zullen weinigen betreuren dat deze boekhoudkundige strategie aan zijn einde komt.
Dit geldt zeker voor Stephen Cooper, een in Londen werkzame analist van de investeringsbank UBS en lid van de adviesgroep voor pensioenen van de Britse Accounting Standards Board. Hij vertelde ons zusterblad epn eerder dit jaar dat smoothing “krankzinnig is, en ik geloof dat de meeste mensen dit ook inzien. Het is niets meer dan een techniek om fluctuaties op de verlies- en winstrekening te vermijden.”
In fase I van het IASB-project zal de in Londen gevestigde ontwikkelaar van boekhoudkundige normen overgaan tot - zoals een specialist van IASB het uitdrukte – invoering van een reeks gerichte verbeteringen van International Accounting Standard 19. Verwacht wordt dat de eerste fase rond 2010 afgerond zal zijn. Deze eerste fase is gericht op het aanpakken van smoothing, pensioenregelingen op basis van eindsaldo, verrekeningen en inperkingen. Daarna zal worden verder gegaan met een grondige hervorming van pensioenboekhouding.
De goedaardige wortels van ‘smoothing’
Ironisch genoeg hebben we smoothing te danken aan de Financial Accounting Standards Board (FASB), de Amerikaanse tegenhanger van de IASB. Smoothing lijkt op het eerste gezicht een goedaardig compromis dat is ingebouwd in de FASB Statement 87, de FASB-norm voor pensioenboekhouding – nu de International Accounting Standard 19. Het heeft de bedoeling om de effecten te matigen van directe weergave van de netto pensioenfondsactiva en -verplichtingen in de financiële ondernemingsverslaggeving.
Simpel gezegd maakt smoothing het mogelijk om bedragen die niet op de balans verschijnen, op te nemen in de vorm van afschrijvingen in de jaarlijkse uitgaven. Een cynicus zou op kunnen merken dat ook zaken die om dringende maatregelen vragen, op deze manier eindeloos buiten beeld kunnen worden gehouden.
Smoothing is echter geen eenrichtingsverkeer. Zowel IFRS als US GAAP eisen dat er aanvullende informatie wordt verstrekt die het mogelijk maakt de effecten van smoothing weer weg te denken. Als er gegevens uit de boeken worden verwijderd moet er vervolgens weer voldoende aanvullende informatie worden bijgevoegd, om analisten zoals Stephen Cooper in staat te stellen de boekhoudkundige feiten te reconstrueren. Over het algemeen lukt het naar zijn zeggen wel om de effecten van smoothing zo weer ongedaan te maken.
En dat is maar goed ook, gezien het vertrouwen van Roland van Gaalen in het vermogen van analisten om smoothing bloot te leggen. Hij redeneert dat marktpartijen er in het algemeen best toe in staat zijn om de benodigde informatie te achterhalen. “Ik ben ertoe geneigd om in de efficiëntie van de markt te geloven. In de praktijk is het denk ik duidelijk dat de markt in feite wel degelijk rekening houdt met de verplichtingen van pensioenfondsen. Uit onderzoek blijkt dat de markt zich inderdaad rekenschap geeft van grote tekorten en hun hefboomwerking,” zegt hij.
Er is echter evenveel onderzoek gedaan waaruit het tegendeel blijkt. In een verklaring voor de Amerikaanse senaatscommissie voor het bankwezen, huisvesting en stedelijke aangelegenheden zei IASB-voorzitter Sir David Tweedie: “Ofschoon de gegevens over het totale tekort in de toelichting opgenomen zijn, zijn de normontwikkelaars zich ervan bewust dat toelichting geen vervanging is voor goed boekhouden. Bovendien is er een toenemende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat de marktpartijen toelichtingen niet meenemen in hun besluitvorming.”
Volgens Van Gaalen heeft een groot pensioenfonds min of meer eenzelfde effect op de kapitaalstructuur van een onderneming als een groot bedrag aan bedrijfsschulden. “Is de markt zo slecht geïnformeerd dat dit nog niet is opgemerkt?” vraagt hij zich af. “Ik denk dat het economisch relevante deel van het publiek hiervan al op de hoogte is. Bedenk wel dat marktefficiëntie niet vereist dat de gemiddelde belegger alles moet weten.”
Stephen Cooper is het hier – tot op zekere hoogte – mee eens: “In termen van prijsefficiëntie is dit waarschijnlijk waar. De meeste beleggers baseren zich op de koers, en men kan argumenteren dat er maar een kleine groep beleggers op basis van informatie hoeft te handelen om al effect te hebben op de koersen. Maar als dit een argument is om informatie over pensioenen niet te onthullen, vind ik dat verkeerd,” zegt hij. Als het over transparantie gaat heeft hij een andere opvatting dan Van Gaalen: “Naar mijn idee doen de markten pas recht aan alle beleggers als iedereen over dezelfde informatie kan beschikken.”
Een mogelijke middenweg voor pensioenboekhouding, zegt Roland van Gaalen, is de optie om actuariële winsten en verliezen volledig op te voeren in een zogenaamde Statement of Recognised Income and Expenses (SORIE). Met deze methode worden winsten en verliezen opgevoerd in de periode waarin deze ontstaan, los van de verlies- en winstrekening. SORIE is voor het eerst als optie in IAS 19 geïntroduceerd in december 2004 om het invoeren van IFRS te vergemakkelijken voor ondernemingen met een verslaglegging conform het Britse GAAP.
