Een turbo op je alfa
door Benoît Fally, managing director State Street Global Advisors
Gepubliceerd op: 24 Oktober 2006
(Oktober/November 2006)
Aangezien alle beleggers op zoek zijn naar een hogere alfa, is er een groeiende belangstelling voor aandelenstrategieën met zowel longposities als shortposities, om de kansen op hogere rendementen te vergroten. Wetenschappelijk onderzoek bepleit al lang dat het versoepelen van de “long-only”-restrictie een van de meest effectieve manieren is om de portefeuille-efficiëntie te verhogen, de beleggingsinzichten van de fondsmanager optimaal te benutten en daarmee het genereren van alfa te bevorderen. Maar in de praktijk is dit makkelijker gezegd dan gedaan.
In Europa hebben sterke researchinspanningen, gecombineerd met de UCITS III-richtlijn, nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor assetmanagers om shortposities in hun portefeuilles op te nemen. Hierdoor kunnen zij profiteren van de meest geavanceerde beleggingstechnieken en de informatieratio van hun portefeuille verhogen door in een Europese pool te beleggen.
Bij traditionele beleggingsstrategieën worden aandelen aangehouden die als aantrekkelijk worden beschouwd, de rest wordt genegeerd. Indices met relatief kleine posities per aandeel, bieden minimale mogelijkheden om waarde toe te voegen door onderweging en leiden tot long-only portefeuilles die worden bepaald door hun aan de benchmark gerelateerde overweging.
Zogenoemde short-extension strategieën (bij SSgA noemen we dit Edge-strategieën) herstellen deze onvolkomenheid door zowel long- als shortposities in een portefeuille te verenigen.
Gegeven de lage weging die de meeste aandelen hebben in de meeste benchmarks, is flexibiliteit nodig om aandelen te verkopen die men niet bezit; ofwel short te gaan.
Dit biedt verschillende voordelen: het maakt beter gebruik van de aandelenselectieinzichten van de manager, het zorgt voor meer diversificatie in actieve posities en maakt een efficiënte allocatie van middelen op basis van zowel negatieve als positieve visies mogelijk — en dat bij eenzelfde netto marktexposure. Het managers toestaan om aandelen evenveel te onderwegen als te overwegen is verreweg de meest efficiënte wijze om de excess returns te verhogen.
Vergeleken met long-only portefeuilles heeft het hogere rendement van short-extension portefeuilles verschillende oorzaken, maar het exposure-risico is daar niet noodzakelijkerwijs een van. Onderzoek van SSgA heeft uitgewezen dat short-extension portefeuilles een hoger rendement kunnen genereren waarbij het aandelen-, sector- en landenrisico op hetzelfde gewenste niveau kunnen worden gehandhaafd als in long-only portefeuilles. Dergelijke portefeuilles hebben betere risk-adjusted returns dan long-only portefeuilles met vergelijkbare of enigszins lagere rendementsdoelstellingen.
Typische short-extension strategieën gaan short in een bandbreedte van 20 tot 50% van het fondsvermogen. De opbrengsten van deze verkopen worden vervolgens toegevoegd aan het initiële vermogen om additionele longposities te kopen. De extra longposities compenseren de shortposities en de resulterende portefeuille is volledig (d.w.z. voor 100%) belegd en bèta-neutraal. Vaak worden deze strategieën geïdentificeerd door de percentages van de long- en de short-exposures in de portefeuille, bijvoorbeeld x 130/30.
De hogere rendementen van short-extension portefeuilles worden gegenereerd door verschillende bronnen. De meest prominente hiervan is die van short gegane posities in aandelen. Deze posities voegen waarde toe als zij de benchmark underperformen. Ook creëren zij de mogelijkheid om additionele longposities aan te leggen in landen, sectoren of beleggingsobjecten die al volledig belegd waren en waarin niet nog meer kon worden belegd vanwege risicobeperking. Onze ervaring leert ons dat dit ook in de praktijk het geval is.
Echter, met een long-shortstructuur worden ook nieuwe operationele en uitvoeringsrisico’s geïntroduceerd. Wie bijvoorbeeld een 2% longpositie heeft die 20% daalt verliest zeker geld, maar de relatieve omvang van de positie in de portefeuille neemt ook af. Verdere koersdalingen zullen een steeds geringere invloed hebben op de portefeuille. Aan de andere kant, als een shortpositie 2% in waarde stijgt dan is er niet alleen een verlies, maar neemt de relatieve omvang van de positie ook toe. Verdere koersstijgingen van deze shortpositie zullen een versnelling van de verliezen tot stand brengen, aangezien ze een relatief steeds grotere invloed uitoefenen op de waarde van de gehele portefeuille.
Beleggers moeten zich realiseren dat long-shortstructuren gepaard gaan met additionele risico’s omdat aandelen worden geleend voor het aangaan van shortposities en het aanleggen van additionele longposities. Het voldoen aan de UCITS III-richtlijn is een goed startpunt voor beperking van het risico van deze strategieën, maar het beheerdersrisico en operationele checks & balances moeten ook in ogenschouw worden genomen.
Short-extension strategieën bieden een groot potentieel om actieve rendementen te verhogen. Beleggers wordt echter aangeraden om te werken met asset managers die een lang track record hebben in het beheren van long/short portefeuilles. Toegang tot de noodzakelijke risicomanagement-infrastructuur voor operationele - en beleggingrisico's is van groot belang, evenals het hebben van goede contacten met prime brokers.
Printbare versie
Related articles:
|