Pensioenwet voor de 21e eeuw
Gepubliceerd op: 25 Oktober 2006
(Oktober/November 2006)
|
|
Pieter Omtzigt,
Tweede Kamerlid voor het CDA
|
Twee weken geleden kwam de nieuwe pensioenwet ter stemming in de Tweede Kamer. De wet werd – zij het met enige amendementen – kamerbreed aangenomen. CDA-kamerlid Pieter Omtzigt doet voor npn verslag vanuit de Tweede Kamer.
Nut en noodzaak
Het aantal gepensioneerden neemt snel toe. Dat betekent dat het toezicht wat strakker moet zijn dan vroeger. In het verleden was het mogelijk om een relatief groot aantal werkenden iets extra’s te laten betalen als er een tekort was in een fonds. Nu is bij een aantal fondsen het aantal gepensioneerden groter dan het aantal werkenden. Tekorten kunnen dan veel moeilijker opgevangen worden door een premieverhoging.
De nieuwe Pensioenwet eist een betere, meer moderne communicatie. Werkgevers en pensioenfondsen moeten duidelijk communiceren bij een nieuw arbeidscontract en verder jaarlijks informatie sturen. Dit mag in veel gevallen nu ook per email of on-line.
De randvoorwaarden zijn de afgelopen twintig jaar al fors veranderd: zo verdween discriminatie tussen mannen en vrouwen, tussen parttimers en fulltimers en tussen alleenstaanden en (echt)paren. In de nieuwe wet blijft de non-discriminatie recht overeind en wordt zij zelfs versterkt.
Verder regelt de wet een verplichtstelling: je kunt mensen dus niet selectief uitzonderen van een pensioen. Het gevolg is dat 95% van de Nederlandse werknemers deelneemt in een pensioenregeling, tegenover slechts 50-60% in bijvoorbeeld Engeland en de Verenigde Staten.
De pensioenwet geldt in principe alleen voor werknemers. Werkgevers en zelfstandigen (inclusief DGA’s met meer dan 10% van de aandelen) vallen niet onder de pensioenwet
Nabestaandenpensieon
Bij de behandeling in de Kamer heeft het CDA, vaak samen met de PvdA en de VVD, een aantal veranderingen voorgesteld en gesteund. Zo kan het in de ogen van de CDA-fractie niet zo zijn dat je partner zonder iets achterblijft als je overlijdt terwijl je onbetaald verlof hebt of een WW-uitkering geniet. Daarom hebben we tijdens de wetsbehandeling een aantal afspraken gemaakt:
De dekking voor het nabestaandenpensioen loopt door, wanneer je maximaal 3 jaar onbetaald verlof hebt of wanneer je een WW-uitkering hebt.
Als je 65 wordt, krijg je eenmalig de mogelijkheid om een stuk van je ouderdomspensioen in te leveren en er dan nabestaandenpensioen voor in de plaats te kopen. Dus als je geen nabestaandenpensioen hebt kun je hem op dat moment inkopen.
De regering zal een adviesaanvraag doen, bijvoorbeeld aan de SER, om in overleg met sociale partners te praten over hoe het nabestaandenpensioen kan worden teruggebracht. Dit zal voor 1 januari 2008 gebeuren.
Europa
Nederland heeft zijn zaken veel beter voor elkaar dan andere Europese landen. Er is meer dan 600 miljard euro gespaard in pensioenvermogen, dat is 50.000 euro per Nederlander. Dit is bijvoorbeeld meer dan twee keer de staatsschuld. Dit mag niet zomaar in de waagschaal gelegd worden.
Uniek in Nederland is ook de verplichtstelling. Hierdoor zijn vooral mensen met parttime banen en mensen met een laag en middeninkomen beschermd. Die mensen hebben in andere landen juist geen pensioen.
De Europese Commissie ziet pensioenen als een product voor de vrije markt. Wij zien pensioenen als een sociaal stelsel, waarin mensen beschermd worden. Als mensen zelf maar moeten zien hoe ze hun pensioen regelen zal niet iedereen genoeg sparen. Zo zijn de kosten van individuele koopsompolissen veel hoger dan die van pensioenregelingen. Mensen hebben daarom veel baat bij pensioenfondsen zonder winstoogmerk. En dus is de verplichtstelling in de wet cruciaal.
Ten tweede ligt er in Brussel een voorstel om pensioenen overdraagbaar te maken tussen landen, de zogenaamde ‘portability richtlijn’. Dat lijkt leuk voor de mobiliteit, maar kan desastreus uitpakken voor Nederlandse pensioenen. Nederland heeft immers fors gespaard, de meeste andere landen helemaal niet. Zo’n systeem komt dus niet van de grond zonder grote schade voor Nederland.
Bij het debat heeft het CDA twee moties ingediend. Wij roepen de regering op om pensioenen als sociaal stelsel te zien en dus de verplichtstelling te handhaven. Ten tweede verzoeken we de regering een veto uit te spreken tegen de portability richtlijn. Beide kregen grote steun.
Toezicht
In de nieuwe wet houden helaas zowel De Nederlandsche Bank als de Autoriteit Financiele Markten toezicht op de sector. We denken dat zo’n constructie kan leiden tot dubbel toezicht. Dus heeft de voltallige Kamer er op aangedrongen de overlap uit de wet te halen.
Als een pensioenfonds niet voldoende vermogen heeft, dan moet er prudent omgegaan worden met de deelnemers. Maar dit betekent niet dat het fonds altijd binnen één jaar weer uit de gevarenzone kan zijn. Daarom heeft de Kamer de wet zo veranderd dat er in principe drie jaar tijd is om op basis van een goed herstelplan uit de gevarenzone te komen.
