Een pleidooi voor DC
Gepubliceerd op: 29 Maart 2007
(Februari/Maart 2007)
Het Nederlandse pensioenstelsel mag dan internationaal nog zo goed bekend staan, in feite heeft Nederland zijn pensioenzaakjes slecht geregeld, stelt vermogensbeheerder Fidelity International. Bij Fidelity vind men DC een beter idee. Mariska van der Westen vraagt na waarom.
Het Nederlandse pensioensysteem wordt door deskundigen in binnen- en buitenland vaak geroemd als een van de beste ter wereld. Nederland heeft per hoofd van de bevolking een van de best gevulde pensioenspaarpotten, en de Nederlandse pensioenconsument heeft relatief veel vertrouwen in het systeem. Toch vindt Michel Vermeulen, relationship director bij Fidelity, dat Nederland op het gebied van pensioenplanning juist achterblijft bij andere landen.
“De pensioenreserves zijn in Nederland weliswaar hoog, maar daarmee is nog niets gezegd over de kwaliteit van de pensioenplanning,” zegt Vermeulen.
Kwantiteit mag niet worden verward met kwaliteit. En de kwaliteit van de Nederlandse pensioensystematiek laat het nodige te wensen over.
Ten eerste valt een aanzienlijke groep buiten de boot: “Zo’n 30% spaart op geen enkele manier voor een aanvullend pensioen, en is dus uitsluitend aangewezen op de AOW,” zegt Vermeulen. Volgens hem gaat het hier om een diverse groep. Naast langdurig werklozen en arbeidsongeschikten is er een toenemend aantal werkenden die frequent van baan en werkgever veranderen, waardoor pensioenbreuk optreedt of helemaal geen pensioen wordt opgebouwd. Bovendien zijn er vele zelfstandige eenpitters en ondernemers die zich voor hun pensioenopbouw verlaten op de opbrengst van hun bedrijf of bedrijfsmiddelen.
Deze groep mensen is nog nauwelijks in kaart gebracht. Het blijft vooralsnog gissen wat hun pensioenspaarpotentieel en -behoefte is. Er worden dan ook nog weinig pensioenproducten aangeboden die deze doelgroep van een adequaat aanvullend pensioen voorzien.
Hier ligt een taak voor met name de banken – die immers middels hun klantenbestand inzicht hebben in de samenstelling en het profiel van deze groep. Vermeulen: “Eigenlijk zouden beheerders en andere partijen in samenwerking met banken onderzoek moeten doen om inzicht te krijgen in de samenstelling, mogelijkheden en behoeften van deze groep.”
Maar de kwaliteit van het systeem laat ook te wensen over voor de 70% van de bevolking die wèl – veelal via een tweede pijlerregeling – spaart voor zijn pensioen.
“70% van de Nederlanders vindt zichzelf goed geïnformeerd. Maar men heeft een veel te optimistisch beeld van de hoogte van hun pensioeninkomen,” zegt Vermeulen. “De realiteit is minder rooskleurig dan men denkt, en men is zich hiervan niet bewust.”
Hoeveel aanvullend pensioen men precies opbouwt en of het opgebouwde pensioen zal voldoen aan de verwachtingen, dat weet men vaak niet. Enerzijds is men eenvoudigweg niet geïnteresseerd in meer informatie: “Nederlanders gaan er toch vaak van uit dat hun pensioen wel voor ze geregeld wordt. Men voelt niet de noodzaak om daar zelf bij betrokken te zijn,” constateert Vermeulen.
Anderzijds weet men niet hoe de pensioenzaken zitten omdat men onvoldoende informatie krijgt aangeboden. “In markten als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar individuele Defined Contribution-systemen gemeengoed zijn, is het heel gebruikelijk om met pensioenspaarders rond de tafel te gaan zitten en te vragen: Wat is het doel dat je wilt bereiken? Waar wil je naar toe werken? Als iemand na zijn pensionering een aantal jaar rond de wereld wil zeilen, dan gaan we op basis daarvan kijken hoe de pensioenplanning moet worden ingericht. Je neemt het doel als uitgangspunt, je kijkt vervolgens naar de inkomenssituatie, en je bepaalt op basis daarvan wat en hoe er moet worden gespaard en belegd,” zegt Vermeulen. “Maar die doelgerichte benadering bestaat in het Nederlandse systeem nauwelijks.“ Pensioenfondsen bieden deelnemers noch de informatie, noch de flexibiliteit, noch de instrumenten om toe te werken naar een specifiek pensioendoel. “Men spaart in het wilde weg, zonder doel of projectie, en men moet maar zien hoe het pensioen uitpakt.”
