Duurzaamheid en de ‘feel-good factor’
Gepubliceerd op: 21 December 2006
(December/Januari 2007)
Verantwoord beleggen is niet langer slechts een ‘feel-good factor’: duurzaamheid loont. Een bijdrage van Karina Litvack, hoofd Governance & SRI bij F&C Asset Management plc (F&C).
Institutionele beleggers houden in hun beleggingsproces steeds vaker rekening met duurzaamheidsfactoren. Gaat de filosofie van ethisch beleggen in Europa al terug tot het begin van de jaren tachtig, het fenomeen van de actieve aandeelhouder die zich sterk maakt voor goed ondernemingsbestuur en maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft vooral de laatste twee jaar een hoge vlucht genomen. De implementatie van de duurzame aanpak verloopt steeds sneller, gaat steeds verder en is daarmee ook steeds effectiever. Het jaar 2006 zou dan ook wel eens de geschiedenis kunnen ingaan als het moment dat een meerderheid van beleggers duurzaamheid niet langer alleen maar als een ‘feel-good factor’ beschouwden, maar als een belangrijk instrument in het beheer van hun financiële vermogen. Met een goede duurzaamheidsprestatie van het bedrijfsleven kan het rendement omhoog en het onderliggende risico omlaag.
Nog niet zo heel lang geleden kon je geen verhaal over goed ondernemingsbestuur lezen zonder dat er een lijst van schandalen en het effect daarvan op de waarderingen van pensioenfondsen aan te pas kwam. De toon is inmiddels aanzienlijk veranderd: beleggers zijn tegenwoordig preventief bezig. Het gaat nu over ondernemingen die op het punt staan belangrijke beslissingen te nemen en daarbij de belegger op hun weg vinden. Recente voorbeelden bij Deutsche Börse, Suez en VNU spreken voor zich. De bedrijfsdirectie is zichtbaar verantwoording verschuldigd aan de aandeelhouders en dient zich te verzekeren van de steun van die aandeelhouders bij belangrijke beslissingen die de vorm van de onderneming zouden kunnen veranderen.
Goed ondernemingsbestuur loont. Dat is in het verleden in waardevol en toonaangevend academisch onderzoek al bewezen. Inmiddels heeft ook de inzet van de enorme onderzoekscapaciteit van de grote effectenhuizen dezelfde conclusie opgeleverd. Zo blijkt uit een uitgebreide studie van Deutsche Bank naar de Britse aandelenmarkt dat versterking van het ondernemingsbestuur ook financieel de moeite waard is.
Maatschappelijk verantwoord beleggen: een zaak van internationaal belang
Goed ondernemingsbestuur en duurzaam beleggen zijn inmiddels een internationale vereiste. Volgens het laatste onderzoek van Eurosif groeit de markt voor duurzaam beleggen snel. In Nederland hebben vermogensbeheerders en banken al meer dan 47 miljard euro aan duurzaam vermogen onder beheer. De totale omvang van het beheerd vermogen bedroeg in 2005 1,1 biljoen euro. Duurzaam beleggen is daarmee inmiddels goed voor 4,3% van de totale Nederlandse markt. Tussen de diverse landen kan in samenhang met lokale gewoonten en gebruiken tot op zekere hoogte verschil zitten in de definitie van goed duurzaamheidsgedrag, al ontwikkelen de opvattingen zich steeds meer in de richting van algemeen aanvaarde normen voor een internationale ‘best practice’, met name op het gebied van milieubeheer. De in 2003 gepubliceerde Nederlandse corporate governance code (in de volksmond ook vaak de ‘code Tabaksblat’ genoemd) is verankerd in de Nederlandse wet en begin 2005 van kracht geworden. De code spoort Nederlandse bedrijven aan het ondernemingsbestuur te verbeteren en roept institutionele beleggers op hun visie kenbaar te maken als zij het niet eens zijn met de manier waarop een onderneming wordt bestuurd. Nederlandse beleggers worden sterk aangemoedigd daadwerkelijk stemrecht uit te oefenen, hun stembeleid te publiceren en een hoge mate van transparantie aan de dag te leggen.
