Een Nederlands pensioenfonds met een mondiale visie
Gepubliceerd op: 29 Maart 2007
(Februari/Maart 2007)
|
|
Sikko van Katwijk, bestuursvoorzitter van Pensioenfonds Citigroup
|
Stichting Pensioenfonds Citigroup staat al sinds 1966 stevig geworteld in de Nederlandse pensioenpolder. Maar het pensioenfonds kijkt verder dan de landsgrenzen. Mariska van der Westen sprak met Sikko van Katwijk, bestuursvoorzitter, over de grote plannen van een klein fonds: “Het Nederlandse pensioenfonds is niet meer dan een tussenoplossing. De volgende stap is Europa; en dan de wereld.”
De wijde wereld
Met een belegd vermogen van slechts 50 miljoen euro behoort het pensioenfonds van ’s werelds grootste bankconcern in Nederland tot de ‘kleintjes’. Maar klein is een betrekkelijk begrip, vertelt Sikko van Katwijk, bestuursvoorzitter van Pensioenfonds Citigroup. In het kantoor van de bankgigant op de achtste verdieping van het WTC-gebouw bij Schiphol plaatst Van Katwijk, die ‘even over is’ uit Londen, het Citigroup-pensioenfonds in perspectief.
“Je kunt ons kenschetsen als klein in termen van aantal deelnemers en vermogen onder beheer. Maar Citigroup is natuurlijk wel een wereldwijd bedrijf dat actief is in 103 markten. In bijna al die markten heeft het bedrijf pensioenvoorzieningen en het pensioenfonds in Nederland is er daar één van. In dat opzicht staat het pensioenfonds niet op zichzelf.”
De pensioenvoorzieningen die Citigroup zijn medewerkers biedt verschillen van land tot land. Het is niet handig, zoveel uiteenlopende regelingen. “Zowel vanuit ons vakgebied als uit oogpunt van personeelsbeleid kijken we daarom of er mogelijkheden zijn voor consolidatie.” Die mogelijkheden zoekt Citigroup niet direct in een Pan-Europese regeling. “Dat soort initiatieven loopt stuk op de verschillen in belastingregelgeving in de diverse landen. Citigroup ziet daarom meer heil in asset-pooling en een meer uniform beheer van het vermogen.”
Van Katwijk heeft er geen moeite mee als dat zou betekenen dat het pensioenfonds zijn quasi-zelfstandige status zou verliezen: “Voor ons is zelfstandigheid geen beladen onderwerp maar een kwestie van efficiency.” In de Verenigde Staten wordt de arbeidsvoorwaarde pensioen immers niet beschouwd als ‘voorwaarde voor arbeid’ maar als ‘benefit’ die een werkgever naar eigen goeddunken kan inrichten. “Of we nu wel of niet in de vorm van een stichting moeten blijven bestaan, vind ik een beslissing van de werkgever. Die bepaalt hoe de pensioenregeling het beste uitkomt in zijn arbeidsvoorwaardenpakket.”
Dan maar DC
Efficiëntie op pensioengebied bezorgt financieel zwaargewicht Citi-group de nodige hoofdbrekens. Het beheer van een ratjetoe aan pensioenregelingen is omslachtig en duur. En alleen al in Nederland heeft men te maken met twee regelingen.
“Dat komt doordat we twee jaar geleden een deel van de activiteiten van ABN Amro hebben overgenomen. Daarmee verhuisden ook zo’n 60 medewerkers naar Citigroup. Het bleek een hele puzzel om die mensen in te passen in de bestaande pensioenregeling,” vertelt Van Katwijk. De nieuwe deelnemers kwamen uit een relatief karige middelloonregeling die niet aansloot bij het bestaande Citibankpensioenfonds. “Van oudsher hebben wij in Nederland een goudgerande regeling gehad: een Defined Benefit-systeem gebaseerd op eindloon. Het bleek moeilijk te zijn om de nieuwe mensen op een economisch efficiënte manier over te hevelen. Opname in het bestaande fonds zou een dure aangelegenheid zijn geweest, waarbij het bedrijf veel moest bijbetalen.”