Zelfs diegenen die zich wel ongerust maken en menen dat de huidige regeling tekort zal schieten, weten niet goed hoe ze zelf voor een adequate aanvulling kunnen zorgen.
“Als men al zelf stappen onderneemt om eerste en tweede pijler aan te vullen, dan gebeurt dat meestal niet op een doordachte of efficiënte manier,” zegt Vermeulen. “Men kiest voor veiligheid ten koste van rendement. Pensioenspaarders zijn gefixeerd op het vermijden van risico zonder in de gaten te hebben dat ze daardoor broodnodige rendementen inleveren.”
Uit onderzoek van Fidelity kwamen Nederlandse pensioenspaarders naar voren als bijzonder risico-avers (zie kader). Zijn andere Eurolanders dan zoveel meer gesofisticeerd als het erom gaat bewust risico’s te nemen ter wille van een beter rendement?
“Zo simpel ligt het niet,” zegt Vermeulen. “In Frankrijk en België heeft men bijvoorbeeld te maken met een verplichte kapitaalgarantie, terwijl in Nederland elke fluctuatie op de markt doorwerkt in de financiële positie van de pensioenspaarder. Dat moet je natuurlijk wel in het achterhoofd houden. De uitgangspositie is anders, en dat verklaart ten dele hoe risico-avers men is.”
In Nederland heeft men relatief meer te verliezen, en het is dus logisch dat men voorzichtiger te werk gaat. Desalniettemin zijn de risico-aversie en het lakse pensioenspaargedrag van de Nederlanders ten minste ten dele te wijten aan gebrekkige informatievoorziening, vindt men bij Fidelity.
“Het is voor pensioenspaarders bijzonder lastig om toegang te krijgen tot juiste, actuele informatie,” zegt Vermeulen. “De eerste-lijnsklantenservice van de gemiddelde uitvoerder heeft geen antwoord op vragen hoe de pensioensituatie ervoor staat, wat het geprojecteerde eindresultaat is en hoe men de pensioenplanning kan optimaliseren. En de specialisten waarmee je wordt doorverbonden hebben de individuele situatie van de beller niet bij de hand. Cliënten met pensioenvragen worden dus vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Zelfs goed ingevoerde pensioenspaarders die zelf in de sector werkzaam zijn en weten waarnaar ze moeten vragen, zoals Fidelity-medewerkers, kunnen daardoor ontmoedigd raken.“
Het Nederlands systeem lijdt aan de ‘achterstand van de voorsprong’ - het stelsel was in vroeger eeuwen weliswaar zijn tijd vooruit, maar blijft nu hangen in een traditie die niet langer aansluit bij de realiteit.
“Een traditionele DB-regeling is wellicht het meest kostenefficiënt, maar een individuele regeling sluit beter aan bij de individuele behoeften,” zegt Vermeulen.
“Van oorsprong is pensioen in Nederland vooral een voorziening getroffen door de werkgever, in plaats van een aangelegenheid van individuele werknemers. Tegenwoordig is er meer behoefte aan individueel maatwerk.”
Vermeulen en zijn collega’s hebben hun hoop daarom gevestigd op collectief en individueel DC.
Vermeulen: “Wij verwachten dat collectief DC steeds meer de DB-regelingen gaat vervangen. Individueel DC wordt op dit moment vrijwel alleen toegepast boven een bepaalde inkomensgrens. Maar wij denken dat ook deze systematiek op termijn gaat doorsijpelen naar de lagere inkomens.”
“Aan de aanbiederskant zien we ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een grote ommezwaai: IFRS, nFTK en IAS19. Veel pensioenfondsen zullen met het invoeren van nieuwe regelgeving op gebied van rapportage, beheer en administratie steeds vaker de noodzaak ondervinden om drastische veranderingen in de beleidsvoering door te voeren,” besluit Vermeulen.
