Samenwerking biedt kleinere pensioenfondsen toekomst
Gepubliceerd op: 30 Mei 2007
(April/Mei 2007)
|
|
Leo Dooper, partner bij Compendeon
|
Steeds meer kleinere pensioenfondsen laten hun taken uitvoeren door een verzekeraar of gaan samen met een bedrijfstakpensioenfonds. Pensioenfondsen kunnen echter ook kiezen voor een ander alternatief: samenwerking. Gabor Mooij steekt voor npn zijn licht op bij twee samenwerkingsinitiatieven, de Pensioencoöperatie en Pensioengroep Zuid Hoorn.
“Uit contacten in de markt en met opdrachtgevers kwamen twee zaken naar voren: de wens van fondsen om zelf de toekomst te bepalen en de behoefte aan een platform om dat mogelijk te maken,” vertelt Leo Dooper, partner bij Compendeon, de initiatiefnemer van de Pensioencoöperatie. Volgens hem zijn er een aantal factoren die de wens tot samenwerking versterken. “Dat zijn allereerst de nieuwe toezichtseisen, oftewel de pension fund governance. Daarnaast is er een toenemende druk op ondernemingspensioenfondsen vanuit de sponsor-onderneming om de kosten te beheersen.”
Samenwerking biedt volgens Dooper een aantoonbare meerwaarde. “Door het schaalvoordeel koop je voordeliger in en ben je tot een betere dienstverlening in staat. Daarnaast kun je zo kennis en kunde delen en deze behouden. Ten derde zorg je dat de deelnemende fondsen kunnen blijven bestaan.” Vanaf begin 2007 is Compendeon actief de markt opgegaan om gesprekken te voeren. “In totaal hebben we 170 fondsen benaderd. Op dit moment hebben zich zeven leden aangemeld; zes ondernemingspensioenfondsen en één middelgroot bedrijfstakpensioenfonds. Ik verwacht dat we aan het einde van het jaar twintig leden zullen hebben.”
Coöperatie
Compendeon heeft bewust gekozen voor de coöperatievorm. “Een coöperatie is van en voor de leden. Ieder lid heeft ongeacht de grootte een gelijk aandeel. Zo behouden de pensioenfondsen hun eigen identiteit.” Volgens Dooper heeft Compendeon geen commercieel belang bij de Pensioencoöperatie. ”We signaleerden een behoefte aan samenwerking in de markt en besloten een oplossing te bedenken. Na de oprichtingsvergadering op 11 april staat de coöperatie geheel los van Compendeon.”
Tijdens die vergadering benoemen de leden het bestuur van de coöperatie. “Dat bestaat uit onafhankelijke mensen uit de pensioenwereld.” Ook stellen de leden een operationele organisatie in die de coöperatie gaat ondersteunen. “Die organisatie gaat bestaan uit vier fulltime krachten, eventueel aangevuld met variabele inzet. Het bevorderen van kennisdeling en –uitwisseling wordt een belangrijke taak,” vertelt Dooper, die zelf in dienst treedt van de ondersteunende organisatie.
De leden van de Pensioencoöperatie verhuizen niet naar één gebouw. “Het is belangrijk dat de pensioenfondsen in hun eigen vertrouwde omgeving blijven functioneren.” De pensioenwereld staat volgens Dooper positief tegenover de Pensioencoöperatie. “De pensioenkoepels Opf, VB en UVB vinden het een goed initiatief.”
Zuid Hoorn
Al eerder, in 2001, besloten zeven relatief kleine pensioenfondsen samen te gaan werken als Pensioengroep Zuid Hoorn, vernoemd naar het gebouw aan de Laan van Zuid Hoorn in Rijswijk waar de fondsen zich vestigden. Er zijn nog zes pensioenfondsen overgebleven, omdat één van de fondsen vertrok toen zijn sponsor fuseerde. Het totale vermogen van de Zuidhoorngroep bedraagt 4,5 miljard euro. De initiatiefnemer was het pensioenfonds van TNO. “De fondsen hebben een huurcontract met TNO afgesloten. Dat is onlangs voor vijf jaar verlengd,” vertelt Joop Ruijgrok, directeur van Stichting Pensioenfonds TNO.
Ruijgrok noemt als belangrijkste gevolg van de samenwerking het delen van elkaars deskundigheid. “Op het gebied van vermogensbeheer heeft het pensioenfonds van TNO een aantal experts in dienst die ook de andere fondsen in het gebouw adviseren. Zowel wij als de andere pensioenfondsen hebben het vermogen voor een groot deel bij externe beheerders ondergebracht. Onze kennis over het vermogensbeheer en daarmee onze rol als deskundige opdrachtgever blijft door de samenwerking behouden. Daarnaast maken we ook op bijvoorbeeld ICT-gebied gebruik van elkaars expertise.”
Bovendien levert samenwerking aanzienlijke schaalvoordelen op. “Zo kopen we samen een deel van het vermogensbeheer in. Dit levert belangrijke besparingen op. Daarnaast delen we faciliteiten zoals een gezamenlijke receptie, één computernetwerk, vergaderruimtes en een gemeenschappelijke kantine. Verder gebruikt een aantal fondsen dezelfde software.”
De pensioenfondsen van de ‘Zuidhoorngroep’ trekken soms samen personeel aan. “Er is bijvoorbeeld een automatiseringsmedewerker die werkt voor twee fondsen.” Ook activiteiten op het gebied van communicatie en PR worden samen ondernomen. “We hanteren dezelfde tools voor het voorlichten van deelnemers en het maken van het jaarverslag.”
