Consumptie voedt Chinese groei
Gepubliceerd op: 29 Maart 2007
(Februari/Maart 2007)
Aan de duizelingwekkende groei van de Chinese economie met groeipercentages van meer dan 10% komt voorlopig geen einde. De Chinezen worden steeds rijker en gaan steeds meer consumeren. Volgens analisten zal consumptie straks de motor zijn van de groei. Maaike Veen peilde de stemming onder China-kenners: “Het is niet onwaarschijnlijk dat China in dertig jaar tijd de grootste economie van de wereld is.”
Statistieken over China kennen geen gelijke. Het afgelopen jaar groeide de Chinese economie met 10,7%, het grootste groeipercentage in de afgelopen vier jaar, tot 20,94 triljoen yuan ofwel 2,68 triljoen dollar. Economen verwachten dat de ‘fabriek van de wereld’ ook de komende tien jaar in hetzelfde tempo zal blijven doorgroeien. China zou volgend jaar Duitsland kunnen inhalen als derde economie van de wereld. Met 22% van de wereldbevolking neemt China zo’n 13% van het wereldwijde BBP (in termen van koopkrachtpariteit) voor zijn rekening. Een aandeel dat naar verwachting het aandeel van de Europese Unie in 2015 (in acht jaar tijd!) zal overtreffen.
Nog een paar cijfers voor wie nog twijfelde aan de groeiende macht van China: China is ‘s werelds op één na grootste bezitter van Amerikaanse staatsobligaties en heeft meer dan 20% van de mondiale deviezenreserves in handen. De buitenlandse deviezen bedragen nu meer dan een triljoen dollar. De overheid bekijkt de mogelijkheid om - naar het voorbeeld van Singapore (Temasek) - een eigen investeringsmaatschappij op te zetten om de buitenlandse deviezen in buitenlandse bedrijven en onroerend goed te kunnen beleggen.
Niemand kan er meer om heen dat China ertoe doet. Virginie Maisonneuve, hoofd van EAFE Global Equities van Schroders Investment volgt de ontwikkelingen in China al twintig jaar op de voet. Maisonneuve: “Naast de Amerikaanse consument is de Chinese economie de belangrijkste motor voor de groei van de wereldeconomie.”
Het aandeel van China in de wereldhandel is gegroeid van een magere 1% in 1982 naar meer dan 8%, waarmee het Japan heeft ingehaald en waarmee het land nu de derde positie inneemt na de Verenigde Staten en Duitsland. “Het is niet onwaarschijnlijk dat China over dertig jaar de grootste economie ter wereld is,” zegt Gigi Chan, fondsmanager voor Aziatische aandelen (ex Japan) bij Thread-needle Asset Management.
Door de productieboom in China zijn de wereldgrondstoffenprijzen weliswaar enorm gestegen, maar door de oneindige reservoirs aan goedkope arbeid en de verplaatsing van productie uit het Westen naar China zijn de prijzen wereldwijd gedaald. De opkomende markten, en vooral China, hebben bijgedragen aan de wereldgroei en de lage inflatie. Zo zijn in de Verenigde Staten de prijzen voor kleding en computerapparatuur sinds 1998 met 10% respectievelijk 80% gedaald.
“Nog niet zo lang geleden stond ‘made in China’ voor wegwerpkwaliteit, maar die tijden zijn voorbij,” zegt Maisonneuve. “De DVD’s in onze huishoudens komen voor 85% uit China, voor magnetrons is dit 79%, camera’s 50% en mobiele telefoons 35%. China wordt niet voor niets de ‘fabriek van de wereld’ genoemd. “Langzaam maar zeker is China de afgelopen jaren geleidelijk aan ons leven binnengedrongen met steeds geavanceerdere producten en hogere toegevoegde waarde.”
Consumptie toekomstige groeimotor
Maar hoe lang kan China dit ongelooflijke groeitempo blijven volhouden? Economen en fondsmanagers zijn zeer positief over de langetermijnvooruitzichten. “De Chinese economie zal het goed blijven doen,” zegt Maisonneuve. “De snelle groei werd vooral gedragen door enorme investeringen in vaste activa zoals bijvoorbeeld wegen en bruggen, maar nu komt er een nieuwe component bij: de consumptie. De Chinese regering gebruikt voor de planning van de economie vijfjarenplannen. Die zijn erg handig om de richting van de economie te begrijpen. En in het nieuwe vijfjarenplan is de focus op consumptie erg belangrijk.”