Citigroup besloot daarom de Defined Benefit-regeling te sluiten voor nieuwe deelnemers. Overgenomen ABN-medewerkers en Citi-group-personeel dat in dienst is getreden na 1 januari 2006 vallen onder een nieuwe, fundamenteel verschillende regeling.
“De nieuwe pensioenregeling neigt naar individueel DC zoals dat bekend is uit de Verenigde Staten,” zegt Van Katwijk. “Er zitten wel wat traditionele DB-elementen in: Zo heeft de werkgever nog de verplichting om het totaal in de gaten te houden. Het fonds is dus niet alleen op zichzelf aangewezen. Maar er is geen sprake van collectieve winst- of risicodeling.”
Deelnemers zijn daar niet rouwig om, meent Van Katwijk. “Bij ons worden die solidariteitskenmerken en de collectiviteit niet zo gemist.” Hij kan zich voorstellen dat dit anders ligt in bedrijfstakken als de bouw en de metaal. “Ik denk dat het daar wel belangrijk is dat men met elkaar eventuele klappen kan opvangen. Maar bij ons wordt meer waarde gehecht aan keuzevrijheid dan aan collectieve risicodeling. Dat is begrijpelijk, gezien onze sector. Onze mensen hoef je niet te vertellen hoe ze moeten beleggen.”
De keuze voor DC werd volgens Van Katwijk niet ingegeven door internationale accountingregels. “Het ging ons erom de pensioenaanspraken op een betaalbare manier over te nemen – IFRS had daar niets mee te maken.” Evenmin betekent deze keuze dat Citigroup in zijn algemeenheid DC als de ideale oplossing beschouwt. “Integendeel,” zegt Van Katwijk. “Vanuit het oogpunt van efficiëntie kijken we eerder naar manieren om het algehele kostenniveau te verlagen, bijvoorbeeld door het aantal vermogensbeheerders, actuarissen en pensioenadministrateurs omlaag te brengen. Dat is zeker op korte termijn misschien wel een betere oplossing dan DC.”
Wie klein is moet samendoen
Citigroup pensioenfonds mag dan deel uitmaken van een internationaal netwerk van pensioenregelingen, in Nederland loopt men tegen dezelfde obstakels aan als andere kleine fondsen. “De problematiek is grotendeels hetzelfde,” zegt Van Katwijk. “Dat wil zeggen dat inkoopkracht een probleem is. En dat er weinig tijd is om het fonds te besturen: ook bij ons wordt het bestuur ‘erbij gedaan’.”
“Wat wel verschil uitmaakt, is dat onze bestuursleden zelf in de financiële dienstverlening zitten. Dat betekent dat er minder kennisachter-stand is bij het pensioenfondsbestuur. Vraagstukken als de durationkloof en dergelijke zijn gemakkelijker uit te leggen aan een bestuur dat zelf uit de financiële dienstverlening komt en niet uit de corporate wereld.”
Ten aanzien van de problematiek van ‘de kleintjes’ verbaast Van Katwijk zich erover dat fondsen zich niet beter organiseren en daadkrachtiger opstellen. “De meeste fondsen komen voort uit het bedrijfsleven, en daar moet toch een gezonde ondernemersgeest heersen. Waarom zou men die niet meenemen als men de bestuurskamer binnenstapt? Nu wordt er wel veel gepraat maar er wordt veel te weinig samen ondernomen. Ik zie niemand gezamenlijk vermogensbeheer inkopen, of gezamenlijk administreren. Het is hoog tijd dat kleine fondsen hun krachten bundelen.”
Nederland als tussenstation
In de aanloop naar het nFTK heeft ook het Citigroup-pensioenfonds zich gebogen over de beste manier om aan het nominale toezichtkader te voldoen. Voorlopig is het fonds echter niet van plan om de durationmismatch weg te werken. “Vanuit mijn visie als pensioenbestuurder vind ik dat nog wel erg kostbaar. Daarbij komt dat ons pensioenfonds het zich kan veroorloven om te wachten tot de markt wat volwassener is. Onze dekkingsgraad lijkt met 111% wel laag, maar we hebben een kleine, jonge deelnemersgroep met hoge inkomens. En de DB-regeling is bovendien gesloten. Gezien de samenstelling van ons deelnemersbestand kunnen we die 111% met onze mensen wel trekken,” zegt Van Katwijk.
