Vragen aan de toezichthouders en het ministerie van Financiën
Gepubliceerd op: 29 Maart 2007
(Februari/Maart 2007)
In elke editie van npn legt de redactie vragen vanuit de pensioensector voor aan de toezichthoudende instanties. Ditmaal werden uw lezersvragen beantwoord door het ministerie van Financiën, de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank.
Vragen aan het ministerie van Financiën:
npn: Met het fonds voor gemene rekening heeft Nederland een beleggingsvehikel dat in principe de concurrentie aankan met Luxemburg en Ierland. Met name multinationals die al thuis zijn in Nederland maken hier in toenemende mate gebruik van. Maar bij buitenlandse partijen is het animo nog gering, omdat de buitenlandse fiscus het FGR te weinig kent of te weinig genegen is. Gaat het ministerie binnenkort actief lobby voeren bij de buitenlandse departementen van Financiën om de weg te effenen voor een internationaal gebruik van het fonds voor gemene rekening?
Minfin: Het ministerie van Financiën (Minfin) onderkent het belang van het besloten fonds voor gemene rekening (FGR) voor de Nederlandse financiële sector. Waar mogelijk ondersteunt Minfin het gebruik van het FGR. Minfin tracht met buitenlandse fiscale autoriteiten overeenstemming te bereiken over de fiscale behandeling van het FGR, met name het transparante karakter daarvan. Een dergelijke overeenstemming heeft tot gevolg dat de inkomsten die dit FGR behaalt in fiscaal opzicht rechtstreeks worden toegerekend aan de deelnemers in dit fonds. Dit betekent ook dat het FGR op geen enkele wijze belastingplichtig is. Deze overeenstemming kan worden vastgelegd in een briefwisseling tussen Minfin en de betreffende buitenlandse fiscale autoriteiten (exchange of letters).
Minfin is in 2006 begonnen met het benaderen van buitenlandse fiscale autoriteiten. Binnenkort zal op de website van Minfin een informatiepagina worden opgenomen. Daarop zal, naast algemene informatie, ook een overzicht van de landen worden opgenomen die reeds duidelijkheid hebben gegeven over de fiscale kwalificatie van het FGR. Indien er in de optiek van marktpartijen of belanghebbenden andere landen zijn waarmee ook zou moeten worden overlegd over de fiscale behandeling van een FGR, dan is Minfin in principe bereid contacten te leggen met deze landen.
Marktpartijen kunnen desgewenst een actieve bijdrage leveren aan de acties van Minfin. Uiteindelijk zal dit moeten leiden tot een toonaangevende internationale positie van Nederland op het terrein van onder meer asset-pooling. De reputatie van Nederland en het brede netwerk van belastingverdragen kunnen ons land een beslissende voorsprong geven als mogelijke plaats van waaruit asset-pooling wordt verricht.
Vragen aan de Autoriteit Financiële Markten:
npn: De AFM gaat het toezicht op de pensioenfondsindustrie uitoefenen met een staf van twee tot vijf personen. Er zijn echter zo’n 800 pensioenfondsen in Nederland. Hoe denkt de AFM het toezicht te kunnen vormgeven met een dergelijke kleine staf?
AFM: De AFM gaat uit van risicogeoriënteerd toezicht; Dat betekent dat de toezichtinspanningen gericht worden op de voor de (gewezen) deelnemer, (gewezen) partner of gepensioneerde meer risicovolle onderwerpen, indien en voor zover die risico’s zich voordoen of dreigen voor te doen. Daarbij werkt de AFM graag samen met de pensioenkoepels, die met hun kennis en ervaring de aangesloten leden bij kunnen staan bij de implementatie van de pensioenwetgeving. Naarmate de sector zelf met succes werkt aan goede en tijdige implementatie zal de AFM minder toezichturen hoeven te besteden aan de pensioenuitvoerders. De AFM stimuleert maximaal elke vorm van zelfregulering en zelfredzaamheid door middel van informatieoverdracht: AFM-website, brochure, informatiebijeenkomsten, spreekbeurten en interviews, een en ander overigens in overleg met de pensioenkoepels en in samenwerking met De Nederlandse Bank, onze complementaire toezichthouder.