Pensioenfondsen dienen voldoende vermogen in kas te houden om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. Die berekening hangt natuurlijk af van de verwachte rendementen. Een kleine verandering in die verwachtingen leidt tot een vraag om tientallen miljarden extra vermogen en/of een tijd lang niet indexeren van pensioenen. Daarom moet de minister, wanneer hij zo’n verandering wil doorvoeren, toestemming vragen aan de Eerste en Tweede Kamer. Verder zal er een commissie van vijf wijze mensen zijn, die een advies uitbrengt over deze uiterst technische maar belangrijke materie. Pas na dit advies neemt de politiek een beslissing.
Duidelijke communicatie
Communicatie moet helder en transparant zijn. Daarom zijn we tevreden met het Uniform Pensioen Overzicht, dat is ontwikkeld door de pensioensector zelf. Iedere deelnemer krijgt vanaf 2007 dit overzicht, dat vergelijkbare informatie omvat over pensioenaanspraken. Zo zal het mogelijk zijn om die te vergelijken en bij elkaar op te tellen. Om dit mogelijk te maken hebben we de mogelijkheid dat de minister hierover eigen regels stelt, beperkt.
In dit internet-tijdperk is het raar dat je niet al je pensioenaanspraken in een oogopslag kunt zien. Vanaf 2011 moet er een on-line register zijn waarin alle pensioenaanspraken staan. De pensioensector heeft nu even de tijd om zelf tot een register te komen. Alleen als dat niet goed en niet op tijd gebeurt, dan kan de minister het afdwingen.
Pensioenuitvoerders moeten eerlijk en duidelijk communiceren over hun indexatie. De kamer heeft, zonder onze steun, een wijziging in de wet aangebracht voor een indexatielabel. Hierdoor wordt er op twee manieren over indexatie gecommuniceerd. De indexatiematrix geeft aan hoe groot de kans is dat de verwachte indexatieverwachtingen worden nagekomen, terwijl het indexatielabel iets zegt over de kwaliteit van de indexatie. Dit gaat helaas tot verwarring leiden. Want bij een pensioenregeling waarin staat dat er geen indexatie wordt nagestreefd zal de indexatiematrix aangeven: “alle verwachtingen worden nagekomen”, terwijl het indexatielabel zal luiden: “dit is een slechte regeling”. De combinatie van deze twee berichten is geen voorbeeld van heldere communicatie. Bij de uitvoering krijgt de politiek een tweede kans om dit in één keer goed te doen.
Rechten van deelnemers
Voor de meeste mensen is het pensioen, na het eigen huis, het grootste opgebouwde vermogen. Een pensioen maakt het verschil tussen een comfortabele oude dag en rondkomen van alleen de AOW. Daarom vinden we dat iedereen een pensioen moet kunnen opbouwen. Daarom is op ons initiatief de bepaling opgenomen dat een werkgever maximaal twee maanden mag wachten voordat hij pensioenrechten toekent. Verder zijn we blij dat de pensioenwet aangeeft dat je in principe pensioen opbouwt vanaf je 21e.
Tot nu toe was het mogelijk om pensioenrechten te laten vervallen. Dat is volgens ons geen goed idee. Daarom is de wet zo gewijzigd dat pensioenen niet meer kunnen verjaren bij in leven zijn van de deelnemer.
Terugstorting naar de werkgever moet alleen onder strikte voorwaarden mogelijk zijn. Daarom kan dit alleen plaatsvinden, als het fonds alle indexatieverplichtingen over de afgelopen tien jaar is nagekomen. Een werkgever kan ook geen korting meer krijgen op de premie, als hij in het lopende jaar niet alle indexatieverplichtingen nakomt.
Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers)
Deze categorie zelfstandigen groeit snel, ook in sectoren als de thuiszorg en de bouw, waar vroeger vaak sprake was van een dienstverband. Het is van het grootste belang dat deze mensen ook in staat zijn om een pensioen op te bouwen.
De Kamer heeft een amendement aangenomen waarin staat dat ZZP’ers tien jaar lang (ipv drie jaar) het recht houden om als zelfstandige aangesloten te blijven bij hun oude pensioenfonds. Wij hebben hier tegen gestemd. ZZP’ers krijgen nu een keuzevrijheid om deel te nemen of niet. Dit kan in het nadeel werken van ZZP’ers, omdat pensioenfondsen hogere premies bij hun in rekening kunnen brengen. Immers, alleen voor oude en zieke ZZP’ers is het aantrekkelijk om zich collectief te verzekeren. Van solidariteit is dan weinig sprake in de praktijk.
Wij hebben van harte een motie ondersteund die de regering oproept om de pensioenopbouw van ZZP’ers en de knelpunten in kaart te brengen. Verder moet de regering onderzoeken hoe fondsen en regelingen voor deze groep opgezet kunnen worden.
Het einde van nieuwe pensioenwetgeving?
In oktober wordt de invoeringswet behandeld. Dan komt er een einde aan een paar jaar met veel belangrijke pensioenwetgeving: de nieuwe wet op de bedrijfstakpensioenfondsen, de wet op de beroepspensioenfondsen, Vut/prepensioen/levensloop-wetgeving en deze nieuwe pensioenwet.
Zijn we er zo? Nog niet, want we verwachten binnenkort nog wel een door ons gevraagde evaluatie van de wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Deze wet is pas 10 jaar oud, maar functioneert niet goed. Bij de standaardoplossing in de wet blijven voormalig partners aanspraken op elkaar houden met veel vervelende gevolgen van dien. Deze evaluatie zal zeker kunnen leiden tot wetswijziging.
Printbare versie
Related articles:
|