Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Uitbesteding voor kleine en middelgrote pensioenfondsen steeds interessanter.

Gepubliceerd op:  21 December 2006 (December/Januari 2007)

Het Nederlandse pensioenstelsel is er één om trots op te zijn. Met zijn pensioenstelsel heeft Nederland een unieke positie in Europa en in de wereld. Om deze unieke positie en de krachtige, goed ontwikkelde pensioensector te behouden was invoering van de Pensioenwet onontkoombaar. Een wet die het echter niet voor alle pensioenfondsen makkelijker maakt, geven Joep Schouten en Adri van der Wurff van de Raad van Bestuur van Cordares aan.

Invoering van de Pensioenwet


Ongeveer 95% van de Nederlandse werknemers neemt deel in een pensioenregeling. In vergelijking met andere landen is dit erg hoog. In de Verenigde Staten neemt bijvoorbeeld maar de helft van de bevolking deel in een pensioenregeling. Wij hebben ook een veel betere positie in vergelijking met andere Europese landen. In totaal is er meer dan 600 miljard euro aan pensioenvermogen in ons land, wat neerkomt op ongeveer 75.000 euro per Nederlandse werknemer. Wij zijn naast het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Zwitserland en Denemarken één van de weinige landen die zo goed hebben gespaard. Om deze sterke positie te behouden is de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) van 1 januari 1954 telkenmale aangepast om deze aan te laten sluiten op de veranderende samenleving. Door deze aanpassingen werd de wet echter steeds minder overzichtelijk. Reden voor minister De Geus om een nieuwe pensioenwet samen te stellen. Deze Pensioenwet (PW) is op 26 september 2006 na vijftien jaar discussie met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen en zal ingaan op 1 januari 2007.


Meer en strengere eisen


Meer zekerheid in de Pensioenwet stelt echter ook meer en strengere eisen aan pensioenfondsen. De strengere eisen hebben vooral betrekking op het Financieel Toetsingskader (FTK). Tot een paar jaar geleden behaalden pensioenfondsen elk jaar goede rendementen op hun vermogens. Pensioenfondsen belegden vooral in aandelen voor meer stabiliteit en hoge rendementen op lange termijn. Daar is echter een kentering in gekomen. Beurskoersen van de aandelen daalden enorm en bleken erg gevoelig te zijn. Daarnaast spelen demografische factoren een grote rol. Onlangs is berekend door het Actuarieel Genootschap dat we steeds ouder worden. De man zal in 2050 gemiddeld 81 jaar worden en de vrouw 84,5 jaar. Hiermee wordt ook het verschil tussen vrouwen en mannen steeds kleiner. De vergrijzing maakt het compenseren van koersschommelingen steeds lastiger. In het verleden konden de koersdalingen verrekend worden door een kleine stijging in de premie. Door het toenemend aantal gepensioneerden en afnemend aantal actieve deelnemers, is dit echter bij veel pensioenfondsen niet meer mogelijk. Tijd voor toezicht en strengere eisen met betrekking tot het evenwicht tussen aanspraken en vermogen.

Het FTK schrijft voor dat pensioenverplichtingen op marktwaarde gewaardeerd moeten worden. Omdat een pensioenfonds voor de langere termijn ook in aandelen zal (moeten) beleggen, wordt het afdekken van het renterisico een belangrijk instrument om het solvabiliteitsrisico te beheersen. Een belangrijke eis in de Pensioenwet is dat een pensioenfonds grosso modo 130% van zijn pensioenverplichtingen klaar moeten hebben liggen om het nominale pensioen te kunnen realiseren. Wanneer een pensioenfonds onder deze dekkingsgraad komt, moet een herstelplan worden ingediend waarin wordt aangegeven hoe dit tekort binnen een periode van 15 jaar wordt ingelopen. Als de dekkingsgraad onder de minimumgrens van 105% komt, dan moet de premie zodanig worden vastgesteld dat binnen drie jaar de onderdekking is weggewerkt. In goed overleg hebben De Nederlandsche Bank en de pensioenkoepels gewerkt aan een nieuw rapportagekader dat aansluit op het Financieel Toetsingskader onder de Pensioenwet. Dit om de vereiste transparantie mogelijk te maken en inzicht te geven in de hoogte van de dekkingsgraad. Als het wetgevingstraject volledig is afgerond kan dit rapportagekader pas compleet in gang worden gezet. Wel is al afgesproken om de jaarrapportages nu reeds, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen als gevolg van de definitieve vaststelling van wet- en regelgeving, ter beschikking te stellen. De nieuwe jaarstaten zullen voor het eerst over het verslagjaar 2007 vóór 1 juli 2008 door de pensioenfondsen moeten worden ingediend.