Pensioen moet transparanter
Fidelity onderzocht de pensioenplanning van Europeanen in acht verschillende landen. Hoe goed is de Nederlander voorbereid op zijn pensioen? Beduidend minder goed dan algemeen wordt aangenomen, luidt de conclusie. Een bijdrage van Michel Vermeulen, Relationship Director bij Fidelity International.
Met bijna een triljard aan pensioengelden is Nederland, na het Verenigd Koninkrijk, het grootste pensioenland in Europa. Maar met een steeds verder groeiend percentage van de bevolking dat zich in het gepensioneerdensegment bevindt, toenemend van 22% van de totale populatie nu naar 44% van de populatie in 2040, maken zowel overheid als de werkende Nederlander zich in toenemende mate zorgen over de oudedagsvoorziening. Interessant is dat gemiddeld één op elke drie Europeanen denkt na zijn pensionering door te moeten werken ter aanvulling op het pensioen, terwijl in Nederland slechts één op 12 denkt door te moeten werken. Nederlanders maken zich ook het minst zorgen over hun pensioen in vergelijking met de mede-Europeanen (44% ten opzichte van gemiddeld 66% in de andere Europese landen).
Wij zijn van mening dat Nederlanders zich hun pensioen te rooskleurig voorstellen. Bij Fidelity kunnen we dus eigenlijk alleen maar concluderen dat Nederland de zaken nog niet goed voor elkaar heeft.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlanders een pensioenregeling heeft die via de werkgever loopt terwijl in de meeste landen van Europa men grotendeels zelf voor zijn pensioen moet zorgen. Het feit dat men in Nederland redelijk weinig betrokken wordt bij het opzetten van zijn pensioen (dit in tegenstelling tot de landen waar de werknemer zelf verantwoordelijk is voor de oudedagvoorziening), verklaart met grote waarschijnlijkheid ook de geringe interesse om dit daadwerkelijk te toetsen.
Deze matige betrokkenheid komt vooral tot uiting in de keuzes in de pensioenbeleggingen: De meeste Nederlanders (69% volgens het onderzoek) kiezen voor pensioenproducten met een uiterst laag risico en dus een laag gegarandeerd rendement. Daarnaast is 19% van de Nederlanders niet in staat zijn rendement/risicoprofiel aan te geven. De pensioenopbouw zou een hoger rendement moeten kunnen opleveren maar conservatieve risicobeslissingen en het – vaak – ontbreken van professionele ondersteuning kunnen eigenlijk alleen maar resulteren in hogere pensioenpremies.
Bijna 75% van de Nederlanders denkt erg goed geïnformeerd te zijn over pensioenaangelegenheden, maar deze grote groep denkt ook later minder pensioenbijdragen te zullen ontvangen en maar liefst 40% verwacht straks geen AOW meer te ontvangen. De meeste Nederlanders voelen zich dus goed geïnformeerd: De kennis is er blijkbaar, dus het ontbreekt alleen aan actie. Misschien komt dit omdat men toch teveel op de werkgever vertrouwt, of toch niet zo goed geïnformeerd is als men denkt.
De belangrijkste oplossing voor de individuele pensioenproblematiek is in één woord te vatten: ‘transparantie’.
Als men er pas op zijn pensioneringsdatum achterkomt wat het werkelijke pensioen wordt, is dit te laat.
In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten is de transparantie op dit gebied al geruime tijd 100%. In beide landen bieden pensioenbeheerders zoals Fidelity de ‘eindgebruiker’ volledige inzage in de pensioenopbouw, beleggingsadviezen, flexibiliteit in beleggingskeuzes etcetera. De cliënt is ‘in control’ maar de premiebetaler wordt begeleid van A tot Z.
Eigenlijk zou men ook in Nederland elk jaar een overzicht moeten krijgen van de actuele pensioensituatie, en van de ruimte die men beschikbaar heeft om belastingvrij bij te sparen om uiteindelijk uit te komen op een aanvaardbaar pensioenbedrag. Hiervoor is een enorme hoeveelheid kennisoverdracht nodig, maar de benodigde infrastructuur bestaat eigenlijk al grotendeels.
De financiële adviseurs die nu ook al in 50% van de gevallen genoemd worden door diegenen die hun eigen (aanvullend) pensioen plannen, maar ook vele andere partijen, zoals de pensioenfondsen, zullen de gelegenheid te baat moeten nemen om hun klanten hierover uitgebreid te informeren.
Printbare versie
Related articles:
|