In Noorwegen legt het beleid van het Noorse staatspensioenfonds (voorheen het Noorse Petroleum Fund) veel gewicht in de schaal. Dat beleid is gebaseerd op een combinatie van een traditioneel screeningsproces en een sterke dialooggerichte benadering. In bepaalde ondernemingen wordt door het fonds niet meer belegd, ofwel omdat de bedrijfsactiviteiten naar de mening van het fonds gewapende conflicten in brandhaardgebieden kunnen voeden ofwel omdat het bedrijf controversiële wapens produceert. De redenering is dat een aandeelhouder die blijft beleggen in een onderneming met onethische activiteiten zelf medeplichtig wordt. Screening is een eerste uitgangspunt voor een belegger die ethisch wil handelen: net zo belangrijk is het om met ondernemingen in gesprek te gaan.
In de Verenigde Staten hebben aandeelhouders over de benoemingsvoordracht of verwijdering van bestuurders in de praktijk weinig in de melk te brokkelen. Er komt echter steeds meer druk op het Amerikaanse bedrijfsleven om een mechanisme te ontwikkelen dat in overeenstemming is met internationale normen en waardoor bestuurders directer verantwoording verschuldigd zijn aan de aandeelhouders.
Duidelijk is dat een hoge mate van goed ondernemingsbestuur inmiddels internationaal vereist is. Goed ondernemingsbestuur en maatschappelijk verantwoord ondernemen is dan ook op allerlei niveaus van de ‘beleggingsketen’ doorgedrongen. Vermogensbeheerders kennen op basis van duurzaamheidsredenen een deel van de provisie toe aan brokers. Veel grote reguliere brokers dragen bij met gedetailleerde, uitgebreide onderzoeksstudies naar de duurzaamheids-aspecten van de ondernemingsresultaten: Deutsche Bank, Goldman Sachs, UBS, WestLB, DrKW, SocGen en nog vele anderen.
Behalve goed ondernemingsbestuur spelen aspecten van milieu en maatschappij een steeds belangrijkere rol in de analyse van het beleggingsrisico. De algemene bewustwording is op dit terrein sterk toegenomen en 155 institutionele beleggers met gezamenlijk ruim 21 biljoen dollar aan vermogen onder beheer ondersteunen het Carbon Disclosure Project (CDP). Maar liefst 350 van de 500 grootste ondernemingen ter wereld hebben gehoor gegeven aan het verzoek van het CDP om inzage te geven in de CO2-uitstoot van hun activiteiten en welke maatregelen zij hebben genomen om die uitstoot tegen te gaan. Misschien nog wel belangrijker is dat toonaangevende ondernemingen samen met beleggers steeds meer aandringen op een duidelijk overheidsbeleid inzake klimaatverandering. Zo maakt F&C deel uit van de Corporate Leaders Group on Climate Change die over dit onderwerp in gesprek is met de Britse premier Tony Blair. Het World Economic Forum of Business Leaders, een groep van 23 topmensen uit een scala sectoren over de hele wereld, maakt zich eveneens sterk voor een gezamenlijke aanpak van klimaatverandering door bedrijfsleven, overheid en consument.
Wat kan de vermogensbeheerder doen? Bij beleggen kunnen vraagstukken op het gebied van goed ondernemingsbestuur en maatschappelijk verantwoord ondernemen op diverse manieren worden benaderd. De traditionele aanpak is die van het ethische screeningsproces dat in kaart brengt welke bedrijven niet aan vastgestelde maatschappelijke en milieunormen voldoen, welke vervolgens worden uitgesloten van een beleggingsuniversum. In 2000 ontwikkelde F&C een alternatief: een service op het gebied van actief aandeelhouderschap onder de naam reo® (‘responsible engagement overlay’). Met reo® wil F&C de invloed van haar klanten als aandeelhouder gebruiken om bedrijven waarin wordt belegd aan te sporen hun prestaties te versterken via betere werkwijzen op het gebied van corporate governance, maatschappij en milieu. In plaats van een onderneming domweg van een portefeuille uit te sluiten, gaat F&C actief de dialoog aan met het management van ondernemingen om zo de eventuele bedrijfsrisico’s direct bij de kop te pakken.
