Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Collectief DC van het eerste uur

Gepubliceerd op:  21 December 2006 (December/Januari 2007)
— Armin Becker, directeur van pensioenfonds Arcadis

Het Arcadis pensioenfonds stond op 1 januari 2004 aan de wieg van collectief DC. Het fonds stapte als eerste in Nederland over van Defined Benefit naar een collectieve DC-regeling. Hoe staan de zaken er bijna drie jaar later voor? Mariska van der Westen ging op bezoek bij CDC-pionier Armin Becker, directeur van pensioenfonds Arcadis.

Aardverschuiving in alle stilte

Toen Arcadis besloot zijn pensioenregeling om te vormen tot een collectieve DC-regeling voltrok zich in alle stilte een kleine aardverschuiving. “Bij mijn weten zijn wij de eersten geweest die met deze regeling kwamen. Maar de onderneming vond het niet nodig om er ruchtbaarheid aan te geven,” zegt Armin Becker, directeur van pensioenfonds Arcadis. “We opereerden immers echt in een niemandsland.”

Per 1 januari 2004 werden de IFRS-regels van kracht, en bij Arcadis bestond de vrees dat het pensioenfondsvermogen een onevenredig grote impact zou hebben op de ondernemingsbalans. Armin Becker en actuaris Gerhard Veluwenkamp gingen daarom aan de slag om een pensioenregeling te ontwikkelen die de balans niet langer zou ontwrichten. “Veluwenkamp is wat mij betreft de geestelijke vader van CDC,”zegt Becker. “Hij is degene die de systematiek heeft bedacht en uitgewerkt.” Het waren spannende tijden. Er heerste immers nog alom onzekerheid: zelfs de best ingevoerden hadden geen idee of de regeling echt wel zo uit zou pakken als bedoeld was. “Het doet er niet toe wat je als pensioenfonds denkt van je regeling. Het doet er zelfs niet toe wat de actuaris ervan denkt. Het enige wat telt is of de accountant van de onderneming ervan overtuigd is dat de regeling kan worden geboekstaafd als DC.”

Arcadis slaagde in zijn opzet: “De accountant van de onderneming accepteerde deze constructie als DC, en de regeling hoefde dus niet op de balans te worden opgevoerd,” aldus Becker. “Tot op de dag van vandaag zijn de precieze voorwaarden waaraan een regeling moet voldoen om boekhoudkundig als CDC te worden gekwalificeerd echter nog omstreden. Accountants en actuarissen zijn hierover in conclaaf, en er is naar mijn weten nog geen overeenstemming bereikt.”


Vurig pleitbezorger


“In eerste instantie stond men in de sector huiverig tegenover collectief DC. Ik heb in het begin heel wat moeten uitleggen,” vertelt Becker. Hij betitelt zichzelf als ‘een vurig pleitbezorger van collectief DC’. “Dit is een uitmuntende invulling van een collectieve en solidaire pensioenregeling die alle goede dingen van het Nederlandse systeem behoudt. Als we prudent beleggen zijn de risico’s voor de deelnemers aanvaardbaar. Dit blijkt ook uit onze ALM-studie: er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat verplichtingen kunnen worden betaald en dat tevens kan worden geïndexeerd. Tegelijkertijd kent de onderneming slechts één verplichting, namelijk het betalen van een vooraf afgesproken premie. En de regeling is in verhouding nog spotgoedkoop ook.”

De lage kosten dienen hierbij wel in perspectief te worden geplaatst: “Een premie die per saldo zo’n 14 a 15% van de brutoloonsom bedraagt is best hoog voor een organisatie die niet veel andere kosten kent dan loonkosten. Deze werkgever betaalt per jaar voor 1.800 mensen in Nederland 15 miljoen euro aan premie, en de winst wereldwijd is 50 miljoen, opgebracht door 10.000 man. Dat heeft dus een enorme impact.” Des te meer reden om aan een relatief goedkope regeling de voorkeur te geven, aldus Becker. “Pensioen zoals we dat in Nederland kennen is een dure arbeidsvoorwaarde, en we moeten ons wel realiseren dat Nederlandse bedrijven moeten kunnen concurreren met ondernemingen uit bijvoorbeeld Oost-Europa.”


