Institutionele beleggers happig op de voordelen van Short-Extension
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
|
|
Benoît Fally, directeur State Street Global Advisors (Brussel)
|
Versoepeling van de long-only-restrictie op actieve strategieën is een van de doeltreffendste manieren om de efficiëntie van de portefeuille te verhogen, de inzichten van de beheerder optimaal te benutten en zo het rendement te doen stijgen. Uit intern onderzoek van SSgA is zelfs gebleken dat deze benadering aanvullende voordelen biedt naarmate het actieve risico van strategieën toeneemt. Een bijdrage van Benoît Fally, directeur State Street Global Advisors (Brussel).
Hoe werken extension-strategieën?
De Edge-strategieën zijn erop gericht om het beste van long-only- en long-shortbenaderingen te combineren. Shortposities van doorgaans 20-30% worden gecompenseerd met extra longposities om een volledige marktexposure te realiseren. Dit is waar de naam “130/30” of “120/20”, om deze strategieën te beschrijven, vandaan komt. De totale portefeuille behoudt 100% netto-exposure in de aandelenmarkt en is vaak bètaneutraal ten opzichte van een aandelenbenchmark.
Een grote hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat beperkingen aan het beleggingsproces het verwachte rendement per risico-eenheid, of de Information Ratio (IR), verlagen, en dat de long-only-restrictie de meest knellende van die restricties is. Door deze restrictie weg te nemen, kan bij het portefeuillebeheer beter gebruik worden gemaakt van informatie over aandelen waarvan underperformance wordt verwacht. Bij een long-only proces kan hiervan slechts worden geprofiteerd door een aandeel te onderwegen tot een maximum van het gewicht in de benchmark. De meeste benchmarks bevatten veel aandelen met een zeer gering benchmarkgewicht, waardoor relevante negatieve informatie verloren gaat.
Edge-strategieën herstellen het evenwicht
Uit een breed universum wordt een aantal aandelen geselecteerd die in aanmerking komen voor long zowel als short posities. Deze aandelen worden gerangschikt naar winnaars en verliezers en mogelijke longs en shorts worden geselecteerd. Belegd wordt in die aandelen die het hoogst uit de selectie naar voren komen en in de slechtst gewaardeerde aandelen wordt short gegaan. Na de rangschikking en selectie wordt de portefeuille opgebouwd.
Idealiter moet de over- en onderweging binnen een portefeuille een afspiegeling zijn van het verwachte rendement op de aandelen. Bij long-only situaties is dit niet het geval. Zo is bij de aandelenstrategie in figuur 1 vooraf redelijk goed voorspeld welke aandelen zouden outperformen, zoals blijkt uit het positieve rendement dat door de eerste twee quintielen is gegenereerd.
Dit zijn de aandelen die overwogen worden binnen de strategie. Ook blijkt dat de beheerder vrij goed is in het vaststellen van de slechtst presterende aandelen (vijfde quintiel). Veel van deze aandelen hebben een zeer gering gewicht in de benchmark. Dit heeft tot gevolg dat wanneer de beheerder wordt beperkt door een long-only benadering, hij geen aanzienlijke onderwegingposities in deze bedrijven kan nemen. Dit kan worden verholpen door shortposities te nemen in aandelen die naar verwachting zullen onderpresteren. Dit hoeft niet op grote schaal te gebeuren (bijvoorbeeld 20-30%) om een efficiëntere portefeuille te creëren waarin de beheerder zijn deskundigheid beter kan toepassen. De mate van leverage kan ook worden beperkt door portefeuillerestricties voor bepaalde sectoren of afzonderlijke aandelen.
Bij long-shortconstructies zijn er echter twee vormen van leverage: het lenen van aandelen om de shortposities te nemen en het lenen van gelden ter dekking van de 30% aan longposities (ter compensatie van de shortposities). Uiteindelijk is 160% van het kapitaal aan het werk, met de potentiële volatiliteit die dat met zich meebrengt.
Aangezien deze strategieën een streefbèta van 1,0 hebben, zien wij ze als onderdeel van de assetallocatie voor een cliënt. Ze zijn bedoeld als aanvulling op de traditionele long-only aandelenportefeuilles die een meer thematische of macro-exposure en/of weinig risicobeperkingen kennen. In handen van beheerders die vaardig zijn in het selecteren van aandelen en het beheren van shortposities, kunnen Edge-strategieën het alfapotentieel van voorheen long-only aandelenstrategieën verhogen zonder dat daarmee het risico noemenswaardig toeneemt.
Printbare versie
Related articles:
|