Wie collectief DC zaait zal individueel DC oogsten
Gepubliceerd op: 21 December 2006
(December/Januari 2007)
|
|
Paul Ulenbelt, Tweede Kamerlid voor de SP
|
Nu de SP op 22 november als grote winnaar uit landelijke stembus is gekomen maakt de partij zich op om de Tweede Kamer te bevolken met 25 leden, een winst van 16 zetels. Mariska van der Westen sprak daags na de verkiezingen met Paul Ulenbelt, een van de SP-Kamerleden die zich gaan bezighouden met de portefeuille Sociale Zaken, waaronder het pensioenstelsel valt: “Wie collectief DC zaait zal individueel DC oogsten.”
Pensioenfondsen zijn juweeltjes
Paul Ulenbelt is geen nieuw gezicht in Den Haag: als SP-fractiemedewerker Sociale Zaken en Werkgelegenheid bereidde hij de afgelopen twee jaar de SP-standpunten inzake de tweede pensioenpijler voor. “Of ik ook als Tweede Kamerlid de pensioenfondsen in mijn portefeuille zal hebben valt nog te bezien,” zegt hij. “Iedereen is aan het bekomen van de onverwachte verkiezingsresultaten en de portefeuilles moeten nog worden ingevuld. Maar of het pensioendossier nu door mij wordt behartigd of door een ander, dat maakt in feite niet uit. De SP spreekt met één stem.”
Die stem werd eind september uitgebracht ten faveure van de nieuwe pensioenwet. “We hadden graag nog wat verbeteringen aangebracht. Zo hebben we een amendement ingediend om de positie van slapers en gepensioneerden te verbeteren. We vinden dat deze groep voor een derde in het bestuur van pensioenfondsen vertegenwoordigd moet zijn. Het is jammer dat dit amendement het niet gehaald heeft. Maar desondanks is de nieuwe wet wat ons betreft een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het oude wettelijke kader.”
Met andere wetgeving was Ulenbelt minder gelukkig. Met name de levensloopregeling is hem een doorn in het oog. “In de praktijk is de regeling een mislukking. Als er al gebruik van wordt gemaakt is het om vervroegde uittreding te bekostigen voor hogere inkomens.” Daarmee voldoet de regeling niet als aanvulling op het prepensioen. “Maar wat ons nog het meest gestoken heeft is het feit dat de levensloopregeling uit de sfeer van de pensioenfondsen is gehaald. De verzekeraars roepen om het hardst dat er sprake is van oneerlijke concurrentie als pensioenfondsen levensloopproducten aanbieden, maar in handen van verzekeraars verwordt levensloop tot een zuiver individuele regeling. In handen van de pensioenfondsen zouden er veel meer collectieve elementen behouden blijven.” Ulenbelt ziet dit met lede ogen aan. “CDA en VVD hebben hiermee de positie van pensioenfondsen aangetast.”
Er is de SP veel aan gelegen die positie juist te versterken. “Pensioenfondsen zijn juweeltjes van het Rijnlandse model. De kernelementen van verplichtstelling, collectiviteit en solidariteit zorgen voor een sterk systeem dat goedkoper is en veel meer zekerheid biedt dan Defined Contribution-stelsels.”
Collectief DC: beren op de weg
Wat dat betreft is Ulenbelt dan ook niet gecharmeerd van collectief DC. “Het is te bizar voor woorden dat er op grond van internationale boekhoudregels als IFRS zomaar een streep gehaald zou worden door het Nederlandse pensioensysteem.”
Volgens sommige deskundigen is de opkomst van CDC echter een logisch gevolg van het feit dat ondernemingen het steeds grotere gewicht van pensioenfondsen niet langer kunnen torsen. De boekhoudregels maken deze situatie alleen maar transparant: ze brengen aan het licht wat in feite al langer een onhoudbaar systeem was.
“Tegen meer transparantie heeft natuurlijk niemand bezwaar. Maar het mag niet zo zijn dat de regels ertoe leiden dat de verantwoordelijkheid van de werkgever wordt aangetast,” vindt Ulenbelt. Wat hem betreft is CDC geen aanvaardbare oplossing. “Wij hebben gekozen voor een collectief systeem. En dan heb je het niet over het collectief van deelnemers, maar het collectief van werkgever en werknemers samen. Als je de werkgever uit dat collectief haalt, snijd je de kern uit het systeem.”