DNB voor CDC


Tegenwoordig vindt dit type regeling in bredere pensioenkringen steeds meer weerklank. “Ook De Nederlandsche Bank staat nu positief tegenover CDC. Een paar jaar geleden was dat nog wel anders. Toen was er vanuit DNB nog veel wantrouwen en weerstand.” Becker is er van overtuigd dat collectief DC de standaard wordt. “Ik hoor regelmatig van andere pensioenfondsen dat men ook daar het kruit op termijn niet droog zal houden. Men ontkomt er in de toekomst niet aan om de DB-regeling om te bouwen.”

Hij verwacht dat de oplopende dekkingsgraden het animo voor collectief DC verder zullen doen stijgen. “Ondernemingen merken dat zo de risico’s afgegrendeld kunnen worden. Als de pensioenpot bovendien zo goed gevuld is dat er geen ‘bruidsschat’ hoeft te worden meegegeven in de vorm van een eenmalige storting, kan dit aanleiding zijn om te zeggen: Nu is het moment gekomen om over te stappen.”

In vele gevallen is de stap stilzwijgend al gemaakt: “Een pensioenfonds als het ABP is natuurlijk al lang een collectief DC,” meent Becker. “Als je collectief DC definieert als een regeling waarbij de werkgever zich beperkt tot het betalen van een premie zonder bij onderdekking ooit bij te storten, dan zijn alle bedrijfstakpensioenfondsen CDC-regelingen. En hetzelfde geldt voor veel ondernemingspensioenfondsen.”

Becker vindt dat dergelijke regelingen voor hun CDC-geaardheid uit moeten durven komen. “Men moet niet te bang zijn om ondubbelzinnig te vertellen waar het op staat. Voor het welslagen van collectief DC is eerlijkheid en transparantie absoluut essentieel. Als de deelnemers gezamenlijk opdraaien voor de risico’s, dan dienen ze zich daar ook terdege van bewust te zijn.”

Bovendien bestaat bij informele DC-regelingen het gevaar dat de sponsor zich in slechte tijden afzijdig houdt om in goede tijden een graantje mee te komen pikken. “Menig CFO staat erop dat de pensioenregeling van zijn onderneming te boek blijft staan als een Defined Benefit-regeling, zodat men toegang blijft houden tot de rendementen van het fonds. Over enige tijd zijn de pensioenpotten weer flink gevuld, en dan wil de onderneming daar ook wel weer de revenuen van zien.”


Niet minder betrokken


Arcadis heeft gekozen voor een ‘zeer zuiver collectief DC’, aldus Becker: “De onderneming verplicht zich tot het betalen van de premie, en verder niets. Ten aanzien van de risico’s staan wij er als pensioenfonds absoluut alleen voor, terwijl ook de rendementen aan de deelnemers toevallen. Dat maken we ook heel duidelijk aan de deelnemers.”

Dit betekent volgens Becker echter niet dat pensioenfonds en onderneming de handen van elkaar af trekken. “Als het fonds in onderdekking komt kan ik me niet voorstellen dat de onderneming zich volledig afzijdig houdt. Andersom zijn wij ook niet flauw en kunnen we bij een dekkingsgraad van 200% als er 10 jaar volledig geïn-dexeerd is best eens een bedrag terugstorten. Maar van beide zijden kan dit nooit meer dan een geste zijn: een dergelijk gebaar heeft geen structureel karakter.”

Pensioenfonds en onderneming blijven aan elkaar verbonden – maar aan die verbondenheid kunnen geen rechten of plichten worden ontleend.


Spagaatoefening


Volgens sommige deskundigen is het beter om de navelstreng tussen CDC-fonds en sponsor helemaal door te knippen. “Ook binnen ons fonds gaan er wel stemmen op om de rol van de werkgever in het bestuur drastisch te beperken of zelfs te elimineren,” beaamt Becker. Hij deelt die mening niet. “De werkgever doet nog steeds een toezegging. In het geval van CDC luidt deze: ik stort een premie die volstaat om onder normale omstandigheden – dus bij normale rendementen - een aantal voorwaardelijke aanspraken op te bouwen. De toezegging is daarmee direct gekoppeld aan de beleggingsresultaten van het fonds. Op grond daarvan heeft de werkgever wel degelijk een plek in dat fonds. Bovendien is pensioen de belangrijkste arbeidsvoorwaarde na salaris, en ook in dat opzicht dient de werkgever betrokken te zijn bij de uitvoering van de regeling.”