“Gezien onze overwegend jonge populatie hebben we geen kortetermijnvisie. Dat is ook wel het nadeel van het FTK, dat er erg op de korte termijn wordt gericht. Met de samenstelling van het fonds wordt in het toezichtregime eigenlijk te weinig rekening gehouden. Je kunt niet alle fondsen over één kam scheren.”
Er is nog een reden waarom het fonds geen haast maakt met durationverlenging: “We denken dat de trend duidelijk is om de focus te verschuiven van Nederland naar Europa en uiteindelijk de wereld. Dus we willen hier in Nederland lokaal niet alles afregelen als we de pensioenen straks op Europees niveau gaan organiseren. We zien de huidige regeling dan ook als een tussenoplossing.”
De stop uit het bad
Voordat pensioenregelingen internationaal kunnen worden georganiseerd is er op het gebied van asset-pooling nog wel wat werk aan de winkel. “Het is dankzij de inspanningen van het ministerie van Financiën gelukt om het Fonds voor Gemene Rekening als poolingvehikel op de kaart te zetten, maar het lijkt wel alsof men daarmee heeft gezegd: nu is het werk gedaan. Dat is niet zo. Er is een duidelijke lobby nodig vanuit Financiën om de buitenlandse departementen gevoelig te maken voor het FGR. Nu is het nog vaak zo dat de buitenlandse fiscus zegt: Die constructie kennen we niet, daar willen we niet aan meewerken,” zegt Van Katwijk.
“Multinationals met een vestiging in Nederland kiezen nu al voor het FGR. Maar pas als het FGR ook voor de buitenlandse fiscus transparant is, gaat de stop echt uit het bad. Dan zuigen we pas echt buitenlandse fondsen aan.”
Daar kunnen niet alleen multinationale sponsor-ondernemingen hun voordeel mee doen. “Daar kan de Nederlandse pensioensector ook plezier van hebben. Denk bijvoorbeeld aan Nederlandse uitvoerders als Mn Services en Cordares: die zien dan ook hun pool groter worden,” aldus Van Katwijk. Hij had graag gezien dat er op dit punt meer haast werd gemaakt. “Wij zijn hierover wel met Financiën in dialoog maar het wil nog niet zo vlotten. Nederland heeft een prima uitgangspositie. Maar er zijn kapers op de kust. Er moet nu toch echt wat gaan gebeuren.”
Nieuw poolingplatform
In september 2006 besloot Citigroup samen met Aegon een beleggingsplatform te ontwikkelen waardoor het mogelijk wordt om fiscaal heel verschillende activa samen te voegen. “Wij krijgen veel pensioenfondsen en verzekeraars te spreken, en zo krijgen we een goed beeld van de problemen waar men mee zit. We zijn natuurlijk geen consultants, maar we fungeren wel als klankbord,” zegt Erwin Reyes, verantwoordelijk voor Citigroup Global Transaction Services. Die frequente dialoog stemt tot meedenken en daar komen soms mooie dingen van.
“Men kan verzekeringsgelden, retail- en pensioengelden niet zomaar mengen, en hetzelfde geldt voor pensioenactiva uit verschillende landen waar andere belasting- en raportageregels gelden. Met dit platform kan dat wel,” zegt Van Katwijk. Het asset-poolingplatform gaat ‘live’ in het derde kwartaal van 2007. “Dit biedt interessante mogelijkheden voor verzekeraars en vermogensbeheerders, maar ook voor ons als pensioenfonds.”
Pensioenfondsprofiel
Oprichtingsdatum: 1 juni 1966 Gesloten per: 31 december 2005 Aantal deelnemers: 77 actieven, 287 gewezen deelnemers, 88 gepensioneerden Vermogen: 51.231.000 euro ultimo 2005 Dekkingsgraad: 111% ultimo 2005 Indexatie: voorwaardelijk; toegekend in 2006 Pensioenregeling: Defined Benefit-eindloonregeling Defined Contribution voor nieuwe werknemers in dienst na 1/1/2006 met circa 60 deelnemers
Printbare versie
Related articles:
|