Beste lezer,
Gepubliceerd op: 25 Oktober 2006
(Oktober/November 2006)
|
|
Mariska van der Westen,
hoofdredacteur,
npn
|
De Pensioen-en Spaarfondsenwet is dood. Leve de Pensioenwet!
Op de valreep van de verkiezingen en onder demissionair bewind werd op 26 september dan toch de nieuwe pensioenwet goedgekeurd door de Tweede Kamer. De oude pensioen- en spaarfondsenwet heeft daarmee na ruim 50 jaar een opvolger gekregen.
Tot de laatste hamerslag is er gesleuteld aan de wet. Er werd een groot aantal amendementen aan de wetstekst toegevoegd. Zo is de kortetermijn herstelperiode verlengd tot drie jaar, terwijl er tevens een indexatielabel moet gaan komen.
Nu de nieuwe pensioenwet door de Tweede Kamer is komt er uitzicht op een luwte in de reguleringsstorm.
Er is de afgelopen jaren veel tijd en energie gaan zitten in het bijbenen van de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving. Ook in de toekomst zal implementatie van de wetgeving nog wel voeten in aarde hebben. Zo wordt 2007 het ‘jaar van de waarheid’ op het gebied van medezeggenschap en goed pensioenfondsbestuur, terwijl ook het nieuwe Financieel Toetsingskader nog geen gesneden koek is.
Deze ontwikkelingen trekken vooral op kleinere fondsen een zware wissel, en het is goed mogelijk dat dit gaat leiden tot een ingrijpende consolidatieslag. De npn-redactie houdt op dit punt de komende tijd zeker de vinger aan de pols.
Toch blijkt dat veel pensioenfondsen zich terdege hebben voorbereid op het nieuwe regime, en met name op het Financieel Toetsingskader. Nu ook de dekkingsgraden zich goed herstellen bezinnen pensioenfondsen zich dan ook op een ‘terugkeer naar de lange termijn’.
Bij een treinreis is het risico dat je onderweg soms harder en soms langzamer rijdt van ondergeschikt belang – waar het om gaat is of je op tijd op je bestemming aankomt, zegt Guy Fraser-Sampson in zijn boek ‘Multi Asset Class Investment Strategy’.
Pensioenfondsen weten dat al langer dan vandaag. De pensioenrit is lang, en af en toe staat er wel eens een koe op de rails. Even later gaat het weer heuvelaf en wordt het oponthoud goed gemaakt. Van belang is vooral dat de passagiers hun eindbestemming halen.
Vandaar dat pensioenfondsen zich onttrekken aan het kortetermijngewoel en zoeken naar manieren om de rit lang uit te zitten.
Om te spreken van een ‘terugkeer’ naar de lange termijn is misleidend: er is niets nostalgisch aan de huidige langetermijntrend. De nieuwe langetermijnbelegger verschilt tenminste zoveel van zijn voorgangers als de nieuwe PW verschilt van de oude PSW. Pensioenfondsen bedienen zich van een veel geavanceerder beleggingsinstrumentarium dan vroeger en laten zich leiden door de structuur van de verplichtingen. Toch is er zeker sprake van een trend: fondsen willen zich niet meer verliezen in kortetermijnvereisten en richten de blik uitdrukkelijk op het halen van de eindbestemming.
Binnen deze trend tekenen zich drie richtingen af. Men is terughoudend met het wegwerken van de mismatch, men durft de index los te laten en er is een stijgende belangstelling voor niet-beursgenoteerde beleggingen.
Deze heroriëntatie brengt de nodige discussies op gang, zoals de discussie rond de wijze waarop wordt omgegaan met de kosten van ‘verpakte’ producten en de noodzaak om het renterisico af te dekken.
In deze en andere discussies worstelt de pensioensector met tegenstrijdige belangen. Enerzijds mogen kosten niet de pan uitrijzen, anderzijds hebben hoog-gekwalificeerde beleggingsproducten hun prijs. Het renterisico dient te worden beheerst maar verliezen moeten worden vermeden.Men moet voldoen aan kortetermijnvereisten, anderzijds mag de lange horizon niet uit het oog worden verloren.
Het navigeren van deze spanningsvelden is geen eenvoudige taak. Wel een taak die de pensioensector is toevertrouwd: obstakels treedt men tegemoet met een groot probleemoplossend vermogen.
Die koe moet per slot van rekening van de rails.
De pensioenrit is lang en boeiend. Als nieuwe hoofdredacteur van npn heb ik een abonnement genomen. Ik zit de rit graag met u uit.
Printbare versie
Related articles:
|