Hij onderkent de potentiële belangenconflicten die ontstaan als de werkgever een bestuurderspet opzet om vervolgens met zichzelf te onderhandelen over zaken als premiehoogte. Maar hij meent dat de strikte procedures voldoende veiligheidskleppen inbouwen. “Ten eerste hebben wij als een van de weinige pensioenfondsen een bestuursvorm waarin de drie groepen belanghebbenden – werkgever, werknemers en gepensioneerden – evenredig zijn vertegenwoordigd. Ten tweede zitten bestuursleden die zijn gerecruteerd uit de gelederen van de werkgever in het fonds zonder last of ruggespraak. Ten derde is een premievoorstel niet een kwestie van persoonlijke mening. Het bestuur baseert zich op stukken van de actuaris en van De Nederlandsche Bank.”

Bovendien wordt het bestuur verantwoordelijk gesteld voor het beleid: “Als er over tien jaar niet genoeg in kas is, wordt aan het bestuur gevraagd: Waarom heb jij die afspraak gemaakt? Dus het bestuur is gebaat bij continuïteit en een duidelijke wijze van financiering.”

In de praktijk doen zich dan ook weinig problemen voor. Maar in theorie blijft de dubbelrol van werkgever en bestuurder een spagaatoefening die op termijn niet kan worden gehandhaafd, erkent Becker. “Ik vrees dat het er straks niet meer toe doet wat pensioenfonds en onderneming willen. Straks maken de buitenwacht en accountants de dienst uit.”

Bemoeienis door de buitenwacht maakt de pensioenregeling er niet noodzakelijkerwijs beter op, constateert Becker. Ten voorbeeld verwijst hij naar de gedachte dat lusten en lasten zouden moeten worden uitgesplitst naar leeftijdscohort; een idee dat wordt verdedigd door Theo Kocken, Jean Frijns en Guus Boender [zie pagina 25 - 33]. “Dat is typisch Lans Bovenberg-denken,” vindt Becker. “Interessant vanuit analytisch oogpunt, maar in de praktijk levert dat gewoon een slechtere regeling op.”

Het Arcadis pensioenfonds heeft verschillende systemen onderzocht en is hoe langer hoe meer overtuigd geraakt van de voordelen van hun collectieve regeling. “We zijn gewend om te werken met één systematiek van oprenting, rendementsdeling en indexering voor de hele populatie. We beginnen steeds meer te snappen hoe belangrijk dat is voor de kwaliteit van de regeling. Als je een tweedeling maakt, krijg je een situatie waar ik als vijfentwintigjarige deelnemer 80% in aandelen moet beleggen om nù het rendement te maken dat ik straks nodig heb als ik vijftig ben. Want tegen die tijd heb ik een groot vermogen dat ik vrijwel alleen kan beleggen in conservatieve obligaties en cash, waardoor ik nooit voldoende rendement kan realiseren om èn 4% oprenting te financieren, èn te indexeren, èn eventuele prudente overlevingstafels te compenseren. Dus wat ik straks over een grote pot met geld moet compenseren, moet ik nu op mijn vijfentwintigste over een heel klein potje verdienen door een waanzinnig rendement te halen,” legt Becker uit.

“Dus vanuit analytisch oogpunt is het zeker interessant om risico’s te expliciteren per leeftijdsgroep. Maar wanneer je dat uitwerkt – en dat hebben wij inderdaad gedaan – dan blijkt de vergelijking zwaar ten nadele van het meer geïndividualiseerde systeem uit te vallen. De kracht van onze systematiek is juist dat we solidariteit en collectiviteit over de verschillende cohorten hebben.”