De vraag is: Moeten pensioenverplichtingen buiten beschouwing worden gelaten als men zich een algemeen beeld vormt van hoe een bedrijf presteert? Of zijn pensioenverplichtingen juist onlosmakelijk verbonden met de manier waarop een onderneming wordt bestuurd? De meningen hierover lijken uiteen te lopen. Van Gaalen pleit ervoor pensioenverplichtingen en bedrijfsprestatie van elkaar los te zien. Hij redeneert dat pensioenverplichtingen kunnen toenemen als gevolg van een relatief geringe fluctuatie op de aandelenmarkten, hetgeen op zich niets zegt over de wijze waarop de onderneming gerund wordt. Hij voegt hieraan toe: “Wijzigingen in de waarde van het pensioenvermogen hebben niets te maken met de activiteiten of winstgevendheid van de onderneming.”
Of IASB en uiteindelijk ook FASB bereid zullen zijn tot enig compromis valt nog te bezien. Het ziet ernaar uit dat IASB zelfs de kleinste fluctuaties op de balans wil zien, geboekt als inkomsten zonder smoothing. Een aanwijzing hiervoor kan worden gevonden in de verklaring die IASB-voorzitter Sir David Tweedie heeft afgelegd voor de Amerikaanse Senaat.
Sir David gaf een voorbeeld van een pensioenfonds in evenwicht met een balanstotaal van 40 miljoen euro. Als het vermogen van het fonds met 10 miljoen dollar zou dalen, bij gelijkblijvende verplichtingen van 40 miljoen dollar, is het de sponsor-onderneming onder de IAS 19 toegestaan om een totale verplichting te boeken van slechts 600.000 dollar (10 miljoen dollar minus 10 procent van de totale pensioenverplichtingen oftewel 4 miljoen dollar, waarbij de resterende 6 miljoen dollar gespreid wordt over een periode van 10 jaar).
”De onvolledigheid van het bedrag dat zo opgevoerd wordt in de verlies- en winstrekening en op de balans, verdoezelt het kosteneffect op de onderneming,” volgens Tweedie. Daarmee zegt hij tevens dat de voorstanders van de SORIE-methode wel eens teleurgesteld zouden kunnen worden.
Voor eens en voor al een einde aan ‘smoothing’
In de VS nadert fase I van de herziening van de regelgeving van de Financial Accounting Standards Board voor pensioenboekhouding zijn voltooiing. In fase I van de FASB-normgeving kunnen ondernemingen winsten en verliezen op de verlies- en winstrekening blijven afschrijven, maar moet de fair value van het netto pensioenfondsvermogen of de pensioenverplichtingen wel op de balans vermeld worden.
Het fase I-project zoals voorgesteld door IASB, daarentegen, lijkt erop gericht te zijn voor eens en voor al een einde te maken aan smoothing op zowel de balans als de verlies- en winstrekening. Over de potentiële verschillen tussen beide GAAP’s maakt Cooper zich niet al te veel zorgen: “Beide maken in principe gebruik van dezelfde basis voor het vaststellen van de activa en passiva, waardoor de ‘economische aansprakelijkheid’ hetzelfde zal zijn. De verschillen zijn vervelend maar zouden voor een belegger met verstand van zaken niets uit moeten maken.”
De IASB besloot op haar vergadering van 18 juli dat pensioenregelingen op basis van eindsaldo ook onderdeel zullen uitmaken van fase I. Dit zou wel eens een gigantische uitdaging kunnen zijn, getuige de uitspraak van Jim Leisenring, een voormalige vice-voorzitter van FASB: ”Ik betwijfel of de voornemens betreffende pensioenregelingen op basis van eindsaldo uitgevoerd kunnen worden.”
In hun onderzoek hebben deskundigen vast kunnen stellen dat pensioenregelingen op basis van eindsaldo niet goed passen binnen het huidige IAS 19-regime. Dit hebben ze gemeen met collectief DC-regelingen zoals men die in Nederland kent. Bij eindsaldoregelingen worden de pensioenaanspraken meestal bepaald op basis van een uiteindelijk rekeningsaldo, hetgeen vergelijkbaar is met de methodiek van collectief DC-regelingen.
Bij dergelijke regelingen kan de pensioenrekening van een deelnemer jaarlijks worden gecrediteerd met zowel een betalingskrediet (berekend als een vast percentage van het jaarsalaris) en een rentekrediet (mogelijk gekoppeld aan bijvoorbeeld het rendement op een staatsobligatie). Deze pensioenregelingen verschillen van de collectieve DC-regelingen doordat het rendement van de belegging niet direct van invloed is op de uiteindelijke pensioenuitkeringen; met ander woorden, het risico gaat niet over van de werkgever op de werknemer, zoals dit het geval is bij collectief DC.
Maar, zegt Roland van Gaalen, ofschoon eindsaldoregelingen en collectief DC-regelingen verschillen op het punt van risico-overdracht, zal de IASB waarschijnlijk ook op zaken stoten die voor beide hetzelfde zijn. Dit zal in het bijzonder het geval zijn als de IASB probeert om de scheidingslijn te bepalen tussen een Defined Benefit (DB)-regeling en een Defined Contribution (DC)-regeling. “De IAS 19 in zijn huidige vorm kent slechts twee typen pensioenregelingen en biedt niet de mogelijkheid om te gaan met de risicodeling die een wezenlijk kenmerk is van collectieve DC-regelingen,” waarschuwt hij.
Nu de IASB pensioenboekhouding en eindsaldoregelingen op de agenda heeft gezet staan Nederlandse ondernemingen voor de uitdaging om het eens te worden over de scheidingslijn tussen DB-regelingen en collectief DC-regelingen. Alleen als zij hierin slagen, zal het mogelijk zijn om invloed uit te oefenen op de besluitvorming van de IASB.
Zoals Roland van Gaalen het stelt: “De echte wereld is niet zwart-wit en iedere toekomstige pensioennorm zal ook recht moeten doen aan de grijstinten. En dat is niet eenvoudig.”
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|