Dat gelooft ook Mike Hanbury-Williams, hoofd Pacific Securities bij F&C Investments. “De economische groei zal wat afnemen, maar de economische basis zal zich verbreden en dat zorgt voor meer stabiliteit. De groei wordt steeds meer aangespoord door de consumentenbestedingen in plaats van alleen door investeringen in vaste activa. China bevindt zich in een hele stabiele situatie: sterke export, een sterke buitenlandse deviezenvoorraad en een enorm potentieel om de binnenlandse economie te doen groeien. Het bedrijfsleven heeft een lage schuldenlast en de omzet groeit snel.”
“Er is een opkomende middenklasse,” zegt Chan. “Twintig jaar geleden gingen er nog verhalen rond dat er slechts één familielid tegelijk naar buiten kon omdat het gezin maar één broek had. Nu hebben de meesten koelkasten, televisies en computers. De inkomensgroei is heel sterk.” De financiële sector zal zich ook sneller gaan ontwikkelen. Chinezen zullen pensioenverzekeringen gaan afsluiten en er zullen meer investeringsmogelijkheden komen om spaargeld in te beleggen.
Regering stuurt bij
Er is sprake van oververhitting in sommige sectoren zoals de staalindustrie en de bouwsector. Er zijn bovendien toenemende zorgen over het milieu en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Sinds de revolutie is die inkomenskloof nog nooit zo groot geweest. Dit zijn volgens economen en fondsmanagers echter geen hindernissen waarover het Chinese groeiwonder kan struikelen. De overheid is er heel goed in geslaagd om sommige oververhitte sectoren af te koelen, signaleren economen. De groei van investeringen in vaste activa daalde in de tweede helft van vorig jaar van 31,5% naar 24,5%. “Dat is nog steeds heel hoog, maar de daling geeft aan dat de Chinese autoriteiten erin slagen om de economie bij te sturen,” zegt Hanbury-Williams.
Volgens Maisonneuve laat de Chinese regering in het elfde vijfjarenplan voor de economie (2006-2010) zien dat zij oog heeft voor de belangrijkste onevenwichtigheden en kondigt zij maatregelen aan. Het Chinese platteland telt op dit moment zo’n 64 miljoen inwoners - meer dan het hele Verenigd Koninkrijk samen - die moeten rondkomen van nog geen 117 dollar per maand. “De regering trekt de komende vijf jaar onder het motto ‘een weg naar elk dorp’ meer geld uit voor de infrastructuur om het binnenland mee te laten profiteren van de economische groei door het achterland rijp te maken voor productiefaciliteiten. Om de inkomenskloof tussen het platteland en de stad verder aan te pakken, investeert de overheid in gratis verplicht onderwijs voor kinderen van negen tot 15 jaar en in een nieuw gezondheidszorgsysteem. Toegang tot veilig drinkwater is een prioriteit. Zo’n driehonderd miljoen mensen zijn daar nog steeds van verstoken,” zegt ze. “Andere maatregelen die mensen moeten ondersteunen die naar de stad verhuizen zijn de verhoging van het minimumloon, een verlaging van de belasting op basisproducten en een betaalde vakantie. Bevordering van het aanschaffen van auto’s en huizen moet de consumptie verder doen toenemen.”
“In de derde plaats streeft de regering ernaar om de aandacht te verleggen van goedkope verwerkende industrie naar duurzame, kwalitatieve groei,” weet Maisonneuve. “Er zijn bijvoorbeeld doelstellingen geformuleerd voor het terugdringen van het energie- en waterverbruik.”
Ook het milieu wordt volgens haar heel serieus genomen. “Om vervuiling en verkeersopstoppingen terug te dringen, investeert het land de komende jaren 190 miljard dollar in het versterken van het nationale treinenstelsel. Nog eens 240 miljard dollar wordt uitgetrokken voor investeringen in zonne-energie, windenergie, in efficiëntere en schonere productiemethoden, en beter openbaar vervoer. Ik ben ervan overtuigd dat de milieuproblemen worden aangepakt. De Chinezen zelf vinden de vervuiling heel erg.” Maisonneuve denkt dat men zich eerder zorgen moet maken of de andere partners - vooral de Verenigde Staten - hun bijdrage in het debat gaan leveren.