Als Nederland de afslag neemt naar een collectief DC-stelsel voorziet hij beren op de weg. “De boekhoudkundige regels zullen worden aangegrepen door bedrijven om toekomstige lasten van zich af te schuiven. Daar worden de gepensioneerden uiteindelijk de dupe van. De verantwoordelijkheid van de werkgever voor zijn ex-werknemers houdt op te bestaan.”
Bovendien kan de potentieel gevaarlijke situatie onstaan waarin ‘losgeslagen’ pensioenfondsen een grote financiële macht gaan vormen die niet langer is ingebed in enig sociaal contract.
“Als de risico’s uitsluitend bij de deelnemers komen te liggen is de volgende stap dat men gaat zeggen: de werkgever heeft niets te zoeken in het bestuur van pensioenfondsen. Dat betekent een breuk met het Rijnlandse model. Als je pensioenfondsen losweekt uit de arbeidsverhoudingen is het de vraag hoe ze zich dan gaan gedragen. Wat als ze zich bijvoorbeeld op het hedgefondspad begeven? Dat kan grote gevolgen hebben – ook voor de ondernemingen die zich als risicodrager hebben teruggetrokken.”
Het gaat om het principe
Ulenbelt denkt overigens dat het zo’n vaart voorlopig niet zal lopen: volgens hem is collectief DC vooralsnog een randverschijnsel.
Is CDC echter niet veel wijder verbreid is dan men wil toegeven? Men zou immers kunnen stellen dat met name bedrijfstakpensioenfondsen de facto allang zijn overgestapt op collectief DC.
Ulenbelt vindt dit onzin. “Dat is een puur semantische kwestie. Het gaat er niet om of premie-afspraken een plafond of bandbreedte hebben. En het gaat er niet om in hoeverre een sponsor in geval van onderdekking kan bijspringen. Maar als een pensioenfonds in de problemen komt, valt er dan te onderhandelen? Dat is waar het om gaat.”
De essentie is dat pensioenregelingen te allen tijde zijn ingebed in het kader van onderhandeling tussen sociale partners. De daadwerkelijke uitkomst van die onderhandelingen is van minder belang, volgens Ulenbelt. “Het gaat om het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ouderen die niet meer werken.”
Zou het in dat geval niet wel zo aardig zijn als de overheid het goede voorbeeld zou geven? Als sponsor van het ABP heeft het Rijk het volgens sommigen aardig laten afweten.
“Dat klopt,” zegt Ulenbelt. “Er is inderdaad veelvuldig een graai gedaan in de ABP-portemonnee. Maar het gaat te ver om te stellen dat de overheid van het ABP in feite een collectief DC heeft gemaakt. De premie wordt niet a priori uit de loonruimte betaald, maar is onderwerp van onderhandeling.”
Niet tornen aan ondoorzichtigheid
Als er al wordt overgegaan tot CDC is dit volgens Ulenbelt geen reden om de intergenerationele solidariteit te kwantificeren door de fair value van pensioencontracten te berekenen. “Een dergelijke berekening gaat voorbij aan andere elementen van het contract tussen generaties. Intergenerationele solidariteit beperkt zich niet tot bijdragen aan en ontvangsten uit een pensioenfonds,” zegt hij. Volgens Ulenbelt dienen in de discussie niet alleen de oudedagsvoorzieningen, maar ook de ‘jongedagsvoorzieningen’ te worden meegenomen. “Denk maar aan onderwijs, wat toch een aanzienlijke kostenpost is. Die wordt door de oudere generatie gedragen.”
Bovendien is solidariteit geen kwestie van een rekensommetje. “De kern van solidariteit is juist dat het er niet toe doet of je precies evenveel terugkrijgt als je inlegt. Je doet een bijdrage niet om er hetzelfde voor terug te krijgen, maar in ruil voor de zekerheid dat je een beroep kunt doen op het fonds wanneer je dat nodig hebt,” zegt Ulenbelt. “Als ik op mijn vijftigste overlijd heb ik heel mijn werkzame leven afdrachten gedaan zonder daar ooit persoonlijk iets voor terug te zien. En als ik stokoud word zie ik onevenredig veel terug. Beide uitkomsten zijn mogelijk; het feit dat je daar geen onderscheid tussen maakt is kenmerkend voor het systeem. Een bepaalde mate van ondoorzichtigheid is dus per definitie inherent aan ons stelsel.”
