Profiel   Contact   Colofon   Adverteren   Abonnementen   Links   Events   Pensions News  



 
 
Europa averechts bij de oude dag

Gepubliceerd op:  29 Maart 2007 (Februari/Maart 2007)

Het nieuwe regeerakkoord is er. De eerste inhoudelijke paragraaf gaat over de verhouding tussen Nederland en Europa. Pensioenen worden prominent genoemd als nationale sociale zekerheid. Op het terrein van pensioen en Europa is de afgelopen maanden dan ook veel gebeurd en zal er veel blijven gebeuren. Pieter Omtzigt, woordvoerder pensioenen voor het CDA, doet voor npn verslag vanuit de Tweede Kamer.

Na de forse operaties van de afgelopen jaren wordt het in de nieuwe kabinetsperiode een stuk rustiger aan het pensioenfront. Er wordt wel iets ondernomen om een betaalbare toekomst voor de omslaggefinancieerde eerste pijler veilig te stellen:

Tijdens de campagne stelde de PvdA voor om draagkrachtige ouderen te laten meebetalen aan de AOW, terwijl het CDA de nadruk legde op langer doorwerken. Er ligt nu een compromis, waardoor mensen die doorwerken tot hun 65e na hun pensionering niet hoeven mee te betalen aan de AOW. In de Haagse wandelgangen wordt dan ook wel gesproken van de ‘Bos-belasting’, die je door langer te werken niet hoeft te betalen door de ‘Balkenende-bonus’. Afgezien van deze ingreep in de eerste pijler staan er voor het binnenlandse pensioenbeleid geen wijzigingen of dringende vraagstukken op de agenda.

Op Europees gebied ligt dat wel even anders. Het is dus maar goed dat er op het binnenlandse front wat rust komt, want beleidsmakers en pensioensector zullen hun aandacht goed bij de Europese les moeten houden in de komende maanden en jaren. De verhouding tussen Nederland Pensioenland en Europa staat ter discussie. En deze discussie kan voor de Nederlandse pensioensector verstrekkende gevolgen hebben.

De Europese Commissie legde namelijk een concept-richtlijn op tafel die overdraagbaarheid van pensioenen in de hele Unie mogelijk maakte en verder een aantal extra regels voor pensioenfondsen bevatte. Dat was een ondoordacht voorstel, dat een bom legde onder het Nederlandse stelsel met gespaard kapitaal.

Wanneer je in Nederland van werkgever verandert, kun je het opgebouwde pensioen meenemen. Dat is een wettelijk recht. In de meeste andere Europese landen is pensioen niet overdraagbaar wanneer je van werkgever verandert. Sterker nog, er bestaan forse wacht- en drempeltijden, vooral in Duitstalige landen, die het wisselen van werkgever zeer onaantrekkelijk maken. Het aantal mensen dat van baan verandert in Duitsland is mede hierdoor twee keer zo laag als in Nederland.

Alleen de Britten en de Denen (beiden overigens buiten de Eurozone) kennen een groot kapitaalgedekt systeem. De pensioenfondsen bezitten bij ons al meer dan 600 miljard euro, oftewel 50.000 euro per volwassen Nederlander. Dit legt een stevige basis voor een goede voorbereiding op de komende decennia, waarin steeds meer mensen van hun pensioen zullen moeten gaan genieten.

De ontwerp-richtlijn van de Europese Unie over overdraagbaarheid was een slecht plan om drie redenen.

Veel landen hebben niet gespaard voor hun pensioenen. Als een Nederlander straks naar Italië zou verhuizen, kan zijn pensioenfonds bijvoorbeeld 50.000 euro overmaken naar dat land. Maar Italië kent geen echte pensioenfondsen, daar is alleen een omslagstelsel. Daarom kan het geen geld naar Nederland overmaken wanneer diezelfde Nederlander weer naar Nederland terug zou willen. Weg zekerheid en weg sociale basis voor de oude dag.

Daarom zijn er in het EU-plan allerlei uitzonderingen bedacht voor landen zonder pensioenfondsen. Zo hoeven zij niet mee te doen aan het overdragen van pensioenen. Van deze escape maakt Frankrijk bijvoorbeeld behendig gebruik. Het zorgt er gewoon voor dat geen enkel Frans pensioen onder deze richtlijn zou vallen en zo heeft Frankrijk er ook geen last van. Alleen de landen die de zaken goed op orde hebben, zoals Nederland, krijgen last van de richtlijn. Dat werkt dus ave-rechts. Iedereen is het er wel over eens dat vooral Italië, Spanje en Duitsland meer moeten sparen voor hun pensioenen. Dat wordt door deze regelgeving alleen maar onaantrekkelijk: Je moet je namelijk aan allerlei extra Europese regels uit de richtlijn gaan houden wanneer je echt werk wilt gaan maken van de pensioenen. Als je een omslagstelsel hebt, hoeft dat niet.

— Pieter Omtzigt, woordvoerder pensioenen voor het CDA in de Tweede Kamer

Onder het tafelkleed is nog een tweede probleem geveegd in dit plan: Hoeveel geld moet er worden overgedragen? Een man in Spanje heeft een levensverwachting van 77 jaar, die in Letland echter 66 jaar. Dat maakt een enorm verschil voor de berekening van het pensioen dat iemand na zijn 65e zou gaan ontvangen. Als een Let straks naar Spanje verhuist, dan zal een Spaans pensioenfonds zeggen dat het zó niet uit de voeten kan. Komt een Spanjaard naar Riga, dan heeft het Letse pensioenfonds veel te weinig bij elkaar gespaard. De zekere basis voor de oude dag wordt door deze regel dus eerder verzwakt dan versterkt, maar de Europese Commissie lijkt te denken dat men alle overdrachten wel op een gemiddelde kan baseren. Dit zal in de praktijk onwerkbaar zijn, omdat landen en hun sociale stelsels daarvoor teveel van elkaar verschillen.