Naast de samenwerking volgen de pensioenfondsen hun eigen koers. “Niet ieder fonds is op hetzelfde moment aan iets toe. De fondsen hebben een verschillende planning en de agenda wordt niet door de samenwerking bepaald,” aldus Ruijgrok.
Ook de Pensioencoöperatie gaat de mogelijkheden van gemeenschappelijk vermogensbeheer onderzoeken. “We willen een scan maken van het vermogensbeheer van onze leden om te kijken waar de overeenkomsten zitten. Op basis daarvan kunnen we tot een gezamenlijk stuk beheer komen,” legt Dooper uit. “Daar is een draagvlak voor, maar we moeten nog verder nadenken over het management ervan. We willen hierover in ieder geval een second opinion vragen van een extern adviesbureau.” Een zorgvuldige aanpak is essentieel, vindt Dooper. Het beleggingsbeleid is immers geënt op de verplichtingen aan de deelnemers. “Fondsen zijn meer dan beleggers. Een pensioenfonds moet vanuit zijn oorsprong blijven denken.”
Beter alternatief
Volgens Ruijgrok verdient samenwerking de voorkeur boven een verzekerde regeling. “In tegenstelling tot pensioenfondsen moeten verzekeraars winst maken, en ze hebben bovendien te maken met de kosten van hun commerciële apparaat. Dat brengt hogere kosten mee voor het fonds en dus voor de deelnemers.”
“Bovendien biedt samenwerking het voordeel dat fondsen hun zelfstandigheid behouden,” voegt Dooper toe.
Die zelfstandigheid vindt Ruijgrok een belangrijke reden voor een ondernemingspensioenfonds om niet op te gaan in een bedrijfstakpensioenfonds. “Dat betekent het opgeven van je eigen identiteit. Als opf kan je je regeling toespitsen op de bedrijfssituatie en daarmee je personeel een regeling op maat bieden. De voordelen van meer efficiency bij het opgaan in een grotere regeling wegen niet op tegen de voordelen van zelfstandigheid.”
Succesfactoren
“Als we van de Pensioencoöperatie een succes willen maken, moeten we vanaf het begin goed presteren,” beklemtoont Dooper. “Daarnaast is het belangrijk dat we onafhankelijk opereren. Het mag niet zo zijn dat de coöperatie afhankelijk is van één partij die aan de touwtjes trekt. Verder zullen we aandacht schenken aan het transparant maken van wat we als coöperatie doen en aan het zo goed mogelijk beheersen van onze kosten.”
Hij benadrukt het belang van een goede service. “Dat betekent dat de leden de operationele organisatie 24 uur per dag kunnen bereiken en dat de medewerkers daar hun vragen snel afhandelen.”
Ruijgrok: “Voor een goede samenwerking is het nodig dat de pensioenfondsen van tevoren duidelijke afspraken maken. Daarbij moeten niet alleen de directies, maar ook de besturen vol achter de samenwerking staan. De bestuurders moeten bereid zijn zich niet alleen te richten op de eigen keuzes, maar ook te kijken naar de gemene deler. Verder is het belangrijk om structureel overleg te voeren. We hebben hier bijvoorbeeld met de directeuren minimaal één keer per maand overleg.”
Het is volgens Dooper belangrijk om met beide benen op de grond te blijven staan. “Niet te hoogdravend worden en je richten op de dingen die noodzakelijk zijn. Een voorbeeld is het toezicht dat de fondsen dit jaar goed moeten regelen.”
Perspectief
De Pensioengroep Zuid Hoorn gaat grotendeels op dezelfde voet verder. “De samenwerking heeft tot nu toe aan de verwachtingen voldaan,” aldus Ruijgrok. De groep kan nog wel wat nieuwe leden gebruiken. Ruijgrok: “We hebben nog wel ruimte voor één of twee extra fondsen in het gebouw.” Hij ziet enkele nieuwe mogelijkheden voor samenwerking. “De pensioenfondsen moeten een visitatiecommissie oprichten voor het interne toezicht. Als we als pensioengroep kiezen voor een gemeenschappelijke visitatiecommissie, hoeven we niet allemaal een eigen commissie bij elkaar te zoeken. Verder kunnen we elkaars deskundigheid goed gebruiken bij het voldoen aan de financiële eisen vanuit het nieuwe Financieel Toetsingskader.” Ook een andere vernieuwing op basis van de Pensioenwet, het uniform pensioenoverzicht, pakken de fondsen van Zuid Hoorn samen op. “We hebben onlangs een gemeenschappelijk sjabloon ontwikkeld.”
De Pensioencoöperatie zal het succes van de samenwerking beoordelen op basis van twee aspecten. “Dat zijn ten eerste de efficiency- en effectiviteitsvoordelen die we bieden aan de leden. Daarnaast kijken we naar de tevredenheid van de leden die we vergelijken met de tevredenheid in de beginsituatie. We hebben daarvoor al een nulmeting gedaan,” licht Dooper toe.
Dooper is tevreden over de start die het nieuwe samenwerkingsverband tot nu toe heeft gemaakt. “Het gaat allemaal heel snel.” Over drie jaar moet duidelijk zijn waar de Pensioencoöperatie staat. “Als er dan zo’n veertig à vijftig leden zijn, hebben we een interessante basis om door te gaan.” De eerste tien tot twintig leden zijn volgens hem essentieel voor het vervolg. “Als zij laten zien dat het werkt dan gaat het daarna vlot.”
Printbare versie
|