Een voorbeeld van actieve betrokkenheid
Milieu wordt een steeds belangrijker aandachtspunt. F&C wil op het gebied van biodiversiteit dan ook alle ondernemingen die de biodiversiteit serieus bedreigen aansporen tot het ontwikkelen van een biodiversiteitsbeleid en een proces voor het beheersen van directe en indirecte biodiversiteitseffecten.
Achtergrond: het belang van ecosysteemdiensten
In het VN-rapport “Millennium Ecosystem Assessment” (waarin ook een bijdrage van F&C over het bedrijfsleven en biodiversiteit is opgenomen) wordt de nadruk gelegd op het belang van ‘ecosysteemdiensten’ voor een productieve economie, oftewel de toegevoegde maatschappelijke en economische waarde van de diverse functies van het natuurlijke ecosysteem (bijvoorbeeld schoon water, voedsel, bouwmaterialen).
Veel ondernemingen zijn voor hun activiteiten afhankelijk van biodiversiteit of ecosysteemdiensten en derhalve kwetsbaar voor eventueel mismanagement van anderen. Weer andere bedrijven kunnen de biodiversiteit die aan dergelijke diensten ten grondslag ligt belangrijk verbeteren of juist schaden, maar zijn zich daarvan vaak niet bewust. Ondernemingen met een negatieve invloed kunnen op een dag onaangenaam worden verrast door toezichthouders of door gerichte en goed geïnformeerde campagnes over vraagstukken als duurzame bevissing of tropisch hardhout. Ondernemingen kunnen daarentegen ook de biodiversiteit verbeteren. Dit door hogere kwaliteitsnormen van de bedrijfskolom te eisen of door eventuele grond goed te beheren.
Uit onderzoek van F&C blijkt dat een strategische aanpak vaak ontbreekt en dat ondernemingen het moeilijk vinden biodiversiteit te integreren in de aanwezige milieubeheersystemen. Te laat ingrijpen of geen acht slaan op belangrijke milieufactoren is het gevolg. Met biodiversiteit samenhangende kwesties als toegang tot wingebieden, de relatie met toezichthouders en de stabiliteit van het aanbod van natuurlijke producten kunnen echter direct in de ondernemingsresultaten doorwerken.
In een onderzoeksrapport getiteld “Is biodiversity a material risk for companies?” (2004) heeft F&C negen sectoren aangewezen die een sterke wissel op de biodiversiteit trekken en waarop zij de actieve aanpak richt. Door de complexiteit van de materie, zelfs voor de professionals, bestaan er geen standaardregels voor biodiversiteitsbeheer voor ondernemingen. Wij signaleren echter drie ontwikkelingen in de benadering van biodiversiteitsbeheer. De volgende techniek kan, naast samenwerkingsverbanden met deskundige instellingen en sectorsamenwerking, rekenen op onze actieve goedkeuring en steun.
Onafhankelijk panel
Diverse bedrijven richten voor het toezicht op een specifiek project een onafhankelijk of extern panel op. De eerste voorbeelden waren het Tangguh-gasproject in Indonesië en de Baku-Tbilisi-Ceyhan-pijplijn in Centraal-Azië, beide van BP. Ook Koninklijke Olie/Shell had een panel voor het Sakhalin II-offshoreproject in Rusland. Onlangs nog is een vergelijkbaar panel in het leven geroepen door Woodside Petroleum in Mauritanië, Xstrata in Las Bambas (Peru) en Forth Ports in Schotland. Laatstgenoemd panel verzorgt het toezicht op de voorgenomen overslag van het ene naar het andere schip in de Firth of Forth. Vaak buigen panels zich over heel wat meer zaken dan alleen biodiversiteit. Ze kunnen van grote waarde zijn bij het oplossen of wegnemen van de zorgen van belanghebbenden en het weerleggen van beschuldigingen van vooringenomenheid. F&C neemt zelf ook deel aan paneloverleg en is een sterk voorstander van de oprichting van geloofwaardige panels voor nieuwe projecten (dat geldt ook voor de hierboven al genoemde panels). Belangrijke kenmerken van een goed panel zijn onder andere de onafhankelijkheid van de leden, de geloofwaardigheid van de experts, openstaan voor de input van belanghebbenden, openbare verslaglegging en, zeer wezenlijk, vroeg in het projectontwikkelingsproces aan de slag gaan.