Ten derde is het probleem precies verkeerd gedefinieerd. Het werkelijke probeem wordt door de richtlijn niet aangepakt en zelfs niet onderkend. Dat is namelijk het probleem waartegen mensen aanlopen die tijdens hun carričre in twee of drie landen werken. Denk aan de tienduizenden mensen in Nederland die in Duitsland of België werken of gewerkt hebben. Zij bouwen in meerdere landen pensioenen op, maar komen vaak niet aan een erg hoog pensioen. Dat komt niet doordat men zijn pensioen niet kan meenemen. Dit probleem wordt vooral veroorzaakt door iets anders, namelijk het feit dat ze in die verschillende landen te maken krijgen met verschillende belastingregimes en uitsluitingen. Niet door een gebrek aan overdraagbaarheid van pensioenen.

Laten we dat laatste probleem bij de kop nemen: In Duitsland zijn wacht- en drempeltijden legaal en normaal. Je moet eerst een aantal jaren gewerkt hebben in Duitsland voordat de opbouw van rechten begint. Dat is funest voor mensen die afwisselend in Nederland en Duitsland werken, bijvoorbeeld in de bouw: In Nederland bouw je wel pensioen op, maar in Duitsland moet je wachten. En juist dat probleem blijft bestaan. Duitsland is dit half jaar voorzitter van de Europese Unie en kan en zal het voorstel zo aanpassen dat het mogelijk blijft dat je de eerste paar jaar geen pensioen opbouwt.

Wat deed Nederland intussen? In de ontwerp-richtlijn stond bijvoorbeeld ook dat iedereen vanaf 21 jaar aan een pensioenregeling in een bedrijf moet meedoen. Met een beroep op deze richtlijn kwam er dus Nederlandse wetgeving die deze minimumleeftijd overnam. Nu is het in mijn ogen zeer verstandig om al op je 21e met pensioenopbouw te beginnen, maar niet primair omdat Brussel er mee komt. Deze aanpak is helaas typisch voor Nederland. In plaats van zich af te vragen of een ontwerp-richtlijn wel zinnig is in de Nederlandse situatie, wordt snel overgegaan tot rigoureuze implementatie met alle schadelijke gevolgen van dien. De leeftijd in het laatste Europese voorstel is inmiddels alweer veranderd in 25 jaar, maar in Nederland staat inmiddels 21 jaar in de wet.

Ten aanzien van de overdraagbaarheidsrichtlijn moest Nederland een ander pad gaan volgen: Eerst beoordelen of het nationaal belang van Nederland gebaat is bij een dergelijke richtlijn, en niet alvast beginnen met het bijstellen of invoeren van wetten om aan een aanstaande richtlijn te voldoen.

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de pensioenwet unaniem een CDA-motie aanvaard die onomwonden stelt dat de Nederlandse regering niet moet instemmen met een richtlijn die overdraagbaarheid van pensioenen oplegt. Zo’n richtlijn lost namelijk geen problemen op, maar creëert ze. Het wordt moeilijker voor landen om pensioenfondsen op te richten. Het is dan ook niet in het Europese čn niet in het Nederlandse belang om de opvang van de vergrijzing extra te bemoeilijken en tegelijk de goed voorbereide pensioenstelsels op de tocht te zetten. Precies een omgekeerde strategie is wat onze gezamenlijke toekomst nu nodig heeft.

Gelukkig heeft minister De Geus in een van zijn laatste Europese bijeenkomsten het artikel dat overdraagbaarheid in Europa mogelijk maakt uit de overdraagbaarheidsrichtlijn gehaald. Die bevat nu nog zaken als minimum wacht- en drempeltijden en heeft dus een naam die de lading helemaal niet meer dekt. Maar dat is wel het minste probleem.

Met het oog op Europa zullen we ook de komende jaren alert moeten blijven. Veel zaken worden in Brussel geregeld: Die regels hebben weliswaar een lange incubatietijd, maar wel verstrekkende gevolgen voor Nederland. Omdat onze situatie als Eurodeelnemer met een kapitaalgedekt systeem fors afwijkt van het Europese gemiddelde is wetgeving die voor de meeste Europese landen goed en prettig is, niet automatisch goed voor Nederland. We houden dus ook in Den Haag onze ogen open. Ons pensioenstelsel is waardevol en daar passen we goed op.

Printbare versiePrintbare versie

 


Related articles:
Headlines van andere FT Business publicaties
DPN: Deutsche Pensions & Investment Nachrichten
• Quant in Sicht
• Auf Feindts Terrain
• Brief aus Berlin
European Pensions & Investment News
• AP Pension braves African private equity
• Deficient European DC can learn from Australian success
• ING reaps rewards of Romanian reform
Nordic Region Pensions & Investments News
• Avoiding the commodities crash fallout
• Danish funds pressured into slashing costs
• Danish fund uses chameleonic strategy to beat credit crisis
Pensions Management - the magazine for pension & investment industry professionals
• Cat food generation can be auto-enrolled, says EU
• Putting the pedal to the metal
• Get under the bonnet
Professional Wealth Management
• Fevered fund houses seek Teutonic cure
• Santander am waits for new golden years
• Selecting the right product
 ARCHIEF



 

Contact
Abonnementen
Privacy Policy
Terms and Conditions
Webmaster

Mailing address: Financial Times Ltd, Number One Southwark Bridge, London, SE1 9HL, United Kingdom

© The Financial Times Limited 2008