Aan die ondoorzichtigheid kan men beter niet tornen: “Als je de verhoudingen gaat expliciteren en kwantificeren is het nog maar een kleine stap om aparte regelingen op te stellen al naar gelang bijvoorbeeld de levensverwachting van bepaalde groepen deelnemers. Dan ga je al snel van tweedeling naar veeldeling, en worden regelingen steeds individueler. Daarmee haal je dus het collectieve en solidaire beginsel onderuit. Wie een dergelijk ‘berekend’ collectief DC zaait zal individueel DC oogsten.”
Brussel moet takken thuishouden
Maar is verdergaande individualisering wel te voorkomen? Los van de vraag hoe binnen de landsgrenzen vergrijzing en intergenerationele spanningen dienen te worden aangevat, wordt Nederland klemgereden door enerzijds de verscherpte internationale accountingstandaarden en anderzijds de Brusselse plannen voor een vrije pensioenmarkt. Zo staat de Nederlandse verplichtstelling op gespannen voet met het Europese ideaal van de vrije marktwerking. De vrees bestaat dan ook dat de kernwaarden van het Nederlandse systeem op den duur niet houdbaar zijn.
Teveel pessimisme kan echter averechts werken: “Het is lang niet gezegd dat de gevolgen van IFRS-regels gehandhaafd blijven. Het is onverstandig om daar zomaar op te anticiperen door te zeggen: dan gaan we ons systeem maar alvast wegcijferen,” zegt Ulenbelt.
“En wat Europa betreft is het antwoord heel simpel: Brussel moet met zijn takken van onze sociale zekerheid afblijven, en dus ook van het pensioenstelsel.”
Volgens Ulenbelt is aan Nederland prima uit te leggen waarom verplichtstelling te verkiezen is boven vrije marktwerking, en is er brede maatschappelijke steun voor het handhaven van het ‘Rijnlands model’. “Kijk maar wat er gebeurt is met de Europese grondwet. Die is mede dankzij de SP falikant weggestemd. We hebben onlangs door Maurice de Hond een peiling laten doen, en daaruit bleek dat het verzet tegen Europese bemoeizucht alleen nog maar gestegen is. Als Brussel ons hun regels door de strot probeert te duwen krijgen ze echt geen voet aan de grond bij de Nederlandse bevolking.”
De aanval is de beste verdediging
Volgens Ulenbelt zit Nederland bepaald niet te wachten op een vrije pensioenmarkt. “Kijk naar wat er gebeurt met al die andere zaken waar men vroeger vertrouwen in kon hebben, van zorgverzekeringen tot energieleveranciers. We zitten midden in de feestdagen, maar in plaats van de kerstboom op te tuigen zit men aan tafel te tobben of men met deze of de andere zorgverzekeraar in zee moet; of men meer kwijt is aan het ene of het andere energiebedrijf. Mensen worden daar niet goed van. Ten aanzien van pensioenfondsen speelt dat probleem niet. Men denkt: ‘mijn pensioen, dat wordt geregeld. Daar heb ik geen omkijken naar.’ En dat moet zo blijven.”
De pensioensector moet zich door internationale ontwikkelingen niet te snel in het defensief laten dringen, vindt Ulenbelt. Hij is blij te horen dat er in de pensioenwereld stemmen opgaan om het voortouw te nemen: men vindt dat Nederland de standaard zou moeten stellen voor Europa, in plaats van andersom. Zijn fractie zou het dan ook toejuichen als de sector met een voorstel zou komen om de Nederlandse pensioensystematiek in Brussel aan te prijzen als voorbeeld voor Europa. “Dat lijkt me een prima idee. De aanval is de beste verdediging.”
Als er één boodschap is die hij aan de pensioenwereld wil overbrengen is het deze: “Men heeft een groot vertrouwen in de tweede pijler, maar de tweede pijler moet ook vertrouwen in zichzelf blijven hebben. Er is hoop. We kunnen de kernwaarden van ons stelsel verdedigen, ook onder internationale druk – dat moet lukken.”
Printbare versie
Related articles:
|