Intergenerationele solidariteit: twee visies
Gepubliceerd op: 05 Oktober 2006
Volgens sommigen zou er een effectiever gebruik moeten worden gemaakt van intergenerationele solidariteit, bijvoorbeeld door indexatie te garanderen voor ouderen, en door jongeren daarvan de risico’s te laten dragen in ruil voor een soepeler premiebeleid. Wat vinden ABP en Pensioenfonds SNS REAAL van deze suggestie?
Mariëtte Simons, hoofd pensioenbureau bij Pensioenfonds SNS REAAL: “We hebben die discussie ook wel gevoerd. De vraag was: moet Pensioenfonds SNS REAAL een onderscheid maken tussen de generaties, bijvoorbeeld tussen ‘opbouwende’ en ‘trekkende’ deelnemers? Enerzijds is het zo dat het niet toekennen van prijscompensatie door gepensioneerden direct in de portemonnee wordt gevoeld, terwijl jongeren nog ruimschoots de tijd hebben om het tekort goed te maken. Maar anderzijds, als zich een situatie zou voordoen waarin sprake is van structurele, aanhoudende inflatie – en die hoeft niet eens zo hoog te zijn – dan zou dit jongere deelnemers hard treffen: gezien over een loopbaan van 40 jaar kan dat zoals gezegd flink oplopen.
Pensioenfondsen hebben bovenal een langetermijnperspectief, en men moet dit soort overwegingen dan ook in tijdsperspectief plaatsen. We hebben een tijd gehad dat pensioenfondsen bulkten van het geld, we hebben een tijd gehad dat er sprake was van een sluipende beurskrach, en we hebben een tijd gehad van premiestijging... Als je te maken hebt met een tijdspanne van 40 – 60 jaar kunnen al dit soort zaken wel eens voorvallen. Men moet ervoor oppassen om op dit soort ontwikkelingen direct en onbeheerst te reageren. Gezien de lange adem van pensioenfondsen is het eigenlijk hoogst merkwaardig om op korte termijn direct heel heftig op elke ontwikkeling te reageren.”
Olaf Sleijpen, directeur Algemeen Financieel Beleid van ABP: “Wij vinden het collectieve pensioenstelsel een groot goed, juist vanwege de solidariteit die eraan ten grondslag ligt. Dat maakt het mogelijk om een goede pensioenregeling te bieden tegen een goede prijs. Aan de andere kant zie je dat de vergrijzing toeneemt, terwijl ook de mondigheid van de samenleving toeneemt. Men wordt kritischer. Door deze ontwikkelingen is die solidariteit niet langer vanzelfsprekend. Het is dan ook verstandig om na te denken over hoe we de meerwaarde van een collectief systeem met die ontwikkelingen kunnen combineren. En in dat kader is er een denkrichting, zoals die ook wordt onderschreven door pensioengoeroe Keith Ambachtsheer, die inderdaad voorstelt om ouderen hardere garanties te bieden zodat men verzekerd is van een volwaardig pensioen ook als het met het fonds wat minder gaat, terwijl jongeren die nog ruimschoots de tijd hebben om een achterstand in te lopen die garanties niet krijgen. Omgekeerd, als het goed gaat met het fonds zouden juist de jongere deelnemers daarvan moeten profiteren.
Het is een interessante denkrichting, maar er zijn in een institutioneel kader nog wel de nodige vraagtekens bij te zetten. Ik denk daarbij met name aan de technische aspecten. Wordt het fonds niet in stukken gehakt, zodat je verschillende regelingen krijgt voor verschillende leeftijdscohorten? Hoe is een en ander te realiseren? En dan heb je het zogenaamde conversierisico: als je met verschillende leeftijdscohorten werkt, hoe is dan de overgang van de ene naar de andere categorie geregeld?
Het is in ieder geval goed over dit soort ideeën na te denken. Het belangrijkste is dat er naar verschillende mogelijkheden wordt gezocht om het collectieve stelsel ook in de toekomst te behouden.”
Printbare versie
Stuur deze artikel naar een vriend.
|