Lastige positie kleine en middelgrote ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen


Deze zwaardere toezichteisen (nieuwe wetgeving en nieuwe boekhoudregels) die ervoor zorgen dat pensioentoezeggingen ook daadwerkelijk worden nagekomen, maken het kleine en middelgrote ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen steeds lastiger om te functioneren. Het gevolg hiervan is dan ook dat bij deze pensioenfondsen een steeds sterker wordende behoefte ontstaat om complexe elementen uit de bedrijfsvoering onder te brengen bij grotere, gespecialiseerde partijen met een sterke focus op beheersing van het risico. Dit helpt ook om tegemoet te komen aan de steeds hogere eisen die door De Nederlandsche Bank worden gesteld aan de deskundigheid van bestuurders.

Naast zwaardere financiële en juridische eisen zijn ook de eisen aan de voorlichting flink opgeschroefd. Zo moet een werknemer bij indiensttreding van de werkgever een startbrief krijgen, waarin de deelnemer duidelijkheid krijgt over de stand van zaken van zijn/haar pensioen. Daarnaast moet in de startbrief de pensioenregeling van het bedrijf in begrijpelijke taal worden uitgelegd. Pensioenfondsen moeten hun deelnemers en gepensioneerden duidelijker dan voorheen informeren over de opgebouwde aanspraken en over de aanpassing van het pensioen aan de inflatie. Dit moet minstens één keer per jaar gebeuren. Werknemers die niet langer pensioen opbouwen (slapers) moeten eens in de vijf jaar bericht ontvangen over hun opgebouwde aanspraken. De meeste pensioenfondsen maken een goed begin door op eigen initiatief per 1 janurari 2007 een uniform pensioenoverzicht te verzorgen. Daarnaast heeft de Tweede Kamer ingestemd met het opzetten van een Nationaal Pensioenregister, waaraan alle pensioenuitvoerders en de Sociale Verzekeringsbank informatie leveren. Dit moet een overzicht mogelijk maken waarin elke pensioendeelnemer kan zien wat hij/zij aan pensioen bij zijn/haar verschillende (ex-)

werkgevers heeft opgebouwd. Dit pensioenregister zal in 2011 ingevoerd worden. Nederland volgt hiermee landen als Zweden en Denemarken, waar iets dergelijks al jaren bestaat. Deze voorlichtingsregels vergen veel en vooral gespecialiseerde capaciteit. Capaciteit die met name bij de kleine en middelgrote ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen niet altijd aanwezig is.