Maatschappelijk verantwoord beleggen: de positie van de vermogensbeheerders
Wij willen benadrukken dat vermogensbeheerders zich in de beste uitgangspositie bevinden om het belang van duurzaamheidsrisico’s voor het zakelijke succes van de onderneming te onderkennen. In de praktijk hebben grote beleggers al toegang tot (en vaak aanzienlijke invloed op) het hoger management. Zij verkeren dan ook in een uitstekende positie om de specifieke omstandigheden van een onderneming te doorgronden en een echt constructieve uitwisseling van ideeën op gang te brengen. Ook de invloed van de klant, of dat nu een particulier is of een institutionele belegger, speelt een belangrijke rol in actief aandeelhouderschap. Een vermogensbeheerder gaat immers het gesprek aan uit naam van de feitelijke aandeelhouders voor wie de beleggingen worden beheerd en juist die vermogensbeheerder combineert kwaliteit en kwantiteit van informatie over specifieke vraagstukken en ondernemingen, heeft invloed op de onderneming waarin wordt belegd en kan een brede regio- en sectorpositie optimaal benutten.
De vraag wordt vaak gesteld of een vermogensbeheerder speciaal mensen in dienst moet hebben die zich met duurzaamheid bezighouden. Onder ideale omstandigheden zou iedere vermogensbeheerder natuurlijk op duurzaamheidsgebied gedegen kennis in huis moeten hebben. En onder diezelfde ideale omstandigheden zou de vermogensbeheerder voor een goed inzicht in de beleggingen ook moeten beschikken over een uitstekende macro-economische kennis van zaken. Soms moet men bij het doorgronden van een complex onderwerp als de macro-economische omgeving of duurzaamheid echter een beroep doen op externe expertise. En de noodzaak van een gespecialiseerd team gaat nog verder: Voor een gesprek met een onderneming is tijd en een goede follow-up noodzakelijk. En dat kun je maar beter overlaten aan een gespecialiseerd team dat als zodanig door de financiële gemeenschap wordt erkend.
F&C heeft een team van 17 professionals dat zich volledig op duurzaamheidsvraagstukken toelegt. Het team bestaat al sinds 2000 en boekt steeds meer succes. Dat blijkt wel uit de veranderingen die zijn bewerkstelligd in het gedrag van ondernemingen en wordt gemeten aan de hand van wat wij bij F&C ‘milestones’ of mijlpalen noemen. Het aantal milestones is sinds 2000 toegenomen van 20 tot meer dan 200 in 2005. Zo stimuleert F&C mijnbouwconcerns en olie- en gasmaatschappijen om zich aan te sluiten bij het EITI-initiatief. Doel van dit Extractive Industries Transparency Initiative is de corruptie in landen die rijk zijn aan grondstoffen terug te dringen door middel van meer transparantie over geldstromen zoals belastingen. F&C heeft zitting in het bestuur van het EITI samen met Chevron, BP en Anglo American. F&C is er tot nu toe dankzij actieve gesprekken in geslaagd 22 ondernemingen over de streep te trekken om zich aan het EITI te verbinden (onder andere ExxonMobil, BP Billiton en BG Group). Nog zo’n mijlpaal is bereikt bij HSBC Holdings. De onderneming heeft het beheer van het milieurisico aanzienlijk aangescherpt: De Equator Principles zijn onderschreven en toegepast en er zijn praktische richtlijnen opgesteld voor de kredietverlening aan sectoren die het milieu sterk belasten. F&C heeft HSBC actief aangesproken op deze en andere onderwerpen zoals mensenrechten en goed ondernemingsbestuur. Natuurlijk weerspiegelt dit resultaat het werk van het team, maar het geeft ook aan dat ondernemingen op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur bereid zijn samen te werken met aandeelhouders.
In samenwerking met: F&C
CONTACT
telefoon: +31 (0)20 - 582 3000 fax: +31 (0)20 - 582 3621 website: www.fandc.com
|