De Amerikanen met hun enorme tekort op de handelsbalans zouden graag zien dat de Chinese munt opgewaardeerd zou worden. De yuan apprecieert geleidelijk - vorig jaar rond de 5% en het komende jaar volgens ABN Amro naar verwachting 4,5% - maar economen scharen zich achter het standpunt van de Chinese regering die geen haast heeft om de koers van de munt volledig vrij te geven. “Stabiliteit gaat voor alles. Door de koers van de munt te controleren, blijft de export gegarandeerd en blijven grote massa’s werk vinden in de verwerkende industrie,” zegt Serdar Kucukakin, China-specialist van het Economisch Bureau van ABN Amro. Bij een economische vertraging zouden sociale ongelijkheden in een scherper daglicht komen te staan, dus stabiliteit heeft absolute prioriteit voor de regering. Omdat veel buitenlandse bedrijven hun productieactiviteiten in China hebben ondergebracht, valt er sowieso geen scherpe daling van de exportcijfers te verwachten. Export vormt zo’n 40% van het Bruto Binnenlands Product.
Beleggingskansen
China is zeker voor langetermijn aandelenbeleggers interessant, zegt Hanbury-Williams, ook al zijn Chinese aandelen op dit moment ‘fully valued’. In Hong Kong stegen Chinese aandelen (H-shares) het afgelopen jaar met 65% vergeleken met 19% in Japan. Op de beurs in Shanghai gingen de aandelen, de zogenoemde A-shares, meer dan 130% omhoog. In de Morgan Stanley Index groeit het aandeel van China snel. Eind 2004 was het 6,6%, nu is het rond de 10%, zegt Chan. Er is in China nog steeds geen vrij kapitaalverkeer, ook al werkt de regering aan het verder openen van de markt. De handigste manier om in China te beleggen is nog steeds in Chinese aandelen op de beurs van Hong Kong, New York of elders, of in bedrijven met een grote exposure tot China. Denk aan olie-, mijn-, en andere grondstoffenbedrijven en producenten van consumentengoederen die exporteren naar China, waar de groeiende middenklasse steeds meer Westerse producten koopt.
Maisonneuve ziet ook goede kansen voor beleggingen in marktleiders die zich specialiseren in milieuvriendelijke technieken zoals leveranciers van verontreinigings- en afvalbeheertechnologie. Producenten van turbines voor de opwekking van elektriciteit zijn volgens haar ook een goede mogelijkheid om toegang te krijgen tot de Chinese groei. Pensioenfondsen zouden in haar visie drie tot vijf % van hun totale belegde aandelenvermogen wereldwijd in China moeten beleggen. “Om een impact te hebben is drie % het minimum. Het belegde vermogen kan beter niet meer dan vijf % bedragen, want daar is de markt te volatiel voor,” vindt Maisonneuve.
Onder economen en fondsmanagers zijn bijna geen doemdenkers te vinden. Hoofdeconoom Keith Wade van Schroders legt het groeifenomeen uit door de opkomst van China te vergelijken met de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de wereldeconomie zich moest herstellen van de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog. “Net als nu kenmerkte die tijd zich door globalisering,” schrijft Wade in een rapport voor beleggers. Toen waren de Europese landen en Japan de landen met de laagste arbeidskosten, die de groei van de wereldeconomie stimuleerden. Wade: “In 1950 waren de Europese loonkosten als percentage van de Amerikaanse productielonen vergelijkbaar met die van de nieuwe Aziatische industrielanden nu. Het zou dertig jaar duren voordat de lonen in de industrie, en dus de prijzen in Europa en Japan, die in de Verenigde Staten hadden ingehaald. Dit maakt duidelijk hoe lang zulke economische trends kunnen doorwerken. Met China zou nu wel eens iets vergelijkbaars kunnen gebeuren.”
Printbare versie
Related articles:
|