Voor dit overgangsjaar lijkt voor het gedragstoezicht een aantal van maximaal vijf ervaren medewerkers voldoende. Gedurende het jaar wordt bepaald hoeveel medewerkers er uiteindelijk nodig zijn, afhankelijk van de medewerking van de koepels en de sector zelf. Overigens zijn er hiernaast ook al verschillende medewerkers betrokken bij het effectentypisch gedragstoezicht, waar de AFM al vier jaar ervaring heeft met pensioenfondsen.
De pensioensector krijgt van de AFM het vertrouwen: Zo lang het tegendeel niet blijkt, vertaalt integer gedrag zich direct in minder toezichturen, met alle gevolgen van dien voor lagere heffingen per pensioenuitvoerder.
npn: Hoe gaat de AFM ervoor zorgen dat men genoeg expertise in huis heeft om effectief toezicht te kunnen houden?
AFM: De AFM begint als pensioentoezichthouder en is dus bezig haar kennis op te bouwen. Daartoe zal de AFM aanwezige kennis van toezichtuitoefening koppelen aan extern in te kopen pensioentypische expertise en aan bij DNB decennialang opgebouwde kennis van de pensioensector. De AFM heeft er alle vertrouwen in met die combinatie - uiteraard met grondige kennis van de tekst en strekking van de pensioenwetgeving - het pensioentoezicht op informatieverstrekking en zorgplicht opgebouwd te krijgen.
Vragen aan De Nederlandsche Bank:
npn: DNB is een toezichtorgaan, waarbij het toezicht aansluit bij de eisen van de Wet. In het kader van de parameterdiscussie gaf DNB echter advies aan het ministerie van Sociale Zaken. Als DNB advies uitbrengt aan het ministerie, dat dit advies vervolgens weer verwerkt in de richtlijnen voor het toezicht, krijg je dan geen kromme situatie waarin de toezichthouder vorm geeft aan zijn eigen richtlijnen?
Bij wijze van voorbeeld: Wat gebeurt er als de parameters in de praktijk anders uitpakken dan voorzien? Dan kan zich een situatie voordoen waarin DNB vast zit aan een bepaalde richtlijn die door SZW is opgelegd - terwijl SZW zegt: dit is ons zo door DNB geadviseerd.
DNB: Vaststelling van de parameters gebeurt door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De parameters worden daarbij opgenomen in een Ministeriële Regeling. Ze zijn daarmee een onderdeel van de – op grond van de Wet – vastgestelde regels. Het is een goede zaak dat in het vaststellingstraject advies van betrokkenen en deskundigen wordt gevraagd. De adviezen die DNB hierover geeft zijn openbaar, waarbij ten aanzien van de DNB-adviezen ook aan de eis van transparantie wordt voldaan. In de betreffende adviesaanvraag van de minister is ook voorzien dat de sociale partners terzake worden geconsulteerd. Het DNB-advies is voor de minister niet bindend. DNB past in het toezicht uiteraard de uiteindelijke door de minister vastgestelde parameters toe, waarbij het niet van belang is wat DNB heeft geadviseerd.
npn: Wie ziet er toe op de toezichthouder, en hoe is dit toezicht geregeld?
DNB: In het kader van het pensioentoezicht is het tweede-lijnstoezicht (het toezicht op toezicht) door de minister van SZW opgedragen aan de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). IWI is de onafhankelijke toezichthouder voor de minister van SZW en heeft als oogmerk bij te dragen aan het doeltreffend functioneren van het stelsel van werk en inkomen. IWI vervult haar taak door specifieke onderzoeken te verrichten naar aspecten van de toezichttaak van DNB. Zo is in 2006 een onderzoek verricht naar de functie, de verwerking en het feitelijke gebruik van verslagstaten bij het pensioentoezicht. Tevens heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de beoordeling van pensioenreglementen en de vervolgacties in het kader van materieel pensioentoezicht door DNB. De praktijk tot nu toe is dat DNB zich goed kan vinden in de gevelde (doorgaans positieve) oordelen en goede nota neemt van eventuele suggesties ter verbetering die door IWI worden aangereikt.
Daarnaast valt erop te wijzen dat DNB opereert als toezichthouder op grond van een wettelijke taak. Over die uitvoering wordt verslag gedaan. Dit verslag wordt aan de verantwoordelijke minister en aan de Tweede Kamer toegezonden. In individuele gevallen kan de vraag of DNB zijn bevoegdheden op een correcte wijze toepast aan de rechter worden voorgelegd. Door het beleid van transparantie legt DNB ook naar het publiek verantwoording af over het beleid en de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan het toezicht.
Printbare versie
Related articles:
|