INDIVIDUEEL DC


Het denken staat niet stil

Becker vindt dat Arcadis een prima regeling heeft waaraan weinig te verbeteren valt. “Maar het denken staat niet stil. Met name op initiatief van ondernemingen wordt gekeken naar varianten die nog een stapje verder gaan richting individueel DC,” vertelt hij. “Zo wordt in diverse raden van bestuur in Nederland momenteel nagedacht over een combinatie van collectief en individueel DC. Bij deze variant stort men de premie gewoon in individuele potjes, net zoals dat bij individueel DC gebeurt. Anderzijds worden de beleggingen wel als totaliteit gepoold en wordt aan iedereen hetzelfde rendement toegekend.”

Becker vreest dat collectief DC uiteindelijk wordt ‘doorontwikkeld’ tot een volledig individueel systeem zonder elementen van collectiviteit of solidariteit. “We hebben met collectief DC een prima systeem, maar het grote gevaar is dat we doorslaan. Ik zie dat echt als een dreiging.”

Ook Arcadis denkt over een individueel DC met collectieve rendementsdeling. “De reden is dat de onderneming ook aan de Nasdaq genoteerd is, en dus moet rapporteren onder regels van de Amerikaanse Financial Accounting Standards Board, FASB. En volgens de Amerikaanse reglementen wordt onze pensioenregeling niet als DC maar als DB aangemerkt, dus verschijnt het pensioenfonds nog steeds op de balans.” Zelfs met een hybride individueel/collectief DC komt het bedrijf er niet: “Ook daar zullen de Amerikaanse autoriteiten waarschijnlijk dwars doorheen kijken en zeggen: dat is gewoon een middelloonregeling.”

Momenteel staat slechts 5% van de Arcadis-aandelen in de VS genoteerd, dus tot nu toe heeft dit weinig invloed gehad. “Maar we hebben drie november weer een overname in de VS bekend gemaakt, en je kunt je voorstellen dat het belang van Nasdaq toeneemt.”

Bovendien nemen ook de Europese regels steeds meer Angelsaksische vormen aan. “Onder leiding van de Britse IASB worden de Europese IFRS-regels steeds meer afgestemd op de eisen van FASB. Een man als David Tweedy, hoofd van IASB, is wars van al wat collectief is.” En de FASB-eisen laten ondernemingen met een notering in de VS weinig keus: “Een echt individuele regeling, dat wil men bij Arcadis niet. Maar als de VS blijven vasthouden aan dit soort belachelijke ideeën krijgen we die discussie toch opnieuw. En dan weet ik niet of we het kruit drooghouden en niet toch aan individueel DC moeten geloven.”



Premie op de helling


“Wij hebben een vijfjaarlijkse premie-afspraak gemaakt die in principe nog loopt tot einde 2008. Maar die afspraak wordt nu toch herzien,” vertelt Becker. “Toen we de huidige regeling afspraken gingen we nog uit van de Actuariële Principes Pensioenfondsen. De premie dient nu dus te worden afgestemd op het nieuwe Financieel Toetsingskader.”

Betekent dit dat de onderneming straks een heel andere premie gaat betalen?

Becker: “Ik weet het niet. Maar er wordt momenteel nog wel onderhandeld.”

Werkgever en pensioenfonds hebben weinig houvast aan hetgeen DNB voorschrijft over de wijze waarop de premie bepaald moet worden. “Daar komt bij dat de aanwijzingen van DNB voor meer dan één uitleg vatbaar zijn, mede omdat DNB niet helemaal duidelijk is geweest in de brief van 30 september 2002. Ook het feit dat DNB in het najaar van 2006 een notitie over de parameters uitbracht, is niet handig. Als we nu dus gaan rekenen dan komt het bestuur uit op een premie die er net wat anders uitziet dan die van de werkgever.”

Dit zorgt echter niet voor oponthoud: “Wij hebben ons te houden aan onze deadline, ook al is vanuit DNB nog niet alles uitgekristalliseerd. Wij moeten voor 1 januari 2007 de premie afspreken die op 31 december bekend moet zijn, dus dat gebeurt hoe dan ook.”





Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• AP Pension braves African private equity
• Deficient European DC can learn from Australian success
• ING reaps rewards of Romanian reform
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Fevered fund houses seek Teutonic cure
• Santander am waits for new golden years
• Selecting the right product
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008