Complexer vermogensbeheer


Naast complexere eisen en regels neemt ook de complexiteit van vermogensbeheer toe, door de vereiste integrale ALM-aanpak om beleggingen en verplichtingen goed op elkaar af te stemmen, de grote hoeveelheid aan nieuwe beleggingsvormen en de internationalisering van beleggen. Waar Nederlandse pensioenfondsen vroeger alleen in Nederlandse aandelen belegden, is het heden ten dage normaal om het vermogen wereldwijd te investeren, van China tot Zuid-Amerika. Om dit mogelijk te maken is het voor een pensioenfonds cruciaal om allerhande specialisten in dienst hebben. Vooral voor middelgrote en kleine pensioenfondsen is dit lastig. Het vergt veel tijd om de juiste specialisten te vinden en specialisten zijn duur. Efficiënt financieel maatwerk is voor pensioenfondsen vereist om in te springen op de complexiteit van vermogensbeheer. Schaalgrootte is hierbij van groot belang. De beschikbaarheid van deze specialistische kennis, en het daarmee samenhangende resultaat, mogen niet afhankelijk zijn van de grootte van het fonds. Door deze dienst uit te besteden kan een klein of middelgroot pensioenfonds profiteren van schaalgrootte van de betreffende vermogensbeheerder zonder de eigen identiteit te verliezen of torenhoge – verborgen – kosten te betalen. Bij gespecialiseerde vermogensbeheerders is alle specifiek op pensioenverplichtingen geschoeide beleggingsexpertise aanwezig die bij kleine en middelgrote pensioenfondsen niet altijd aanwezig is en waar wel behoefte aan is.


Waarom uitbesteding?


Pensioenfondsen hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid en spelen een belangrijke rol in de Nederlandse economie. Voor tal van pensioenfondsen wordt het echter moeilijker om te gaan met de steeds strikter wordende eisen van Brussel en Den Haag, nieuwe IFRS-regels, het Financieel Toetsingskader en de stijgende service- en ict-kosten. Uitbesteding of fusie is voor deze pensioenfondsen in veel gevallen de beste mogelijkheid. Dit is vooral voor kleinere en middelgrote fondsen van toepassing om kwaliteit te waarborgen en de kosten per deelnemer binnen de perken te houden. Door in de overeenkomsten tussen het pensioenfondsbestuur en de beheerder duidelijke afspraken te maken kan er gestuurd worden op voortdurend lage kosten, hoge kwaliteit en goede rendementen op de lange termijn. Vooral dit laatste is met alle huidige ontwikkelingen en de soms negatieve berichtgeving over uitbe-taling van pensioengelden van groot belang. Pensioenfondsen worden op deze wijze in staat gesteld sterker en slagvaardiger te reageren op de veranderende omgeving en efficiënter te werken. Een waarschuwing bij het uitbesteden is echter wel van belang. Het pensioenfonds moet zelf te allen tijde verantwoordelijk blijven voor de keuze van de pensioenregeling.

Uiteindelijk ontstaat er dan een win-win situatie in een krachtige en goed ontwikkelde pensioensector. Waarin de deelnemers goede kwaliteit krijgen tegen een lage premie en de pensioenfondsen hun eigen identiteit kunnen behouden en hun continuïteit kunnen waarborgen. En daarmee kan het uitstekende Nederlandse pensioenstelsel zijn wereldwijde toppositie handhaven.



Kernpunten van de Pensioenwet:

  • Strengere eisen met betrekking tot de omvang van het vermogen van de pensioenfondsen;
  • werknemers kunnen vanaf 21-jarige leeftijd deelnemen aan de pensioenregelingen in hun bedrijf;
  • regels met betrekking tot de voorlichting aan deelnemers over hun pensioen;
  • aangescherpte regels voor goed pensioenfondsbestuur;
  • invoering pensioendebat, pensioenregister en indexatielabels.



Mogelijk af te nemen diensten bij uitbesteding:

  • risicobeheer
  • vermogensbeheer
  • administratie
  • bestuursbediening
  • actuariële ondersteuning
  • juridische ondersteuning



In samenwerking met: Cordares


CONTACT

Drs. Joep Schouten
Voorzitter Raad van Bestuur
Tel: 020 583 22 01
jjp.schouten@cordares.nl

Dr. Adri van der Wurff
Lid Raad van Bestuur
Tel: 020 583 34 53
a.vanderwurff@cordares.nl

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• Dutch fund hangs tough with minor gains
• Norwegian government fund seeks to raise ‘gold standard’
• Turkish military fund boasts returns surge
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Funds must fight to win back buyers
• Belgian firm embraces new stomping grounds
• Identifying opportunities in dark times
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008